Een en dezelfde rechter bij vechtscheidingen

Onlangs in het nieuws: om het ontaarden van vechtscheidingen tegen te gaan, gaat de rechtbank een zaak onderbrengen bij een enkele rechter, en niet meer in een carrousel met wisselende rechters.

http://nos.nl/artikel/2144830-rechter-pakt-vechtscheidingen-aan.html

Misschien een geweldig goed idee, zelfs uitgetest in enkele gevallen. Met vanzelf de vraag: waarom nu pas, waarom niet veel eerder?

Familierechter Johan Visser van de rechtbank in Den Haag merkt op: “In het slechtste geval zijn er drie of vier rechters betrokken bij een vechtscheiding. Met het gevolg dat niemand doorpakt. Als één rechter op het dossier zit, kan die de zaak integraal benaderen en de belangen van het kind beter in de gaten houden".

De schade die kinderen oplopen door een vechtscheiding van hun ouders, is groot. "Een vechtscheiding kan zo een paar jaar duren", zegt Visser. "Al die tijd zijn kinderen een speelbal en komen ze alleen maar verder in de knoop. Daarom is het belangrijk de zaak zo snel mogelijk vlot te trekken."

Wie in zo’n carrousel beland is geraakt, zal de wenkbrauwen fronsen: “Huh, is vier rechters extreem? Zelf had ik er 8, of zelfs 18!” Zoals in het ’s anderen daags gepubliceerde voorbeeld:

http://nos.nl/artikel/2144904-een-vechtscheiding-met-20-rechtszaken-en-18-rechters.html

Misschien heeft mr. Visser eerder een zacht-gemiddelde tot maximum verheven: wanneer in twee gevallen met één rechter wordt volstaan, zijn in het derde geval 10 rechters nodig om zijn maximum “van drie of vier rechters” te halen. Elk derde geval zit vervolgens met de grote, blijvende pijn die onder dit eufemistische maximum wordt verstopt.

Veel rechters laden de verdenking op zich dat zij hun dossiers niet erg grondig kennen.

Maar mr. Visser moet weten waarover hij het heeft: als hij zijn werk goed doet, graaft hij zich dagelijks in in van familieleed schrijnende dossiers.

Als hij dan spreekt van maximaal vier rechters in echtscheidingsgevallen, houdt hij de waarheid willens en wetens verborgen, òf hij verdoezelt die onbewust.

Wat is erger, is de vraag.

Verder verbaast in het commentaar van mr. Visser de suggestie dat één rechter de belangen van het kind beter in de gaten kan houden dan meer rechters. In beide gevallen wordt rechterlijk falen toegedekt en in beide gevallen wenkt het treurige perspectief dat dit toedekken uittentreuren zal worden voortgezet.

Dat is een zelf-diskwalificatie van de eerste orde.

Wee! de arme ouders die een slechte rechter treffen in het één rechter-systeem.

 

Meer informatie