RB0211
Inleiding
Uit onderstaande beschikking blijkt dat het gezag niet lichtvaardig kan worden
ontzegd.
In het algemeen acht de rechtbank problemen in de communicatie (na de echtscheiding)
tussen de ouders op zich niet voldoende voor het toekennen van het eenhoofdig
gezag. Slechts bij een onaanvaardbaar risico voor de kinderen als gevolg van
de slechte communicatie tussen de ouders kunnen er gronden zijn, volgens de
Rechtbank, om het ouderlijk gezag aan één der ouders toe te kennen.
RECHTBANK ALMELO
zaaknummer:
datum uitspraak beschikking: 20 november 2002.
Beschikking van de rechtbank Almelo, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken,
in de zaak van:
de vrouw, wonende te Eeee, verzoeker, procureur: mr. Bbbb,
tegen
de man te noemen, wonende te Eeee, gerekestreerde, procureur: mr. Kkkk
Het procesverloop
Bij beschikking van ii augustus 2002 heeft deze rechtbank de echtscheiding
tussen partijen uitgesproken en nevenvoorzieningen getroffen.
De beslissing omtrent het gezag over de minderjarige kinderen werd bij genoemde
beschikking aangehouden.
Op ii september 2002 heeft opnieuw een behandeling ter zitting plaatsgevonden.
De kinderrechter heeft
op ii oktober 2002 de minderjarige kinderen van partijen gehoord.
De beschikking is bepaald op heden.
De beoordeling
1. De rechtbank dient
thans nog te beslissen omtrent het het gezag over de minderjarige kinderen
van partijen.
2. De vrouw heeft de
rechtbank verzocht alleen te worden belast met het gezag over de minderjarige
kinderen. De vrouw heeft gesteld dat de man zich tijdens het huwelijk niet
of nauwelijks iets terzake de opvoeding en verzorging van de kinderen gelegen
heeft gelaten, althans dat hij slechts een negatieve invloed heeft gehad op
de verzorging en opvoeding.
Voorts heeft de vrouw er op gewezen dat de voorzieningenrechter op ii juli
2002 uitspraak heeft gedaan in een door de vrouw tegen de man aangespannen
procedure waarbij zij een straat- en contactverbod heeft gevorderd. De vrouw
heeft in genoemde procedure aangevoerd dat de man haar lastig valt en veelvuldig
zowel verbaal als non-verbaal geweld tegen haar heeft gebruikt. De vrouw acht
het niet in het belang van de kinderen dat er sprake is van gezamenlijk gezag
en zij ziet - gelet op de verstoorde verhouding tussen haar en de man -geen
mogelijkheden tot overleg.
3. De man verweert zich
tegen het verzoek van de vrouw en wenst dat het gezamenlijk gezag wordt gehandhaafd.
Het is volgens de man niet juist dat de vrouw zegt dat hij geen bemoeienis
heeft (gehad) met de kinderen. Er is sprake van omgang met de kinderen en
de man heeft zelfs bijna dagelijks contact met de kinderen. De vordering van
de vrouw is bovendien door de voorzieningenrechter afgewezen. Er is weliswaar
sprake van een moeilijke communicatie tussen partijen, maar de oorzaak van
de belemmering in de communicatie ligt bij de vrouw.
4. De rechtbank stelt
vast het wettelijk systeem, zoals dit in artikel 1:251 BW is neergelegd, als
uitgangspunt hanteert dat beide ouders gezamenlijk belast zijn met het ouderlijk
gezag over de minderjarige kinderen.
Op deze hoofdregel kan slechts een uitzondering worden gemaakt indien een
éénhoofdig gezag in het belang van de kinderen zou zijn.
In het onderhavige geval is de rechtbank van oordeel dat beide partijen belast dienen te blijven met het gezamenlijk gezag over de minderjarige kinderen.
Uit hetgeen in deze procedure naar voren is gebracht en ook uit hetgeen in de procedure bij de voorzieningenrechter over en weer is gesteld blijkt duidelijk dat er - op dit moment - geen sprake is van een goede communicatie tussen partijen. De rechtbank is van oordeel dat het ontbreken van een goede communicatie in een periode waarin de echtscheiding en de daarmee verbandhoudende kwesties niet zijn afgewikkeld niet zonder meer met zich meebrengt dat het in het belang van de kinderen is dat het ouderlijk gezag aan één van de ouders moet worden toegekend. Dit zou slechts anders zijn indien de communicatie-problemen tussen partijen zodanig ernstig waren dat er een onaanvaardbaar risico was dat de kinderen klem of verloren zouden raken tussen beide ouders, indien zij het gezag gezamenlijk zouden blijven uitoefenen. De rechtbank is van oordeel dat deze situatie in casu niet aanwezig is en een aanwijzing hiervoor heeft de rechtbank ook niet gevonden in het verhoor van de minderjarige kinderen. Het is de rechtbank in genoemd verhoor juist ondermeer gebleken dat de omgang naar tevredenheid verloopt.
De beslissing
I. Bepaalt dat de ouders gezamenlijk belast blijven met de uitoefening van het ouderlijk gezag over: D1987 en D1990
II. Wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven te Almelo door mr. Bbbb, kinderrechter/rechtercommissaris, en in het openbaar uitgesproken op ii november 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.
Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de raad voor de kinderbescherming te Almelo en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door die raad opgenomen in zijn registratie.