RVK0110
Inleiding.
In een zaak over naamswijziging had klager een uitgebreide klacht ingediend.
Klachtenpunten waren o.a. : te vroeg begin van het onderzoek, te vroege verzending
van het rapport, geen aandacht schenken aan PAS, het horen van een minderjarig
kind en daarbij niet doorvragen, het hanteren van het criterium `vergroten
van eenheid van naam', verwijten dat vader strijdt met moeder.
- - - - - - - - - - - - - - - - - - -
KLACHTENCOMMISSIE III
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING
DIRECTIE NOORD-WEST
BESLISSING VAN KLACHTENCOMMISSIE III INZAKE DE KLACHT VAN:
De heer dr Nnnn, wonende te Amsterdam,hierna te noemen klager
tegen
de Raad voor de Kinderbescherming, vestiging Haarlem, verder te noemen Raad, en de Directie Noord-West
VERLOOP VAN DE KLACHTPROCEDURE
Op ii juli 2001 heeft de adjunct-directeur van Directie NoordWest, de heer mr Zzzz een schriftelijke beslissing gegeven naar aanleiding van de door klager op ii mei 2001 per fax ingediende klacht en de tijdens het klachtgesprek op de Raad daaraan toegevoegde klachten. Door de heer Zzzz zijn de klachten deels gegrond, deels ongegrond en deels niet ontvankelijk verklaard. Bij brief van 10 augustus 2001 heeft klager zijn klachten met bijlagen voorgelegd aan de klachtencommissie.
Naast vorengenoemde
stukken beschikte de klachtencommissie over de volgende stukken:
- concept-raadsrapport d.d. ii april 2001;
- klachtschrift van klager aan Raad d.d. ii-5-2001;
- definitief raadsrapport d.d. ii juni 2001;
- verslag van het klachtgesprek op de Raad d.d. ii juni 2001;
De inhoud van bovengenoemde stukken dient als hier ingevoegd te worden beschouwd.
DE KLACHT
De klacht die bij de klachtencommissie is ingediend heeft betrekking op het
door de Raad ingestelde onderzoek en het uitgebrachte rapport met betrekking
tot de naamswijziging van Z1992, de zoon van klager. De klacht is onderverdeeld
in 46 klachtpunten.
DE ONTVANKELIJKHEID
De klachtencommissie
overweegt dat de klacht binnen de daartoe gestelde termijn is ingediend en
betrekking heeft op een aangelegenheid die bij de Raad in behandeling is en
waarbij klager als belanghebbende is betrokken.
Op grond daarvan acht de klachtencommissie klager ontvankelijk in zijn klachten.
DE BEHANDELING TER ZITTING
De mondelinge behandeling
van de klacht heeft ter zitting plaats gevonden op ii oktober 2001.
Bij deze hoorzitting waren aanwezig klager vergezeld van de heer Rrrr. Van
de zijde van de Raad was de adjunct-directeur, de heer mr Zzzz, aanwezig.
Zakelijk weergegeven en alleen voor zover van belang voor de beoordeling van
de klacht is ter zitting het volgende naar voren gebracht. Na opening van
de klachtbehandeling stelt de voorzitter voor de klachtpunten daar waar mogelijk
te clusteren en allereerst drie belangrijke klachtpunten aan de orde te stellen.
Klager stemt hiermee in.
Klachtpunt 46. het definitieve
raadsrapport wordt naar de opdrachtgever, i.c. het Ministerie van Justitie,
gezonden zonder de klachtbehandeling of te wachten.
Klager verwijst terzake naar een uitspraak van de Nationale Ombudsman, waarbij
in een vergelijkbare zaak dit handelen als bedoeld in klachtpunt 46 werd afgekeurd.
In die zaak, evenals in de onderhavige zaak, was de periode tussen het uitbrengen
van de rapportage en de behandeling van de klacht kort genoeg op elkaar om
de klacht eerst te behandelen. Bovendien heeft het onderzoek in beide zaken
lang geduurd.
