Staatscourant 11- 2, 2003
In huidige wetgeving delven vaders bij echtscheiding het onderspit
Van onze redacteur
Het CBS berekende twee jaar geleden dat elk jaar naar schatting tienduizend
kinderen het contact met één van hun ouders verliezen. Medevoorzitter Theo
Nieuwenhuizen bestrijdt met de stichting Ouders zonder omgang (OZO) dit onrecht.
De zorg voor een kind moet voor de ouder een fundamenteel mensenrecht zijn
Zolang de wet niet klopt, is mediation een doekje voor het bloeden
Jaarlijks beëindigen
duizenden paren een formeel in een huwelijksakte of formele partnerschapsregistratie
vastgelegde relatie. In de meeste gevallen verloopt dat op redelijk harmonieuze
wijze, waarbij de voormalige partners - ook in geval er kinderen in het spel
zijn - tot goede afspraken weten te komen. Maar vaak komen ze er niet uit,
met als gevolg dat één van de twee ouders - en meestal is dat de vader - zijn
kinderen niet meer ziet.
De Tweede Kamer ziet in bemiddeling en 'mediation' bij echtscheiding het nieuwe
ei van Columbus. Maar mede-voorzitter Theo Nieuwenhuizen van de stichting
Ouders Zonder Omgang (OZO; www.ozo.nl) vindt het slechts een doekje voor het
bloeden. 'Het is dweilen met de kraan open. Zolang de wet niet klopt, zal
bemiddeling ook niet helpen.'
Formeel behandelt de wet sinds 1998 beide ouders als gelijkwaardig. Maar in
de praktijk maken rechters onderscheid tussen de 'verzorgende' ouder bij wie
de kinderen hun hoofdverblijf hebben en de niet-verzorgende, ofwel: de omgangsouder.
Als de rechter constateert dat beide ouders 'niet tot redelijk overleg in
staat zijn', acht hij het niet in het belang van het kinderen hen aan ruziënde
ouders bloot te stellen. Daarop wordt de niet-verzorgende ouder van omgang
met zijn kinderen uitgesloten.
Volgens Nieuwenhuizen moedigt de juridische praktijk zo aan dat de moeder,
als de ouder waar kinderen doorgaans hun hoofdverblijf hebben, gaat dwarsliggen
bij het maken of nakomen van afspraken. 'Dan zal de rechter al snel bepalen
dat sprake is van een verstoorde relatie tussen de ouders, waarna de vader
als niet-verzorgende ouder het contact met zijn kinderen wordt ontnomen.'
Theo Nieuwenhuizen spreekt uit ervaring. De aan de Universiteit van Amsterdam
verbonden theoretische fysicus heeft zijn zoon nu al twee-en een half jaar
niet ontmoet, omdat de moeder van zijn nu tienjarige zoon dwars ligt.
Ongelijkheid
De stichting OZO heeft zich ten doel gesteld iets aan deze onrechtvaardige
situatie te doen. Dat vraagt volgens Nieuwenhuizen in de eerste plaats om
een cultuurverandering. 'Het zit heel sterk in onze cultuur om te denken in
goud en fout. Dat zie je ook heel sterk in de rapporten van de kinderbescherming
en externe bureaus zoals FORA, die de rechter over de omgang adviseren. De
slechte eigenschappen van de ouder waar het kind woont, worden daarin weggemoffeld.
Bij de andere ouder worden die juist uitvergroot. Er is nauwelijks ruimte
voor nuance. Dat goed-fout denken lokt de strijd tussen ouders uit.'
Nieuwenhuizen c.s. streven verder een verandering van de wet na. In de eerste
plaats zou de zorg van een ouder voor zijn kind tot een fundamenteel mensenrecht
moeten worden gerekend en als zodanig in de wet opgenomen. Nieuwenhuizen:
'Voor een kind is het contact met zijn familie en vriendjes een natuurrecht.
De scheiding van zijn ouders mag dat natuurrecht niet belemmeren.'
Vader en moeder moeten na de scheiding elk hun rol in het leven van hun kinderen
kunnen blijven vervullen. Daarom willen wij dat in de wet gelijkwaardig ouderschap
wordt erkend. Elke suggestie van verschil tussen de ouders is een kiem voor
strijd. Een nieuwe wet moet daarom spreken over twee zorgouders en een zorgregeling.
Termen die ongelijkheid creëren, zoals "omgang" moeten uit de wet worden geschrapt,'
vindt Nieuwenhuizen.
