RVK9701
Inleiding.
De omgang was door rmoeder geblokkeerd, en de procedures daaromtrent waren
tot stilstand gekomen in een juridisch moeras. Vader vond de noodzaak aanwezig
om bij doorstart van die procedure wijziging van gezag en zorg te verzoeken.
Moeder diende echter tijdens de impasse een verzoek in tot wijziging van de
naam van de kinderen in die van de stiefvader.
Als eenheid van naam in een gezin het belang van het kind is, zou naamswijziging
zijn mogelijkheden in de (al jarenlang slepende) omgangsprocedure op onaanvaardbare
wijze beperken, zo redeneerde klager in zijn klachtschrift onder andere.
In de beslissing op de klacht tegen de raadsonderzoekers, en in het besluit
op het bij het Ministerie ingediende bezwaarschrift, wordt dit argument echter
nauwelijks besproken.
De definitieve aanvaarding van het verzoek vond in oktober 1997 plaats. Nog
vóór de zomer van 1998 scheidden stiefvader en moeder. Pas veel later vernam
klager dat de stiefvader zelf was geadopteerd, en dus een aangenomen naam
droeg.
-------------------------
Klachtencommissie 1
De raad voor de kinderbescherming,Directie
Noord
Postadres: Postbus 8901 BV LEEUWARDEN
BESLISSING VAN DE KLACHTENCOMMISSIE I IN DE KLACHT VAN:
De heer Rrrrr, wonende te Wwwww, verder te noemen klager
tegen
de Raad voor de Kinderbescherming te Assen, verder te noemen de Raad.
1. DE KLACHT
Op ii oktober 1996
heeft klager een klaagschrift ingediend tegen de beslissing dd. ii oktober
1996 van de directeur van de Directie Noord op zijn bij hem ingediende klacht
dd. ii september 1996.
De klachtencommissie beschikt over de volgende van belang zijnde stukken:
brieven aan moeder van oma mz en moeders zusje dd. ii maart i987, ii mei 1987,
ii oktober 1987, ii februari 1988 en ii april 1988;
verslag van de omgangsregeling door klager van de weekeinden in januari 1992
en maart 1995;
brief van moeder aan huidige partner van klager van ii juni 1993;
brief van steifvader aan klager dd. ii oktober 1993;
brief van moeder aan klager dd. ii november 1993;
rapport van Z1983 periode april-juli 1994;
brief van hr Wwwww aan klager dd. ii oktober 1994;
brief van het Hoofd van de Onderafdeling Burgerlijke Staat van het Ministerie
van Justitie aan klager dd. 30 november 1994;
brief van mevrouw Ttttt aan klager dd. 4 januari 1995;
brief van de voorzitter van het bestuur van CBS "Wwww" dd. ii februari 1995
aan klager; pagina 3 van het schrijven van kinder- en jeugdpsychiater Vvvvv
inzake het poliklinisch onderzoek van Z1983; pagina's 7, 9 en 12 uit het raadsrapport
uit juni 1995;
brief van mr Rrrr aan de Onderafdeling Burgerlijke Staat van het Ministerie
dd. ii augustus 1995;
verslag van klager van de terechtzitting op ii september 1995;
verslag van klager van het bezoek aan Jeugdpsychie en het gesprek met jeugdpsychiater
op ii februari 1996;
brieven van klager aan Raadsonderzoeker1 dd. ii juli 1996, ii juli 1996, ii
juli 1996, ii augustus 1996 en ii september 1996;
brieven van Raadsonderzoeker1-aan klager dd. ii juli 1996, ii juli 1996, ii
juli 1996, ii augustus 1996 en ii augustus 1996;
brieven Raadsonderzoeker1 en Raadsonderzoeker2 aan klager dd. ii september
1996 en ii oktober 1996;
brief van klager aan de directeur dd. ii september 1996;
brief van de directeur aan klager dd. ii september 1996;
brief van moeder Raadsonderzoeker1 en Raadsonderzoeker2 dd. ii oktober 1996;
brief van mevrouw Ffff aan klager dd. ii oktober 1996;
brief van klager Raadsonderzoeker1 en Raadsonderzoeker2 dd. ii oktober 1996;
brief van klager aan de klachtencommissie dd. ii oktober 1996;
raadsrapport uitgebracht op ii november 1996;
reactie van klager op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming vestiging
Assen, betr. naamswijziging, nr. 99999A, pagina's 1 t/m 15.
