Wet en Politiek:
ontwikkelingen

Stichting Ouders Zonder Omgang

 

 

 

 

 

 

Op 29-11 2005 is het wetsvoorstel Luchtenveld aangenomen. De definitieve tekst staat hier.

Het wetsvoorstel van Luchtenveld is in december 2004 beoordeeld en van commentaar voorzien door de Raad van State. Zie de herziene Memorie van Toelichting en het herziene wetsvoorstel.
De kamersfracties hebben in januari 2005 vragen gesteld. Die zijn in april beantwoord door Luchtenveld.

Op 1-7-2004 heeft Luchtenveld (VVD) een initiatiefwetsvoorstel ingediend over rechterloze scheiding en voortzetting van zorg na scheiding.
Belangrijke punten stemmen haarfijn overeen met "Wat wil OZO", te weten:
- Ouders zijn verantwoordelijk voor het opstellen van een deugdelijke regeling met betrekking tot de voortzetting door hen beiden van de zorg- en opvoedingsrelatie met hun kinderen na de ontbinding van het huwelijk.
-Waar ouders gezamenlijk het gezag hebben, is de term omgang buiten de orde. Voor zover de gedachte nog heerst dat gezamenlijk gezag niet een natuurlijke omgang door de ouders met het kind impliceert, is een mentaliteitsverandering geboden.

- Het kind en de niet met het gezag belaste ouder hebben recht op omgang met elkaar gedurende ten minste twee etmalen per veertien dagen.

- Het wetsvoorstel beoogt tevens om een einde te maken aan de thans bestaande praktijk om het ouderlijk gezag van een van de ouders verregaand te marginaliseren door gebruikmaking van het begrip "gewone verblijfplaats" van het kind.

-
Er dient derhalve een korte, maar efficiënte rechtsgang in het leven te worden geroepen voor geschillen tussen ouders die gezamenlijk het gezag hebben over hun kinderen, met betrekking tot de (uitvoering van de) regelingen die zij hebben getroffen waar het de nakoming van de zorg- en opvoedingsafspraken ten aanzien van hun kinderen na de echtscheiding betreft. Daarnaast dienen de desbetreffende rechterlijke beschikkingen alsmede de beschikkingen die door de rechter worden gegeven waar het betreft omgangsregelingen in zaken waarin sprake is van eenhoofdig gezag, adequaat ten uitvoer te kunnen worden gelegd.
- Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de rechter in een geval als bedoeld in het voorgestelde artikel 253a. de Raad voor de Kinderbescherming om advies vraagt: er mag geen situatie ontstaan waarin de tijd in het voordeel van de querulant werkt.
-De beoogde datum van inwerkingtreding van het onderhavige wetsvoorstel is 1 maart 2005, de datum waarop de Verordening Brussel II bis in werking zal treden, op grond waarvan binnen de Europese Unie de administratieve echtscheiding zal worden erkend.

terug naar de top

 

Eind 2002 zijn in de Tweede Kamer een aantal moties ingediend en aangenomen met het doel de omgangsproblematiek in te dammen. De volledige teksten staan hier, tesamen met de reactie van de minister.

Deze moties en de OZO-visie daarop zijn kortgezegd:

1) Dittrich (D66; ondersteund door alle partijen behalve het CDA) verzoekt de regering voorstellen te doen om in de wet verplichte scheidings- en omgangsbemiddeling te introduceren in geval van omgangsconflicten over de kinderen.

Mr. Prinsen wees er tijdens de donateursdag van 27-10 j.l. echter op dat bemiddeling onder de huidige wet, die dwarsliggen beloont, een heilloze weg is.

 

2) Luchtenveld (VVD) verzoekt de regering in overleg te treden met de Raad van de Rechtspraak teneinde te bevorderen dat dwangsommen vaker worden opgelegd in gevallen waarin de omgangsregeling wordt gefrustreerd.

Ook dit goedbedoelde voorstel voor handhaving heeft zijn onwerkbaarheid in de praktijk al bewezen. Weg ermee.


