SCH0109

 

Inleiding

In deze casus hield de RvK zich al lange tijd bezig met (onderzoek van) de omgang tussen vader en Z1992, nadat moeder deze had gefrustreerd. Ook de school werd door haar onder druk gezet om het contact tussen vader en zoon te blokkeren. De school volgde moeder in hat verzoek, zich beroepend op een beschikking in de omgangszaak tussen de ouders. Het klachtonderdeel tegen dit ongeoorloofde beroep werd gegrond verklaard.

--------

KLACHTENCOMMISSIE VOOR HET KATHOLIEK ONDERWIJS IN NOORD-NEDERLAND

Advies aan AGORA, Stichting voor Bijzonder Primair Onderwijs in de Zaanstreek te Zaandam naar aanleiding van de behandeling van een klacht van de heer Xxxx te Amsterdam met betrekking tot de RK. Basisschool Bbbb te Koog aan de Zaan.

1. Het verloop van de procedure bij de Klachtencommissie

1.1 De heer Xxxx, hierna `klager', heeft bij brief van 27 maart 2001, een klacht ingediend bij de Klachtencommissie voor het Katholiek Onderwijs in Noord-Nederland, hierna te noemen "de Commissie", tegen het bestuur van de Stichting. Desgevraagd heeft klager bij schrijven van 9 juni 2001 een ingevuld vragenformulier toegezonden.
1.2 AGORA, Stichting voor Bijzonder Primair Onderwijs in de Zaanstreek te Zaandam, hierna "het bevoegd gezag", heeft bij brief, met bijlagen, van ii juni 2001 een schriftelijk standpunt ten aanzien van de klacht ingediend.
1.3 Op ii september 2001 heeft de Commissie een hoorzitting gehouden te Haarlem. Verschenen zijn: klager en liet bevoegd gezag. Van deze hoorzitting is een verslag opgemaakt dat aan dit advies wordt gehecht en welk verslag geacht wordt deel uit te maken van het advies.
1.4 De inhoud van genoemde stukken, met hun bijlagen, wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.

2. De inhoud en grondslag van de klacht

2.1 Blijkens de inhoud van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting luidt de klacht van klager - kort samengevat - als volgt.

a. Ten onrechte heeft de school bij besluit van 22 december 1999 mij schoolbezoek in aanwezigheid van mijn zoon verboden.
b. Vervolgens heeft liet schoolbestuur in dat besluit volhard, ondanks de brief van mijn advocaat.
c. Het nieuwe schoolbestuur heeft daarna het besluit overgenomen.
d. De school heeft ten onrechte mijn klacht niet intern behandeld maar doorgestuurd naar de klachtencommissie.
e. De moeder van mijn zoon wordt wel voor een mondelinge toelichting uitgenodigd, maar ik niet.
f.
Bovendien word ik gediscrimineerd doordat mij rechten zijn ontnomen die andere ouders nog welhebben.

2.2 Klager heeft - zakelijk weergegeven - het volgende aan zijn klacht ten grondslag gelegd.
Ter discussie staat wat het schoolbestuur heeft gedaan. Recht op omgang is iets wat, liet als recht op vrijheid, alleen kan worden afgenomen als je je flink misdraagt. Er is geen beperkte omgangsregeling, er zijn geen belemmeringen in de weg gelegd.
Wat ik verlang is dat de Commissie bepaalt dat de gronden waarop liet schoolbestuur liet besluit heeft genomen juridisch niet deugen.
Ik heb er recht op om als iedere andere ouder gewoon de school in te kunnen en te kunnen praten met wie ik maar wil.
De rechter heeft de moeder opgedragen mee te werken aan liet bezoek, omgang van mij met mijn kind, op zondagen. Dat gaat de school niks aan. Wat de school daarmee doet is volledig buiten proporties. De school doet alsof de omgangsregeling aan de school gericht is. En dan gaan ze ook nog liet doen alsof alle uren buiten die zondag ik niks mag doen met mijn kind.
Iedere keer als ik naar school ga, blijf ik buiten staan en zie ik mijn kind 15 meter verderop. Ik ben dan rond 10 uur, het kwartiertje van de ochtendpauze.
Daar zijn dan ook andere ouders die vragen waarom ik niet verder kom, de school niet binnen kom. Meestal zeg ik dan maar niks. Die mensen kijken me raar aan. Ik mag niet alleen niet in het schoolgebouw, maar ik mag ook zogenaamd niet op de speelplaats komen.
Ik wilde eigenlijk een jaar eerder een klacht indienen en de directeur destijds zei dat hij daar erg veel werk aan zou krijgen. Er waren toen een heleboel dingen gaande. Het liep toen ook bij de Kinderbescherming. Toen dacht ik ook, waarom zou ik al die heisa beginnen. Dus uiteindelijk is er in augustus vorig jaar een proces geweest, met uitspraken. Dat omgang opgestart moest worden. Daar is niets van terechtgekomen. Dus die zaak is in mei voor geweest en toen heb ik van mei tot augustus zitten wachten op niks. Toen kwam er een nieuwe bestuur dus toen heb ik opnieuw op 1 januari een brief gestuurd. Wat blijkt: het is weer hetzelfde als bij het oude bestuur. Ik had het kunnen weten.
Waar het mij om gaat is dat de school mij mogelijkheden ontneemt. Daar heb ik het over. De school helpt moeder, dat is discriminerend gedrag.