De inhoud van bovengenoemde stukken dient als hier ingevoegd te worden beschouwd.
De klacht kan als
volgt worden samengevat:
Doordat de Raad het gestaakte onderzoek aangaande de naamswijziging zonder
aanleiding weer heeft opgepakt, heeft hij onzorgvuldig gehandeld, daar de
naamswijziginqsprocedure de lopende procedure inzake de omgangsregeling doorkruist
en voor klager nadelig beïnvloedt.
De directeur heeft
in zijn beslissing van ii oktober 1996 klager onder meer laten weten. "Uit
het naamswijzigingsonderzoek zijn geen feiten naar voren gekomen, waaruit
blijkt dat de belangen van de kinderen zich tegen naamswijziging verzetten.
Het idee dat de naamswijziging een negatieve invloed heeft op de juridische
procedure in de omgangsregeling onderschrijf ik niet. Afwijzing of opnieuw
uitstel van de beslissing met betrekking tot het verzoek zal naar onze mening
een negatieve invloed hebben op de houding van de kinderen naar u. Namelijk
in de bevestiging van het idee dat u hen achtervolgt en tegenwerkt.
De Raad voor de Kinderbescherming dient te allen tijde het belang van de kinderen
als uitgangspunt van haar handelen te nemen. Vanuit dat perspectief deel ik
u mee dat ik uw klacht ongegrond verklaar."
2. DE ONTVANKELIJKHEID VAN DE KLACHT
De klacht is gedateerd
ii oktober 1996 en is gericht tegen de beslissing van de directeur van de
Directie Noord dd. ii-20 oktober 1996, zodat de klacht conform artikel 4 Besluit
klachtbehandeling raad voor de kinderbescherming is ingediend.
De klacht heeft betrekking op'een bij de Raad in behandeling zijnde aangelegenheid
van kinderbescherming, waarbij klager als belanghebbende is betrokken.
Op grond hiervan is de commissie van oordeel. dat klager in zijn klacht ontvankelijk
is.
3. BEHANDELING TER ZITTING
3.1. De klachtencommissie heeft op ii december 1996 klager, vergezeld van zijn partner, alsmede de directeur van de Directie Noord en de praktijkleider van de Raad Assen gehoord.
3.2. Klager heeft zijn klacht als volgt - zakelijk weergegeven - toegelicht:
Mijn klacht is dat
er twee procedures door elkaar lopen, namelijk de omgangsregeling- en de naamswijzigingsprocedure.
In die naamswijzigingsprocedure worden voldongen feiten gecreëerd, een andere
naam voor mijn kinderen. Als het waar is dat de kinderen 'in de praktijk'de
naam van het gezin dragen dan is dat slecht, maar is een naamswijziging nu
onnodig. Dragen de kinderen die naam niet, dan is een naamswijziging ook niet
nodig. Er is geen enk ele aanleiding om de procedure inzake naamswijziging
weer op te starten zolang de procedure aangaande de omgangsregeling loopt.
De twee procedures bijten elkaar.
Een voogdijwijzigingsverzoek lijkt ons zelf nog een stapje te ver. Hoewel
er genoeg redenen zijn om een voogdijwijziging aan te kaarten, is dat op dit
moment nog te prematuur.
De in het raadsrapport genoemde en als informanten gebruikte huisarts en directeur
van de basisschool kennen mij helemaal niet.
Er is willekeur bij de Raad. De Raad is partijdig door het onderzoek weer
na een jaar op te pakken zonder dat daarvoor nieuwe argumenten zijn aangedragen.
Aanvankelijk had de Raad dezelfde mening als ik. De Raad is niet onder druk
gezet door het ministerie, wel door moeder. Dat staat zwart op wit in de stukken.
In de stukken van de Raad zijn wel brieven e.d. over mij te vinden maar geen
enkel stuk over moeder. Mijn partner is de enige onomstreden persoon, maar
niemand vraagt haar iets. Interne notities vind ik helemaal niet terug in
de stukken van de Raad.
De omgangsregeling of een voogdijwijziging is er juist voor dat de kinderen
weten waar ze horen, niet een naamswijziging. Moeder hersenspoelt de kinderen.