De gelijkwaardigheid die OZO beoogt moet tot uitdrukking worden gebracht in
een gelijk verdeelde zorgverdeling. Nieuwenhuizen: 'Beide ouders moeten in
beginsel de helft van de zorg voor hun kinderen voor hun rekening nemen. Dus
ook de helft van de weekenden en de vakanties. Daarvoor zouden ze aan het
begin van elk jaar een schema vast kunnen stellen waarin de afspraken worden
vastgelegd.'
Zwaarwegend belang
Nieuwenhuizen is er heilig van overtuigd dat het in het belang van het kind
is als deze zijn beide ouders met regelmaat en gelijke frequentie ziet. Hij
wijst daarvoor op het oudervervreemdingsyndroom: 'Als een ouder uit het leven
van een kind verdwijnt terwijl die ouder nog wel leeft, dan krijgt dat kind
het gevoel dat geen enkele relatie duurzaam is. Dat kan grote gevolgen hebben
als hij zelf relaties aangaat met een partner en later met kinderen.'
Natuurlijk zijn er uitzonderingen waarin het beter is als kinderen één van
hun ouders niet meer zien. Nieuwenhuizen: 'De omgangswet heeft vier zogenaamde
ontzeggingsgronden geformuleerd. Daarop kan de rechter een beroep doen om
te regelen dat één van de ouders zijn of haar kind niet meer mag zien. Als
sprake zou zijn van ernstig geestelijk of lichamelijk nadeel voor het kind,
of één van de ouders ongeschikt wordt gevonden, kan de rechter een ouder uit
het ouderlijk gezag zetten en het recht op omgang ontzeggen.
'De meest funeste is de vierde ontzeggingsgrond die de omgang blokkeert als
die in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. Maar wat de wetgever
hier met zwaarwegend bedoelt, is niet omschreven. Dat geeft de rechter de
mogelijkheid om ouders die onderling niet tot overeenstemming komen al als
strijdig met de belangen van het kind te benoemen.
'Die ontzeggingsgronden horen niet thuis in de Omgangswet. Om iemand te ontheffen
van zijn ouderschapstaken bestaat de kinderbeschermingsmaatregel. Doordat
de ontzeggingsgronden nu ook in de omgangswet staan, wordt de scheiding van
de ouders ten onrechte gekoppeld aan kinderbescherming. Nu doen ouders aan
de lopende band een beroep op deze ontzeggingsgronden om de andere ouder de
omgang met hun kinderen te ontnemen. Ooit waren ze bedoeld als uitzondering
op het recht op omgang, maar de ontzeggingsgronden zijn verworden tot een
recht op omgangsontzegging.'
En dat is nog zoiets: de huidige wet stelt dat de rechter een van de ouders
op verzoek van de andere ouder zijn ouderlijk gezag kan ontnemen. Nieuwenhuizen:
'Dat moet anders. Een ouder die het ouderschap niet met de andere ouder wil
delen, moet de rechter maar vragen om zelf uit het ouderschap ontheven te
worden. De wijze waarop het nu is geregeld werkt onderlinge strijd tussen
ouders in de hand.'
Dreiging
Nieuwenhuizen heeft zijn hoop gericht op minister Donner van Justitie. 'Donner
is een integere man. Ik heb hem op een partijbijeenkomst van het CDA aangesproken
en het probleem uitgelegd. Daarop zijn we van de stichting uitgenodigd om
met hem te komen praten.'
De plannen van OZO voorzien in een grote zelfwerkzaamheid en discipline van
de ouders. Maar is juist vaak niet het probleem dat de ouders er onderling
niet uitkomen? Nieuwenhuizen: 'Wij willen dat rechterlijke uitspraken en onderling
gemaakte afspraken door het strafrecht worden gehandhaafd. Laat de politie
de kinderen maar ophalen als de moeder weer eens niet de kinderen naar de
vader brengt op het afgesproken moment.
'Ik ben ervan overtuigd dat dat werkt en geen extra werk voor de politie hoeft
mee te brengen. Kijk maar naar de vaders die geen contact hebben met hun kinderen:
ze gaan door een hel, maar toch ontvoeren ze hun kinderen niet omdat daar
een duidelijke sanctie op rust. Zo zullen moeders die twijfelen hun kinderen
volgens afspraak mee te geven aan hun vaders, met deze stok achter de deur
alsnog overstag gaan. De kracht van de regel ligt in de dreiging die er vanuit
gaat.'
Rien Fraanje
Onderschrift bij foto: Theo Nieuwenhuizen: 'Rechterlijke uitspraken en onderling gemaakte afspraken tussen gescheiden partners moeten door het strafrecht worden gehandhaafd. Laat de politie de kinderen maar ophalen als de moeder de kinderen niet naar de vader brengt op het afgesproken moment.' Foto Marcel de Cnock