RVK0403
Inleiding.
Een ingewikkelde omgangszaak
ontstond door bemoeienis van RvK en BJZ en door een door moeder ontketende
incesthetze naar gemeenten, politie, scholen, etc.
Klager verzocht schriftelijk uitgebreid om een juiste vertaling van de beschikking
van de Rechtbank naar de door de RvK te beantwoorden onderzoeksvragen, en
drong aan op het horen van zekere informanten. De RvK negeerde deze verzoeken.
Mondeling beleden de raadsmedewerkers tijdens het onderzoek en op terechtzittingen
brave uitgangspunten, maar het onderzoeksrapport had een andere teneur en
zorgde eerder voor olie op het vuur. Bij de verzending van dit rapport naar
klager en diens advocaat bleef de RvK opnieuw in gebreke.
De klachtencommissie meent dat klager zelf meer actie had moeten ondernemen
richting rechtbank, en vooral dat de RvK niet in strijd handelde met het beleid.
Alleen de klacht over het negeren van de vraag naar uitoefening van het gezag,
werd gegrond verklaard.
-- -------------- ------------------- ------------------ ----
Klachtencommissie
V
Raad voor de Kinderbescherming, Directie Zuid
Beslissing van klachtencommissie
V
Inzake de klacht van:
De heer Tttt, wonende te Bbbb verder te noemen klager
tegen
De Raad voor de Kinderbescherming, vestiging 's-Hertogenbosch verder te noemen
de raad
1. Het verloop
Bij brief d.d. ii december 2003 heeft klager een klacht ingediend over wijze
waarop door de raad een onderzoek is uitgevoerd.
De commissie beschikte
over de navolgende stukken;
-bijlage bij klachtbrief waarin de klacht, de beslissing van de directeur
en de reactie daarop per onderdeel zijn behandeld;
beslissing directeur d.d. ii-11-2003; klachtbrief klager, met bijlage, aan
raad d.d. ii-9-2003;
aanvulling op de klachtbrief d.d. ii-9-2003;
brief aan raad met commentaar op het concept rapport d.d. ii-9-2003;
beschikking rechtbank d.d. ii mei 2003;
Na de hoorzitting zijn door klager de navolgende stukken overgelegd:
- brief klager aan raadsonderzoeker d.d. ii-5-2003 met bijlagen;
- brief raadsonderzoeker aan klager d.d. ii-6-2003;
- brief raadsonderzoeker aan klager d.d. ii-6-2003;
- brief raadsonderzoeker aan klager d.d. ii-6-2003 (i.z. onderzoeksvragen);
- brief raadsonderzoeker aan klager d.d. ii-6-2003 (i.z. informanten);
- brief klager aan raadsonderzoeker d.d. ii-6-2003
- brief klager aan raadsonderzoeker d.d. ii-6-2003
- brief raadsonderzoeker aan klager d.d. ii-7-2003
- brief klager aan raadsonderzoeker d.d. ii-7-2003
- brief raadsonderzoeker aan klager d.d. ii-7-2003
- brief klager aan raadsonderzoeker d.d. ii-8-2003
- brief klager aan raadsonderzoeker d.d. ii-9-2003
- brief raadsonderzoeker aan klager d.d. ii-9-2003
- verklaring getuige d.d. ii-12-2003.
Door de raad zijn,
na de hoorzitting nog de navolgende, nog niet bekende, stukken overgelegd:
- rapport raad d.d. ii-10-2001 met bijlagen;
- rapport raad d.d. ii-1-2002 met bijlagen;
- beschikking rechtbank d.d. ii-5-2002;
- beschikking rechtbank d.d.
ii-1-2003;
- brief raadsonderzoeker aan klager d.d. ii-7-2003;
- verzoek spoedmachtiging uithuisplaatsing d.d.ii-7-2003;
- concept vervolg gezinsvoogdijplan d.d. ii-7-2003;
- vervolg gezinsvoogdijplan d.d. ii-8-2003
- rapport raad d.d. ii-9-2003 met bijlagen;
- beschikking rechtbank d.d. ii-10-2003;
- arrest Hof d.d. ii-11-2003;
- proces-verbaal zitting rechtbank d.d. ii-1-2003;
- proces-verbaal zitting rechtbank d.d. ii-9-2002;
- beschikking rechtbank d.d. ii-1-2004.
