SCH0401
Klacht ongegrond wegens belang van het kind, ofschoon protocol ontbreekt.
Inleiding:
De leiding van een school gaf aan een met het gezag belaste vader maar mondjesmaat en steeds erg laat informatie. Tegelijk steunde men moeder in de hetze die zij in nauw overleg met de gezinsvoogd als in een conformistisch complot, en zelfs met valse aantijgingen bij de politie tegen vader had ontketend.-------------------------
KLACHTENCOMMISSIE VOOR HET KATHOLIEK ONDERWIJS
Klachtnummer: 03/04 Z-09
Naar aanleiding van de klacht van: de heer Tttt, wonende te Bbbb, klager, vader van de minderjarige Z1992, leerling van de Speciale School voor Basisonderwijs "De Zzzz" (De Zzzz) te Vvvv, welke school door de Stichting SSSS te Vhhh in stand gehouden wordt,
tegen
1. de heer Dddd, algemeen directeur van de SSSS en
2. de heer Smmm, directeur van De Zzzz.
heeft de Klachtencommissie voor het Katholiek Onderwijs (de Commissie) het volgende advies uitgebracht aan de SSSS:
1. Het verloop van de procedure
1.1 Voor de loop van het geding verwijst de Commissie naar de volgende stukken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:
- de namens de SSSS geschreven brief met bijlagen van ii oktober 2003,
- het door klager ingevulde vragenformulier, binnengekomen op ii oktober 2003, de schriftelijke reactie van aangeklaagde Dddd van ii december 2003 en
- de brief van klager van ii januari 2004.
De mondelinge behandeling van de klacht heeft plaatsgevonden op ii januari 2004 te Eindhoven. Van deze hoorzitting is een verslag opgemaakt dat aan dit advies wordt gehecht en dat geacht wordt daarvan deel uit te maken.
2. De klacht
2.1. Blijkens de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, luidt de klacht als volgt:
Aangeklaagden zijn weigerachtig in het verstrekken van volledige informatie aan klager over zijn zoon Z1992. Zij weigeren bovendien inzage in de correspondentie die namens de school is gevoerd met de gezinsvoogd van Z1992.
Aangeklaagden hebben tendentieuze berichtgeving over klager doen toekomen aan de politie. In de contacten met Z1992s gezinsvoogd geven zij ook onjuiste informatie over klager door.
De bejegening die klager van aangeklaagden heeft moeten ondervinden is onheus te noemen. Zijn positie als ouder met gezag wordt miskend. De school mengt zich in kwesties waar zij zich buiten te houden heeft.
2.2. Klager heeft het volgende aan de klacht ten grondslag gelegd:
Klagers huwelijk is in 2000 door een echtscheiding beëindigd. Uit dat huwelijk is in 1992 Z1992 geboren. Na de echtscheiding zijn beide ouders formeel met het gezag over Z1992 belast. Z1992 woont bij de moeder. De moeder dwarsboomt echter de relatie tussen Z1992 en zijn vader. Klager heeft als gevolg daarvan al enkele jaren geen contact meer mogen hebben met Z1992.
Sinds september 2002 zit Z1992 op De Zzzz. De Zzzz laat zich door de moeder op sleeptouw nemen in het belemmeren van het contact tussen klager en diens zoon. Zo mag klager niet op school komen om Z1992 zoon te zien.
Om deze situatie te bestendigen wordt klager welbewust onvolledig ingelicht over de activiteiten waaraan Z1992 deelneemt. Uitnodigingen die aan alle ouders worden gestuurd om schoolactiviteiten bij te wonen ontvangt klager pas, als de evenementen al hebben plaatsgevonden.
Het belang dat klager heeft bij inzage in correspondentie tussen de gezinsvoogd van Z1992 en de school wordt door aangeklaagden niet onderkend. Klager heeft niet alle bewuste brieven ter inzage gekregen. Tegenover hem wordt zelfs beweerd dat de brieven die hem zijn onthouden niet bestaan.
