Heeft jeugdzorg bestaansrecht?

Heeft jeugdzorg bestaansrecht?           
Analyse van feitenonderzoek aan de basis van ingrijpende jeugdzorgbeslissingen.

 

De vraag stellen is haar beantwoorden. - Spreekwoord

 

Een bekende uitdrukking is: "Ik weet het wel, maar ik hoor het ook graag eens van een ander". Inderdaad, het falen van Jeugdzorg is in OZO-nieuws regelmatig besproken. Nu heeft iemand met gezag, de Kinderombudsman Marc Dullaert, na een uitvoerige studie dezelfde conclusies getrokken.         
In het kort: slecht onderbouwde rapporten in verhullend jargon en een perverse beloningsstructuur.       

Wie omgang met zijn kinderen verliest, is er niet altijd van overtuigd maar ons land is, in principe, nog steeds een rechtsstaat en uit die grond zijn er instanties die bij andere instanties op de rem mogen gaan staan. De decennia lange protesten van getroffen ouders zijn in het parlement gehoord en hebben geleid tot het instellen van een Kinderombudsman. Marc Dullaert heeft nu een uitvoerige studie (109 pagina’s) gemaakt van de rapportage in de Jeugdzorg, AMK en de Raad (voor de Kinderbescherming).

 

Het is de moeite waard het rapport te lezen, want het is geschreven in (zelfs voor kinderen) leesbare taal. Hier volgt een verkorte versie.

 

Het onderzoek van de Kinderombudsman richt zich op de volgende vragen: 

1. Op welke wijze wordt kwalitatief feitenonderzoek verricht en op welke wijze wordt dit onderzoek in rapportages ten behoeve van de rechter weergegeven?          
2. Welke knelpunten doen zich voor in het proces van informatieverzameling rond de opvoedsituatie van een kind, rond signalenduiding en rond rapportage door AMK, BJZ en de Raad?   
3. Worden ingrijpende beslissingen in de jeugdzorg op dit moment voldoende onderbouwd genomen?     
4. Wat kan er in redelijkheid van het AMK, BJZ en de Raad worden verwacht op het punt van het verifiëren van informatie, en behoorlijk rapporteren? 

Er is niet gestreefd naar een representativiteit, maar er is gezocht naar voldoende gevarieerde dossiers voor het doel van dit onderzoek. Doel van het dossieronderzoek was om zicht te krijgen op het gebruikte toetsingskader, de onderbouwing van adviezen, de transparantie van afwegingen en om een beeld te krijgen van de opbouw, stijl en formuleringen in jeugdzorgrapporten. Via 'deel-waarneming' kregen de onderzoekers zicht op knelpunten en dilemma's op het vlak van signalenduiding waar de professionals mee te maken krijgen. Aspecten waarop werd gelet waren: 

- Wordt zichtbaar afgewogen waarom bepaalde keuzes zijn   gemaakt? 
- Is er hoor en wederhoor toegepast?           
- Wordt er duidelijk onderscheid gemaakt tussen meningen en feiten? 
- Worden beweringen onderbouwd met concrete observaties? 
- Wordt de bron en datum vermeld en is informatie van derden  geaccordeerd? 
- Hoe wordt omgegaan met teksten uit oude rapportages? 
-  Hoe is het taalgebruik?        
- Wordt het belang van het kind geëxpliciteerd in de weging?          
-  Hoe worden de gronden voor een maatregel gewogen?   
-  Worden er ook positieve bevindingen genoemd over een gezin? 

Er staan veel uitspraken in het rapport van kinderen en ouders die met jeugdzorg te maken hebben (gehad). We citeren er een aantal, over de rechters, BJZ, AMK en/of de Raad.

"In rechtbank vertellen hoe het gaat met rechts je voogd en links je moeder: denk je dat ik ga praten? Of eeuwig ruzie met moeder, of de voogd die me langer ergens plaatst? Die keuze maak ik niet dus ik zeg niets. Als ik met de Kinderrechter alleen had kunnen spreken, was het anders gelopen." 

“Ik heb begrepen dat het goed gaat met je', zei de rechter toen. Ik doe mijn eigen ding en ik werk hard. Toch mag ik niet naar huis. Zoiets begrijp ik tot vandaag gewoon echt niet. De voogd kan het ook niet goed uitleggen."

"Als ik met mijn voogd praat, zit ik me echt op te vreten over de uithuisplaatsing, dan praat zij over de zogenaamde zorgen die ze heeft." 

 "Bij een uithuisplaatsing krijg je persoonlijke doelen mee, en als je die haalt dan komen er doelen bij! Maar je denkt dan dat je dan naar huis mag bijvoorbeeld." 

"Ik was uithuisgeplaatst op mijn zevende. De voogd vroeg mij toen ik twaalf was of ik bij vader, moeder wilde wonen of alleen. Toen besloot ik voor zelfstandigheid te gaan, terwijl ik niet wist wat dat inhield." 

