Problematiek

Stichting Ouders Zonder Omgang

 

 

 

 

 

 

Inleiding

gevolgen

kosten

PAS-Theorie

PAS-Praktijk

Wat wil OZO

Bemiddeling

 

 

 

Inleiding

Recht op omgang met kinderen is als het recht op vrijheid: het is een recht van geboortewege.

Net als het recht op vrijheid, kan het recht op omgang slechts ontnomen worden indien daar ernstige redenen voor zijn, die in de Nederlandse wet als ontzeggingsgronden zijn opgesomd.

Of deze van toepassing zijn, bepaalt de rechter.

Uit de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt, dat er in 55% van de gevallen ernstige problemen zijn met de omgang. De stichting OZO schat dat er hooguit in 5% serieuze beletselen zijn voor omgang, en dat dus in 50% van de gevallen de omgang na (echt)scheiding slecht loopt, of verloren gaat, zonder objectief en wettelijk geldige reden.

Dit wordt veroorzaakt doordat in vrijwel alle geledingen van de maatschappij aantasting van het recht op omgang wordt gedoogd:

- ouders die hun kind(eren) tegen de andere ouder opzetten,

- familieleden en vrienden die dat accepteren of er zelfs aan meewerken,

- scholen die weigeren informatie te geven aan ouders,

- kinderbeschermers en jeugdzorgers die omgang op een wettelijk en sociaal verkeerde manier benaderen, en aldus de problemen vergroten in plaats van oplossen,

- advocaten die hun cliënten nog al eens aanmoedigen om dwars te liggen en rechterlijke uitspraken te negeren,

- rechters die te weinig kritisch afgaan op adviezen van de Raad voor de Kinderbescherming en andere instanties, ook indien daar heel wat op aan te merken is, en te weinig bereid zijn om de zelf vastgestelde regeling van de omgang met behulp van sancties tegen onwillige zorgouders te verdedigen,

- de politiek die te weinig aandringt op uitvoering van de wet en zich te weinig bekommert om betere wetgeving,

- de samenleving die in haar reacties een gebrekkige kennis van de "nieuwe" wet uit 1990 weerspiegelt.

Dit alles leidt tot veel en onnodig leed voor betrokken kinderen, ouders en verdere familieleden, en tot torenhoge uitgaven door de overheid om resulterende schade te bestrijden.

De statistieken bewijzen hoe verkeerd dit alles uitpakt.

terug naar de top

 

 

 

Gevolgen

De Nederlandse samenleving krijgt voor het falende beleid en de slechte rechtshandhaving de kosten op vele manieren gepresenteerd. Zoals bijvoorbeeld voor:

- rechtspraak en rechtsbijstand

- onderzoeken door de Raad voor de Kinderbescherming

- deskundigenonderzoek door bijv. FORA, CGG etc.

- jeugdbescherming (gezinsvoogden)

- jeugdzorg (begeleide omgang)

- uitkeringen voor WAO en AAW van verdrukte ouders

Veel ouders raken door het verlies van het contact met hun kinderen in de put en worden vervolgens vaker dan nodig arbeidsongeschikt.

De schatting: per jaar 10.000 kinderen en 5.000 ouders zonder omgang, en 2.500 ouders extra die - tijdelijk - minder, of zelfs helemaal niet meer productief zijn voor de samenleving.

Omdat deze ontwikkeling is begonnen in 1971, lijkt een schatting van 30.000 tot 40.000 gevallen van arbeidsongeschiktheid als gevolg van de omgangsproblematiek zeker niet te hoog.

Kinderen die het contact met een van de ouders moesten missen, zijn als volwassene vaker onzeker, minder doortastend en vaker gedeprimeerd.

Krijgen zij zelf kinderen dan is er een grote kans dat zij overbrengen wat hun zelf gebeurd is. De kosten die daaruit voortkomen zijn moeilijk te schatten, maar zonder twijfel groot.

terug naar de top

 

 

Kosten


Geschatte kosten per jaar:

(Waar goede cijfers ontbreken een schatting en de redenering die daaraan ten grondslag ligt)

- Advocatuur: 2.500 Euro per partner; 5000 zaken per jaar = 25 miljoen Euro.

- Rechtspraak: 5000 zaken per jaar à 40 mensuren à 250 Euro = 50 miljoen Euro.

Opmerking: deze kosten omvatten salarissen van rechters en andere medewerkers, alsmede afschrijving van gebouwen.

- Onderzoeken door de Raad: 10.000 per jaar; 10.000 Euro per onderzoek = 100 miljoen Euro.