2. De klacht
De klachten kunnen, kort weergegeven, als volgt worden geformuleerd:
1. Raadsonderzoekers stelden
zich selectief en eenzijdig op;
1.1. voorgedragen informanten
werden genegeerd
1.2. mogelijkheid toekenning eenhoofdig gezag aan klager werd niet onderzocht;
1.3. brieven met voorstellen klager worden niet bij het rapport opgenomen.
2. Raadsonderzoekers volgden
niet de door de rechter aangegeven onderzoeksroute;
3. Een passage in het rapport
over een lopend politie-onderzoek is niet geschrapt;
4.1. Moeder communiceerde per e-mail
met de raad, klager kon dat niet;
4.2 . Moeder had een langere termijn op het raadsrapport te reageren dan klager;
4.3 . Het rapport was niet naar het juiste adres van klagers advocaat gezonden;
4.4. Raadsonderzoekers gingen niet uit van het definitieve gezinsvoogdijplan
4.5. Tijdens het onderzoek is telkenmale door de raadsonderzoeker gezegd dat
hij 'positief' stond tegenover een omgangsregeling.
De directeur heeft in zijn beslissing d.d. ii november 2003 de klachten ongegrond verklaard met uitzondering van klachtonderdeel 3 waarover hij geen oordeel kon geven en klachtonderdeel 4.5 dat, gelet op de toelichting1 buiten behandeling kon blijven omdat het een toelichting was op de eerdere klachten.
3. De ontvankelijkheid
De klachtencommissie overweegt
dat de klacht binnen de daartoe gestelde termijn is ingediend en betrekking
heeft op een aangelegenheid van kinderbescherming waarbij klager als belanghebbende
is betrokken. De commissie acht klager in zijn klachten ontvankelijk.
4. De zitting
De klachtencommissie hoeft op ii januari 2004 klager, bijgestaan door de heer
Rrrr, mr. Wwww, jurist op het directiebureau, de heer Eeee, praktijkbegeleider
en de heer Hhhh raadsonderzoeker, gehoord.
Ter zitting is, zakelijk
weergegeven, het volgende naar voren gebracht:
De voorzitter geeft aan de klachten puntsgewijs te willen behandelen:
Klacht 1:
De heer Hhhh:
Wij hebben gekeken naar informanten die iets konden zeggen over de huidige
situatie van het kind. Wij hebben klager daarover gemotiveerd geïnformeerd.
De heer Rrrr:
De informanten die klager aandroeg zijn genegeerd. De motivatie van de raad
is niet geldig. Als er sprake is van een wijziging, is er een verschil tussen
heden en verleden. Zonder het verleden te kennen kun je de huidige situatie
niet beoordelen. Daarom zijn door klager de politie en de huisarts, als informant,
aangedragen.
Klacht 1.1:
De heer Rrrr:
De motivatie van de raad om de voorgedragen informanten niet te horen is niet
geldig. Als er een wijziging is tussen heden en verleden moet je, om de huidige
situatie te beoordelen, ook het verleden kennen.
De heer Hhhh:
Wij hadden redenen om alleen informanten te benaderen die iets over de huidige
situatie weten.
Klacht 2:
De heer Wwww:
Vader had niet om het enkelvoudig gezag gevraagd. Als je naar de norm in de
wet kijkt kom je niet aan de vraag toe of er enkelvoudig gezag moet zijn.
De omgangsregeling was het belangrijkste. Niet meewerken aan een omgangsregeling
kan gevolgen hebben voor het gezag en niet andersom.
