SCH0502
Klacht niet informeren ongegrond, school intimideert niet en is niet te traag.
Inleiding
De leiding van een school gaf aan een met het gezag belaste vader maar mondjesmaat en steeds erg laat informatie. Tegelijk steunde men moeder in de hetze die zij in nauw overleg met de gezinsvoogd als in een conformistisch complot, en zelfs met valse aantijgingen bij de politie tegen vader had ontketend. In SCH0401 het resultaat. Daarin een advies aan de leiding van de school.Ruim een jaar later is dat (eenvoudig op te volgen advies) nog niet opgevolgd. Een klacht over de te geringe voortvarendheid (incl. intimidatie) van de school werd afgewezen.
-------------------------
KLACHTENCOMMISSIE VOOR HET KATHOLIEK ONDERWIJS Klachtnummer: 04/05 Z-09AK
Naar aanleiding van de klacht van: de heer Tttt, wonende te Bbbb, klager, vader van de minderjarige Z1992 Tttt, leerling van de Speciale School voor Basisonderwijs "Zzzzz" te Vvvv, welke school door de Stichting Xxxx Xxxxx Xxxx-Xxxx Xxxxx (XXXXX) te Vvvv in stand gehouden wordt
tegen
1. de heer Dddd, algemeen directeur van de XXXX en
2. de heer Ssss, directeur van De Zzzz, aangeklaagden,
heeft de Klachtencommissie voor het Katholiek Onderwijs (de Commissie) het volgende advies uitgebracht aan de XXXXX:
1. Het verloop van de procedure
Voor de loop van het geding verwijst de Commissie naar de volgende stukken. waarvan de
inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:
- de brief van klager van ii oktober 2004 met bij1agen.
- het door klager ingevulde vragenformulier, binnengekomen op jj oktober 2004
- de schriftelijke reactie van mevrouw Rrrr van de Bond KBO van ii december 2004.
De mondelinge behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden op ii februari 2005 te
Eeee. Van deze hoorzitting is een verslag opgemaakt dat aan dit advies wordt
gehecht en dat geacht wordt daarvan deel uit te maken,
2. De klacht
2.1. Blijkens de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, luidt de klacht als volgt:
De Zzzzz is weigerachtig in het verstrekken van volledige informatie aan klager
over zijn zoon Z1992. Op grond van artikel is 377C van het Burgerlijk Wetboek moet de
school aan klager als de niet met het gezag belaste ouder de informatie over zijn kind
verschaffen waarop hij als vader recht heeft.
In strijd met een aanbeveling van de Commissie weigert De Zzzzz een protocol op te
stellen waarin de problematiek van de informatieverschaffing aan ouders en verzorgers bij wie een kind niet verblijft wordt geregeld. Deze weigerachtigheid werkt in klagers nadeel.
De wijze waarop De Zzzz klager benadert is minachtend en soms zelfs intimiderend te
noemen.
2.2. Klager heeft het volgende aan de klacht ten grondslag gelegd:
Klagers huwelijk is in 2000 door een echtscheiding beëindigd. Uit dat huwelijk is in 1992
Z1992 geboren. Na de echtscheiding zijn destijds beide ouders formeel met het gezag over Z1992 belast. Z1992 woont bij de moeder. De moeder is voortdurend bezig met het
dwarsbomen van de relatie tussen Z1992 en zijn vader. Klager heeft als gevolg daarvan al enkele jaren geen contact meer mogen hebben met Z1992.
Door een uitspraak van het gerechtshof is klager sinds 2004 niet meer belast met het
ouderlijk gezag over Z1992.
Sinds september 2002 zit Z1992 op De Zzzz. De Zzzz laat zich door de moeder op sleeptouw nemen in het belemmeren van het contact tussen klager en diens zoon.
In 2004 heeft de Commissie een aantal bezwaren die klager tegen De Zonnewijzer had, behandeld. De onderhavige klacht behelst een aantal feiten en omstandigheden die dateren van na het gegeven advies:
a. In artikel 377C Boek 1 Burgerlijk Wetboek staat dat de school verplicht is om aan de ouder die niet met het gezag is belast informatie te verstrekken over de verzorging en de opvoeding van
het kind. Klager is door een uitspraak van het gerechtshof uit 2004 niet meer met het gezag
over Z1992 belast. Aangezien klager daardoor in zijn informatieverkrijging nu helemaal op
De Zzzz is aangewezen, zou die dus artikel 377C jegens klager moeten naleven.
Zij weigert dat echter te doen.
b. In het advies dat de Commissie op ii januari 2004 aan de XXXXX heeft gegeven zijn klagers
bezwaren ongegrond verklaard. Wel heeft de Commissie daarin aan de XXXXX geadviseerd
om een code op te stellen over de informatieverschaffing aan ouders en verzorgers bij wie een
kind niet verblijft.
Bij brief van ii februari 2004 heeft de XXXXX aan klager medegedeeld tot uitvoering van de
door de Commissie gegeven aanbeveling over te zullen gaan. Ondanks herhaaldelijk
aandringen van klager is de bewuste code nog steeds niet tot stand gekomen. Het ontbreken
van de code draagt ertoe bij dat klager van veel informatie over zijn zoon verstoken blijft.
c. De wijze waarop functionarissen van de XXXXX met klager omgaan is respectloos en zelfs
intimiderend te noemen. Er is zelfs gedreigd niet het doen van aangifte op grond van artikel
285B Wetboek van Strafrecht (stelselmatig opzettelijk inbreuk maken op andermans levenssfeer)
3. Het standpunt van de aangeklaagden en het bevoegd gezag
Aangeklaagden hebben, daarin gesteund door het bevoegd gezag, de klacht gemotiveerd weersproken. Op hun standpunt zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van de klacht
nader worden ingegaan.
