RB0303
Inleiding
Een omgangsconflict loopt volledig uit de hand, ook en vooral dankzij de nogal
partijdige steun die een stichting Jeugdzorg ouder gewoonte geeft aan de met
de zorg belaste ouder. Hoewel vader het gezag heeft, wordt hij buiten elke
beslissing in zake zijn zoon gehouden. Zijn rechtmatige verzet daartegen mondt
uit in een beschikking, waarin een minimale, begeleide omgangsregeling wordt
vastgelegd. Hoewel Stichting Jeugdzorg aanwezig is bij de betreffende zitting,
gaat het eerste contact tussen vader en zoon sinds lange tijd niet door. Vader
spant een kort geding aan en eist een sanctie van 10.000 Euro voor elke keer
dat Jeugdzorg de omgang niet organiseert.
De rechtbank wijst de eis toe.
============ =========== ==========
RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH
VONNIS IN KORT GEDING
Zaaknummer : 99999 / KKKK 99-99
Datum uitspraak : ii maart 2003
Vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch
in de zaak van
De Man, wonende te Bbbb, eiser bij exploot van dagvaarding van ii februari
2003, procureur mr. Ssss, advocaat mr. Lllll te Amstelveen,
tegen:
de stichting STICHTING JEUGDZORG NNNNN, gevestigd te Oooo, gedaagde bij gemeld
exploot, verschenen in de persoon van mevrouw Vvvv, de heer Bbbb en de heer
Pppp.
Partijen zullen hierna "de man" en "Jeugdzorg" worden genoemd.
1. De procedure
Dit blijkt uit de navolgende, door partijen ter vonniswijzing overgeIegde
stukken: .dagvaarding uitgebracht op ii februari 2003 met producties;
-brief van ii maart 2003 van mevrouw Vvvv van Jeugdzorg;
-brief van ii maart 2003 met producties van mr. Llll;
-aantekeningen van de zitting op ii maart 2003.
2. Het geschil en de beoordeIing daarvan
2.1. De man vordert in dit kort geding, kort weergegeven, Jeugdzorg op straffe van een dwangsom van EU 10.000,-- per dag of per keer te veroordelen het ertoe te leiden dat de man met ingang van 5 februari 2003 een keer in de drie weken op woensdag van 14.00 uur tot 16.00 uur omgang/contact heeft met Z1992 op het kantoor van Jeugdzorg, op een wijze zoals is bepaald door de rechtbank 's-Hertogenbosch in haar beschikking van 22 januari 2003, met uitzondering van die keer dat Z1992 ziek is, hetgeen middels het overleggen door Jeugdzorg aan de man van een doktersverklaring wordt bevestigd, met veroordeling van Jeugdzorg in de kosten van dit geding
2.2. De man baseert zijn vordering op de beschikking van de rechtbank 's-Hertogenbosch van ii januari 2003 en op het feit dat Jeugdzorg heeft nagelaten aan die besschikking te voldoen.
2.3. Jeugdzorg heeft zich tegen de vordering van de man verweerd door te stellen dat zij niet in staat is aan de beschikking van ii januari 2003 te voldoen, aangezien er aan haar zijde sprake is van overmacht. De rechtbank heeft immers bepaald dat de omgang tussen de man en Z1992 plaats moet vinden onder leiding van een gedragsdeskundige, maar deze beschikt naar de mening van Jeugdzorg niet over de juiste kwaliteiten om de omgang te begeleiden, althans valt dit niet onder de taakomschrijving van de gedragsdeskundige. Jeugdzorg heeft dan ook tot dusverre geen gedragsdeskundige bereid gevonden deze taak te vervullen. Jeugdzorg stelt voorts dat zij wel diverse andere inspanningen heeft verricht om de omgang tussen de man en Z1992 op gang te brengen (Families First Eindhoven, EPI, GGZe, omgangshuis), maar deze inspanningen hebben tot op heden niets opgeleverd.
2.4. Als uitgangspunt hij de beoordeling van een geschil als het onderhavige heeft te gelden de inhoud van de beschikking d.d. ii januari 2003 van de rechtbank te 's-Hertogenbosch.
