OZO D-day 2011 - terugblik

 

 

Op 9 oktober jl. vond weer de jaarlijkse OZO D-day plaats in Oosterbeek.

Het was de viering van het tienjarig bestaan van de stichting, maar de dag werd allesbehalve een feestje. Het goede was dat er tussen de gasten nu en dan aardig werd gediscussieerd - met de geringe drukte kon dat ook makkelijker dan ooit, eigenlijk.

Maar de historisch lage opkomst dwingt het bestuur ertoe om het beleggen van deze bijeenkomsten te heroverwegen - of deze in de toekomst op een andere leest te schoeien.

 

Misschien zullen er zich dwingende situaties voordoen waarin de materie zo indringend aan bod komt dat het wenselijk is dat OZO zich daar laat zien. Die situaties zouden dan aanleiding kunnen geven tot het inderhaast improviseren van bijeenkomsten in de buurt van waar het onheil zich afspeelt. Voor een vaste donateursdag lijken de dagen echter wel geteld.

Gemproviseerde bijeenkomsten hebben meestal een zeer korte aanlooptijd, wat het noodzakelijk maakt dat bestuur en donateurs elkaar over en weer snel kunnen raadplegen en vinden.

Dat is op een niet-opdringerige wijze eigenlijk alleen maar mogelijk via e-mail (EM).

 

Gelukkig werd er op deze, mogelijk laatste, D-day nog wel een veelbelovend plan bedacht dat later preciezer werd uitgewerkt.

Dit plan behelst het op de website van de stichting ter inzage leggen van flinke aantallen gevarieerde beschikkingen en rapportages (van RvK en BJZ en andere "aanbieders") - open en bloot, maar wel geanonimiseerd. Ook deze vorm openbaarmaking is effectief en strekt tot schande van de organisaties en rechtbanken die hun werk onvoldoende precies en onvoldoende oplettend uitvoerden en controleerden - dit natuurlijk in de geruststellende aanname dat daarvan toch geen hond iets zou merken.

Onze, vooralsnog bescheiden, vorm van openbaarmaking zal echter wel degelijk een terugkoppelingseffect naar het systeem hebben. De tijd zal leren of de heren en dames in het recht hun luchtige houding daardoor zullen loslaten.

 

Vaste spreker mr. Prinsen had in zijn voordracht nog benadrukt dat de trein die door wetgever en rechtspraak op gang is gebracht, op topsnelheid richting de afgrond dendert.

Die dodemansrit is niet meer te stoppen en slechts clubs als OZO - liever meer dan minder - zouden  misschien toch nog iets kunnen doen om de fatale afloop te temperen, zo merkte hij op.

In de nieuwe wet zijn namelijk volstrekt willekeurige, extreem oncontroleerbare en gezinsbedreigende redenen ten grondslag gelegd aan ingrijpen door de overheid in gezinnen.

De eerste is: "Dat het kind in de knel komt, of dreigt te geraken, tussen de ouders". Ga maar recht zitten: "in de knel". Dat klinkt ronduit bedreigend.

De tweede reden was eerst; "Dat er een situatie is die een ernstige bedreiging vormt voor het belang van het kind". Maar dankzij een wakkere motie van het CDA, dat "niet wil hoeven wachten" op escalatie en dus graag iets eerder - "wat men graag tijdig noemt" - wil kunnen ingrijpen, werd daarin het woordje "ernstig" geschrapt. Deze schokkende motie haalde het nog ook, in ons parlement en...

De tweede reden voor gezins-ingrijpen werd: "Dat er een situatie is die een bedreiging vormt voor het belang van het kind".

Ziehier de parlementair bedachte en goedgekeurde "bedreiging" van het gezin, een zuivere aanval op de gezinsautonomie.

Want wie denkt dat hij zelf mag vaststellen wanneer er in zijn gezin sprake is van "bedreiging" of "knel", die heeft het mis. Dr hebben wij dat duurbetaalde en elk jaar nog duurder wordende Bureau Jeugdzorg voor, met dat loket dat "Advies- en Meldpunt Kindermishandeling" heet, u weet wel, van al die tv-spotjes (men spaart er uw geld noch uw moeite voor). Daar hebben wij ook nog de Raad voor de Kinderbescherming voor. En dat hebben wij met ons allen toch maar mooi voor elkaar gebokst - lang leve de democratie.

 

De gevolgen van invoering van de nieuwe wet laten zich makkelijk raden.

Wanneer in het vervolg een (kinderloze en/of pedofiele en/of ongeletterde) maatschappelijk werker die bij BJZ op de loonlijst staat, van mening is dat een jongetje of meisje een btje wordt bedreigd, dan zal dat kind zonder veel mitsen of maren uit huis worden geplaatst. Bijvoorbeeld naar een bevriend stel dat het kind misschien ook nog kindvriendelijk kan leren dat pedofielen heel aardig zijn, veel aardiger dan vaders in ieder geval, of dat kinderloze moeders veel beter en liever en moederlijker zijn dan de echte moeders die hun kind in barensnood ter wereld brachten. Of zoiets.