De heer Zzzz: de zaak bij de Ombudsman lag anders: bij de uitspraak van de
Ombudsman was o.a. de overweging, dat het onderzoek al zo lang had geduurd
dat het redelijk werd geacht om de klachtbehandeling of te wachten ( i.c.
ging het om twee dagen verschil tussen het verzenden van het rapport en de
klachtbehandeling). Doorgaans bekijkt hij de klacht eerst globaal en overweegt
of het belang van het kind er zich niet tegen verzet om de zaak uit te stellen.
In casu achtte hij het niet in het belang van Z1992 om de zaak nog langer
uit te stellen. Aan het ministerie is gemeld dat er klachten zijn. 0verigens
heeft hij het idee dat beide partijen geneigd zijn te klagen tot vertraging
van zaken.
De klachtpunten 12,
24 en 33 hebben betrekking op de (on)bekendheid van de Raad met Parental Alienation
Syndrom (PAS) . De klachtpunten die betrekking betrekking hebben op PAS zullen
worden geclusterd en tezamen worden beoordeeld.
Klager: de raadsonderzoeker, de heer Ffff, is niet bekend met PAS en gebruikt
het niet bij de diagnostiek. Hij had zich in de materie moeten verdiepen.
De heer Zzzz: PAS is een bepaalde visie; de Raad werkt in zijn algemeenheid
niet met PAS. Hij heeft het bestaan van PAS bij het Hoofdkantoor van de Raad
aangemeld en gevraagd om te melden hoe de Raad tegenover PAS staat.
Klachtpunt 41: aan klager
was toegezegd eerst na afronding van het onderzoek inzake omgangsregeling
van start te gaan met het onderzoek inzake naamswijziging. Dit wordt niet
in het rapport vermeld:
De heer Zzzz: de bovenbedoelde toezegging is inderdaad aan klager gedaan.
Het onderzoek inzake naamswijziging is in 1998 gevraagd en is in 2000 eerst
echt van start gegaan. In het algemeen duurt het raadsonderzoek 3 maanden
en met het raadplegen van externen ongeveer 9 maanden. De combinatie onderzoek
omgangsregeling en naamswijziging is precair, omdat het verzoek tot naamswijziging
als pressiemiddel kan worden gebruikt. Bij een goedlopende omgangregeling
bestaat minder behoefte aan naamswijziging. De moeder heeft druk uitgeoefend
om het onderzoek te laten beginnen en een omgangsregeling is op redelijke
termijn niet te verwachten.
Bij onderzoek inzake naamswijziging gaat het om het recht van betrokkene en
het heeft geen opschortende werking in geval van andere procedures. Een onderzoek
inzake naamswijziging is vrij technisch, is een ander soort onderzoek. De
Raad had een goed inzicht in de situatie en kon het onderzoek inzake naamswijziging
niet blijven uitstellen; moeder dreigde voorts met indienen van klachten inzake
het uitblijven van het onderzoek naar de naamswijziging.
Klager: op ii-10-1998 is het onderzoek inzake naamswijziging gevraagd en in
2000 is het gestart; het onderzoek inzake de omgangsregeling loopt nog steeds
en is niet afgerond. De Raad heeft geen zicht op zijn situatie en het feit
dat er nog steeds geen omgangsregeling is: hij heeft sinds ruim twee jaar
Z1992 niet gezien. Hij wil eerst een goedlopende omgangsregeling en daarna
is naamswijziging eventueel bespreekbaar.
De voorzitter merkt op dat de Raad in het rapport de reden had moeten vermelden
waarom na twee jaar toch met het onderzoek inzake naamswijziging werd gestart.
De voorzitter stelt voor de klachtpunten 8, 9, 15, 21, 22, 23, 27, 28, 29,
30, 36, 37, 38, 41, 42 en 43 voor zover zij direct of indirect betrekking
hebben op de omgang geclusterd te behandelen.
