Loting

In de samenleving broeit al tientallen jaren wrevel over allerlei maatschappelijke ontwikkelingen. De zogenaamd "revolutionaire" jaren zestig waren daarvan een eerste uiting, met uiteindelijk massale demonstraties tegen uiteenlopende thema's als kruisraketten, leegstand, milieuvervuiling, de islam en wat de one-issue bewegingen in politiek en maatschappij verder ook maar konden verzinnen.

Jonge mensen koesteren van nature een zeker optimisme, zolang zij althans in hun kinderjaren niet al hebben "mogen" ervaren hoe onvoorstelbaar cynisch en meedogenloos de wereld van het recht, en dan met name van het familierecht, in de praktijk wel is. Dat "mogen" staat hier niet voor niets tussen aanhalingstekens want die verbeelden de echo van het cynische, altijd weer gehoorde verweer van jeugdzorgers dat zij hun stinkende best doen voor het kind (de kinderen van een ander dan wel en ook hoe meer hoe liever). Het ondergaan van jeugdzorg is waarlijk een voorrecht, dat is hun boodschap.

Vanwege het hardnekkig vasthouden aan allang ontmaskerde dwaalwegen, staat het vast dat de dolende schepen van opvoedkundigen, welzijnswerkers, politici en artsen weldra het één na het ander op de wal zullen stranden, als verdwaalde potvissen bezwijkend onder hun eigen gewicht.

 

In het TV programma Buitenhof van 29 september 2013 betrok de schrijver David van Reybrouck dezelfde stelling, met zijn betoog dat de democratie is vastgelopen in de modder van politieke partijen, verkiezingspolls, demagogie en onbewezen kletskoek. Hij werd niet goed begrepen en zeker niet schrander tegengesproken, wat zijn betoog nog overtuigender maakte.

Zijn kritische overweging is niet bij toeval te boek is gesteld. In de afbrokkelende samenleving neemt de participatie van de burgers meer en meer af - de maatschappij desintegreert. De desinteresse blijkt uit het feit dat verkiezingen steeds minder stemmers op de been brengen, maar ook uit zoiets als de ontvolking van het platteland. Het leven is daar weliswaar gezonder en minder eenzaam dan in de stad, maar ook lastiger en schijnbaar minder opwindend. En dat offer brengen mensen niet meer als er geen snelle verlichting door wordt verwacht van het grootste probleem dat deze tijd kent: eenzaamheid.

Daarom zoekt een mens steeds meer soortgenoten in zijn directe, fysieke omgeving want zeker de schijn van eenzaamheid mag men absoluut niet tegen hebben - die is iets voor losers. De sociale cohesie in de samenleving is ondanks (dat denken politici, bestuurders en rechters) of juist dankzij (dat vinden de burgers) alle regels en toezicht verdwenen. Het onderhoud van de samenleving komt steeds verder van het burgermansbestaan te staan.

 

Deze impasse bewerkt een vervreemding die de onderhoudsploeg noopt tot het invoeren van steeds meer regels, steeds meer bestuurders, steeds meer rechtspraak... en steeds groeit de vervreemding.

 

Sociale wetenschappen steunen niet op harde feiten maar op inzichten en meningen, die op hun beurt op zijn best op statistische waarheden zijn gebaseerd.

Wanneer statistieken als grondslag worden aangegrepen voor "beleid" in individuele casus, gaat het bijna gegarandeerd mis. Toch baseren de wetenschappers uit economie en pedagogie, net als de politiek, zich vrijwel uitsluitend op statistisch bewijs en dus op gemiddelden. Maar gemiddelden hebben geen enkele voorspellende waarde in een concrete, individuele gevallen. Het gemiddelde is een waarde waaraan de meerderheid nu eenmaal per definitie nou juist niet beantwoordt en het ontbreken van een harde, wetenschappelijke basis maakt elke sociale sturing dus helemaal tot een illusoire vorm van zelfbedrog.