 

Wie deze opmerking wat al te zout vindt, gelieve zich te realiseren dat kinderen veel en veel vaker worden misbruikt, gestraft, geslagen, gepest, vernederd en mishandeld door vreemden, dan door hun eigen ouders.  Aan die ouders heeft de evolutie miljoenen jaren werk gehad. De daarbij zo geduldig ingebakken trefzekerheid en kwaliteit van dat evolutionaire werk wordt op nog niet n procent benaderd door het volgen van enkele jaren pedagogische academie of aanverwant - gewoon omdat mr in zo korte tijd en voor zo jonge mensen onmogelijk is.

Opvoeding is een uiterst subtiel tweerichting-verkeer dat over en weer zeer getrainde en jarenlang op elkaar afgestemde chauffeurs vereist. Dat kan niet worden aangeleerd met een paar praatsessies op de pedagogische academie of in multi-disciplinair opgezette theekransjes.

 

Al met al eindigde deze donateursdag dus in mineur. Qua wetgeving gaat de klok terug naar 1972 en alle gedane moeite, alle bereikte resultaten, hoe klein soms ook, gaan in n veeg van tafel.

Volgens de wetgever is er een geheel nieuwe situatie ontstaan (wie dat niet gelooft maken zij wel wat anders wijs) en ligt er thans een nieuw Utopia om de volgende straathoek op elke moderne mens te wachten die in parlementaire sprookjes wil  geloven.

Ook OZO kan in deze nieuwe context opnieuw beginnen, wat wij natuurlijk ook zullen doen.

Geruggesteund door de troost dat althans onze folders niet opnieuw hoeven te worden bedacht en gedrukt. Want ons gedachtegoed staat als een huis: onveranderlijk, onverstoorbaar, altijd - in deze van God en verstand en hart verlaten, troosteloze, Stalinistische samenleving.

Dat bleek toch weer wel op onze D-day.

 

 

Overpeinzing

 

Als RvK en BJZ zich de voorbije jaren met al hun mankracht en kapitaal alleen maar bezig hadden gehouden met Het Hofnarretje (en met al die andere crches waar met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid hetzelfde soort mensen werkt als op Het Hofnarretje), dan was een enorme berg ellende voorkomen en dan was de samenleving nu veel beter af en veel gelukkiger geweest.

Niet alleen in kringen van de crche-ouders, maar ook in die van de gescheiden en de niet-gescheiden ouders. Kamerbreed dus, zeg maar.

En dat terwijl RvK en BJZ en de chrches volledig, of vrijwel volledig, door de staat worden gefinancierd.

Een mens zou haast gaan denken dat met staatsfinanciering alleen maar ellende wordt geproduceerd.

 

 

Het Belang van het Kind -

is dat een eigen advocaat?

 

In het Algemeen Dagblad van 31 oktober jl. het bericht dat de Kinderombudsman Marc Dullaert, die op 1 april van dit jaar werd genstalleerd, van mening is dat een kind in echtscheidingsprocedures zijn eigen advocaat zou moeten hebben.

Weliswaar wil Dullaert eerst beschikken over cijfers, feiten en harde bewijzen, maar dit eerste signaal van de richting waarin hij denkt, stemt niet gerust. Want wat is er nu echt aan de hand?

De boosdoener bij uitstek in echtscheidingszaken, is het systeem. Het systeem van rechters en advocaten en hulpverleners, van o.a. Bureaus Jeugdzorg niet te vergeten, die met elkaar vechten om  de kippen met de gouden eieren.

De boosdoener is niet de systeembekommernis dat de ouders hun kind zouden verscheuren - want dat doen ouders niet. Daar heeft de werking van miljoenen, zelfs miljarden, jaren evolutie waarin ouderzorg als de ultieme overlevingsstrategie werd uitgeselecteerd, wel voor gezorgd.

Doordat het actuele rechtssysteem de meest meedogenloze ouder beloont met het hoofdverblijf, lokt het een strijd uit die lijkt te gaan over het kind, maar die in wezen een strijd van de ouders is om lijfsbehoud: want wie zijn kinderen verliest, verliest de zin in zijn leven. Zo simpel is dat. Het systeem roept dus de evolutionaire reflex op die ouders tot het uiterste drijft om hun kinderen te beschermen.

De kunstgreep van een advocaat voor het kind maakt deze systematische herrie, onzekerheid en angst alleen maar... groter.

 

Dullaert noemt drie voorbeelden om de gegrondheid van zijn opvattingen aan te tonen.

Ten eerste het geval van Sander, die door zijn moeder werd gedwongen een verhaal op te hangen bij de rechter waardoor hij aan haar werd toegewezen. "Een schrijnend verhaal", meent Dullaert.

Maar zou een eigen advocaat het er voor Sander beter op hebben gemaakt? In dat geval had zijn moeder hem immers allicht nog meer onder druk moeten zetten. Was dat dan beter geweest?

