RB0207
Inleiding
In deze zaak besliste de Rechtbank tot een veel ruimere omgang dan de Raad
voor de Kinderbescherming had geadviseerd.
Vader had meteen een klacht ingediend tegen de Raad voor de Kinderbescherming,
op grond van het naar zijn idee slecht uitgevoerde onderzoek. Ook had vader
zijn grieven in een uitvoerige reactie op het raadsrapport kenbaar gemaakt.
De Rechtbank heeft zich in haar beslissing grotendeels geconformeerd aan het
bezwaar van vader. Daaruit blijkt dus dat een ferme, niet conflictmijdende
opstelling goed kan werken.
IN NAAM DER KONINGIN
RECHTBANK GRONINGEN
SECTOR CIVIELRECHT
ENKELVOUDIGE KAMER
BESCHIKKING
in de zaak van: de vrouw procureur mr. Ttttt
en
de man, procureur mr. Dddd.
PROCESVERLOOP
De rechtbank heeft op ii december 2000, ii april 2001 en ii september 2001 beschikkingen gegeven.
In juli 2002 is ter griffie van de rechtbank een rapport dd. ii mei 2002 van de Raad voor de kinderbescherming binnengekomen.
Op ii juli 2002 is ter griffie van de rechtbank een brief van de Raad voor de Kinderbescherming binnengekomen.
De rechtbank heeft de zaak behandeld op ii juli 2002 ter terechtzitting met gesloten deuren, alwaar de man is verschenen, vergezeld van zijn procureur en Dddd medewerkster van de Raad voor de Kinderbescherming. Halverwege de behandeling is ook mr. Ttttt verschenen.
De rechtbank neemt hier over hetgeen is overwogen in voormelde beschikkingen.
!n de beschikking van ii december 2000 is de echtscheiding uitgesproken, de verdeling van de huwelijksgemeenschap gelast, bepaald dat het hoofdverblijf van de kinderen bij de vrouw is, een voorlopige omgangsregeling vastgesteld en verstaan dat partijen het gezag over de kinderen gezamenlijk uitoefenen.
In de beschikking van ii april 2001 is de voorlopig vastgestelde omgangsregeling gehandhaafd.
In de beschikking van ii september 2001 is de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding var de minderjarige kinderen en levensonderhoud van de vrouw vastgesteld.
Standpunt van de Raad voor de Kinderbescherming
Hoewel de twee oudste kinderen goed mee kunnen komen op school en normaal functioneren kan het niet anders dan dat de kinderen last hebben van het enorme spanningsveld wat aanwezig is tussen partijen, blijven partijen elkaar bestrijden over alimentatie, omgangsregeling en boedel-scheiding, dan kan het niet anders dat de kinderen gaan disfunctioneren. Zij houden van de man, wat de vrouw niet begrijpt, maar zij houden ook van de vrouw, waar de man moeite mee heeft. Als de kinderen in de toekomst de kans niet krijgen de man een plek in hun leven te geven die de vrouw kan accepteren en de vrouw niet de plek in hun leven krijgt die de man kan accepteren is de kans groot dat de kinderen vastlopen. Daarom zou het verstandig zijn, dat de man de huidige status quo accepteert om de vrouw zelf de kans te geven om hem in contact te brengen met het jongste kind dat hij nog nooit heeft gezien. Of de man, die gewend is om zijn zin te krijgen dit kan accepteren is de vraag. De omgangsregeling bevindt zich nu in een wankel evenwicht. De man zal moeten accepteren dat er voorlopig althans, niet meer in zit. Als de raadsonderzoeker de rechtbank een advies geeft waar de vrouw helemaal niet achter kan staan, dan zal zij zich enorm verzetten. De kans is levensgroot dat de vrouw de omgangsregeling helemaal gaat blokkeren met als gevolg meer strijd, meer spanningen en ook meer spanningen voor de kinderen die daardoor echt kunnen ontsporen. Bij een omgangsregeling zoals die er nu ligt ziet de man de kinderen in ieder geval nog. Pas als de strijd is geluwd kan er spraken zijn van (mogelijk) uitbreiding. Bij dit advies is de vrouw verantwoordelijk voor kennismaking tussen de man en het jongste kind. De vrouw krijgt nu de kans om dit zelf in te vullen. In december 2002 zal bekeken moeten worden wat de vrouw met deze verantwoordelijkheid heeft gedaan.