Aangeklaagden hebben aan de politie inzage gegeven in een uitspraak van de kinderrechter. Daartoe waren zij in het geheel niet bevoegd.
De aan de politie verstrekte informatie is echter wel bepalend geweest voor de wijze waarop zij zich tegenover klager opstelt. De politie laat zich inzetten om het verbod voor klager om in de buurt van De Zzzz te komen te handhaven.
Het verbod voor klager om bij de school te komen vindt zijn grond in een aanwijzing van de gezinsvoogd. Die aanwijzing zou op haar beurt haar grond vinden in een melding die afkomstig is van de school. De gezinsvoogd zou zonder die melding niet tot de aanwijzing gekomen zijn. De informatie die de school heeft verstrekt moet dus wel op zijn minst eenzijdig zijn geweest.
Het negeren en schenden van zijn gezag wordt door klager als een onheusheid beschouwd. De uitlatingen van aangeklaagde Dddd, gedaan in een telefoongesprek van ii juli 2003, als zou hij "klager wel een kopje kleiner zal maken" en "Ik kan de gezinsvoogd zodanig informeren dat het voor u heel lastig zal worden" geven aan dat die onheuse bejegening ook de bedoeling is.
3 . Het standpunt van de aangeklaagden en het bevoegd gezag
Aangeklaagden hebben, daarin gesteund door het bevoegd gezag, de klacht gemotiveerd weersproken. Op hun standpunt zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van de klacht nader worden ingegaan.
4. De beoordeling door de Commissie
4.1. De ontvankelijkheid van klager
De Commissie verklaart klager ontvankelijk in zijn klacht, nu hij wordt aangemerkt als klager in de zin van de klachtenregeling die voor de school geldt en waarin aansluiting is gezocht bij de Commissie.
4.2. De gegrondheid van de klacht
Het is de Commissie gebleken dat klager en zijn gewezen echtgenote sinds hun echtscheiding in een groot aantal moeilijkheden zijn verwikkeld die samenhangen met de wijze waarop zij met hun zoon Z1992 omgaan. Officiële instanties zijn bij de problematiek betrokken. Er is voor Z1992 een gezinsvoogd benoemd. Er bestaat op dit moment geen effectieve bezoekregeling.
De Zzzz ziet zich geconfronteerd met de gevolgen van de conflicten tussen klager en zijn gewezen echtgenote.
Aangeklaagden moeten daarin hun weg zien te vinden. Zij doen dat met daarbij zoveel mogelijk het belang van Z1992 voor ogen. Daarbij is Z1992 een kwetsbaar kind dat bijzondere zorg nodig heeft.
Dat aangeklaagden partij zouden kiezen in een conflict dat hun niet aangaat is de Commissie niet gebleken. Wel staat vast dat er voor klager een verbod geldt om op school te komen en dat aangeklaagden reden hebben om aan te nemen dat Z1992 contact met klager als bedreigend ervaart.
Het dilemma waarin de school verkeert is dat zij enerzijds aan Z1992 een gevoel van veiligheid moet kunnen bieden en dat zij anderzijds met klager te maken heeft die vraagt om informatie die aan andere ouders ook wordt verstrekt. Dit dilemma veroorzaakt vele problemen.
Aangeklaagden hebben aannemelijk gemaakt dat zij in het algemeen prudent omgaan met de problematiek waarmee zij worden geconfronteerd.
De Commissie beschouwt de ingediende klacht tegen die achtergrond.
Voor zover de klacht inhoudt dat aan klager informatie over Z1992 wordt onthouden die hem rechtens toekomt, is dat niet gebleken. Onweersproken is door aangeklaagden aangegeven dat klager op de hoogte wordt gesteld van de gegevens die van de schoolprestaties van Z1992 een beeld geven. Waar mogelijk leven aangeklaagden de verplichtingen die voortvloeien uit art. 377 C juncto art. 377 H Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek na.