Zoals het in het rapport staat kunt u lezen dat de kinderen door de mond van
hun moeder praten.
Het belang van de kinderen is pas gewaarborgd als ze in een warme omgeving
terechtkomen en dat is bij mij.
Als u tussen de regels doorleest, kunt u zien dat het belang van de kinderen
niet met een naamswijziging gediend is.
Het is onweerlegbaar dat ik voogdijwijziging kan vragen en zal vragen. En
dan hoop ik die procedure te winnen.
3.3. Ter zitting heeft de directeur van de Directie Noord zakelijk weergegeven - het volgende naar voren gebracht:
De zaak draait om
de samenloop van de omgangsregeling en de naamswijziging. Beide zaken beïnvloeden
elkaar op een vervelende manier. In zijn brief van ii augustus 1995 heeft
de Raad het Ministerie van, Justitie meegedeeld voornemens te zijn het onderzoek
inzake de naamswijziging een jaar op te schorten.
De Raad deed dit in de veronderstelling dat de omgangsregelingsproblematiek
in die tijd zou zijn opgelost. Maar het werd een slepende zaak. De Raad heeft
echter een opdracht van het Ministerie gekregen en daarom het naamswijzigingsonderzoek
weer opgepakt. Het is uiteindelijk het 'Ministerie dat beslist over de naamswijziging.
Feit is dat het voor de kinderen van belang is dat ze weten waar ze horen.
Dat beide procedures elkaar bijten ben ik wel met klager eens. Omdat wij geen
voortgang zagen, hebben wij toch het belang van de kinderen voorop gezet.
De Raad moet kijken of er geen belemmeringen, zoals het Normenrapport II aangeeft,
aanwezig zijn om de naamswijziging door te zetten.
De problematiek van de omgangsregelingsprocedure is moeilijk los te zien van
de naamswijzigingsprocedure.
3.4. Ter zitting heeft de praktijkleider - zakelijk weergegeven - het volgende naar voren gebracht:
De Raad heeft de informatie
van de kinderen heel betrouwbaar gevonden. Wij hebben sterk de indruk dat
de kinderen wel te lijden hebben onder het feit dat de procedure van de omgangsregeling
zo moeilijk loopt. De Raad heeft zelf besloten om een jaar de tijd te nemen
voordat weer een onderzoek zou worden ingesteld.
Op voorhand bestond het voornemen na een jaar het onderzoek weer op te nemen.
Naamswijzigingsprocedures zijn altijd heel belastend voor kinderen. Na een
jaar heeft de Raad gekozen onderzoek te gaan doen zoals dat standaard is bedoeld
in het Normenrapport.
Bij ons zijn geen omstandigheden bekend die maken dat het niet gewenst is
het naamswijzigingsonderzoek weer te starten.
De Raad heeft zelf beslist, er.is geen druk op hem uitgeoefend.
4. BEOORDELING VAN DE KLACHT
4.1. De klachtencommissie overweegt, gelet op de feiten en omstandigheden,
welke haar schriftelijk en mondeling ter kennis zijn gebracht, het volgende:
4.2. De klacht houdt in dat de Raad, door het - zonder nieuwe argumenten -
weer ter hand nemen van het onderzoek in het kader van de naamswijzigingsprocedure,
de procedure ter zake van de omgangsregeling heeft doorkruist, doordat klager
daardoor voor voldongen feiten wordt geplaatst in laatstgenoemde procedure.
De klacht heeft dus geen betrekking op de inhoud van het rapport van de Raad
en het door hem gegeven advies met betrekking tot de naamswijziging, zoals
klager nog eens ter zitting heeft onderstreept, zodat daaraan door de commissie
wordt voorbijgegaan.
4.3. Ter beoordeling ligt dus uitsluitend de vraag voor of de Raad in dit geval in redelijkheid kon besluiten om het naamswijzigingsonderzoek weer ter hand te nemen en daaromtrent aan het ministerie te adviseren, waar hij eerder had besloten om dit onderzoek aan te houden in verband met de procedure met betrekking tot de omgangsregeling. Hoewel juist is dat de Raad hiervoor geen nieuwe argumenten heeft aangedragen, is de commissie van oordeel dat het de Raad vrijstond om alsnog te adviseren omtrent de naamswijziging.