De heer Rrrr:
De vraag van de rechter was om ook naar de gezagssituatie te kijken. Ik weet
dat gezamenlijk gezag de norm is maar desondanks heeft de rechter gevraagd
hier naar te kijken. Z1992 zit al 3 jaar in de problemen en de hulp komt niet
op gang. Dat wordt door iedereen erkend. De raad had moeten bekijken wat de
mogelijkheden van beide partijen zijn. Het gezag van vader heeft altijd onder
vuur gelegen.
De heer Tttt:
Mijn advocaat heeft geen eenhoofdig gezag gevraagd omdat hij niet dacht dat
dat mogelijk zou zijn. De gezinsvoogd heeft mijn gezag willen ondermijnen
en heeft ook moeder daartoe geadviseerd.
Klacht 1.3:
De heer Rrrr:
De discussie over de onderzoeksvragen is niet als bijlage bij het rapport
gevoegd. Daarin stond vermeld dat óók de mogelijkheid van eenhoofdig gezag
bij vader moest worden onderzocht. De raad maakt zelf een selectie. De rechter
stelt een vraag en vertrouwt er op dat die vraag zo wordt uitgevoerd. De niet
meegestuurde brieven zouden het rapport anders gekleurd hebben.
De heer Wwww:
Het is aan de raad te bepalen welke stukken als bijlage worden meegestuurd.
Het is niet zo dat de cliënt kan aangeven wat mee moet. Als hij het niet eens
is met onze selectie kan hij dat zelf bij de rechtbank aangeven. Alle relevante
stukken zijn als bijlage toegevoegd. In eerste instantie wordt de relevantie
van stukken bepaald door de raadsonderzoeker. Daarna bespreekt hij het met
de teamleider.
Klacht 2:
De heer Wwww:
Naar onze mening heeft de raad de beschikking goed gelezen en qua bejegening
geen fouten gemaakt. Het gaat in eerste instantie om een omgangsregeling en
het gezag wordt er wel in betrokken. Als uitstapje, hebben wij ons afgevraagd
hoe het zou liggen als het gezag anders lag maar daar lag, in eerste instantie,
niet het zwaartepunt van het onderzoek. Wij hebben in deze gehandeld zoals
wij ook in andere zaken handelen bij een dergelijk verzoek.
De heer Rrrr:
Ik hoor hierin een bevestiging van de klacht. Als de omgang problemen geeft
moet er naar het gezag gekeken worden. De raad heeft niet aangegeven welke
contra-indicaties er waren voor de omgangsregeling en daarna is niets meer
met het gezag gedaan. De rechter heeft gevraagd om handvatten te geven als
de omgangsregeling niet uitgevoerd zou kunnen worden. De conclusie van het
onderzoek is toch dat er geen omgangsregeling komt.
De heer Wwww:
Indien er gezamenlijk gezag is zijn er geen contra-indicaties voor een omgangsregeling.
Wij hebben de beschikking naar de wet geïnterpreteerd.
De heer Tttt:
Op ii november 2003 hoeft de heer Wwww zelf bij het Hof gezegd dat er een
omgangsregeling moet komen maar het raadsadvies was anders.
De heer Wwww:
Er lopen 5 procedures tegelijk. Het Hof heeft meerdere zaken tegelijk behandeld.
Wij hebben gezegd dat als een uithuisplaatsing gerealiseerd wordt, er meteen
een omgangsregeling kan komen. Omdat de kinderrechter was gewraakt bleek de
beschikking uithuisplaatsing niet afgegeven. Als de uithuisplaatsing wel gerealiseerd
had kunnen worden was de omgangsregeling wel op gang kunnen komen. Wij zijn
ook tijdens het raadsonderzoek bezig geweest met het regelen van een omgangsregeling.
