TU040107
STOUTE OUDERS - BRAVE JEUGDZORG,
Tubantia 2004-01-07
Op 3 januari jl. verscheen in Twente Vandaag het artikel van Jouke Schaafsma waarin verslag wordt gedaan van de plannen van burgemeester Knip van Almelo om ouders aan hun sleutelrol voor het oplossen van veel maatschappelijke problemen te houden, en de bijval daarvoor van directeur Dirksen van Bureau Jeugdzorg. Om ouders deze rol naar behoren te laten vervullen moeten er sancties worden ingesteld in de vorm van boetes en gedwongen cursussen.
Maar voor die boetes zien de ambtenaren van Sociale Zaken hun burgemeester al aankomen, en in verplichte cursussen heeft buiten het wereldvreemde gilde der hulpverleners nog nooit iemand geloofd.
Zijn voorgangers meegerekend vervult Bureau Jeugdzorg al sinds zowat honderd jaar de wettelijke taak van kinderbescherming. De overheid bestaat in allerlei vormen al duizenden jaren. De thans gepresenteerde voornemens bewijzen vooral het falen van beleidmakers en jeugdbeschermers door de jaren heen, niet dat van de ouders.
In 1971 is in de wet op de echtscheiding de veranderde maatschappelijke houding tegenover echtscheiding geformaliseerd. Een omgangsregeling van de niet met het gezag belaste ouder en het kind kon door de rechter worden vastgesteld, indien zo'n regeling in het belang was van het kind. Ouders zonder omgang bewogen sindsdien hemel en aarde en gingen onder elk juk door, om maar aan te tonen dat zij zich kwalificeerden voor de omgang met hun bloedeigen kinderen.
Onbewogen leenden hulpverleners hun oor aan de andere ouder die misbruik, incest, stalking, alcoholisme en wat niet al te berde bracht om die omgang te frustreren. Massaal en deskundig adviseerden zij de rechtbanken om de omgangsregelingen te schrappen. De adviezen bewezen, dat omgang tussen ouder en kind gemakkelijk verloren kon gaan, wat de eerder uitgelokte angst van het verlies van de kinderen – aan de andere ouder nota bene – alleen maar aanwakkerde.
In 1990 was het de wetgever al te dol geworden. Er kwam een nieuwe wet die in feite heel streng het wederzijdse recht op omgang tussen ouders en kinderen regelde. De hulpverlenerswereld wist het echter beter. De oude praktijk waarin ouders zich moesten laten vernederen om toch maar in godsnaam omgang te krijgen, werd onverstoorbaar gehandhaafd. Gedwongen omgang was schadelijk voor het kind, heette het al gauw. Begeleide omgangsregelingen, waarbij met name Bureaus Jeugdzorg in beeld kwamen, zouden dat leed moeten gaan verhelpen. Van de resultaten van hun begeleiding hebben de Bureaus wijselijk geen statistieken bijgehouden. Dat is beleid: dit soort hulpverlening is beducht voor controle en terugkoppeling.
Recentelijk bleek dat gezinnen waar een gezinsvoogd is aangesteld, het slechter doen dan soortgelijke gezinnen die het zonder deskundig toezicht moeten stellen. Zonder enige schaamte werd evenwel het idee van een gezinscoach omarmd. Wie vroeger voogd was wordt nu coach. En alles wordt anders en beter, stelt directeur Dirksen.
Een harde constante in de opstelling van de hulpwereld is de belofte, dat het morgen beter wordt. Er moeten discussies op gang worden gebracht, alsof hulpverlenerspraatjes wel gaatjes vullen. De werkelijkheid is dat de slechte gang van zaken steeds verandering eiste. Het was en is pet.
Burgemeester Knip presenteert niet zozeer een oplossing, als wel een probleem. En directeur Dirksen zingt al jaren hetzelfde lied.
Willen zij ouders verantwoordelijkheid geven? Laat hen dan met rust. Blijf van andermans kinderen af. Wat gij niet wilt dat U geschiedt, doe dat ook een ander niet.
De “vele maatschappelijke problemen” zijn in de eerste plaats veroorzaakt door bestuurders en hulpverleners, niet door de burgers. De betweters die verplichte cursussen verzinnen laten zich in de kaart kijken, als waarden die hun gasten niet vertrouwen.
Stuur de kasteleins naar huis. Laat ouders zich zelf om hun kinderen bekommeren.
Arthur Ross,
Stichting Ouders Zonder Omgang