Ook de impliciete veronderstelling dat Sander wl zou durven jokken tegen de rechter maar niet tegen zijn eigen advocaat is ronduit buitensporig door de ingebouwde zware motie van afkeuring jegens de rechter en het rechtssysteem. Zou Sander inderdaad beter gediend zijn met een eigen advocaat, dan ligt de oorzaak daarvan immers bij het falen van de rechter en de advocaten van de ouders, niet in een gebrek aan vaardigheden of bekwaamheden van Sander zelf.

Die eigen advocaat is voor Sander beslist het verkeerde middel tegen de verkeerde kwaal.

 

Het tweede geval dat Dullaert noemt is dat van Anna die al een half jaar thuis zit omdat zij op geen enkele school terecht kan. Dat mag inderdaad heel vervelend zijn, maar dat het probleem zich niet had voorgedaan als Anna bij de scheiding van haar ouders een eigen advocaat had gehad, wordt op geen enkele manier duidelijk gemaakt in het AD-artikel. En dat is ook op zichzelf absoluut niet aannemelijk te maken.

Over Anna wordt wel wat gespeculeerd en gesuggereerd, maar dat een eigen advocaat dat allemaal had voorkomen, is iets dat de brave krantenlezer maar op gezag van Dullaert moet geloven, want een objectieve poot om op te staan, heeft die gedachte niet.

 

Het derde voorbeeld dat de Kinderombudsman noemt, is dat van de homoseksuele Dave, die vanwege zijn geaardheid klappen opliep. Heel erg, zeker. Tjonge.

Maar als de Kinderombudsman denkt dat een eigen advocaat in een echtscheidingsprocedure de samenleving had weerhouden van dit geweld, wordt het tijd dat hij zijn schoolgeld gaat terugvragen en een ander vak gaat beoefenen.

 

In feite is de campagne van de Kinderombudsman voor een eigen advocaat voor het kind dus het pleidooi voor een verkeerde remedie tegen de ziekte die het Familierecht bezoekt.

 

De ondermijning van het Familierecht wordt geregisseerd in de rechtszalen waar kinderrechters naar willekeur over leven en dood van hele gezinnen beschikken. Met geen andere onderbouwing dan het theewater-gevoel van de moderne auguren in hulpverlening en jeugdzorg.

Dit probleem is een logisch gevolg van de moeilijkheden-en-strijd sfeer die in het Familierecht met zijn moraliteiten en zijn twee advocaten zo ijverig in de hand wordt gewerkt.

 

Dat leidt tot de fameuze conclusie dat niet het kind een eigen advocaat moet hebben in de zittingen van de kinderrechters, maar Het Familierecht zlf.

Er zou een advocaat bij de zitting aanwezig moeten zijn wiens enige taak het is om de voor het leven benoemde rechter bij de les van de wet te houden: "Wat nou: moeder moet zo'n eind fietsen voor de boodschappen dat zij het kind niet voor 19.30 uur kan brengen? Wat nou: vader heeft het zo druk dat hij alleen een halve zaterdag aan omgang kan besteden?  De wt bezegelt het recht op omgang en verzorging tussen kind en beide ouders, en dat recht - over en weer - hebben partijen maar te respecteren, edelachtbare. Dus zij zoeken maar een oplossing, en u gaat maar terug in uw hok!".

 

Een advocaat die niet naar de zielige moeder, niet naar de stoute vader en niet naar het bitter wenende kind kijkt, maar alln naar de wet, die zou nog wel eens iets goeds (iets wettelijks dus) kunnen bewerken.

De advocaten van de ouders zitten te diep in de putten van hun clint om nog over de rand te kunnen kijken en te constateren dat daar buiten nog een wereld aan oplossingen op hen wacht.

En er is zeker geen behoeft aan nog een advocaat die bij het kind in de put kruipt. Want in die put  horen geen advocaten. Daar horen alleen gezinsleden. Dt is de natuur.

 

Voor de rechter, die dan (godzijdank!) helemaal passief kan blijven, is er geen andere taak meer dan na afloop de neuzen te tellen en te wegen.

Zouden die alle een andere kant op wijzen, dan volgt de rechter de neus van de rechtsstaat-advocaat. In andere gevallen tellen de meeste neuzen. Of stemmen.

In het strafrecht zou een soortgelijke constructie het aantrekkelijke voordeel hebben dat vormfouten niet meer automatisch tot een veroordeling of vrijspraak zouden leiden. De derde man staat ook daar namelijk in feite buiten de ring maar heeft ook daar de zwaarste stem. En kan zo dus ongelukken voorkomen. Inderdaad is dit precies de taak van de derde man: ongelukken voorkomen.

 

Als de Kinderombudsman met een voorstel van deze strekking was gekomen, was op het OZO-hoofdkantoor de vlag uitgestoken. Dan was immers bewezen dat deze eindelijk had ontdekt waar de Familierechtenschoen nu eigenlijk precies knelt.

Zoals het nu is, staat de barometer ons eerder op somber en naargeestig.

 

En dus houden wij er manmoedig en op eigen kracht de moed maar in.

Dat moet ook wel, want bovenop de falende rechtspraak is er tegenwoordig opeens de wetgever die gevaarlijke, zelfs stalinistische trekjes is gaan vertonen - zoals mr. Prinsen duidelijk maakte op de laatste D-day.