2.5. Het verweer van
Jeugdzorg dat zij wegens overmacht niet in staat is te voldoen aan de beschikking
van ii januari 2003, faalt. Nog afgezien van het feit dat Jeugdzorg haar stelling
dat een gedragskundige niet over de juiste kwaliteiten beschikt om de omgang
tussen de man en Z1992 te begeleiden, onvoldoende met feitelijke gegevens
heeft onderbouwd, blijkt uit de beschikking van de rechtbank dat partijen
het inzetten van een gedragskundige ter zitting van ii januari 2003 uitvoerig
hebben besproken en dat Jeugdzorg met de inschakeling van een gedragskundige
akkoord is gegaan.
"Ter zitting is dit door Jeugdzorg eveneens onderkend, en er is afgesproken
dat de gedragsdeskundige van Jeugdzorg samen met moeder Z1992 dient voor te
bereiden op het contact met zijn vader en daartoe ook nazorg zal moeten verlenen.
Het contact tussen vader en Z1992 zal plaats hebben op het kantoor van Jeugdzorg
en in aanwezigheid van een gedragsdeskundige".
Alhoewel Jeugdzorg thans stelt dat zij ter zitting van ii januari 2003 haar
bezwaren ten aanzien van het inzetten van een gedragsdeskundige naar voren
heeft gebracht, welke bezwaren volgens haar niet serieus zouden zijn genomen,
heeft zij niet ontkend dat zij tenslotte heeft ingestemd met de voorgestelde
regeling, zoals ook blijkt uit de beschikking.
Het feit dat Jeugdzorg eerder akkoord is gegaan met het inzetten van een gedragskundige
brengt mee dat zij zich thans niet op het standpunt kan stellen dal een gedragskundige
niet over de juiste kwaliteiten beschikt, althans dat de regeling niet spoort
met de taak van de gedragskundige. Aldus bestaat er onvoldoende aanleiding
om aan te nemen dat er sprake is van overmacht zijdens Jeugdzorg om aan de
beschikking van ii januari 2003 te voldoen,
2.6. Het bovenstaande leidt tot toewijzing van de vordering van de man. De medegevorderde dwangsomsanctie zal eveneens worden toegewezen, met dien verstande dat daaraan een rechterlijke matigingsbevoegdheid van de hierna te vermelden inhoud zal worden verbonden.
2.7. Jeugdzorg zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
3. De beslissing
De voorzieningenrechter:
veroordeelt Jeugdzorg het ertoe te leiden dat de man met ingang van ii februari
2003 één keer in de drie weken op woensdag van 14.00 uur tot 16.00 uur omgang/contact
heeft met Z1992 op het kantoor van Jeugdzorg, op een wijze zoals is bepaald
door de rechtbank 's-Hertogenbosch in haar beschikking van ii januari 2003,
met uitzondering van die keer dat Z1992 ziek is, hetgeen middels het overleggen
door Jeugdzorg aan de man van een doktersverklaring dient te worden bevestigd;
veroordeelt Jeugdzorg
tot betaling aan de man van een dwangsom ten bedrage van EU 10.000,- voor
elke dag en iedere keer, dat Jeugdzorg in strijd zal handelen met voornoemde
veroordeling of enig gedeelte daarvan, met dien verstande: - dat deze dwangsomsanctie
vatbaar zal zijn voor matiging door de rechter, voorzover handhaving daarvan
naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in
aanmerking genomen de mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van
de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding; - dat deze
dwangsomsanctie slechts zal gelden na betekening van dit vonnis aan Jeugdzorg;
veroordeelt Jeugdzorg in de kosten van deze procedure, aan de zijde van de
wederpartij tot op heden begroot op EU 989,16, waarvan: -EU 81,16 kosten dagvaarding
(kantoor Vvvvv te Oooo), -EU 153,75 in debet gesteld vastrecht, -EU 51,25
betaald vastrecht, -EU 703,00 salaris procureur inclusief de betaalde eigen
bijdrage, te voldoen aan de griffier van deze rechtbank, bij voorkeur door
gebruik te maken van de vanwege de griffier toe te zenden acceptgirokaart;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Mmmm, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van ii maart 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.