De heer Zzzz: de situatie van de omgangsregeling is in zoverre van belang
dat een conflictueuze zaak aan het ministerie moet worden gemeld en de gelegenheid
moet worden gegeven om nadere informatie te vragen. Gelet op de beperkte opdracht
aan de Raad is een kale vermelding voldoende. Er is geen causaal verband tussen
de bemoeienis van de Raad en het stilleggen van de omgangsregeling. Volgens
normen 2000 is correct gerapporteerd inzake de naamswijziging. Gelet op de
situatie kon een opmerking over de omgangsregeling niet achterwege blijven.
Bovendien kan het ministerie om nadere informatie vragen.
Klager: de Raad hinkt op twee benen: enerzijds acht de Raad de omgangsregeling
niet relevant en anderzijds wordt er toch melding van gemaakt in het rapport.
Dat er geen omgangsregeling is, komt mede door de Raad. Er is een rechterlijke
uitspraak inzake de omgangsregeling, maar die wordt niet uitgevoerd. Het ABJ
onderzoek liep, maar werd verstoord door de moeder. De Raad heeft geen dwangmaatregelen
opgelegd. De raadsmedewerker dacht dat de Rechtbank in juni 2001 uitspraak
zou doen en de moeder zou gaan praten met de pastoor, hetgeen niet is gebeurd.
A.s. dinsdag komt er een uitspraak van de Rechtbank.
De heer Rrrr: de rapportage noodt tot selectiviteit bij de lezer en dan nog
wel een welwillende lezer.
De klachtpunt 10 en 11 hebben betrekking op het gesprek met de moeder en uitspraken
van de moeder). In het gesprek met moeder meldt deze dat klager 11 zich misdraagt".
Klager: moeder maakt hem zwart en de Raad neemt de uitspraken kritiekloos
op in het rapport. De Raad als instrument zou moeder op het rechte pad moeten
houden.
De heer Zzzz: het zou volledig onjuist zijn om een Raadsinterpretatie te geven
aan de uitspraken van moeder.
De klachtpunten 14, 15, 18, 31, 32 en 44 hebben betrekking op gesprek met
Z1992 en uitspraken van Z1992.
Klager: Z1992 is bij moeder thuis ondervraagd.
De heer Rrrr: kinderen onder de twaalf jaar moet men voorzichtig benaderen.
In het Normenrapport 2000 staat dat kinderen onder de twaalf jaar niet moeten
worden betrokken bij de naamswijziging. Z1992 is negen jaar en had niet moeten
worden gehoord.
De heer Zzzz: het kind wordt niet aan een kruisverhoor onderworpen, maar met
mate gehoord. Als er niet met het kind zou worden gesproken zou dat een klacht
kunnen opleveren.
De klachtpunten 16,
17, 35, 37 en 45 hebben betrekking op de eenheid van het gezin en op de rol
van de grootouders m.z. Klager: hij komt uit een grote familie en Z1992 is
zijn enige erfgenaam. Hij kan hem daarin niet begeleiden. Z1992 is in zijn
familie een tragiek. Door de problemen met moeder heeft hij geen banden met
hem en hij vreest dat Z1992 in de toekomst een probleemkind wordt. Volgens
het PARrapport kunnen nadelige gevolgen ontstaan en de Raad is zich onvoldoende
bewust van de PAS-effecten. De Raad is verkeerd bezig en ondersteunt de moeder.
De Raad werkt eraan mee dat er geen omgangsregeling is en is blij met het
stilleggen ervan. Door het huidige onderzoek is de zaak opnieuw achterop geraakt.
De heer Rrrr: klachten volgen de rapporten van de Raad, die chaotisch zijn
door dubieus en slecht taalgebruik. De PARrapportage geeft voorzichtige conclusies
en mogelijke ontwikkelingen weer in tegenstelling tot de schrijftrant van
de Raad, die wel voorzichtig en vaag is maar wel toepasbaar wordt geacht.
De heer Zzzz: Het PAR heeft voorzichtig gewaarschuwd voor een bepaalde ontwikkeling
van Z1992 in de toekomst. Het ministerie is hierover bericht. De klachtpunten
22 en 23 hebben betrekking op uitspraken van de maatschappelijk werker en
een samenvatting van de uitspraken van Z1992. Klager: hij moet er voor waken
dat Z1992 het vaderbeeld vergeet.
