Wat wil OZO?
De Stichting Ouders Zonder Omgang heeft ten aanzien van de wetgeving de volgende doelstellingen.
1) Gelijkwaardig ouderschap: Het omgangsrecht moet worden vervangen door zorgrecht.
Vader en moeder moeten, na scheiding, ieder hun rol in het leven van de kinderen behouden. Daarom moeten ze ook na scheiding een gelijke juridische positie hebben. Elk onderscheid dat in de wet wordt gemaakt of gesuggereerd tussen de ouders, lokt potentieel strijd uit. De wet moet dus spreken over twee zorgouders en worden gevrijwaard van termen als "omgang" en andere ongelijkheid creërende begrippen.
Toelichting
Pas als ongelijkheid van de ouders werkelijk niet wordt getolereerd, wordt
het uitwerken van de zorgverdeling na de scheiding een proces tussen gelijke
partijen die tot een compromis zijn veroordeeld. Op de achtergrond dreigt
een beslissing van de rechter die zich gebonden weet aan de wet die discriminatie
niet meer tolereert.
Deze benadering beperkt de rol van de Raad voor de Kinderbescherming bij omgangszaken
tot een pragmatisch vergelijken van agenda's en het aandragen van oplossingen
voor praktische problemen.
In het bijzonder wordt een moralistisch onderzoek gebaseerd op indrukken voorgoed
in de ban gedaan.
2) De zorg van een ouder voor zijn kind behoort tot de mensenrechten en de
fundamentele vrijheden.
In
de wet moet worden benadrukt dat een scheiding tussen de ouders het natuurrecht
van het kind op toegang tot zijn natuurlijke leefomgeving - familie, vrienden,
school, etc. - niet beperkt. De relaties die het kind met zijn leefomgeving
had, en omgekeerd, ondervinden geen verandering door de scheiding van de ouders.
Toelichting
De wet waarborgt op deze manier nog eens het contact van het kind met beide
ouders, die immers beiden hun eigen familie- en kennissenachterban hebben.
Grootouders zien hun oude dag niet meer verziekt door het missen van hun kleinkinderen.
3)
De gelijkheid van beide ouders moet, waar mogelijk, uitgedrukt worden in een
50%-50% zorg verdeling. Een vangnet moet zijn elk tweede weekend, de helft
van de vakanties en de feestdagen.
De alimentatie verplichting moet op deze verdeling afgestemd zijn.
Toelichting
Ouderschap kan alleen daadwerkelijk ingevuld worden door een flinke hoeveelheid
tijd met de kinderen door te brengen in ieders eigen thuissituatie.
Het is aanbevelenswaardig om per jaar een schema vast te leggen, bijv elke
even week of elk even weekend, en de eerste helft van alle vakanties, bij
dezelfde ouder.
Het nu bestaande probleem dat een ouder geen omgang heeft maar wel (soms hoge)
alimentatie betaalt, verdwijnt: die ouder verkrijgt omgang, met afgestemde
alimentatie.
4) De ontzeggingsgronden moeten uit de wet.
Zolang
het omgangsrecht nog niet vervangen is door een zorgrecht moeten in elk geval
de ontzeggingsgronden uit de wet worden geschrapt. Inbreuken op het ouderschap
mogen alleen maar plaatsvinden op basis van een kinderbeschermingsmaatregel.
Ontzeggingsgronden zijn helemaal niet nodig en zij koppelen ten onrechte scheiding
van de ouders aan iets dat het karakter heeft van een "automatische" kinderbeschermingsmaatregel.
Toelichting
De eerder in de wet aangebrachte kattenluikjes, die eigenlijk ten doel hadden
de hardheid van het recht op omgang te benadrukken, werden in de praktijk
gebruikt voor de doortocht van hele kuddes olifanten: te kust en te keur beriep
men zich op ontzeggingsgronden, die vervolgens in de praktijk van alledag
grotelijks werden opgerekt. Aldus verwerd het recht op omgang tot een recht
op omgangsontzegging.
Hiervoor was de wet niet bedoeld; reparatie is geboden.
In het bijzonder moet de term `het belang van het kind' uit de wet. Dit was
aanvankelijk een juridische term die aangaf dat de zaak van het kind in de
rechtszaal besproken mocht worden; `het belang van het kind' is echter verworden
tot een rechtsgrond waarop de band met een van zijn ouders, hoewel die jarenlang
liefdevol was, doorgesneden mag worden. De praktijk heeft afdoende bewezen
dat dit tot slechte gevolgen leidt, dus: weg met `het belang van het kind'.