“Met vader valt niet samen te werken, staat in het rapport. Waarom schrijven ze dat niet feitelijker op, dat ik het niet eens ben met de gang van zaken ofzo?” 

“De rechter heeft bepaald dat ik mijn zoontje wekelijks een middag mag zien. De gezinsvoogd bepaalt nu zelf dat het een uur per week is. En als ik klaag, dreigt ze met nog minder vaak” 

 “Als je niet meewerkt met het AMK dreigen ze simpelweg dat ze naar de Raad stappen om een OTS aan te vragen. Er werd me verzekerd dat ze daar goede contacten hebben.” 

"Ik benaderde BJZ met de vraag om hulp bij het gedrag van mijn tienerzoon. En voor ik het wist was hij uithuisgeplaatst." 

“Wij begeleiden ouders die veel problemen hebben, die conflicten oplossen met stemverheffing en die zich niet altijd aan afspraken houden omdat hun bordje vol is. Zo’n meid van begin twintig kan daar niet mee omgaan.”

“Gezinsleden voelen zich onveilig door de druk die BJZ legt en de dreiging die wordt uitgesproken als een ouder ‘niet meewerkt’. Die emoties roepen een bepaald gedrag bij ouders op.” 

“Bij vechtscheidingen heeft BJZ de ouders samen een uur lang in de kamer zonder agenda, zonder gespreksregels, en zonder de vaardigheden om zo’n gesprek goed te leiden. Als dat uit de hand loopt, stelt BJZ vervolgens dat ouders zo volwassen moeten zijn dat ze met elkaar in gesprek kunnen. BJZ kijkt dan niet naar het eigen aandeel.” 

“Er stond in het rapport dat de informatie door onze huisarts was gefiatteerd, maar dat was niet zo. De raadsonderzoeker had zo haar eigen mening officieel in het rapport weten te zetten.”  

"Sinds er verzonnen afspraken in het verslag stonden, nemen wij de gesprekken met onze gezinsvoogd nu standaard op." 
"Ik heb zelf tegenonderzoek gedaan en bewijzen verzameld, maar die namen ze niet mee in hun onderzoek." 

“Mijn zoon had gespijbeld maar dat was al aangepakt en besproken. Desondanks startte de Raad een onderzoek. Er was dus geen actueel zorgsignaal en er is geen hoor en wederhoor toegepast.”

"Toen ik las 'het lijkt dat het kind lijdt aan een hechtingsstoornis' werd ik zo kwaad! Hoezo lijkt? Dat heb je of dat heb je niet. Hij had geen psycholoog gezien."            
“Volgens het rapport had mijn zoon een ‘reactieve hechtingsstoornis’, maar dat werd niet verder onderbouwd 

"De zorginstelling had die verouderde informatie niet zonder mijn toestemming mogen doorgeven aan BJZ. Mijn klacht daarover is gegrond verklaard. Maar BJZ hield de informatie toch als actuele feiten in het rapport, en op basis daarvan is OTS uitgesproken."

"Mijn ex-vrouw weigert mijn dochter naar mij te laten gaan. De rechter heeft de omgangregeling bepaald, maar de gezinsvoogd grijpt niet in! Vaders staan zwakker dan moeders." 

"Mijn zoon liet seksueel grensoverschrijdend gedrag zien in de instelling waar hij zat. Dat had hij niet thuis opgepikt, maar juist in die instelling zelf. In de rapportage stond van niet." 

Van al deze uitspraken kunnen we maar een ding vast stellen: Wat komen ze toch bekend voor. Nog een verbijsterende van een Raadsmedewerker,

 

“Ik heb het idee dat ouders menen dat ze recht hebben op omgang met hun kind. Maar een kind heeft recht op omgang met zijn ouders, mits dat in zijn belang is. Dat is niet altijd hetzelfde.”            
Neen, dat hebben we inmiddels wel ervaren. En dat dat “belang” er vaak niet is zal de Raad wel “vast stellen”. Nog eentje:

“In gezag en omgangzaken komt het regelmatig voor dat de vader door de moeder beschuldigd wordt van seksueel misbruik. Zo vaak, dat we weten dat er een heleboel valse beschuldigingen bij moeten zitten. Maar je neemt iedere beschuldiging toch serieus, want het kan net in dit ene geval wel waar zijn.” 

Natuurlijk is het in dit ene geval wel waar, net als in alle ene gevallen.

“Het kan zelfs zo hoog oplopen dat moeder, die meestal de verzorgende ouder is, niet meer in staat is om contact te hebben met de vader en de omgang weigert. Als moeder zelf instabiel wordt is dat niet in het belang van het kind. Het komt wel eens voor dat we dan adviseren dat een kind even geen omgang met zijn vader moet hebben. Of alleen onder begeleiding. Dat is extreem pijnlijk voor die vader." 

Het hoge word is er uit, “even” geen omgang. Die pijn blijft bij vader, de kinderen ziet ie niet meer terug. Let ook op het “wel eens”, de eeuwige dooddoener voor standaard-handelen.