Aangeklaagden kunnen zich - gegeven de geschetste achtergrond - redelijkerwijs op het standpunt stellen dat het vooraf op de hoogte stellen van klager van activiteiten van de school nadelig werkt voor het gevoel van veiligheid van Z1992, iets wat de school hem juist zoveel mogelijk wil bieden.
Voor wat betreft liet onderdeel van de klacht dat betreft het niet verstrekken van inzage in de correspondentie tussen de school en de gezinsvoogd, is de Commissie niet gebleken dat er meer correspondentie is geweest met de gezinsvoogd dan de brieven waarin klager inzage heeft gehad.
Voor zover de klacht inhoudt dat aangeklaagden klager te weinig informatie verstrekken, verklaart de Commissie die ongegrond.
De klacht houdt ook in dat onder verantwoordelijkheid van aangeklaagden tendentieuze informatie is verstrekt aan de politie en aan de gezinsvoogd. De Commissie overweegt dienaangaande dat er door aangeklaagden mogelijk meer gegevens aan derden bekend zijn gemaakt dan zij voor hun respectievelijke taken nodig hadden. In zoverre moet voor de klacht begrip worden opgebracht.
Zo is tijdens de zitting naar voren gekomen dat aangeklaagde Smmm aan een politieman een geheel dossier over Z1992 heeft doen inzien in plaats van alleen die bescheiden te tonen waarvan kennis bij de politie noodzakelijk was. Mogelijk heeft dat bijgedragen tot een voor klager negatief beeld.
Dat de voor klager onwelgevallige informatie tendentieus te noemen is kan de Commissie niet onderschrijven.
Als aangeklaagden al een verwijt te maken valt, betreft dat het minder professioneel omgaan met informatie, echter niet met het verdraaien daarvan in klagers nadeel.
De Commissie verklaart de klacht voor wat betreft het verwijt terzake van tendentieuze formatieverschaffing aan derden ongegrond.
Voor wat de betreft het typeren van de handelwijze van aangeklaagden als onheus overweegt de Commissie dat er sprake is voor een zeer moeizame situatie waarin prioriteit wordt gegeven aan wat de school als belang van Z1992 ziet.
Aangeklaagden moeten daarin kennelijk wel eens beslissingen nemen die klager onwelgevallig zijn. Dat aangeklaagden daarbij klager meer willen treffen dan gelet op de omstandigheden noodzakelijk is, is de Commissie niet gebleken.
Dat er in irritatie mogelijk uitlatingen zijn gebezigd die beter achterwege hadden kunnen blijven leidt echter nog niet tot de conclusie dat het handelen van aangeklaagden tegenover klager als onheuse bejegening beschouwd moet worden of dat er bij hen een bedoeling in die richting bestaat.
De Commissie verklaart voor wat betreft de typering van de handelwijze van aangeklaagden als onheuse bejegening jegens klager de klacht ongegrond.
5. Aanbevelingen
De Commissie ziet zich de laatste tijd regelmatig geconfronteerd met problematiek die samenhangt met gebroken gezinnen. Scholen moeten in voorkomende gevallen vaak zonder beleidskader beslissingen nemen met een grote draagwijdte.
De Commissie adviseert het bevoegd gezag een code voor de onder de XXXXX vallende scholen op te stellen over hoe om te gaan met informatieverschaffing aan ouders en verzorgers bij wie een kind niet verblijft.
"Basisschool, Gids voor Ouders en Verzorgers", uitgave van het Ministerie van OCW geeft op pagina 32 een handreiking in die richting.
Aldus geadviseerd op ii januari 2004 door de Klachtencommissie voor Katholiek Onderwijs
de heer mr. Llll, voorzitter
mevrouw mr. Dddd en
de heer drs. Bbbb, leden
en in tegenwoordigheid van mr. Nnnn, adjunct-secretaris.