Het is een beetje vervelend dat OZO zo relatief machteloos lijkt, maar zo lang er ten gevolge van  onze opvattingen en ons werk  jaar in jaar uit NUL kinderdoden te betreuren zijn, tegen tientallen bij de door de rechter gecontroleerde Jeugdzorg, zal ook de Kinderombudsman zich toch een keer achter het oor moeten gaan krabbelen.

 

 

Het Belang van het Kind -

is dat een opvoedcursus?

 

Die nieuwe Kinderombudsman is er inderdaad maar druk mee. In het Algemeen Dagblad van 24 november jl. het bericht dat hij nu ook van mening is dat ouders een opvoedcursus moeten krijgen voor zij aan kinderen (mogen) beginnen. Dit als middel in de strijd tegen kindermishandeling, waarvan elk jaar 118.000 kinderen het slachtoffer zouden worden.

Alleen al dat aantal: geen 115.000, nee, en ook geen 120.000, maar het precieze 118.000. Kennelijk gelven de experts hun eigen expertise en schattingen ook nog. Maar toch maar even rekenen.

 

In de laatste tien jaren worden er jaarlijks gemiddeld zo'n 190.000 kinderen geboren. Dat worden er rap minder, maar voorlopig heeft Nederland nog wel een kleine vier miljoen minderjarigen. Daarvan worden bijna drie procent (ca 120.000) jaarlijks slachtoffer worden van mishandeling, volgens de Kinderombudsman.

Dat zullen niet elk jaar dezelfde kinderen zijn, maar ook niet elk jaar allemaal andere kinderen.

Een conservatieve, veilige schatting leert dan dat zo'n tien procent van alle kinderen ooit slachtoffer is geweest van "mishandeling" - een niet nader gedefinieerde begrip.

 

Dat nu lijkt een grove overschatting: wie een keer een voetbalveld bezoekt waar een hele boel pupillenelftallen tegen elkaar lopen te voetballen, die kan niet geloven dat op elk speelveld n of  tw slachtoffers rondlopen. Naast de vier arme sloebers die uit gebroken gezinnen komen, wel te verstaan, over wie men het nooit heeft.

Wie de ouders om de velden ziet staan, die weet dat deze schatting niet kan kloppen. Er zijn inderdaad ouders die veel te fanatiek zijn, maar zij zijn een kleine minderheid die ook nog eens door de andere ouders meestal op de vingers wordt getikt of wordt gemeden als de pest.

Afgezien daarvan is de op gebakken lucht en sprookjes gebaseerde veronderstelling dat een opvoedcursus vooraf al dat veronderstelde kinderleed zou kunnen voorkomen, puur bedrog.

 

"In elke schoolklas zit een kind dat wordt mishandeld", dat zou blijken uit recent onderzoek, aldus het AD. Wie denkt dat dat verholpen kan worden door alle (andere!) ouders verplicht een opvoedcursus te laten volgen, is echter niet goed bij zijn hoofd. Die kn niet goed wijs zijn.

De deskundigen, aldus opnieuw de krant, verwachten nog meer rampspoed nu de crisis om zich heen grijpt en de mensen het moeilijker krijgen.

Daarin zou de grote ombudsman eigenlijk reden moeten zien om een campagne starten met het doel alle ouders te leren beleggen op de beurs. Zodat zij allen rijk kunnen worden en voor goede, veilige gezinnen kunnen zorgen: Alle ellende de wereld uit, te beginnen in Nederland.

Dat is toch ongeveer de conclusie uit al die geuite, gecombineerde zorgen en observaties?

 

Helaas, maar niet onverwacht, is een meerderheid van de Tweede Kamerleden het eens met onze wakkere Kinderombudsman.

Die door ons allen gekozen meerderheid is dus gewoon, ronduit, vierkant en recht voor zijn raap: gek. Of houdt de burger voor de gek.

 

Want een opvoedcursus zal niet effectief blijken, niet effectief kunnen zijn.

Er zal geen enkele "deskundige" te vinden zijn die durft te garanderen dat zo'n cursus (met objectieve, voorspelbare uitkomsten dus) met succes kan worden gegeven aan alle ouders in spe.

Er zullen ouders zijn die voor hun examen zakken en die vervolgens protest aantekenen: "Alleen omdat ik dyslectisch ben",  of "Mijn stamboom gaat terug tot in de woestijn en bestaat uit een lange opeenvolging van gezonde, sterke, samenhangende families - waarom zou ik dan opeens niet als ouder geschikt zijn?". Er zullen ouders zijn die, als met het rij-examen, tien keer of vaker zullen opgaan en uiteindelijk een keer slagen. Zijn zij dan toch goede chauffeurs of ouders? En die lange-traditie ouders niet? 