In de gaten van deze illusies en in de kloven tussen bestuurders en bestuurden springen rellende politici en hun mediale slippendragers, waarmee de totale ontreddering nog naderbij komt.

Zo'n 2400 jaar geleden schreef Plato het boek Politeia, een dialoog van Socrates waarin deze betoogt dat een democratie gedoemd is te ontaarden in een dictatuur. En inderdaad: Hitler en Stalin en Mao kwamen op onder met het luidkeels juichen van onze krietiese, demokratiese zjoernalisten.

 

Als alternatief voor de dreigende leegte van de politieke democratie en voor beslissingen op basis van een meerderheid van stemmen, stelt Van Reybrouck - in navolging van o.a. Aristoteles - een systeem van loting voor. De te kiezen kandidaten zullen dan vaak wel aan bepaalde eisen moeten voldoen - zo zullen zij bij voorbeeld toch tenminste moeten kunnen lezen - maar wie kandidaat wordt, maakt dezelfde kans te worden gekozen als elke andere kandidaat. En dat is democratisch.

 

Zo zou bij echtscheidingen een beslissing bij loting wel eens de redding van het Familierecht kunnen betekenen, zodat dat stuurloze schip dan uiteindelijk niet door de wal hoeft te worden gekeerd.

Want wàt als de zorg over de kinderen na echtscheiding door loting tussen de ouders zou worden geregeld? Het aantal verzoeken om echtscheiding zou er vast sterk door afnemen, vanwege de dan onzekere uitkomst. En vanzelf zouden dan onmeetbaar kinderleed en (groot)ouderleed worden voorkomen. En de nu nog ontzaglijke maatschappelijke verliezen door scheiding zouden veel beter worden bestreden.

 

Wie met dat vooruitzicht nog aan kinderen wil beginnen, zal zich vanzelf wel een keertje extra achter het oor krabbelen. En laat dat nou alleen maar extra heilzaam zijn, voor ouders zowel als kinderen.

 

In het familierecht gaat het, meer dan om de vraag wie "de beste ouder" is of wie "de beste toekomst van het kind" in huis heeft, om het garanderen en praktiseren van rechtsgelijkheid en rechtsposities. Ook en vooral voor het kind. Met een systeem van loting wordt dat hoogste doel zonder een greintje twijfel beter, en eerlijker, bereikt dan met het huidige, door zelfbenoemde deskundigen bevolkte systeem dat al zoveel rampen veroorzaakte.

Nog nooit is iemand op het idee gekomen om de uitslag van de Staatsloterij te betwisten uit naam van het belang van het kind of wat voor belang ook maar. Dat zal bij een bewust zelf begonnen echtscheiding niet anders zijn

 

De OZO-filosofie past wonderwel in de lotingsgedachte, ook als er één DO door zou veranderen - en wel DO nummer 2 (zie de rugzijde van dit OZO-nieuws). De tekst daarvan zou kunnen gaan luiden: "De zorg over de kinderen bij loting toewijzen".

Voor de door ons voorgestane praktijk zal dat echter geen enkel verschil maken, want ouders die een loting vrezen - en dat doen zij allemaal - zullen vanzelf zelf met een betere oplossing moeten komen, net als ouders die een fifty-fifty regeling niet kunnen waarmaken.

En zo hoort het ook in gezinnen waarin de ouders beslissen over hun kinderen, en niemand anders - juist in het belang van het kind.

 

De maakbaarheid van de samenleving is een tamelijk recent geformuleerd ideaal waarvan praktische toepassing steeds in rampen is geëindigd. De maakbaarheidsgedachte baart steevast monsters van regel- en wetgeving waardoor de vrijheid van de burgers wordt ingeperkt in plaats van bevorderd.

De roep om individuele vrijheid wordt er in beantwoord met wetten voor privacy-bescherming, die vaker worden gebruikt om misdoen en bestuurlijk falen toe te dekken dan om burgers te beschermen.

