TR040723

Trouw, 23 juli 2004
"Crècheleidsters in Zaandam gaan in het weekeinde hulp bieden aan gescheiden ouders die onderling geen goede bezoekregeling kunnen uitvoeren", aldus Erwin Kreulen, 19 juli jl.

Deze zin leidt tot twee conclusies:
1. Crècheleidster, doorgeleerd voor klein grut, achten zich gekwalificeerd voor het bieden van hulp. Daarmee alleen al bewijzen zij dat zij niet capabel zijn. Sinds 1971 falen hulpverlening, rechtspraak en politiek om omgangsproblemen op te lossen.
2. De hulp geldt ouders die "onderling geen goede bezoekregeling kunnen uitvoeren". Het woord "onderling" is overbodig. Voorvechters van omgangshuizen zijn op holle en overbodige woorden aangewezen, omdat zij verder niets te bieden hebben. Het woord bezoekregeling verwijst naar gevangenissen en ziekenhuizen. De hummeltjes die bijvoorbeeld in "De Grote Boks" de luiers en lakens uitdelen hebben het niet zo goed begrepen. Debezoekregeling moet volgens hen ook "goed" zijn. Kijk, daar schieten wij nog eens wat mee op, daar waren wij zelf nooit op gekomen.

Een tweede onthullende zin luidt: "Net als bij de andere omgangshuizen kunnen ouders een aantal keer (sic) begeleiding krijgen bij de overdracht van de kinderen".
Het dédain druipt er vanaf. Ouders die enkele keren mogen oefenen in het overdragen van de kinderen. In de voor de gelegenheid tot "Checkpoint Charlie" omgedoopte crèche zeker.

Het billijken van deze spionnenruil-praktijken zal contra-productief werken: de problemen worden er niet kleiner of minder door, zij worden juist uitgelokt: aanbod schept nu eenmaal vraag.
Sinds echtscheiding vanaf 1971 toenemend het domein van de hulpverlening werd - niet in het minst door haar exclusief adviserende functie voor rechtbanken - heeft de problematiek zich als een kankergezwel ontwikkeld.
De hulpverlening is daartegen niet de remedie , de hulpverlening is het carcinogene effect dat de kanker veroorzaakt.
De crècheleidsters reduceren de omgangsmoeilijkheden tot overdrachtsproblemen. Ook daaruit blijkt zonneklaar dat zij geen idee hebben van de aard van het te bestrijden kwaad. Hoewel...
Een derde belangrijke zin luidt: "Het Zaanse omgangshuis ontvangt voor twee jaar subsidie van het Oranjefonds. 'Daarna hopen we dat het een structurele voorziening kan worden', zegt De Vries".
Hieruit blijk dat men niets wil oplossen, men wil structureel werk: daar gaat het om.

Een gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden. De wereld van het familierecht is bevolkt door halve en hele gekken, en het is bijna onbegonnen werk om daar iets tegen te doen.
Maar bloed is dikker dan water, wij moeten wel, de samenleving moet wel. De problemen zullen ooit worden opgelost, maar niet door hulpverleners, ook niet door crèchekuikens.

Arthur Ross,
St. Ouders Zonder Omgang