3. Het standpunt van aangeklaagde

Aangeklaagde heeft - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.
Mijn opvatting staat al op papier. Ik heb de overtuiging dat wat binnen de school gebeurt keurig is vastgelegd. In het kader van de informatievoorziening doet de school niet anders dan richting willekeurig welke andere ouder. De school wenst op zijn onderwijskundige en pedagogische processen geen inbreuk.
Ik kan niet ontdekken wat er binnen de school, tussen januari en nu, september verkeerd is gegaan. De directie doet niet anders dan wat elke andere directie dan ook. Van half 9 tot half 4 is er actieve leertijd. Dat mag wat mij betreft niet doorkruist worden.
In die zin heb ik ook duidelijk instructie richting directeuren gegeven. Om half negen begint het onderwijsproces. Ik zou niet graag iets rondom discriminatie op mijn bord willen hebben.
De ouders die overdag in de school aanwezig zijn, hebben ofwel een formele rol in de schooladviesraad, maken deel uit van de oudergeleding van de MR of maken deel uit van de oudervereniging dan wel de oudercommissie.
Ik wens geen oordeel van de Commissie over maatschappelijke vraagstukken waar klager zich nu ook over beklaagt. Wij zijn niet uit opjuridische haarkloverij. Ik heb de verantwoordelijkheid voor de instructie van de directeuren van mijn scholen.
Volgens mij is er een ander dossier aan de orde dan nu hier besproken is. Er is een probleem tussen vader en moeder en niet tussen ouders en de school.

 

4. De beoordeling van de klacht door de Klachtencommissie

4.1 De termijnen

De Commissie constateert dat de in de Klachtenregeling opgenomen procedurele termijnen zijn overschreden op grond van buiten de partijen en de Commissie gelegen omstandigheden.

4.2. De ontvankelijkheid van klager

4.2.1 De Commissie verklaart klager ontvankelijk in zijn klacht nu hij kan worden aangemerkt als klager in de zin van Klachtenregeling van de school. Deze is gelijkluidend aan de model klachtenregeling primair en voortgezet onderwijs.

4.2.2 Voorts acht de Commissie klager ontvankelijk in zijn klacht hoewel de klacht een gedraging betreft van langer dan één jaar geleden te rekenen vanaf het tijdstip van indiening van de klacht. De Commissie vindt daarvoor aanleiding in de door klager aangevoerde omstandigheden die hierboven onder 2.2 zijn vermeld.


4.3 De gegrondheid van de klacht.

4.3.1 Vooropgesteld moet worden dat door klager wordt erkend dat de school voldoet aan de wettelijke verplichting om klager de vereiste informatie over zijn zoon te verschaffen. Dit aspect maakt daarom geen onderdeel uit van de klacht, zodat de Commissie daar niet verder op in zal gaan.

4.3.2 De kernvraag die klager aan de orde stelt is of de school klager toegang tot de school mag weigeren op grond van de door de rechter vastgestelde omgangsregeling. De Commissie beantwoordt die vraag ontkennend. Het is niet aan de school voorbehouden om naleving van die omgangsregeling te bewerkstelligen of daar op enigerlei wijze bemoeienis mee te hebben. Die omgangsregeling is immers vastgesteld om tussen de ouders gelding te hebben en de school staat daar buiten. Om die reden kon de school het bestreden besluit niet nemen op basis van die omgangsregeling. De aan het besluit ten grondslag gelegde redengeving is daarom nietjuist. In zoverre is de klacht gegrond.

4.3.3 Wel heeft de school de bevoegdheid om klager de toegang tot de school te ontzeggen tijdens uien dat les gegeven moet worden, zoals bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van de klacht uitvoerig is besproken. Een dergelijke bevoegdheid geldt overigens ten aanzien van alle ouders.
Als de school op grond van eigen regels die voor alle ouders gelden de omgang beperkt onder leertijd kan de Commissie dat in beginsel niet ongeldig verklaren. Dat in dit opzicht sprake is van discriminatie jegens klager is onvoldoende concreet gebleken.

4.3.4 De Commissie heeft niet de bevoegdheid om te bepalen dat deze uitspraak zal worden gepubliceerd zoals door klager is verzocht.

5. Advies

Verklaart de klacht gegrond voor zover zij is gericht tegen het besluit van het schoolbestuur dat is gebaseerd op de omgangsregeling die tussen de ouders geldt.

Verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

De Commissie ziet geen aanleiding nadere maatregelen te adviseren.

Aldus geadviseerd op ii september 2001 door de Klachtencommissie voor het Katholiek Onderwijs in Noord-Nederland,

mr. Aaaa, voorzitter, drs. Bbbb en mevrouw drs. Cccc leden, en mr. Dddd, secretaris.
mr. Dddd is buiten staat dit advies mede te ondertekenen.

w.g. voorzitter