4.4. In de eerste plaats overweegt de commissie daartoe dat de Raad voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het belang van de kinderen ermee gediend was en is dat ten aanzien van de naams-wijziging na zo'n lange periode eindelijk duidelijkheid wordt geschapen. Het enkele feit dat zij in de praktijk de desbetreffende naam al gebruiken kan daaraan niet afdoen.
4.5. In de tweede plaats deelt de commissie niet het standpunt dat de advisering omtrent de naamswijziging de procedure inzake de omgangsregeling nadelig voor klager beïnvloedt. Het enkele feit dat de kinderen van klager een andere achternaam krijgen behoeft immers geenszins in de weg te staan aan de omgangsregelimg tussen hen en klager. Een naamswijziging zou mogelijk een eventueel verzoek van klager tot wijziging van het ouderlijk gezag nadelig kunnen beïnvloeden, maar daarbij merkt de commissie wel op dat ook het enkele feit dat kinderen een andere naam dragen niet in de weg behoeft te staan aan een wijziging van het ouderlijk gezag, wanneer daartoe andere, dringende gronden bestaan. Daarbij komt dat de Raad op het moment dat hij het naamswijziginqsonderzoek weer ter hand nam, niet kon weten van een op handen zijnd verzoek tot wijziging van het gezag. Klager heeft weliswaar gesteld daartoe het voornemen te hebben, maar daarover bestaat zelfs op dit moment te weinig duidelijkheid, nog daargelaten of dat van invloed zou zijn op de beslissing van de.commissie.
4.6. Om al deze redenen zal de commissie de klacht ongegrond verklaren.
5. DE BESLISSING
De klachtencommissie verklaart de klacht ongegrond.
Aldus gegeven op ii
december 1996 te Groningen door de klachtencommissie I, bestaande uit mr.
Kkkk, voorzitter, mr. Kkkk en dr. Zzzz leden, bijgestaan door de secretaris
mr. Kkkk.
w.g. voorzitter w.g. secretaris
Voor eensluidend afschrift conform,
secretaris
De klachtencommissie
geeft door middel van afschrift kennis van deze beschikking aan
klager
de directeur van de Directie Noord
de praktijkleider de Minister van Justitie.
Afschriften verzonden op: ii-1-'97
Bovenstaand de beslissing
op de klacht tegen de Raad voor de Kinderbescherming, onderstaand het besluit
op het bezwaar bij het Ministerie van Justitie.
Besluit van de Staatssecretaris van Justitie op het bezwaarschrift van de heer Rrr te Wwww.
Verloop van de procedure
Bij brief van ii augustus 1994 heeft moeder gevraagd om wijziging van de geslachtsnaam van haar kinderen D1980, Z1982,. Z1983 en Z1988 in de naam van hun stiefvader. Bij besluit van ii maart 1997 heb ik aan belanghebbenden kenbaar gemaakt dat ik het voornemen heb om aan Hare Majesteit de Koningin een voordracht te doen voor een koninklijk besluit strekkende tot wijziging van de Geslachtsnamen. Tegen dat besluit heeft bij brief van ii april 1997 de heer Rrrr te Wwww (hierna te noemen: indiener) een bezwaarschrift ingediend.
1. wettelijk kader
-Het Burgerlijk Wetboek
In artikel 5, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald, dat de geslachtsnaam van een wettig, gewettigd of geadopteerd kind die van zijn vader is. In artikel 7, van Boek 1 BW is bepaald dat de geslachtsnaam van een persoon op zijn verzoek, of op verzoek van zijn wettelijke vertegenwoordiger, kan worden gewijzigd. De naarnsvijziqing geschiedt bij koninklijk besluit.
- Richtliinen voor geslachtsnaamswijziging 1989
Voor de beoordeling van verzoeken om naamswijziging gelden bepaalde richtlijnen, die als Richtlijnen voor geslachtsnaamswijziging 1989 zijn gepubliceerd in de Staatscourant van 2 januari 1989, 1. Deze richtlijnen zijn tevens opgenomen in de brochure "Naamswijziging", op blz. 19 e.v. De richtlijnen geven aan in welke gevallen naamswijziging kan worden verleend.
In artikel 3, eerste lid, aanhef en sub b, van de Richtlijnen 1989 is geregeld, dat op verzoek van de wettelijk vertegenwoordiger de geslachtsnaam van een mindeijarige in die van de stiefvader wordt gewijzigd, indien de moeder en de stiefvader gedurende ten minste drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek de minderjarige als behorende tot hun gezin hebben verzorgd en opgevoed.