Opmerking : bij de Raad werkten in 1999 1648 mensen (van hoog tot laag), in 2000 dus (geschat) 1750. Een derde van het raadswerk heeft betrekking op omgangszaken; daaruit ontstaat een aantal beschermingszaken. In het jaarverslag van de Raad wordt dit aandeel niet apart vermeld. Een (zeer) veilige aanname is dus, dat omgang etc. 1/3 e deel van het werk van de Raad uitmaakt.

Een personeelslid kost, met afschrijving voor gebouwen etc. 125.000 Euro per jaar. Dat levert een totaal bedrag van 1750 * 125000 / 3 = 73 miljoen Euro per jaar, wat de grootte orde van bovenstaande schatting bevestigt.

- Deskundigenonderzoek: 1000 per jaar à 20.000 Euro = 20 miljoen Euro.

- Gezinsvoogden: in 2001 vroegen Vedivo en B.M.J. blijkens Perspectief van 8 december 2000 een extra budget van 102 miljoen gulden aan; daarvan werd een bedrag van 35 miljoen in de wacht gesleept.

Schatting: aan gezinsvoogdij instellingen wordt zeker een kwart van het budget uitgetrokken voor (echt)scheidingsgerelateerde werkzaamheden, ofwel zo'n 25 miljoen Euro.
Navraag bij het Ministerie van Justitie (januari 2002) leerde, dat de jaarlijkse subsidie voor de twintig stichtingen, bij welke de gezinsvoogdij is ondergebracht, 105 miljoen Euro groot is.

- Begeleide omgang: 2000 Euro per geval, 2000 gevallen per jaar is 4 miljoen Euro. Deze post lijkt dus globaal van gering belang.

- Een heet hangijzer vormen de kosten als gevolg van productiviteitsverlies en extra uitgaven voor de gezondheidszorg.

Als er per jaar 8.000 ouders (van ca. 10.000 kinderen) te maken krijgen met de alles ontwrichtende problematiek van omgang na (echt)scheiding, en er van hen een kwart de lust en de energie voor maatschappelijke bijdrage ontvalt, en dat gedurende 10 jaar gemiddeld, dan zou er sinds 20 jaar sprake zijn van een min of meer stabiel stuwmeer van 20.000 mensen die in WAO of bijstand een veilig heenkomen zochten.

De schatting is zeer speculatief, maar niet overdreven voorzichtig. En als wordt meegeteld dat menige ouder zijn oude daadkracht verliest, na zijn kennismaking met het probleem van de omgang, dan is in te zien dat het arbeidsverlies inderdaad hoger is dan de uitkeringen voor WAO of RWW doen vermoeden.

Voorlopig wordt uitgegaan van een verlies van 20.000 x 25.000 Euro = 500 miljoen Euro aan inkomsten uit reguliere arbeid.

Pro memorie: extra kosten gezondheidszorg, idem t.g.v. eenoudergezinnen.

Samenvattend: Kosten per jaar

Advocatuur 25 miljoen Euro

Rechtspraak 50 miljoen Euro

Raad v. Kindb. 100 miljoen Euro

Deskundigen 20 miljoen Euro

Gezinsvoogdij 25 miljoen Euro

Begeleiding 4 miljoen Euro

Arbeidsverlies 500 miljoen Euro

Overig ?

---- ----

Totaal: ca. 750 miljoen Euro

 

Tenslotte: bezoekers van deze site worden van harte uitgenodigd hun bijdrage te leveren aan verbetering van de schattingen en analyses die hier worden gepresenteerd.

terug naar de top

 

 

PAS-theorie

Oudervervreemdingssyndroom (Parental Alienation Syndrome)

 

Een beknopte inleiding op het probleem van oudervervreemding vindt U in de OZO-folder PAS.


De website van de ontdekker van het syndroom, MD. R.A. Gardner biedt een lijst van boeken over scheidingsproblematiek, waaronder PAS, artikelen van Gardner en vele anderen over PAS, en wettige citaties (rechtszaken waarin het beschouwen van PAS geaccepteerd werd).
Deze lijsten worden voortdurend geactualiseerd.
Gardner bespreekt ook diagnostische methoden om valse incestbeschuldigingen van echte incest te onderscheiden.

Er is een Nederlandse recensie van het boek `Parental Alienation Syndrome' van Gardner.


PAS is ook relevant in de ons omringende landen.
Een lezing over PAS werd gegeven op een PvdA-congres in 2001 door mw. Dipl.-Psych. Ursula Kodjoe (Duitsland).
Een interview met haar verscheen in Perspectief .
Zij besprak ook kort de Oorzaken en signalen van PAS .