Klacht 3:
De heer Hhhh:
Ik heb klager gespreksverslagen gestuurd. De heer Tttt heeft de verslagen
gecorrigeerd teruggestuurd. Ik had dat zo met hem afgesproken. Verder was
afgesproken dat de brieven aan het rapport zouden worden toegevoegd. De heer
Tttt wist daarom dat de brief waarin melding word gemaakt van het politieonderzoek
meegestuurd zou worden.
De heer Tttt:
Ik heb met de heer Hhhh over het politie-onderzoek gebeld maar hij wilde toch
dat ik het op papier zette. Ik heb de heer Hhhh zeer nadrukkelijk, telefonisch,
verzocht in het rapport niets over het politie-onderzoek te melden. In het
definitieve rapport is die passage er wel uitgehaald, in het concept rapport
niet. Dat heeft moeder toen ook gelezen.
De heer Rrrr:
Er is een hetze aan de gang tegen klager. Als de tegenpartij weet dat er een
politie-onderzoek loopt is dat olie op het vuur. De heer Hhhh Ik heb met klager
besproken dat al zijn reacties op de gespreksverslagen meegestuurd zouden
worden. Bij het concept rapport zijn niet meer alle brieven opnieuw besproken.
Ik heb in dit onderzoek niet de normale gang van zaken gevolgd. Klager heeft
na ieder gesprek het verslag gehad en kon daar schriftelijk op reageren. In
zijn reactie m.b.t. de vermelding van het politie onderzoek stonden ook nog
reacties op andere zaken. De passage over het politie-onderzoek stond niet
in het concept rapport maar wel in de brief die als bijlage was bijgevoegd.
De heer Tttt:
Op ii juli heb Ik de raadsonderzoeker gevraagd de passage weg te laten. Het
was een reactie op een gespreksverslag. klacht 4.1 De heer Rrrr: Moeder kon
wel reageren per e-mail. De heer Tttt heeft een digitale versie van het rapport
gevraagd maar kreeg dat niet.
De heer Wwww:
Wij sturen niets per e-mail of floppy rond. Dat is vastgesteld beleid. Moeder
heeft een mailtje naar ons gestuurd. Wij sturen zelf niets per mail.
De heer Rrrr:
Ik weet dat de gezinsvoogd ook per mail communiceert. Volgens mij wordt de
heer Tttt gewoon geplaagd.
Klacht 4.2:
De heer Tttt:
Ik had om een verlenging van de reactietermijn gevraagd, daarvan heeft moeder
kunnen profiteren.
Klacht 4.3:
De heer Tttt:
Het raadsrapport was niet naar het juiste adres van de advocaat gestuurd.
Ik had ook geen uitnodiging gehad voor de zitting van ii september.
De heer Eeee:
Wij hebben het rapport blijkbaar, naar het oude adres van de advocaat gestuurd.
Wij gaan niet controleren of de adressen nog kloppen, wij gebruiken de gids
voor de rechtspraktijk als wij twijfelen aan het adres.
Klacht 4.4:
De heer Tttt:
De reactie op het hulpverleningsplan zat niet bij het rapport.
Klacht 4.5
De heer Tttt
De heer Hhhh heeft zich steeds positief uitgelaten over een omgangsregeling
en uiteindelijk adviseert hij negatief. Hof heeft besloten dat er geen omgangsregeling
komt.
5. Beoordeling van
de klachten
Op grond van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht
overweegt de commissie het volgende ten aanzien van de ingediende klachten:
1.1 Door klager naar voren gebrachte informanten zijn genegeerd. De commissie overweegt dat klager in de gelegenheid is gesteld informanten voor te dragen maar dat het de beleidsvrijheid van de raad is te beoordelen welke informanten worden gehoord. Naar de mening van de commissie heeft de raad in de brieven van ii en ii juli 2003 voldoende gemotiveerd waarom de door klager aangedragen informanten niet zijn gehoord. Gelet op de motivatie kan de commissie ook niet tot het oordeel komen dat hier sprake is van een onjuiste toepassing van het beleid. De commissie acht de klacht ongegrond.