Deze regels zijn bedoeld dit belang te erkennen zonder het te omschrijven.
Overigens: voor ontzegging op basis van dringende gronden zijn er de kinderbeschermingsmaatregelen.
Die dienen een ander doel, bescherming van het kind, en dienen niet
verward te worden met rechten van het kind in normale situaties.
5) Een ouder die het ouderschap niet met de andere ouder wil delen moet maar vragen om van het ouderlijk gezag ontheven te worden in plaats van (op grond van allerlei gelegenheidsverwijten) de andere ouder uit het gezag te kunnen stoten.
Toelichting
De strijd die ontstaat na echtscheiding heeft nu een autonome dynamiek die
niets, of heel weinig, te maken heeft met de oorzaak van de echtscheiding.
De strijd wordt gevoed door de angst de kinderen te verliezen (aan de andere
ouder) en de wetenschap dat in de actuele situatie die andere ouder wel eens
het eerst het verzoek zou kunnen doen om volledig met de zorgplicht te worden
belast. Als een rechter daar intrapt, is het onheil daar. Tijdens het
huwelijk zijn het de maatregelen van kinderbescherming waarmee ouders onder
curatele kunnen worden gesteld. Het valt niet in te zien dat er na de echtscheiding
andere kinderbeschermingsmaatregelen nodig zouden zijn.
De dempende werking van een dergelijke benadering berust op het ontnemen van
de kans op winst door alleen maar een juridische strijd te voeren.
6) Handhaving van rechterlijke uitspraken (inzake zorg en omgang) door middel van strafrecht en door de sterke arm van rechtswege, net als bij handhaving van het gezag.
Toelichting
Het is bekend dat het gezag effectief wordt gehandhaafd: vrijwel geen enkele
ouder ontvoert zijn kind, want dan komt onmiddellijk de politie in actie.
Door de rechter vastgestelde omgangsregelingen worden al jaren massaal geschonden,
omdat deze regelingen niet worden gehandhaafd.
Een, ook economisch, nuttige barrière van deze handhaving: indien er problemen
ontstaan moet men eerst naar de rechter, daarna pas treden de sancties in
werking.
Bovendien vult de maatregel een leemte in de huidige rechtshandhaving bij
schending van het gezag door de ouders ten opzichte van elkaar. Deze schending
is thans niet vervolgbaar maar wordt onmogelijk gemaakt door de hier bepleite
handhaving van rechterlijke uitspraken.
In de praktijk zal dit op het volgende neer komen: indien bijvoorbeeld een
moeder het kind niet aan vader wil meegeven, dan weet zij dat de politie het
toch komt halen. Deze wetenschap zal haar er toe zal brengen niet tegen te
werken en is dus een heel direct en effectief middel:de kracht van de regel
ligt in de dreiging die er van uit gaat.
========================
Nadere toelichting en argumenten tegen de huidige rechtspraktijk.
De actuele wetgeving lokt strijd uit over de toegang tot de kinderen. Niet
voor niets gaat de omgang thans in de meerderheid der gevallen geheel of gedeeltelijk
verloren.
De oorzaak daarvan is niet alleen de moralistische leest waarop de Raad voor
de Kinderbescherming zijn onderzoeken schoeit, maar ook het effectief ontbreken
van toezicht op het werk van de Raad.
Klachten over de inhoud van adviezen zijn niet ontvankelijk "omdat de rechter
daar toezicht op houdt", aldus ook de Nationale ombudsman. Met dezelfde argumentatie
worden klachten over de vertaling van het verzoek van de rechter in onderzoeksvragen
afgeserveerd, terwijl zelfs bedenkingen tegen de bejegening en de partijdigheid
van de raadsmedewerkers, zoals die blijken uit de rapportage, worden afgedaan
als niet ontvankelijk "omdat over de inhoud van een rapport niet kan worden
geklaagd".
In werkelijkheid echter houdt de rechter geen toezicht op het werk van de Raad. Die is immers geen partij in de procedure terwijl de raadslieden, die meestal werken op basis van toevoeging, geen vergoeding ontvangen voor bestudering van de raadsrapporten zodat de inhoud daarvan ook niet ter discussie komt. Zelfreiniging ontbreekt, pervertering lonkt. Aan advocaten die een raadsrapport krijgen voorgelegd zou dus een extra vergoeding wegens meerwerk moeten worden toegestaan. Het is evident dat dit meerwerk van de advocaat later in de procedure meervoudig wordt terugverdiend omdat er veel minder koerscorrecties nodig zullen zijn.