3) Dittrich (D66) verzoekt de regering voorstellen te ontwikkelen, waarbij een standaard omgangsregeling van minstens elk andere weekend in de wet wordt vastgelegd die de verzorgende ouder niet eenzijdig mag verminderen, geldend totdat de rechter of beide ouders gezamenlijk anders hebben beslist. (De overweging is dat het in het algemeen in het belang van kinderen is om contact te hebben met beide ouders, ongeacht of die ouders al dan niet het gezamenlijk gezag over de kinderen hebben).

OZO omarmt dit voorstel, het kan immers oudervervreemding voorkomen, maar betreurt dat er niet over een 'zorgregeling' en de handhaving gesproken wordt.

 

4) De Pater (CDA) verzoekt de regering met een voorstel te komen tot aanpassing van de wet om een wettelijke (zorg)plicht voor ouders te creëren om tot afspraken te komen met betrekking tot de vorm en inhoud van de zorgplicht van ouders voor hun kinderen na scheiding c.q. ontbinding van het geregistreerd partnerschap; (zij overweegt dat ouders na scheiding c.q. ontbinding van het geregistreerd partnerschap belast blijven met het gezag en de opvoeding van hun kinderen en de daaruit voortvloeiende zorgplicht).

OZO meent dat dit verzoek de discussie naar een hoger niveau trekt, door te zoeken naar fundamentele oplossingen in plaats van ad hoc lapmiddelen.


Er wordt ook nagedacht over een motie voor de 'oude' echtscheidingen, van voor 1998, dus voordat gezamenlijk ouderlijk gezag na scheiding automatisch bleef bestaan. Volgens sommigen zouden die gevallen in de gelegenheid moeten worden gesteld om alsnog het gezamenlijk ouderlijk gezag te verwerven. OZO is tegen die aanpak, omdat ouderlijk gezag momenteel een lege huls is. Voor een fundamentele oplossing, zie 'Wat Wil OZO?, welke regels dienen te gelden voor alle en dus ook de 'oude' gevallen.

Terwijl menigeen oordeelt dat het mooi is dat er eindelijk wat verandert, wil OZO de vinger goed aan de pols houden. De krachten in het familierecht zijn groot; een slappe wetsverandering zal zeker meer schade aanrichten dan goed doen en echte vooruitgang voor jaren blokkeren.

terug naar de top

 

 

Een juridische stelregel luidt:

Wet is niet dat wat er in het wetboek staat, maar dat wat wordt gehandhaafd.

Met andere woorden:

aan de handhaving van de wet in de praktijk valt de kwaliteit van de wetgeving af te lezen.

Begin 2001 kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek met nogal slechte rapportcijfers voor de omgangswetgeving en -handhaving.
Maar liefst 30% van de ca. 10.000 omgangskinderen die er per jaar bijkomen, verliest het contact met de andere ouder geheel. In 25% van de gevallen waarin er wel omgang is, loopt deze omgang (zeer) slecht.

Steeds vaker klinkt dan ook de roep uit de samenleving om verbetering van de wet. Die moet duidelijker omschrijven, wat er sinds 1990 staat: recht op omgang is onvervreemdbaar. En in de wet moet sancties worden ingebouwd op niet naleving.

Steeds vaker gaan er stemmen op, ook in de media, om van het belemmeren van de omgang een strafbaar feit te maken.
Indien omgang dan wordt geblokkeerd, kan de hulp van de politie worden ingeroepen.
In Brazilië is schending van de omgang strafbaar en wordt de wet inderdaad ervaren als probleemvoorkomend.
In Frankrijk is het niet overdragen van het kind aan de degene die op zeker moment het recht heeft om het kind op te eisen, strafbaar gesteld. Overtredingen worden echter aanzienlijk minder fel vervolgd dan die ten aanzien van alimentatieverplichtingen.
In Nederland bestaat rechtsongelijkheid: een omgangsouder die zijn eigen kind "ontvoert" krijgt de politie op zijn dak, maar de verzorgende ouder kan jarenlang en straffeloos rechterlijke beschikkingen over de omgang naast zich neer leggen.

terug naar de top