PER0411
Bezeten wereld,
Perspectief 2004-11
Het aanhoudend morren over bezuinigingen in de jeugdzorg wordt steeds weer onderbouwd met schattingen tussen uitersten als die van een aantal van wel vijftig kindermishandelingen per jaar met dodelijke afloop, en de bevinding dat van de cliënten van het Omgangshuis in Zwolle wel 80% met een positief omgangsadvies de eindstreep haalt.
Waar slaan deze getallen eigenlijk op, en worden er wel de juiste conclusies uit getrokken?
Wie probeert harde statistische feiten over de doelmatigheid van jeugdzorg boven water te halen, komt van een koude kermis thuis. Interessante vragen als: hoeveel gevoeliger zijn kinderen die onder toezicht staan voor fenomenen als verslaving, zwerfgedrag, etc. kunnen slechts bij benadering worden beantwoord door buitenlandse gegevens naar de Nederlandse situatie te extrapoleren. Het beeld dat dan ontstaat is uiterst negatief. In plaats van het boetekleed aan te trekken en met stille trom het strijdtoneel te verlaten, roept hulpverlenend Nederland echter dat het buitenlandse beeld niet klopt. Of dat ook zo is wordt voor de buitenwereld geheim gehouden, ook doordat onze media zich namens ons nauwelijks kritisch tonen.
Zo is zeker dat zich onder de dode kinderen elke jaar weer cliënten van jeugdzorg bevinden. Het lijkt er zelfs op dat jeugdzorg de gruwelijkste gevallen levert (Savanna en Rowena). Waarom is nooit vermeld hoeveel gedode kinderen onder toezicht stonden, of waar zij werden gedood? Zijn er kinderen die in opvanghuizen zijn gedood? En zo ja, hoeveel?
In mijn werk heb ik bijna dagelijks te maken met ouders van kinderen aan wie het contact met een van hun ouders wordt onthouden - altijd tot schade en nadeel voor het kind. Daarbij zijn de ergste gevallen die, waarin de kinderen onder toezicht staan. Ik heb nog nooit gezien dat een ots na een echtscheiding voor kind en ouders gunstig uitpakte. Nog nooit.
Maar of dat erg is weet ik niet; ik weet namelijk niet hoe váák een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken na een echtscheiding. Dat gebeurt soms omdat de met de verzorging belaste ouder (meestal de moeder) het in haar eentje niet redt, en soms om (ook) iets te doen aan de omgang met de andere ouder. Zo'n omgangsdoel heb ik zelf overigens nog nooit zien slagen.
Dat 90 procent van de gedetineerden afkomstig is uit eenoudergezinnen, is een veronderstelling die ik voorlegde aan iemand die bij de reclassering werkt. De veronderstelling werd ruwweg bevestigd. Maar pogingen om harde gegevens boven water te krijgen, o.a. bij het WODC, leden schipbreuk.
Jeugdbescherming ronkt van goede voornemens en zelfgenoegzaamheid, maar de statistische gegevens die in de openingszin werden gememoreerd suggereren wat anders.
Dankzij VPRO's Argos van vrijdag 12 november jl., kan tegenover het geschatte aantal van 50 dodelijk mishandelde kinderen per jaar, een aantal van “minstens 10” kinderen worden gezet dat sterft door bijwerkingen van medicijnen, voorgeschreven door kinderartsen. Die kinderartsen proberen wel eens wat, ook als de medicijnenfabrikant geen kinderdoses opgaf, en wijten nu de “ongelukken” aan ... de fabrikant. Let wel: het gaat daarbij alleen nog maar om overlijdens door verkeerd medicijngebruik, andere medische oorzaken en bijvoorbeeld het verkeer hebben hun eigen kinderkerkhof. Dat, plus het onbekende aandeel in de ellende van jeugdzorg zelf, maakt de herrie rond kindermishandeling opeens bedenkelijk.
Net zo bedenkelijk als die opgewekte berichten van het Zwolse omgangshuis. Dat 80 procent van zijn cliënten een positief omgangsadvies krijgt (voor wie eigenlijk?), onthult drie enormiteiten:
Omgangshuizen hebben helemaal geen adviestaak
De wet formuleert een keihard recht op omgang, maar zelfs een derderangs instelling als een omgangshuis slaagt erin om dat voor twee op de tien ouders te torpederen
Een advies is nog geen omgang. Talloos zijn de beschikkingen van rechtbanken waarin een omgangsregeling is vastgelegd die niet wordt nageleefd. Bijna even talloos zijn trouwens de beschikkingen van rechtbanken waarin te langen leste de omgang dan maar de nek wordt omgedraaid, zodat tenminste niet iemand zou roepen dat de rechtsstaat in Nederland naar zijn grootje is. Die 80 procent in Zwolle houdt het nog geen 5 minuten vol.
De conclusie is, dat buitenstaanders van de kinderen van een ander af moeten blijven. Zeker zolang zij niet zwart op wit bewijzen dat hun werk een batig saldo heeft.
Wie twijfelt aan de juistheid van deze conclusie herleze de column van Carol van Nijnatten in Perspectief van november 2004, die voor het bewijs van zijn stellingen verwijst naar twee verhalende boeken, waarvan één in het Spaans.
Maar zo kan ik het ook.
Johan Huizinga schreef al in 1933, in zijn voorwoord bij “In de schaduwen van morgen”: “Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het”. Dat is zeventig jaren later nog zo, ondanks het miljard Euro's dat jaarlijks in de jeugdzorg wordt gepompt.
Arthur Ross,
Stichting Ouders Zonder Omgang