 

De Kamerleden kunnen natuurlijk hun ongelijk erkennen. Dat is echter wel heel moeilijk voor deze schranderen der samenleving, die dus liever - noodgedwongen - een alternatieve route zullen volgen om hun politieke keuzen toch door te zetten. Die route zal liggen in een toekomst met een verbod op natuurlijke concepties, zwangerschappen en bevallingen. Met kinderfabrieken waarin in vitro fertilisaties zullen worden uitgevoerd, de embryo's worden uitgebroed en de kinderen door de eerste jaren heen geholpen. Waarna de, inmiddels uitermate streng en goed opgevoede en genstrueerde ouders, ze eenmaal in de veertien dagen onder begeleiding en toezicht zullen mogen ontmoeten.

 

Pas als dat door de jaren heen goed lijkt (!) te gaan, zal men de ouders toestaan om ook eens met hun kind buiten de deur een verantwoord, suikervrij fruitijsje te gaan halen.

En uiteindelijk, wanneer de kinderen meerderjarig zijn, tja, dan is het aan hen om hun ouders al dan niet te bezoeken. Dan zijn zij immers volwassen en moeten de arme schapen zich van de wetgever zelf maar beschermen. Ja ja, de wet is hard, maar wet is wet.

Dan wordt het ook stilaan tijd dat deze kinderen zelf de preventieve opvoedcursus gaan bezoeken, want zonder dat valt er ook voor hen natuurlijk nog niet te dnken aan het genot en voorrecht van eigen kinderen te hebben.

 

Mishandeling, verwaarlozing, misbruik en liefdeloosheid zijn van alle tijden. Weest dus allen op uw hoede en waakzaam! Ja! En dan met onze kinderombudsman n onze Tweede Kamer: p naar een Brave New World.

 

 

OzoMottO: Op lijken bouwt men niet

 

Als (voorlopig?) laatste OzoMottO in de reeks dit ietwat terminaal klinkende parool, dat echter een verwijzing is naar een ook nu nog springlevende gewoonte in de hulpwereld. De gewoonte namelijk om in rapporten die worden geschreven ter ondersteuning van adviezen aan de rechter, veelvuldig - zo niet uitsluitend - gewichtig-deskundig op lijken te bouwen: 

 

"... de ouders lijken niet in staat om het eens te worden over..." etc.

"... de kinderen lijken daardoor in de knel komen..",

"... vader lijkt niet in te zien  dat hij de kinderen zo schade berokkent",

"... voor de zo nodige rust lijkt het nodig een pauze in de omgang in te lassen..",

 

Eigenlijk is het een enorme schande dat de rechterlijke macht, waarvan de leden UITERAARD beter dan wie ook weten hoe rampzalig slecht het familierecht na echtscheiding functioneert, zich z  door bezeten neuzel-adviseurs de weg laten wijzen. De rechters maken heel onze wereld bezeten - en zij weten het.

Hoewel... eigenlijk is een te zacht woord: het is simpelweg een grote schande dat mensen die op kosten van de belastingbetaler zijn opgeleid zich zo flagrant een klinkklaar bedrog laten aanleunen en dat zij aldus een nefast systeem overeind helpen houden  - aldus de samenleving en zichzelf bedriegend en verradend.

Deze mensen hebben een van ethiek doordrongen taak op zich genomen - die van rechter - en de samenleving heeft hen daarvoor beloond met een levenslange benoeming. Verraad aan die taak heeft daardoor zowel een ethische als een sociale als een organisatorische component.

 

De enige functie van het lijken der deskundigen is het bij voorbaat inbouwen van een excuus voor de vroom voor mogelijk gehouden (maar in werkelijkheid zekere) vergissing in de adviezen en de conclusies "die later mogelijk zou kunnen blijken".

Om dezelfde reden waarschuwt de RvK dat de inhoud van zijn rapporten een beperkte geldigheidsduur heeft. Hoe beperkt staat er niet bij, dus morgen al kan alles anders zijn. Maar men hft daarvoor gewaarschuwd, eerlijk en open. Ja ja.

En de rechterlijke macht excuseert zich bang en braaf mee.

 

Het is ook zeker - inderdaad, op het tweede gezicht nog veel zekerder dan op het eerste gezicht - dat men in rechterlijke kringen heel goed wt dat men bedrog pleegt. De reden is  eenvoudig: men kn het eenvoudig niet niet-weten.

Want waarom zou men anders de deuren van de zittingzalen zo krampachtig gesloten willen houden? In wiens belang is deze geheimhouding - behalve dan in het belang van de daders en boosdoeners zelf? Het belang van het kind - dit "allerhoogste belang" dat men voortdurend vertrapt en schendt - moet alleen al daarom worden afgeschaft om de huichelaars en de slechteriken hun schaamlap af te nemen. In de huidige rechtspraktijk doet dat belang het kind veel meer kwaad dan goed.

Het zijn de talrijke "wetenschappers" en rechters, die om een schaamlap verlegen zitten. Om hunnentwil moeten de deuren gesloten blijven.

 

De praktijk bewijst dat in het Familierecht bij uitstek het belang van het kind wordt gemangeld en verkracht door abjecte en onverantwoorde werkwijzen.

Het veelvuldige, huichelachtige gebruik van de eufemistische terminologie die zo quasi defensief op indrukken, op "lijken" is gebouwd, moet die schandelijke praktijken en  werkwijzen aan het oog onttrekken.