Ook worden, om het gevaar van een enkele hardrijder te bezweren, de wegen volgebouwd met drempels, snelheidsbeperkend straatmeubilair en kunstmatige bochten. Maar daarmee slijten en sneuvelen ook de dure schokbrekers en onderstellen van de wagens van brave zondagsrijders.

Allemaal om ons bestwil, zeggen de politici en regelnichten, want zij doen toch zo hun best. Maar hun beleid is fout: hoe harder zij hun stinkende best doen, des te meer plagen onaangename bestuurlijke geuren de mensen - met steeds kleinere niches waar mensen nog zichzelf kunnen zijn.

De beste stuurlui staan aan wal. Dat is niet alleen een spottend verwijt, het is ook en vooral een harde waarheid. Een goede overheid hoort dus aan de wal te staan en niets anders te doen dan goed gedrag en goed burgerschap te faciliteren. Zonder jaloezie, zonder aanzien des persoons. Niet meer en niet minder.

 

En àls men al vindt dat er maatregelen moeten worden getroffen, dan mogen deze uiteraard alleen de boosdoeners te treffen en niet de niet-boosdoeners: men sluit nu eenmaal niet alle burgers eenzaam op om misdaden te voorkomen: risico's horen bij het leven.

 

In deze editie wordt een flink aantal voorbeelden van recente, ontnuchterende vondsten in de zachte menswetenschappen (psychologie, pedagogie e.d.) beschreven. Tezamen bevestigen en bewijzen deze momentopnames van de eindeloos doorgaande stroom van missers onomstotelijk het beeld dat de menswetenschappen het spoor bijster zijn. Zij zijn gedoemd zich tot harde, bewezen wetenschappen om te vormen op straffe van eeuwige uitbanning.

 

Nog een actueel bewijs voor dolend dwalen levert de onlangs wereldkundig gemaakte valse, laffe en gemene conclusie van de Inspecties voor de Jeugdzorg en voor de Volksgezondheid over de voor Ruben en Julian uit Zeist georganiseerde zorg: "Daar mankeerde echt niets aan. Het lag aan de vader". Dat is een adembenemende perversie, dat zou de doodsteek moeten zijn voor elk zichzelf respecterend systeem. Maar de schande wordt afgewenteld op de burger en het schip van staat blijft op vaste koers naar de meest barre, rotsige en onheilspellende kust die er maar te vinden is.  

 

Voor het laatste restje van loting als een volwaardige, democratische verworvenheid, verwees Van Reybrouck bij Buitenhof naar het gebruik van uit leken samengestelde jury's bij de behandeling van zeer zware misdrijven in Frankrijk en België, en Amerika.

Het idee van een jury-rechtspraak in plaats van de ondoorzichtige rechtspraak van rechters is in de literatuur wel vaker geopperd, onder anderen, en al heel lang geleden, door Piet Vroon.

 

Als inderdaad de Nederlandse burger voor de behandeling van zijn echtscheiding kon kiezen tussen een beoordeling op basis van OZO-criteria door een OZO-jury of een klassieke afhandeling, zou in de keuze al duidelijk worden of een ouder wel of niet te vertrouwen is.

Bij gebrek aan overeenstemming der ouders de zaak vervolgens door loting beslissen, en klaar is Kees. In vijf minuten. Bij een klassieke afdoening is dat vaak in nog geen vijf jaar het geval.

 

De kinderrechters van nu zouden dan dus waarschijnlijk wel heel snel werkloos worden... och erm. Maar zij blijven nog wel nodig voor de ouders die bijvoorbeeld zelf pedagoog, rechter of politicus zijn en die daarom dus echt het beste voor het kind, hun kind, willen. Die ouders kunnen dat dan krijgen, al zou de procedure er twintig jaar door aanlopen...

In dat nieuwe systeem komt zo uiteindelijk iedereen aan de bak en krijgt ieder dus zijn meug. De vlag kan eindelijk uit.

Meer informatie