Een opmerking over DSM-IV.
DSM IV is de psychiatrie bijbel waarin allerlei aandoeningen zijn benoemd en gedefinieerd.
De Raad gebruikt, in zaken omtrent het oudervervreemdingssyndroom bijvoorbeeld, wel het argument: "Dat staat niet in DSM IV".
In de rapporten van de Raad wordt echter echter heel wat beweerd dat daar ook niet in staat. Het wel of niet vermeld zijn in DSM IV is dus geen argument. Dit kan van belang zijn bij klachtzaken.
DSM-IV wordt opgemaakt in de VS. Het feit dat PAS niet in DSM-IV staat heeft niet betekent dat PAS niet beschouwd mag worden in rechtszaken. Op de website van Gardner staan zo'n 70 referenties naar rechtszaken waarin PAS als legaal argument toe gelaten werd.

terug naar de top

 

 

PAS-praktijk


De ontdekker van PAS, dr. Gardner, heeft in 2001 een vervolgstudie gedaan naar het effect van ofwel dwang opleggen om tot omgang te komen (bijvoorbeeld door de zorg toe te wijzen aan de andere ouder), ofwel te aanvaarden dat het contact als verloren wordt beschouwd. Hij onderzocht 99 gevallen waarin hij de Rechtbank adviseerde.

De onderzochte vraag was of de bij het kind vast te stellen symptomen van PAS een verandering ondergingen.

In 77 gevallen volgde de rechtbank Gardners advies niet op. Daarvan bleek in 7 gevallen dat de PAS verschijnselen desondanks verminderd of verdwenen waren; in de 70 andere gevallen was er onverminderd of sterker sprake van PAS.

In 22 gevallen volgde de rechtbank het advies wel. In al deze gevallen waren de PAS verschijnselen significant verminderd of zelfs verdwenen.

Er is geen enkele reden om aan te nemen dat deze getallen niet representatief zouden zijn voor de Nederlandse situatie.


Dus: spontane verbetering: zo'n 10 %.

verbetering door dwang: zo'n 100 %


Deze harde feiten laten maar een conclusie toe: de huidige gedoogcultuur, die onbewust inzet op de 10% kans op spontane verbetering, heeft geen enkel bestaansrecht. Slechts de bereidheid om dwangmaatregelen op te leggen is een uiting van liefde voor het kind.


Literatuur: R.A. Gardner, Should courts order PAS-children to visit/reside with the alienated parent? A follow-up study, The American Journal of Forensic Psychology 19(3), 61-106 (2001)

Nederlandse vertaling van Gardner's samenvatting (2 pagina's)

Gardner's samenvatting in het Engels (2 pagina's)

Opmerking: bij verreweg de meeste zaken werd overdracht van de zorg aanbevolen, met aldus de bovengenoemde succeskans.
In geval 71 werkte deling van de zorg en een vermaning effectief.

In gevallen 58-59 werd dwang opgelegd om tot omgang te komen, hetgeen tot succes leidde.
Evenzo in gevallen 92-93, waar het aanvankelijke achterwege laten van dwang geen enkel effect boekte.

terug naar de top

 

 

Wat wil OZO?

 

De Stichting Ouders Zonder Omgang heeft ten aanzien van de wetgeving de volgende doelstellingen.

1) Gelijkwaardig ouderschap: Het omgangsrecht moet worden vervangen door zorgrecht.

Vader en moeder moeten, na scheiding, ieder hun rol in het leven van de kinderen behouden. Daarom moeten ze ook na scheiding een gelijke juridische positie hebben. Elk onderscheid dat in de wet wordt gemaakt of gesuggereerd tussen de ouders, lokt potentieel strijd uit. De wet moet dus spreken over twee zorgouders en worden gevrijwaard van termen als "omgang" en andere ongelijkheid creërende begrippen.

Toelichting
Pas als ongelijkheid van de ouders werkelijk niet wordt getolereerd, wordt het uitwerken van de zorgverdeling na de scheiding een proces tussen gelijke partijen die tot een compromis zijn veroordeeld. Op de achtergrond dreigt een beslissing van de rechter die zich gebonden weet aan de wet die discriminatie niet meer tolereert.
Deze benadering beperkt de rol van de Raad voor de Kinderbescherming bij omgangszaken tot een pragmatisch vergelijken van agenda's en het aandragen van oplossingen voor praktische problemen.
In het bijzonder wordt een moralistisch onderzoek gebaseerd op indrukken voorgoed in de ban gedaan.