In artikel 3, tweede lid, worden afwijzingsgronden genoemd. Het verzoek om naamswijziging wordt onder meer afgewezen, indien de belangen van het kind zich tegen de inwilliging van het verzoek verzetten. Volgens de toelichting op de richtlijnen behoort steeds bepalend te zijn dat de geslachtsnaamswijziging de belangen van het kind dient.
Het begrip het belang van het kind
Bij de toepassing van het begrip "het belang van het kind" , genoemd in artikel 3, tweede lid, van de Richtlijnen 1989 wordt gelet op onderstaande factoren. Aan de hand van de antwoorden op deze factoren, vindt een belangenafweging plaats.
1. Weet het kind wie zijn vader is?
Een facet van het criterium "het belang van het kind" is de statusvoorlichting. Onder status wordt verstaan het kennen van iemand's werkelijke afkomst (status). Uit kinderbeschermingsoogpunt moet een kind voldoende op de hoogte zijn van zijn eigen afstanming. Daarom speelt de statusbekendheid bij een kind een belangrijke rol. Volgens vaste jurisprudentie is deze statusvoorlichting in het belang van het kind en in het algemeen ook in dat van een kind jonger dan 12 jaar. Volgens vaste rechtspraak geldt het volgende, indien het gaat om jonge kinderen: Het niet inlichten over hun afstamming is niet beslissend voor afwijzing van het verzoek om geslachtsnaamswijziging, tenzij komt vast te staan dat de wettelijke vertegenwoordiger zich in dit opzicht terughoudend opstelt en niet voornemens is binnen een redelijke termijn tot de statusvoorlichting over te gaan. In dat geval is het risico van statusverduistering aanwezig.
2. Leidt naamswijziging tot eenheid van naam in het gezin?
In het algemeen is het in het belang van het kind dat het dezelfde naam draagt als de andere leden van het gezin waarin het wordt opgevoed. Een verschil in naam in een gezin roept vaak bij derden vragen op, die als hinderlijk worden ervaren. (artikelsgenvijze toelichting op Richtlijnen 1989, brochure Naamswijziging, blz. 30)
3. In welke mate accepteert het kind de huidige gezinssituatie?
De vraag of naamswijziging in het belang van het kind moet worden geacht, wordt beantwoord op grond van feitelijke omstandigheden, ongeacht de vraag hoe deze zijn ontstaan, zie ook de toelichting op vraag 5.
4. Welke rol speelt ieder van de ouders in het leven van het kind?
Deze vraag wordt beantwoord op grond van de feitelijke omstandigheden, ongeacht de vraag hoe deze zijn ontstaan, zie ook de toelichting op vraag 5.
5. Hoe is het contact tussen de beide ouders en het kind?
Bij de vaststelling of er al of niet kontakt bestaat, wordt uitgegaan van feitelijke omstandigheden. In dit verband wordt bij deze beantwoording geen waarde-oordeel uitgesproken, maar wordt slechts een constatering van feitelijke aard gedaan. Het gaat er in een naamswijzigingsprocedure om de belangen van het kind op zijn waarde te schatten en deze af te wegen tegen de bedenkingen van de bezaarmakende ouder. De omstandigheden waarin het kind is komen te verkeren, is een gegeven. De vraag aan wie die situatie is toe te schrijven, is niet van belang voor de beoordeling van het verzoek om geslachtsnaamswijziging.
6. Welke naam wenst het kind zelf te dragen?
De wens van het kind zelf met de daarbij behorende redenen is een factor om rekening mee te houden. De wens van de mindeijarige alleen is niet doorslaggevend, maar speelt bij oudere minderjarigen wel een voorname rol. Een rninderjarige van twaalf jaar en ouder heeft namelijk op grond van artikel 3, tweede lid, sub a, van de Richtlijnen 1989 het recht niet in te stemmen met het verzoek om geslachtsnaamswijziging. De wens van minderjarigen jonger dan twaalf jaar speelt een minder belangrijke rol.