De heer Rrrr: volgens PAS vindt een hersenspoeling plaats door de verzorgende
ouder en is sprake van een halve zelfmoord van het kind door internalisering
van die hersenspoeling.
De heer Zzzz: er is geconstateerd dat het kind echt bang is.
De klachtpunten 25 ,
29, 30 en 35 gaan over strijd en spanning tussen de ouders.
Klager: er is sprake van een parmantige zekerheid bij de Raad in tegenstelling
tot de eerdere vaagheden. Hij heeft geen strijd met moeder maar zij met hem.
De heer Rrrr: de Raad geeft hier een recept om een omgangsregeling te frustreren
en gaat over de grens.
De heer Zzzz: in de systematiek is de conclusie van de Raad relevant en hij
persisteert.
De klachtpunten 27 tot
en met 30, 32 en 34 hebben betrekking op het belang van Z1992 inzake naamswijziging.
Klager: steeds haalt de Raad de omgangsregeling erbij. Er staat nergens dat
Z1992 de naam van vader niet kent.
De heer Rrrr : er is sprake van verhullend taalgebruik en drie keer gas terugnemen.
Het gebruik van woorden als " hoeft, mogelijk en invloed" is vaag. Bij ontleding
staat er niets.
BEOORDELING VAN DE KLACHTEN
De klachtencommissie overweegt gelet op de ter beschikking staande stukken alsmede op de ter zitting naar voren gebrachte feiten en omstandigheden als volgt. Gezien de onderlinge samenhang en gedeeltelijke overlapping van sommige klachten zal de klachtencommissie, waar zij dat gelet op de inhoud van de klachten aangewezen en duidelijk acht, meerdere klachten tezamen beoordelen.
Klachtpunt 2: naar het oordeel van de commissie betreft dit klachtpunt de beleidsmatige uitvoering van de Raad, hetgeen niet klachtwaardig is. Het is een standaardzin, die niet rechtstreeks tot betrokkenen is gericht. Klager is dan ook niet ontvankelijk in dit klachtpunt.
Klachtpunt 4: naar het oordeel van de commissie raakt dit klachtpunt het werkterrein van de Raad, hoewel niet in de toetsingscriteria vermeld wordt in hoofdstuk 8 van Normen 2000 het belang van het kind wel genoemd. Klager is niet ontvankelijk in dit klachtpunt.
Klachtpunt 8: In de onderhavige zaak loopt als een rode draad de kwestie dat de omgangsregeling niet los wordt gekoppeld van de naamswijziging. Met de adjunct-directeur is de commissie van oordeel, dat in een dergelijke conflictueuze zaak als de onderhavige vermelding en omschrijving van de voorgeschiedenis van de omgangsregeling niet achterwege kon blijven. Derhalve verklaart de klachtencommissie dit klachtpunt ongegrond.
Klachtpunt 9: de commissie deelt de mening van klager, dat de omgang geheel stil ligt omdat de Raad er zich mee bemoeit, niet. Dergelijke causaliteit deelt de commissie niet met klager. Het is immers niet de Raad te verwijten dat een omgangsregeling niet of niet goed loopt, aangezien in eerste instantie partijen zelf gestalte moeten geven aan de omgangsregeling. Dit klachtpunt is ongegrond.
Klachtpunten 10 en 11: klager heeft de mogelijkheid om de in het raadsrapport geciteerde uitspraken van moeder te matigen middels zijn commentaar op het conceptraadsrapport onbenut gelaten. De Raad kan niet zelfstandig verklaringen wijzigen op verzoek van de andere partij. Deze klachtpunten zijn dan ook niet gegrond.