2) De zorg van een ouder voor zijn kind behoort tot de mensenrechten en de fundamentele vrijheden.

In de wet moet worden benadrukt dat een scheiding tussen de ouders het natuurrecht van het kind op toegang tot zijn natuurlijke leefomgeving - familie, vrienden, school, etc. - niet beperkt. De relaties die het kind met zijn leefomgeving had, en omgekeerd, ondervinden geen verandering door de scheiding van de ouders.

Toelichting
De wet waarborgt op deze manier nog eens het contact van het kind met beide ouders, die immers beiden hun eigen familie- en kennissenachterban hebben.
Grootouders zien hun oude dag niet meer verziekt door het missen van hun kleinkinderen.

3) De gelijkheid van beide ouders moet, waar mogelijk, uitgedrukt worden in een 50%-50% zorg verdeling. Een vangnet moet zijn elk tweede weekend, de helft van de vakanties en de feestdagen.
De alimentatie verplichting moet op deze verdeling afgestemd zijn.

Toelichting
Ouderschap kan alleen daadwerkelijk ingevuld worden door een flinke hoeveelheid tijd met de kinderen door te brengen in ieders eigen thuissituatie.
Het is aanbevelenswaardig om per jaar een schema vast te leggen, bijv elke even week of elk even weekend, en de eerste helft van alle vakanties, bij dezelfde ouder.
Het nu bestaande probleem dat een ouder geen omgang heeft maar wel (soms hoge) alimentatie betaalt, verdwijnt: die ouder verkrijgt omgang, met afgestemde alimentatie.

4) De ontzeggingsgronden moeten uit de wet.

Zolang het omgangsrecht nog niet vervangen is door een zorgrecht moeten in elk geval de ontzeggingsgronden uit de wet worden geschrapt. Inbreuken op het ouderschap mogen alleen maar plaatsvinden op basis van een kinderbeschermingsmaatregel.
Ontzeggingsgronden zijn helemaal niet nodig en zij koppelen ten onrechte scheiding van de ouders aan iets dat het karakter heeft van een "automatische" kinderbeschermingsmaatregel.

Toelichting
De eerder in de wet aangebrachte kattenluikjes, die eigenlijk ten doel hadden de hardheid van het recht op omgang te benadrukken, werden in de praktijk gebruikt voor de doortocht van hele kuddes olifanten: te kust en te keur beriep men zich op ontzeggingsgronden, die vervolgens in de praktijk van alledag grotelijks werden opgerekt. Aldus verwerd het recht op omgang tot een recht op omgangsontzegging .
Hiervoor was de wet niet bedoeld; reparatie is geboden.
In het bijzonder moet de term `het belang van het kind' uit de wet. Dit was aanvankelijk een juridische term die aangaf dat de zaak van het kind in de rechtszaal besproken mocht worden; `het belang van het kind' is echter verworden tot een rechtsgrond waarop de band met een van zijn ouders, hoewel die jarenlang liefdevol was, doorgesneden mag worden. De praktijk heeft afdoende bewezen dat dit tot slechte gevolgen leidt, dus: weg met `het belang van het kind'. Deze regels zijn bedoeld dit belang te erkennen zonder het te omschrijven.
Overigens: voor ontzegging op basis van dringende gronden zijn er de kinderbeschermingsmaatregelen. Die dienen een ander doel, bescherming van het kind , en dienen niet verward te worden met rechten van het kind in normale situaties.

5) Een ouder die het ouderschap niet met de andere ouder wil delen moet maar vragen om van het ouderlijk gezag ontheven te worden in plaats van (op grond van allerlei gelegenheidsverwijten) de andere ouder uit het gezag te kunnen stoten.

Toelichting
De strijd die ontstaat na echtscheiding heeft nu een autonome dynamiek die niets, of heel weinig, te maken heeft met de oorzaak van de echtscheiding. De strijd wordt gevoed door de angst de kinderen te verliezen (aan de andere ouder) en de wetenschap dat in de actuele situatie die andere ouder wel eens het eerst het verzoek zou kunnen doen om volledig met de zorgplicht te worden belast . Als een rechter daar intrapt, is het onheil daar. Tijdens het huwelijk zijn het de maatregelen van kinderbescherming waarmee ouders onder curatele kunnen worden gesteld. Het valt niet in te zien dat er na de echtscheiding andere kinderbeschermingsmaatregelen nodig zouden zijn.
De dempende werking van een dergelijke benadering berust op het ontnemen van de kans op winst door alleen maar een juridische strijd te voeren.