4. De beoordeling door de Commissie
4.1. De ontvankelijkheid van klager
Het onderdeel van de klacht dat niet-naleving van artikel 1 :377C BW betreft kan de
Commissie niet in behandeling nemen, Op grond van lid 2 van dat artikel is het uitdrukkelijk
aan de rechter voorbehouden om aan te geven hoever de informatieverschaffing aan klager
door De Zzzz reikt. Artikel 14 lid 3 van de Wet op het Primair Onderwijs sluit uit dat
naast de rechter de Commissie nog een taak heeft.
De Commissie verklaart de klacht op onderdeel a niet ontvankelijk.
Voor het overige verklaart de Commissie klager ontvankelijk in zijn klacht, nu hij wordt
aangemerkt als klager in de zin van de klachtenregeling die voor De Zzzz geldt
en waarin aansluiting is gezocht bij de Commissie.
4.2. De gegrondheid van de klacht
Bij de behandeling van de vorige klacht van klager is de Commissie gebleken dat klager en
zijn gewezen echtgenote sinds hun echtscheiding in een groot aantal moeilijkheden zijn
verwikkeld die samenhangen met de wijze waarop zij met hun zoon Z1992 omgaan.
Officiële instanties zijn bij de problematiek betrokken. Er bestaat geen effectieve bezoekregeling.
De Zzzz ziet zich reeds een aantal jaren geconfronteerd met de gevolgen van de
veelvuldige conflicten tussen klager en zijn gewezen echtgenote. Aangeklaagden moeten
daarin hun weg zien te vinden. Zij doen dat met daarbij zoveel mogelijk het belang van
Z1992 voor ogen. Daarbij is Z1992 een kwetsbaar kind dat bijzondere zorg nodig heeft.
Het dilemma waarin de school verkeert is dat zij enerzijds aan Z1992 een gevoel van veiligheid moet kunnen bieden en dat zij anderzijds met klager te maken heeft die herhaaldelijk
en met grote vasthoudendheid vraagt om informatie. Dit dilemma veroorzaakt vele
roblemen. De Commissie beschouwt de klacht tegen die achtergrond.
Toegespitst op de onderdelen van de klacht waar de Commissie zich wel over dient te
buigen komt zij tot de volgende bevindingen:
- Het niet opstellen van een code over omgaan met informatieverschaffing:
Uit wat de Commissie ter zitting van de heer Ssss heeft vernomen, verbindt zij de
gevolgtrekking dat de XXXXX binnen zes weken na de zitting een dergelijke code
opgesteld zal hebben. Weliswaar minder voortvarend dan de XXXXX bij brief aan de
Commissie van ii februari 2004 heeft doen voorkomen is zij naar aanleiding van het
gegeven advies aan het opstellen van een code begonnen.
De Commissie vertrouwt erop dat de XXXXX de toezegging van de heer Ssss
dat er binnen zes weken na de zitting een code zal zijn ook na zal komen. Zij gaat
ervan uit dat daarmee haar aanbeveling uit haar advies van ii januari 2004 wordt opgevolgd. De Commissie verklaart dit onderdeel van de klacht ongegrond.
- Het respectloos, soms zelfs intimiderend omgaan met klager:
De Commissie is gebleken de aangeklaagden behoedzaam moeten manoeuvreren
tussen de diametraal op elkaar staande wensen van klager en die van zijn gewezen
echtgenote. Het belang van Z1992 dient bij dit alles centraal te staan. Daarom kan niet
altijd aan wat klager van De Zzzz verwacht tegemoet worden gekomen.
Het is de Commissie met aannemelijk geworden dat aangeklaagden, wanneer zij
zich tegenover klager weigerachtig opstelden, hem daarbij respectloos hebben behandeld.
Evenmin is aannemelijk geworden dat er enige handeling is verricht die intimiderend
genoemd kan worden. Wat klager ter staving daarvan aanvoert is een passage uit een
brief van de XXXXX van ii april 2004.
In de bewuste brief wordt klager gemaand om aangeklaagden niet meer telefonisch lastig te vallen. Ingeval van niet-voldoen daaraan wordt het doen van aangifte bij de politie in het
vooruitzicht gesteld.
Naar het oordeel van de Commissie bevat de bewuste brief geen onbetamelijkheid.
Het opperen van het doen van aangifte als reactie op gedrag dat als strafbaar kan worden
beschouwd kan niet als buitenproportioneel worden aangemerkt.
De Commissie verklaart dit onderdeel van de klacht eveneens ongegrond.
Aanbevelingen
De Commissie ziet af van het doen van een aanbeveling.
Aldus geadviseerd op ii februari 2005 door de Klachtencommissie voor het Katholiek Onderwijs
de heer mr. Llll, voorzitter,
de heer drs. Bbbb,
de heer drs. Cccc, leden
en in tegenwoordigheid van mr. Nnnn , adjunct-secretaris.