Klachtpunten 12, 24 en 33 hebben betrekking op de (on)bekendheid van de Raad met het Parental Alienation Syndrom ( PAS ). Dat de maatschappelijk werker onkundig is van PAS is hem naar het oordeel van de commissie niet zodanig te verwijten, dat dit klachtpunt hierdoor gegrond zou moeten worden verklaard. Ter zitting is overigens gebleken, dat de Raad het fenomeen PAS ter bestudering heeft aangekaart bij het hoofdkantoor van de Raad, zodat in de toekomst wellicht PAS wel meegenomen zal worden in bepaalde zaken.
Klachtpunt 14 . De Raad heeft voor een gesprek met Z1992 gekozen. Het horen van minderjarigen jonger dan 12 jaar behoort tot de beleidsvrijheid van de Raad. Dit klachtpunt is ongegrond.
Klachtpunt 15: Ook voor dit klachtpunt geldt dat klager geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om in zijn commentaar op het raadsrapport een door de Raad verkeerd weergegeven feit te weerleggen. Bovendien betreft het een uitspraak van Z1992 waar ook voor geldt dat de Raad niet zelfstandig uitspraken kan veranderen op verzoek van andere partij en overigens komt het woord " oppervlakkig" in het rapport niet voor. Dit klachtpunt is ongegrond.
Klachtpunt 16: met dezelfde overweging als de adjunct-directeur acht de commissie klager in dit klachtpunt niet-ontvankelijk.
Klachtpunt 17: het is naar het oordeel van de commissie volstrekt logisch dat bij de ontwikkeling en het opgroeien van een kind diens grootouders mede een belangrijke rol (kunnen) spelen. Door omstandigheden buiten de Raad heeft Z1992 met grootouders m.z. meer contact. Dit klachtpunt is ongegrond.
Klachtpunt 18: dit klachtpunt is ongegrond. Het staat de Raad vrij een uitspraak van Z1992 al dan niet in het raadsrapport op te nemen. De Raad mag hiertoe zelf een overweging maken. Het klachtpunt is ongegrond.( zie overweging 10, 11 en 15) .
Klachtpunt 20: Dit klachtpunt is door de Raad gegrond verklaard; in zoverre is de klacht hier niet ontvankelijk; voor zover klager persisteert vanwege een verdergaande nuancering is de klacht ongegrond.
Klachtpunt 21: de Raad heeft weliswaar een weergave van de feitelijke situatie gegeven in afwachting van een rechterlijke beslissing; die weergave is niet geheel onjuist, maar had juridisch meer exact kunnen zijn. Dit klachtpunt is gegrond.
Klachtpunt 22: zie voor overweging en beoordeling overwegingen onder klachtpunten 10, 11 en 15. Klachtpunt is ongegrond.
Klachtpunten 23 en 24: zie voor overweging en beoordeling onder klachtpunt 12. Deze klachtpunten zijn ongegrond.
Klachtpunt 25: gelet op de klachten die door moeder en klager over en weer zijn geuit en de aangespannen procedures heeft de Raad, naar het de commissie voorkomt, geen onterechte conclusie getrokken. Dit klachtpunt is ongegrond.
Klachtpunt 26: dit klachtpunt geeft geen aanleiding tot gegrondverklaring, het betreft hier naar het oordeel van de commissie terecht voorzichtige uitspraken gelet op de beperkte geldigheid van het raadsrapport. Het is immers een kwestie van interpretatie hoe bepaalde formuleringen kunnen worden uitgelegd.
Klachtpunten 27 tot en met 30: het betreft hier naar het oordeel van de commissie een kwestie van interpretatie hoe bepaalde formuleringen kunnen worden uitgelegd. De klachtpunten zijn ongegrond.
Klachtpunt 31 en 32 . gelet op de onderzoeksvragen inzake voorlichting en de uitspraken van Z1992 constateert de commissie dat er sprake is van innerlijke tegenstrijdigheden en had de maatschappelijk werker naar het oordeel van de commissie wel meer moeten vragen aan Z1992 dan hij hier heeft gedaan. Dit klachtpunt is derhalve gegrond.
Klachtpunt 33: zie voor overweging en beoordeling onder klachtpunt 12. Het klachtpunt is ongegrond.