7. Draagt het kind in het dagelijks verkeer al de gevraagde naam? In veel gevallen gaat het kind reeds onder de gevraagde naam door de wereld en alleen bij officiële gelegenheden, bijvoorbeeld wanneer het wordt ingeschreven voor een school of een examen, blijkt dat het kind wettelijk een andere geslachtsnaam draagt. (artikelsgewijze toelichting op Richtlijnen 1989, brochure Naamswijziging blz. 30)
8. Komt naamswijziging de stabiliteit en rust in het gezin ten goede?
De naamswijziging komt de stabiliteit en rust in het gezin ten goede; het kind valt niet langer op door zijn afwijkende geslachtsnaam en de naamswijziging bevestigt de band van het kind met de persoon wiens naam wordt verleend. (artikelsgewijze toelichting op Richtlijnen 1989, brochure Naamswijziging blz. 30)
9. Waaruit bestaan de belangen van de beide ouders bij geslachtsnaainswijziging?
Bepalend behoort volgens de toelichting steeds te zijn dat de geslachtsnaamswijziging de belangen van het kind dient. De belangen van de ouders bij de geslachtsnaamswijziging zijn daaraan ondergeschikt (toelichting op Richtlijnen 1989, brochure Naamswijziging, blz. 26).
Aan de hand van de beantwoording van deze vragen vindt de afweging plaats of geslachtsnaamswijziging de belangen van het kind dient. Zoals eerder opgemerkt zijn de belangen van de ouders daaraan ondergeschikt. Bij de weging van belangen is één factor niet genoeg (met uitzondering indien sprake is van statusverduistering), spelen feitelijke factoren een rol en moet het gaan om een samenstel van feiten.
2. bezwaren indiener
De bezwaren van indiener worden hierna onder 4 besproken.
3. horen van belanghebbenden
Belanghebbenden zijn uitgenodigd voor een hoorzitting op ii juii 1997 op mijn ministerie. Schriftelijk heeft moeder aangegeven niet te zullen verschijnen. Zie voor een verslag van horen de bijlage bij dit besluit.
4. overwegingen
Moeder woont sinds ii augustus 1991 ongehuwd samen met stiefvader, met wie zij op ii december 1991 is gehuwd. Nu het verzoek om naamswijziging dateert van ii augustus 1994 voldoet de aanvraag aan de voorwaarde dat stiefvader en moeder de kinderen gedurende ten minste drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek als behorende tot hun gezin hebben verzorgd en opgevoed.
Uit het verzoek om naamswijziging blijkt, dat stiefvader geen bezwaren heeft tegen de verzochte geslachtsnaamswijziging. Uit het advies van de raad voor de kinderbescherming blijkt dat de kinderen geen bezwaren hebben tegen de verzochte naamswijziging.
Beslissend voor de vraag of de aanvraag kan worden toegewezen, is of het belang van de kinderen zich niet tegen de geslachtsnaamswijziging verzet.
Vast staat dat de kinderen op de hoogte zijn van hun afkomst. Indien de kinderen dezelfde naam dragen als stiefvader en moeder is sprake van eenheid van naam in het gezin. Geslachtsnaamswijziging komt dus de eenheid van naam in het gezin ten goede.
Uit het onderzoek van de raad blijkt, dat de kinderen hun huidige gezinssituatie hebben geaccepteerd en dat hun moeder en stiefvader een grote rol innemen in hun leven. Voorts blijkt uit dat onderzoek dat tussen indiener en zijn kinderen sinds 1994 geen of nagenoeg geen contact bestaat. Ik merk in dit verband op dat hiermee geen waarde-oordeel wordt uitgesproken, maar een constatering van feitelijke aard wordt gedaanHet gaat er in een naamswijzigingsprocedure om de belangen van de kinderen op hun waarde te schatten en deze af te wegen tegen het bezwaar van de vader. De omstandigheden waarin de kinderen zijn komen te verkeren, is een gegeven. De vraag aan wie die situatie is toe te schrijven, is niet van belang voor de beoordeling van het verzoek om geslachtsnaamswijziging.
Het blijkt verder dat de kinderen al de gevraagde naam dragen en dat de naamswijziging de stabiliteit en rust in het gezin ten goede komt.