De man begrijpt niet dat de Raad een advies kan geven waar de vrouw helemaal niet achter staat. De man is van mening dat de Raad boven de partijen moet staan en daardoor ook adviezen kan en zou moeten geven die tegen wensen van de partijen indruisen. De man begrijpt niet dat de vrouw nu al over haar grenzen heen gaat, omdat zij het liefst helemaal geen omgangsregeling wil.
De vrouw kan dit voorstel met de nodige moeite accepteren. Zij eist wel van de man dat hij altijd bij de kinderen aanwezig is, omdat zij niet wil dat de kinderen weer worden misbruikt. December 2002 zal de omgangregeling door de Raad en partijen worden geëvalueerd. Mogelijk is dit aanleiding om de dan bestaande omgangsregeling aan te passen. De Raad adviseert de rechtbank een voorlopige omgangsregeling vast te stellen voor de twee oudste kinderen van een weekend per veertien dagen van vrijdag 16.00 uur tot zaterdag 17.00 uur. Daarnaast krijgt de vrouw de kans om gedurende acht maanden het jongste kind kennis te laten maken met de man. Indien de rechtbank hiertoe verzoekt kan de Raad in januari 2003 na de evaluatie van december 2002 een definitief advies over een omgangsregeling geven.
Beoordeling van het verzoek
Uit de overgelegde stukken
en het geen ter zitting naar voren is gebracht blijkt dat partijen nog niet
los zijn gekomen van de echtscheidingsproblematiek. De rechtbank constateert
dat er een grote strijd plaatsvindt tussen beide partijen hetgeen zijn weerslag
heeft op, en ten koste gaat van de kinderen en de omgangsregeling tussen de
man en de kinderen. Voorts constateert de rechtbank dat partijen er zelf niet
uitkomen en niet in staat zijn in onderling overleg tot een goede omgangsregeling
te komen tussen de kinderen en de niet verzorgende ouder, hetgeen in het belang
is van de kinderen. Daarom zal de rechtbank thans een definitieve beslissing
nemen.
De huidige omgangsregeling verloopt goed, zij het dat de kinderen soms moe
thuiskomen. Tot op zekere hoogte kan dit het gevolg zijn van de druk van en
de spanningen tussen partijen. De man heeft ter zitting gesteld dat de kinderen
bij het halen ontspannen, zodra zij uit het gezichtsveld van de vrouw zijn
verdwenen.
De rechtbank handhaaft haar eerdere beslissingen dat er omgang tussen de man
en de kinderen moet zijn. Gelet op het voorgaande, de leeftijd van de twee
oudste kinderen en het feit dat er sprake is van normaal begaafde gezonde
kinderen, zal de rechtbank een (standaard) omgangsregeling vaststellen van
een weekend per veertien dagen van vrijdagmiddag 16.00 uur, welke aanvangstijd
nu ook wordt gehanteerd, tot zondagmiddag 16.00 uur, zodat de kinderen na
afloop van het omgangweekend eind zondagmiddag en de avond gelegenheid hebben
om weer te acclimatiseren bij de vrouw.
De man heeft het jongste kind nog nooit gezien. Teneinde een omgangregeling op te bouwen en tot stand te brengen tussen de man en het jongste kind zal de rechtbank bepalen dat de man gerechtigd is tot omgang met dit kind gedurende een periode van zes maanden te weten een half uur tijdens het halen en een half uur tijdens het brengen van de twee oudste kinderen, in aanwezigheid van de vrouw. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen vanaf december 2002 de omgang tussen de man en het jongste kind in onderling overleg zelf verder regelen, waarbij het de rechtbank het meest natuurlijke voor komt dat voor alle drie de kinderen uiteindelijk dezelfde omgangregeling geldt.
BESLISSING
De rechtbank:
Stelt de volgende omgangsregeling
vast:
De man is gerechtigd de minderjarige kinderen D1996 en D1997 een weekend per
veertien dagen van vrijdagmiddag 16.00 uur tot zondagmiddag 16.00 uur bij
zich te ontvangen;
De man is gerechtigd tot omgang met het minderjarige kind D2000, geboren in
de gemeente Ssss op vrijdag middag van 16.00 uur tot 16.30 uur en zondagmiddag
16.00 uur tot 16.30 in het omgangsweekend tot december 2002 en daarna in onder
overleg vast te stellen , een en ander met inachtneming van hetgeen hiervoor
is overwogen;
Verklaart deze besschikking
uitvoerbaar bij voorraad;
Wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Ffff, vice-president, tevens kinderrechter plaatsvervanger, en uitgesproken door deze, ter openbare terechtzitting van ii juli 2002, in tegenwoordigheid van de griffier.