Klachtpunt 34: zie voor overweging enbeoordeling zie overweging onder klachtpunt 12. Het klachtpunt is ongegrond.
Klachtpunt 35: de commissie ontgaat de relevantie van semantisch beroep op tautologie en is van oordeel dat dit klachtpunt niet klachtwaardig is. Klager is niet ontvankelijk in dit punt.
Klachtpunten 36 tot en met 38: deze klachtpunten hebben betrekking op door het ministerie gestelde criteria ten aanzien van de rapportage inzake de naamswijziging. Hierin is klager naar het oordeel van de commissie niet ontvankelijk.
Klachtpunt 41: het feit, dat het onderzoek inzake naamswijziging ruim een jaar is uitgesteld, is naar het oordeel van de commissie te wijten aan een onvoltooide procedure inzake de omgang. De commissie vraagt zich of wat voor de Raad de aanleiding was om uiteindelijk toch het onderzoek inzake de naamswijziging te starten. In ieder geval komt het de commissie voor dat de Raad hierover duidelijk uitleg aan klager had moeten geven. Dit klachtpunt is dan ook naar het oordeel van de commissie gegrond.
Klachtpunt 42: Dit klachtpunt is ongegrond. De Raad heeft immers de betrokken instanties geïnformeerd over het feit dat er klachten waren ingediend. De commissie acht dit voldoende.
Klachtpunt 43: zie voor overweging en beoordeling van dit klachtpunt overweging onder klachtpunt 15. Het klachtpunt is ongegrond.
Klachtpunt 44: dit klachtpunt is ongegrond. Ter zitting heeft de heer Zzzz medegedeeld dat Z1992 buiten aanwezigheid van zijn moeder is gehoord en dat niet echt is doorgevraagd. De Raad is vrij in het vormen van zijn oordeel over het horen van minderjarigen.( zie overweging onder klachtpunt 14 ) Dit klachtpunt is ongegrond.
Klachtpunt 45: dit klachtpunt is door de Directeur gegrond verklaard . Derhalve is dit klachtpunt niet ontvankelijk bij de klachtencommissie indien klager bij zijn klacht persisteert. Voor zover klager meent dat correcties moeten worden aangebracht is het klachtpunt ongegrond.
Klachtpunt 46: naar het oordeel van de commissie is de door klager aangehaalde uitspraak van de Nationale Ombudsman in grote lijnen analoog aan de onderhavige zaak en heeft de Raad ten onrechte de uitspraak van de Nationale Ombudsman niet gevolgd. Dit klachtpunt is gegrond.
BESLISSING:
De klachtencommissie verklaart:
klachtpunt 2: niet ontvankelijk
klachtpunt 4: niet ontvankelijk
klachtpunten 8, 9, 10, 11, 12, 14 en 15: ongegrond
klachtpunt 16: niet ontvankelijk
klachtpunt 17 en 18: ongegrond
klachtpunt 20: deels niet ontvankelijk, deels ongegrond
klachtpunt 21: gegrond
klachtpunt 22, 23, 24, 25, 26, 27 28, 29 en 30: ongegrond
klachtpunten 31 en 32: gegrond
klachtpunten 33 en 34: ongegrond
klachtpunten 35, 36, 37 en 38: niet ontvankelijk
klachtpunt 41: gegrond
klachtpunten: 42, 43 en 44: ongegrond
klachtpunt 45: deels niet ontvankelijk, deels ongegrond
klachtpunt 46: gegrond
Aldus beslist op ii oktober 2001 te Amsterdam door Klachten commissie III, die als volgt was samengesteld:
mr Aaaa- voorzitter
mr Bbbb- lid
drs Cccc- lid
bijgestaan door mr Dddd, secretaris.
W.g. voorzitter
Voor eensluidend afschrift conform w.g. secretaris
De klachtencommissie
geeft door middel van een kennis van deze beslissing aan:
- klager;
- Raad voor de Kinderbescherming, vestiging Haarlem;
- Directie Noord-West;
- De Minister van Justitie.
De beslissing is verzonden op ii januari 2002. afschrift.