1.2 De mogelijkheid van toekenning van eenhoofdig gezag aan klager is niet onderzocht. Uit de, als eerst geformuleerde, onderzoeksvraag blijkt dat het onderzoek van de raad zich richt op de vraag 'of het in het belang van de minderjarige is het gezag te wijzigen in de situatie waarbij uitsluitend moeder gezag hoeft, uitsluitend vader gezag heeft of dat de huidige situatie van gezamenlijk gezag moet worden gehandhaafd'. Omdat de raad, in de loop van het onderzoek, tot de conclusie komt dat handhaving van het gezamenlijk gezag de juiste optie is, komt een onderzoek naar en beantwoording van de twee andere vragen niet moor aan de orde toerwijl dit wel in de onderzoeksvraag gesuggereerd wordt. De commissie is van mening dat hier een bejegeningsfout is gemaakt. De raad had ofwel de onderzoeksvraag anders moeten formuleren ofwel in moeten gaan op alle genoemd aspecten in de onderzoeksvraag. Dat de uiteindelijke conclusie hetzelfde zal zijn doet hier niet aan af. De commissie acht deze klacht gegrond.
1.3 Brieven met
voorstellen van klager t.a.v. de onderzoeksvragen en de te horen informanten
zijn niet als bijlage aan het rapport toe gevoegd. Hierdoor heeft de rechter
naar de mening van klager geen kennis kunnen nemen van de discussie rond de
uitvoering van het onderzoek. Klager is door de raad ten aanzien van de inhoud
van de onderzoeksvragen in de gelegenheid gesteld zijn mening te geven en
de raad heeft vervolgens de onderzoeksvragen ook anders gedefinieerd. Vervolgens
heeft de raad de brieven waaruit deze discussie blijkt niet als bijlage toegevoegd.
De raad is van mening dat het te zijner beoordeling is welke brieven als bijlage
worden toegevoegd. De betreffende brieven achtte de raad niet meer opportuun
voor het advies. De commissie is het met de opvatting van de raad eens temeer
nu gebleken is dat de raad rekening heeft gehouden met klagers opvatting.
De raad heeft in deze niet onjuist of onzorgvuldig gehandeld. Indien klager
zich niet kan vinden in hetgeen als bijlage is toegevoegd had hij zelf de
rechtbank dienaangaande kunnen informeren. De commissie acht deze klacht ongegrond.
2. De raadsonderzoekers volgden niet de door de rechter aangegeven onderzoeksroute. Volgens klager staat de omgang in het verzoek centraal en moet de raad daarbij het gezag betrekken omdat het gezamenlijk gezag, volgens de vrouw, hulpverlening in de weg staat. Naar de mening van de commissie vraagt de rechter een onderzoek waarin beide aspecten, toe weten omgang en gezag, aan de orde dienen te komen. Tijdens het onderzoek is de raad gebleken dat een uithuisplaatsing voor de minderjarige spoedig zou worden gerealiseerd. Vanuit dat perspectief heeft de raad een antwoord gegeven op de onderzoeksvragen. Dat is door de raad ook duidelijk in het rapport verwoord. Ook hier is het de beleidsvrijheid van de raad om het onderzoek vorm te geven en aan de rechter om te beoordelen of het onderzoek beantwoordt aan zijn verzoek. De commissie is niet tot de conclusie gekomen dat de raad onzorgvuldig of in strijd met het beleid heeft gehandeld. De commissie acht deze klacht ongegrond.
