TR050112
Pedagogische waarheden,
Trouw 2005-01-12
Jaap Westbroek, directievoorzitter van zes Haagse middelbare scholen, dringt in Trouw van 2005-01-12 aan op een pedagogisch debat opdat scholen weer gaan opvoeden.
“Onderwijs is aandacht; van docenten vraagt dit vooral dat ze van kinderen houden”, stelt hij. “Scholen moeten weer gaan opvoeden, het primaat van de pedagogiek moet worden hersteld...
Veel scholieren die met deze botsing der culturen worstelen hebben de neiging zich te verzetten. Tegen hun ouders, school, noem maar op. Tegelijkertijd willen ze er graag bij horen. Bij Murat D., die Van Wieren neerschoot, speelde dit ongetwijfeld ook Hij ging schieten toen hij verwijderd werd van school”.
Westbroek herhaalt tenslotte dat “het echte pedagogische debat ontbreekt”.
Hierop valt wel iets af te dingen.
Een van de erkend grootste ontwrichters in onze samenleving is het fenomeen (echt)scheiding. Juist op dat terrein delen pedagogen veelal de lakens uit. Zij controleren de congsi van adviseurs die sedert 1971 steevast door rechters werd geraadpleegd. De gegeven adviezen zijn in de overgrote meerderheid der gevallen opgevolgd en toch zijn de kinderen wier belang zo prominent op de eerste plaats werd gezet, massaal het slachtoffer geworden van deze adviseurs. Zijn dit de kinderen van wie docenten moeten houden? De ouders van die kinderen, en de kinderen zelf, zien ze komen!
Een uitspraak die voor bijna alle menswetenschappen geldt maar die is uitgevonden voor en door pedagogen, luidt: “In de pedagogie is het omgekeerde ook waar”.
Deze stelling geeft aan dat de schoen wringt, en zal blijven wringen: het primaat van de pedagogiek is het primaat van de paradox. Dat maakt de pedagogiek als richtsnoer of als baken onbruikbaar. Zij kan worden ingeroepen als autoriteit die bevestigt dat tegendraads aanvoelende maatregelen toch een verhoopt effect kunnen hebben, maar daar heeft de samenleving haar niet voor nodig want dat doet de paradoxale kwaliteit van het leven (is: langzaam sterven) zelf al..
Er is maar één manier om aan de greep van de paradox te ontsnappen. Namelijk door niet aan de pedagogiek, maar uitsluitend aan het recht het primaat voor de controle over de samenleving toe te vertrouwen. Door geen gehoor te geven aan adviezen zonder voorpellende waarde voor individuele gevallen maar door uit te gaan van wat in het belang is van de samenleving. Door van de multiculturele Babylonische warboel een monoculturele rechtsstaat te maken.
De belangrijkste van de Tien Geboden zijn de eerste drie. Want zij maken de volgende geboden tot onweerspreekbare en onweerlegbare fundamenten van de samenleving. Als die wet hard is, is dat jammer, maar wet is wet.
De pedagogische inzichten van Westbroek mogen in uitzonderingsgevallen een pleidooi tegen de hardheid van de wet steunen, als basis voor wetgeving leiden zij tot terreur.
Arthur Ross,
namens St. Ouders Zonder Omgang (Amsterdam)