In werkelijkheid echter bouwen deskundigen en rechters hun carrires en hun welstand uiteindelijk op het lijden en sneven van rechtzoekenden en hun kinderen.

Een beetje onfatsoenlijk toch wel, eigenlijk. Want op lijken bouwt men niet.

 

Vijf en een half jaar OzoMottO - en nu?

 

Na al die jaren van zoeken naar treffende motto's is het weiland van het familierecht wel zo'n beetje afgegraasd.

Steeds is geprobeerd om vanuit een nieuwe invalshoek de materie te benaderen en dan een houtsnijdend motto te formuleren om zo uiteindelijk het mijnenveld dat bij een scheiding door het systeem wordt gecreerd, in kaart te brengen.

Die opdracht is nu wel voldoende nauwkeurig geklaard.

 

Het overzicht van alle OMO's (per jaargang en editie-nummer):

 

2005 No 3  Ouder-kind relaties zijn heilig

2005 No 4  Het recht op omgang verdrinkt in troebel water

2006 No 1  Tegengestelde belangen bestaan niet

2006 No 2  Scheiden = Levenslang

2006 No 3  Omzeil problemen, Zoek oplossingen 

2006 No 4  Maak van Uw kind geen stiefkind, vermijd Jeugdzorg  

2007 No 1  Samen Werken Samen Leven - Oranje Boven

2007 No 2  Pak de tegenstander aan, zet de rechter in haar hemd

2007 No 3  Eerst de regels, dan de intenties!

2007 No 4  Handen af van ouders en hun kinderen!

2008 No 1  Denk!

2008 No 2  Hoezo Hoeksteen?    Bouwsteen !

2008 No 3  Niet Zoeken, Niet Oordelen, Wel Oplossen

2008 No 4  Doe alle relatie- en gezinstherapie in de ban

2009 No 1 Geef gezinnen hun autonomie terug!

2009 No 2  Fouten niet aanvaarden maar herstellen!

2009 No 3  Het Belang Van Het Kind Is Het Belang Van Gezin

2009 No 4  Laat de rechter spreken

2010 No 1  Word Gelukkig!

2010 No 2  Verbied Alle Verspilling

2010 No 3  De rechter moet lijdelijk zijn

2010 No 4  Weg met alle dogmas

2011 No 1  Gij Zult Zoeken! (naar oplossingen)

2011 No 2 Kinderrechter + Raad = Onraad

2011 No 3 Laat het gezin met rust

2011 No 4 Op lijken bouwt men niet

 

Achteraf zijn hierin duidelijke overlappingen waarneembaar. De invalshoeken lijken op, de wegen uitgetekend. Wij zijn uitgedacht.

Dit denkwerk blijkt nu in enkele kernmotto's samen te vatten:

 

1. Voor ouders:
    - voer verzet tegen het systeem, ook als dat riskant lijkt, want wie wijkt voor chantage lokt

      chantage uit en zonder verzet gaan uw geliefde broers, zussen, kinderen en vrienden er

      ook aan,

    - voer nooit verzet tegen elkaar

2. Voor alle betrokkenen: Zet het gezin centraal,

    niet het kind, niet de ouders, niet de deskundigen

3. Voor alle betrokkenen: Ga uit van harde feiten,

    negeer meningen

4. Voor rechters: zoek oplossingen,

    negeer (praten over) problemen,

    en alle "belang-van-argumenten"

 

In de toekomst zal OZO zich richten op de dagelijkse praktijk en die nog meer concreet op de korrel gaan nemen. Bovenstaande levert zo enkele criteria waaraan beschikkingen en rapporten kunnen worden getoetst.

 

Op de OZO-website komen eerst nog veel meer geanonimiseerde oude beschikkingen en rapporten te staan. En met ingang van 2012 zullen nieuwe stukken van een kantlijn worden voorzien waarin met n of enkele letters wordt aangegeven welke criteria zijn geschonden door de rapporteurs. Een werkwijze, overigens, die door velen wel zal worden herkend.

Enkele van die criteria zijn hier opgesomd, enkele andere werden geformuleerd na de D-day van 2010 (zie OZO-nieuws No 4 van 2010).

 

Er zal zo een grote, objectieve juridische database ontstaan die in wezen het effect heeft dat de deuren van de rechtszalen n die van Raden en Bureaus jeugdzorg worden geopend - of men dat nu wil of niet.

Tegelijkertijd worden in dezelfde data de fouten van het systeem precies en op eensluidende wijze aan de kaak gesteld. Op een tot stille navolging uitnodigende wijze.

Slachtoffers van het systeem kunnen eindelijk het hun aangedane onrecht etaleren en aan de kaak stellen. Er komen waarlijk andere tijden.

 

 

 

 

Zuinig door de crisis

 

 

In de eerste maanden van 2012 zullen OZO-donateurs telefonisch worden benaderd in verband met enkele actuele kwesties. Uiteraard, hoe kan het anders in deze crisistijden, draait het hierbij ook om geld. Of beter: om besparingen.