3. Een verzoek van klager aan de raadsonderzoeker om een passage over dreigtelefoontjes te schrappen is als bijlage aan het rapport toegevoegd zodat de tegenpartij van het politie-onderzoek op de hoogte kon komen. Volgens de raadsonderzoeker was met klager, in tegenstelling tot de normale gang van zaken, afgesproken dat klagers commentaar op gespreksverslagen zou worden meegezonden als bijlage bij het rapport. Alhoewel de commissie geen gespreksverslag heeft gezien waarin een dergelijke passage voorkomt, komt de commissie tot de conclusie dat, nu was afgesproken dat klagers commentaar integraal aan het rapport zou worden toegevoegd, het op de weg van klager had gelegen er voor te zorgen dat zijn verzoek in een aparte brief aan de raad zou zijn gemeld en niet in een reactie op het totale verslag. De commissie acht deze klacht ongegrond.
4.1 Klager vindt dat er sprake is van een ongelijke behandeling nu moeder wel per e-mail kan communiceren terwijl klager dit niet mocht. Volgens de raad heeft moeder aan de raad mail(s) gestuurd. Klager wilde echter stukken per mail van de raad ontvangen. Dit laatste is in strijd met de beleidsregels van de raad. Uit veiligheidsoverwegingen mogen geen raadsstukken geautomatiseerd verzonden worden, noch per mail noch op een floppy. Do commissie is van mening dat de raad conform het beleid gehandeld heeft en moeder niet bevoordeeld heeft. Do commissie acht deze klacht ongegrond.
4.2 Moeder heeft later gereageerd op het concept rapport dan de termijn die klager was gegeven. Klager is van mening dat er sprake is van een ongelijke behandeling. Hij moest uitstel van de termijn vragen terwijl moeder die termijn kreeg. De commissie acht in deze de opvatting van de raad, dat als partij uitstel vraagt en krijgt om te reageren ook de andere partij hiervan in kennis wordt gesteld, correct en ziet hierin geen ongelijke behandeling. Had klager geen uitstel gevraagd en gekregen dan had ook moeder tijdig moeten reageren. De commissie vindt dit feit niet klachtwaardig en acht de klacht ongegrond.
4.3 Klager beklaagt er zich over dat zijn advocaat het rapport niet tijdig heeft ontvangen doordat de adressering verkeerd was. Gebleken is dat de raad het rapport tijdig heeft verzenden, zowel naar klager als naar zijn advocaat. Uit het dossier is de commissie gebleken dat klager ook in vorige procedures dezelfde advocaat had. Indien de advocaat inmiddels is verhuisd kan het de raad niet verweten worden dat die niet van het nieuwe adres op de hoogte was. De commissie acht dit weliswaar een voor klager vervelende zaak maar komt niet tot een gegrondverklaring van de klacht.
4.4 Bij de toezending van de stukken is niet klagers reactie op het gezinsvoogdijplan meegezonden. Nu dit, later, door de raad is gecorrigeerd acht de commissie dit geen klachtwaardig feit meer. De commissie acht de klacht ongegrond.
4.5 Klager voelt zich misleid nu de raadsonderzoeker tijdens het onderzoek klager steeds heeft gerustgesteld met de mededeling dat hij positief tegenover een omgangsregeling stond. De commissie kan niet anders concluderen dan dat de raad van mening is dat het contact hersteld moet worden maar dat dit slechts onder voorwaarden kan gebeuren. Daaruit blijkt dat de raad in principe positief staat tegenover een omgangsregeling maar dat die, gelet op de hele situatie rond de uithuisplaatsing, niet zomaar gerealiseerd kan worden. De commissie is van mening dat hier geen sprake is van een onheuse bejegening en acht de klacht ongegrond.
5. Beslissing
De commissie acht alle klachten ongegrond
behalve de klacht genoemd onder punt 1.2 welke klacht gegrond wordt geoordeeld.
De commissie was
als volgt samengesteld:
Voorzitter: mevr. mr. Vvvv Leden:
mr. Vvvv
mevr. mr. Mmmm
Secretaris: mevr. mr. Bbbb
De beslissing is genomen
op ii februari 2004 en verzonden op ii maart 2004
w.g. Secretaris
w.g. voorzitter