“Ik zou willen dat we als Raad wat vaker zouden opschrijven ‘we weten het niet precies, maar alles overziend vinden we dit de beste keuze’. Eerlijk zijn over wat je niet weet. Maar in ons werk wordt dat door veel mensen als zwaktebod gezien.” 

Neen, daar worden we beter van. “Gruwelaars” zijn ze en ze weten het dus. En het gaat van kwaad tot erger, geen oog voor de consequenties,

"Als een kind eenmaal in een pleeggezin is geplaatst, dan is er nog maar weinig tijd en geld over om aandacht te besteden aan de bio-logische ouders en om de mogelijkheden voor een terugplaatsing bij hen te onderzoeken. Er gebeurt dan in de tussentijd gewoon niets." 

Ook de rechter heeft zo zijn problemen,

“Als de rapportage zo lang is ontstaat het risico dat de rechter niet de gehele rapportage nauwkeurig doorleest en belangrijke onderdelen mist. Wij zien liever korte, bondige analyses. Bijvoorbeeld een paar A4 waarin de kern van de zaak wordt verwoord.” 

Tja, we kennen de dames en heren die dit begrijpen en panklare uitspraken doen, die hoeft de rechter alleen maar door te slikken. Of ze waar zijn, of terecht: zeg we doen toch niet aan waarheidsvinding?

“Rechters kunnen nog beter leren met kinderen te spreken. We worden daar nu niet of nauwelijks in getraind. Ook kunnen we meer gebruik maken van een bijzondere curator, die het belang van het kind verwoordt in rechtszaal.” 

O ja, ook nog die bijzondere curator, Gardner zei het al: nog een eigengereide partij in de rechtszaal. Aan wie legt die curator verantwoording af? Aan niemand, dus. Pas op voor die valkuil.

“Ouders van wie het kind uit huis geplaatst wordt, moeten sneller duidelijkheid krijgen, zelfs binnen een jaar, of er uitzicht is op terugkeer. Wat zijn de doelen die ze moeten halen om het kind weer thuis te kunnen hebben?” 

Zie de verloedering: “sneller, zelfs binnen een jaar”.“What’s another year” is een lied. Voor ouders en kinderen is het de eeuwigheid.

Dullaert schrijft over rechters:

“Uit de gesprekken met de kinderrechters en de bijgewoonde zittingen komt het beeld naar voren dat rechters zich in toenemende mate op zitting kritisch zijn ten aanzien van de informatie die ten grondslag ligt aan het advies van de Raad of BJZ. “

Hm, laten we maar niet gelijk te enthousiast worden. Hij stelt ook:

“Het is aannemelijk dat de prevalentie van fouten in het feitenonderzoek en de rapportages in het midden ligt tussen het ‘vaak' volgens ouders en het 'soms' volgens jeugdzorgprofessionals zelf. Het is dus plausibel dat er in het feitenonderzoek ‘met enige regelmaat’ dingen misgaan.”           
Wij van OZO kunnen dat woordje “soms” niet meer aanhoren; wij beschouwen het als equivalent aan “stelselmatig”.

Het rapport eindigt met vele aanbevelingen. We noemen:

Voor zowel BJZ, AMK als de Raad geldt: 

 Implementeer een set minimale randvoorwaarden voor rapportages, met de volgende kenmerken: 

 Feiten en meningen worden standaard gescheiden beschreven; 
Dat dit weinig gedaan werd is hemeltergend.

 Hoor en wederhoor wordt toegepast en standaard opgenomen in de rapportages; 

 Beschrijvingen zijn zoveel mogelijk concreet, en zonder speculatieve formuleringen; 

 Accordering van informatie wordt bevestigd in de rapportage; 

 Een voor de lezer navolgbare weging van belemmerende en beschermende factoren in de opvoedsituatie van een kind, en daaruit volgend de conclusie.”     
O heerlijk, eindelijk geen alles verhullend jargon meer?

 Rapporten van externe deskundigen (zoals artsen, gedragsdeskundigen, psychiaters) dienen in hun geheel als bijlage toegevoegd te worden aan de rapportages.”

In gezag- en omgangszaken moeten kinderrechters een heldere opdracht meegeven aan de Raad, met concrete vragen: wat is het doel van het gevraagde onderzoek? Op die manier wordt voorkomen dat de Raad met een te brede taakopvatting een onderzoek start. 

Dat laatste is een gouden idee. Wie wees er toch al vele jaren eerder op de perverse vertaling door de Raad van de onderzoeksvragen van de rechter?

Ons laatste woord is aan de ouders:

Ouders ervaren dat nadat AMK, BJZ of de Raad in beeld komen, de controle over hun gezinsleven uit hun handen glipt. Ouders spreken van kafkaëske situaties, waarin gebeurtenissen worden opgeblazen, opmerkingen uit hun verband worden getrokken en verleende medewerking zich juist tegen hen keert.”

Meer informatie