 

Zo vraagt de penningmeester nadrukkelijk om toch vooral een machtiging af te geven voor het innen van de (half)jaarlijkse bijdragen. Dat vereenvoudigt aanzienlijk de administratieve en financile rompslomp en de kosten daarvan.

 

Een tweede besparing kan worden gerealiseerd door donateurs die OZO-nieuws per e-mail (ofwel: EM) willen ontvangen.

De exemplaren voor politiek en rechtspraak blijven op papier de deur uitgaan - niets beters immers dan een memo in de vorm van een OZO-nieuws op de leestafels aldaar - maar onze eigen achterban is wellicht bereid voor de goede zaak af te zien van verzending per briefpost. De kosten daarvan belopen thans per jaar zo'n 1000 Euro - een hele slok op onze budget-borrel waarop wellicht wat kan worden bezuinigd.

 

Een derde maatregel die het bestuur heeft moeten treffen, is het voornemen om in het vervolg geen bijstand meer te leveren aan mensen die geen machtiging hebben afgegeven. Alle bestuursleden en medewerkers en ondersteuners van OZO werken vrijwillig en zonder enige vorm van vergoeding. Daarbij is nooit de vraag gesteld of donateurs aan wie hulp werd gegeven op hun beurt wel bijdroegen aan OZO. Maar met een meestal volle agenda heeft het geen pas om wel-betalers te passeren ten faveure van niet-betalers. Dat is het hele verhaal.

Afgezien daarvan is er, zoals altijd, gn voorkeur of verschil in de hulp die wordt geboden: voor OZO zijn het algemeen belang en de wet, het uitgangspunt. En een zo eerlijk en objectief mogelijke observatie.

 

In de op stapel staande bel-ronde wordt u dus bevraagd over:

 

1.  betaling per machtiging

2.  een werkend EM-adres

3.  uw OZO-nieuws-voorkeur

4.  evt. wat statistische data

 

Op grond van de resultaten zal allicht het bestand wat worden opgeschoond, wat na 10 jaar geen overbodige luxe kan worden genoemd.

Daarna zullen wij vanzelf beter in staat zijn om het werk voort te zetten en, hopelijk, de komende jaren te oogsten wat wij zaaiden.

 

De voortekenen daartoe zijn niet slecht.

De recente, desastreuze wetswijzigingen hebben het voordeel dat het Familierecht-scheepje er des te eerder door te pletter zal slaan op de rotsachtige kust van de praktijk. In die praktijk is er mr dat rommelt en zelfs op uitbarsten staat: het gedoe begint de samenleving zoetjesaan duidelijk op de zenuwen te werken. Het idee van de Kinderombudsman om nog maar eens een advocaat extra in de strijd te gooien, zoals elders in deze editie gememoreerd, is een uiting van die nervositeit.

 

In de achter ons liggende decennia hebben de zachte wetenschappen althans dat "zachte" in hun naam ruimschoots waar gemaakt. Want waar rechters op deze vertrouwden, raakten zij steevast de vaste grond onder hun voeten kwijt. Pedagogie en psychologie hebben zich, na die tientallen jaren van machteloze zwakte en mislukking, afdoende gediskwalificeerd voor het leveren van bijdragen in het Familierecht - zo zij al niet in algemene zin in het wetenschappelijke debat hun geloofwaardigheid al hadden verloren.

De enig mogelijke overlevingskans voor deze wetenschappen bestaat in het formuleren en hanteren van een wetenschapspraktijk, waarin axioma's en bewezen stellingen het primaat overnemen van de natte-vinger-benadering die al sinds Freud steeds weer wordt geprobeerd, afgewezen en opnieuw geprobeerd.

Ofwel: zachte wetenschappen moeten precies dezelfde strategie gaan volgen als de, wl succesvolle, harde wetenschappen: de wiskunde, de natuurkunde en hun afgeleiden.

 

De OZO-koers zal in de toekomst intussen ook veranderen. Aan strategie-ontwikkeling en aan theoretisch denkwerk hoeft geen bijzondere aandacht meer te worden gegeven: die twee peilers onder het werk van OZO zijn stabiel en duurzaam genoeg om desnoods nog een eeuw stand te houden.

Daarom zal in de toekomst het accent vooral liggen op het uiten van harde, maar eerlijke kritiek op het geklungel in de dagelijkse praktijk. De theoretische fundering onder die praktijk dient vanzelf steeds te worden getoetst en ter discussie gesteld, maar daarnaast is het ook nodig om door herhaald wijzen op het falen van dat oude systeem, de geesten der beroepsbeoefenaren rijp te maken - of murw te beuken - voor de noodzakelijke, rigoureuze verandering van hun denken. 

Daartoe zullen op onze website steeds meer (geanonimiseerde) beschikking en rapporten uit die praktijk ter inzage worden gelegd. En daar gaan wij mee door tot uiteindelijk zelfs de grootste voorvechter van de huidige gang van zaken zal moeten bekennen dat er te vaak, te zwaar en te structureel wordt geblunderd. Dat er geen wezenlijk onderscheid is tussen de rapporten en beschikkingen van totaal verschillende mensen in totaal verschillende casussen. Dat het blijkbaar allemaal lood om oud ijzer is en dat het op die manier dus inderdaad niet kan werken.

