VK050209

Reactie op een artikel in de Volkskrant,
Volkskrant 2005-02-09

Het rumoer rond de bevinding dat meer kinderen worden mishandeld dan gedacht, onthult een macaber feit. Dat is niet het onverwachte succes van een samenwerkingsverband van vijf ministeries bij het opsporen van euvel. En dat is ook niet het nare aapje dat ergens in een mouw steekt en dat straks een fiks hoger jeugdzorgbudget claimt. Het macabere steekt in de vaagheid over de instanties waar men zo verkeerd dacht, het is de ingetogen zwijgzaamheid over het tekortschieten van de jeugdzorg zelf, die macaber is. Juist die steelsheid noopt tot beantwoording van voor de hand liggende vragen als: hoeveel van die 50 tot 80 kinderen die jaarlijks door mishandeling overlijden, wonen in pleeggezinnen of tehuizen, hoeveel kindereen waren onder toezicht gesteld? Pas als op die vragen een antwoord is gekomen, kan het antwoord worden gegeven op de vraag hoe jeugdzorg er in de toekomst moet uitzien, hoeveel geld ervoor moet worden uitgetrokken.

Het zou mij niets verbazen als de bevindingen luiden dat het werk van jeugdzorg niet duurder, goedkoper, of anders moet, maar dat het gewoon... niet moet. Precies zoals het werk van jeugdzorg voor ouders na een echtscheiding bijna altijd in Verelendung voor het kind ontaardt, zo zou dat ook wel eens in de gewone wereld meestal in rampen kunnen uitmonden.

Zolang echte en harde statistieken blijven steken in versluierde berichtgeving of zelfs niet eens worden opgesteld, is aan de effectiviteit van jeugdzorg geen touw vast te knopen en is het veiliger om haar maar af te schaffen.

Alle jeugdzorg de wereld uit, te beginnen in Nederland.

Arthur Ross,
St. Ouders Zonder Omgang, Amsterdam