Nu er er sprake is
van een periode van bijna zes jaar van opvoeding en verzorging in het gezin,
de gevraagde naam reeds wordt gebruikt, de vader geen contact meer met de
kinderen heeft, de kinderen op de hoogte zijn van hun afkomst en er verder
geen andere omstandigheden naar voren zijn gekomen die aangeven dat de belangen
van de kinderen zich moeten verzetten tegen inwilliging, ben ik van oordeel
dat de belangen van de kinderen zwaarder wegen dan de bezwaren van indiener.
Ik ben dan ook van oordeel dat de verzochte naamswijziging het belang van
de kinderen dient.
Indiener heeft onder meer als bezwaren tegen de verzochte naamswijziging dat
naar zijn meninc, het belang van de kinderen niet met een officiële naamwijziging
wordt gediend, dat naamswijziging in die van de moeder nog enige betekenis
zou hebben, maar dat elke andere naam de kinderen berooft van hun genealogische
wortels en dat naamswijziging geen praktische betekenis heeft, nu de kinderen
in het dagelijks gebruik de gevraagde naam reeds voeren. Voor al deze bezwaren
geldt, dat nu echter op grond van de Richtlijnen voor de geslachtsnaamsvvijziging
officiële naamswijziging mogelijk is, deze bezwaren ongegrond zijn.
Verder meent indiener dat niet de wens van de kinderen aanleiding of oorzaak is tot het verzoek, maar de wens van de moeder om de kinderen daarmee (verder) van hem te verwijderen en meer druk op de omgangsregeling te legden. Dit door indiener opgeworpen bezwaar staat echter geheel los van het beoordelen van een verzoek om geslachtsnaamswijziging.
Tot slot meent indiener dat de beslissing op zijn bezwaarschrift uitgesteld zou moeten worden totdat de rechtbank Assen heeft beslist op een verzoek om wijziging van het gezag dat hij voornemens is in te dienen. Indiener vreest dat een beslissing tot naamswijziging zijn kansen op inwilliging van dat verzoek verkleinen. Wat daarvan ook zij, nu het verzoek om naamswijziging op dit moment voldoet aan de gestelde criteria oordeel ik dat geen rekening gehouden mag worden met een mogelijk toekomstige wijziging van de situatie waarvan bovendien onzeker is of en wanneer deze definitief plaatsvindt.
Ik wijs indiener er op, dat naamswijziging niet verhindert dat omgang tussen hem met de kinderen kan plaatsvinden.
De kinderen kunnen nadat naamswijziging is verleend, na het bereiken van de meerderjarigheid hun oorspronkelijke naam herkrijgen. Op deze wijze kan uitdrukking gegeven worden aan de eventuele wens van een meerderjarige aan wie naamswijziging werd verleend, om zijn afstamming ook via zijn naam weer tot uitdrukking te brengen.
5. beslissing
Ik verklaar, gelet op het vorenstaande, nu al hetgeen overigens is aangevoerd daaraan niet vermag af te doen,
het ingediende bezwaar ongegrond.
Den Haag, ii juni 1997.
De Staatssecretaris etc.
Bijlage bij besluit.
Verslag van de zitting inzake de behandeling van het bezwaarschrift over de wijziging van de geslachtsnaam D1980, Z1982, Z1983, Z1988 in "Vvvvv"
Datum zitting: ii juni 1997
Aanwezig:
van de zijde van het Ministerie van Justitie:
mr Ggggg (voorzitter)
mw mr Kkkk (lid)
hr. Wwww (secretaris)
van de zijde van de indiener:
- de heer Rrrrr (vader)
Verslag
De voorzitter opent
de zitting en stelt de heer Rrrr in de gelegenheid zijn bezwaarschrift toe
te lichten.
De heer Rrrr geeft een samenvatting van hetgeen hij in zijn bezwaarschrift
en in eerdere stukken naar voren heeft gebracht.
Vervolgens overhandigt hij een notitie waarin zijn bezwaren nader zijn uiteengezet.
Deze notitie is aan
dit verslag gehecht.
Naar de mening van de heer Rrrr zou met de beslissing op zijn bezwaarschrift
moeten worden gewacht tot de rechtbank heeft beslist op het recent ingediende
verzoek tot wijziging van de gezagsverhouding. De heer Rrrr is van oordeel
dat de beslissing van de rechtbank van belang is voor de onderhavige kwestie.
De voorzitter geeft een uiteenzetting over het vervolg van de procedure en
sluit vervolgens onder dankzegging de zitting.
Secretaris
Wwww.