 

Het bestaan van de wettelijke en juridische knoeiboel kan slechts worden bewezen door een dergelijke, voortgaande toetsing van de dagelijkse praktijk.

Daarom is het plezierig om te kunnen melden dat er meer hulp beschikbaar is gekomen voor dit werk. OZO zal dus groeien in slagkracht en geduchtheid en dat is goed nieuws.

 

Men hoeft geen tien seconden na te denken om te weten dat het familierecht uiteindelijk niet heen kan om de harde werkelijkheid die dicteert dat gezinnen de bouwstenen zijn van de samenleving en dat die als zodanig daarom niet meer uiteen mogen worden gerukt. Dat daarom ook wetgever en rechter en quasi-deskundigen met hun tengels van het gezin moeten afblijven zolang zich daar geen bewezen, criminele feiten afspelen. Dat een samenleving slechts kan overleven wanneer gezinnen een fatsoenlijke, en zelfs beschermde, kans van bestaan wordt geboden.

Daarna zal hier de zon weer schijnen, zal het gras weer groeien en zullen kinderen weer zingen.

Waar een crisis al niet goed voor is.

 

 

De kwaliteit van E-Quality

 

E-Quality is het gesubsidieerde instituut en kenniscentrum van de Nederlandse overheid voor emancipatie, gezin en diversiteit. Het is er voor beleidsadvies, beleidsimplementatie en praktijkgericht onderzoek daaromtrent. Het verzamelt feiten, cijfers, onderzoeksgegevens en praktijkvoorbeelden, ontsluit en verspreidt actuele en betrouwbare informatie en stimuleert het maatschappelijk debat. Daarbij zegt E-Quality dwarsverbanden te leggen tussen de terreinen gender, etniciteit, gezin en diversiteit. Met als doel het bevorderen van gelijke behandeling, individuele ontplooiing en gelijkwaardige ontwikkeling van alle mensen.

 

Het klinkt mooi en vertrouwensvol. Ook de naam, E-Quality, zo heel betrouwbaar in het Engels. We worden graag door onze overheid beschermd. Of worden we in slaap gesust? Twee recente voorbeelden.

 

Het rapport Vaderschap 2.0 merkt op: Professionals richten zich nu  (on)bewust op moeders en geeft de aanbeveling Professionals, negeer vaders niet langer, neem ze serieus. Vaders hebben een belangrijke rol in de opvoeding en kunnen daarbij steun gebruiken.

Zie: http://www.e-quality.nl/e-quality/pagina.asp?pagkey=148873

 

Matig taalgebruik, hoopgevende boodschap. Maar op 29 september j.l. gaf E-Quality commentaar op de Rijksbegroting., zie:

http://www.e-quality.nl/assets/e-quality/publicaties/2011/CommentaarRijksbegroting2012.doc

Het woord vader komt er niet in voor, maar moeder ca 65 keer.

 

Dus wat is en wat wil E-Quality? Er werken uitsluitend vrouwen. En hoe luidde dat spreekwoord alweer? Als de vos de passie preekt, boer pas op je kippen. U bent gewaarschuwd.

 

 

Op weg naar een wet op gedeeld ouderschap in Bermuda

 

De discussie over ouderschap na scheiding speelt in de hele westerse wereld. In deze kerst- en crisistijd is het bemoedigend te zien dat het in sommige landen de goede kant op gaat. Hier citeren we uit de troonrede van 10 november 2011 door de Minister van Jeugd, Gezin en Sport van Bermuda.:

 

De rol van de Bermuda Family Council wordt uitgebreid. De Council wordt gevraagd om een gang naar gedeeld ouderschap te onderzoeken en aanbevelingen te doen.

Gedeeld ouderschap behelst een gezamenlijke overeenkomst ten aanzien van toezicht op kinderen en beschikkingen in scheidingssituaties, waarin de zorg voor de kinderen op gelijkelijk of althans substantieel is verdeeld tussen de ouders.

 

Het ministerie van Jeugd, Gezin en Sport  is er mee bekend dat wetgeving met betrekking tot gedeeld ouderschap gentroduceerd of beschouwd wordt in vele rechtslichamen over de hele wereld.

Het Department of Child and Family Services zal, tesamen met de Bermuda Family Council en andere lichamen, onderzoeken of er amendementen nodig zijn op de Children Act uit 1998 om gedeeld ouderschap te laten plaatsvinden, of dat aparte wetgeving meer geigend en effectiever is. 

Het is belangrijk om ouders van mechanismen te voorzien om hun bekwaamheid om het welzijn van de kinderen te vergroten, te verbeteren. 

Het Ministerie heeft de intentie om wetgeving over gedeeld ouderschap te implementeren als middel om dit doel te bereiken.

 

Voor de volledige tekst, zie:
http://www.govsubportal.com/news/item/248-throne-speech-items-for-the-ministry-of-youth-families-and-sports