6) Handhaving van rechterlijke uitspraken (inzake zorg en omgang) door middel van strafrecht en door de sterke arm van rechtswege, net als bij handhaving van het gezag.

Toelichting
Het is bekend dat het gezag effectief wordt gehandhaafd: vrijwel geen enkele ouder ontvoert zijn kind, want dan komt onmiddellijk de politie in actie. Door de rechter vastgestelde omgangsregelingen worden al jaren massaal geschonden, omdat deze regelingen niet worden gehandhaafd.
Een, ook economisch, nuttige barrière van deze handhaving: indien er problemen ontstaan moet men eerst naar de rechter, daarna pas treden de sancties in werking.
Bovendien vult de maatregel een leemte in de huidige rechtshandhaving bij schending van het gezag door de ouders ten opzichte van elkaar. Deze schending is thans niet vervolgbaar maar wordt onmogelijk gemaakt door de hier bepleite handhaving van rechterlijke uitspraken.
In de praktijk zal dit op het volgende neer komen: indien bijvoorbeeld een moeder het kind niet aan vader wil meegeven, dan weet zij dat de politie het toch komt halen. Deze wetenschap zal haar er toe zal brengen niet tegen te werken en is dus een heel direct en effectief middel:de kracht van de regel ligt in de dreiging die er van uit gaat.

========================


Nadere toelichting en argumenten tegen de huidige rechtspraktijk.

De actuele wetgeving lokt strijd uit over de toegang tot de kinderen. Niet voor niets gaat de omgang thans in de meerderheid der gevallen geheel of gedeeltelijk verloren.
De oorzaak daarvan is niet alleen de moralistische leest waarop de Raad voor de Kinderbescherming zijn onderzoeken schoeit, maar ook het effectief ontbreken van toezicht op het werk van de Raad.
Klachten over de inhoud van adviezen zijn niet ontvankelijk "omdat de rechter daar toezicht op houdt", aldus ook de Nationale ombudsman. Met dezelfde argumentatie worden klachten over de vertaling van het verzoek van de rechter in onderzoeksvragen afgeserveerd, terwijl zelfs bedenkingen tegen de bejegening en de partijdigheid van de raadsmedewerkers, zoals die blijken uit de rapportage, worden afgedaan als niet ontvankelijk "omdat over de inhoud van een rapport niet kan worden geklaagd".

In werkelijkheid echter houdt de rechter geen toezicht op het werk van de Raad. Die is immers geen partij in de procedure terwijl de raadslieden, die meestal werken op basis van toevoeging, geen vergoeding ontvangen voor bestudering van de raadsrapporten zodat de inhoud daarvan ook niet ter discussie komt. Zelfreiniging ontbreekt, pervertering lonkt. Aan advocaten die een raadsrapport krijgen voorgelegd zou dus een extra vergoeding wegens meerwerk moeten worden toegestaan. Het is evident dat dit meerwerk van de advocaat later in de procedure meervoudig wordt terugverdiend omdat er veel minder koerscorrecties nodig zullen zijn.

terug naar de top

 

 

Bemiddeling

Mensen die gaan scheiden doen er verstandig aan hun problemen zelf op te lossen, en niet te laten escaleren voor de rechtbank. Die geeft wel een dure oplossing, maar lang niet altijd een bevredigende.

Om in scheidingssituaties tot afspraken te komen kan het zinvol zijn een onafhankelijke derde, de bemiddelaar in te schakelen. Die zal trachten een compromis te bereiken waar alle partijen (ouders en kinderen) mee kunnen leven.

Bemiddelen heeft geen zin indien een van de partijen daar niet aan mee wil werken. Een partij kan medewerking veinzen, maar toch alle pogingen tot vergelijk laten stranden.
Bemiddelen over omgang mag alleen gaan over modaliteiten (wanneer, waar) maar niet over de vraag of er omgang moet zijn.

Bemiddelen terwijl de omgang al geblokkeerd is, is onverstandig. Niet voor niets huldigt ook kampioen-bemiddelaar professor Hoefnagels het axioma: eerst omgang, dan bemiddelen.
Wanneer er geen omgang is, kan instemming met de omgang als drukmiddel worden ingezet. De dreiging van het spreekwoord “Wie wijkt voor chantage, lokt chantage uit”, is in zo'n geval levensgroot aanwezig.

OZO meent dat eerst de gelijkwaardigheid van beide partijen gewaarborgd dient te worden. Bemiddelen zal pas dan succesvol zijn indien het ongunstig is om er niet aan mee te werken

terug naar de top