OZO-nieuws maart 2010

Nog maar eens: de OZO-strategie

De kortste samenvatting van de door OZO gepropageerde strategie bij de behandeling van (echt) scheidingskwesties luidt: poeslief jegens de ex en bikkelhard tegen de instanties. 

Als er zich binnen het kasteel van een gezin moeilijkheden voordoen, is dat nog geen enkele reden om de toegangspoort open te gooien en de ophaalbrug neer te laten voor horden agressieve dieven en aasgieren. De buitenwereld is niet uit op welzijn binnen het kasteel, maar op eigen belang.

Omdat de verdediging tegenover de buitenwereld nooit mag verslappen, is het in tegenover de hedendaagse horden van kasteelbestormers verstandig om alle vredesonderhandelingen in geluidsopnames vast te leggen. Dat is, ook stiekem, wettelijk toegestaan zolang men tenminste zelf daaraan zelf deelneemt of erbij aanwezig was.

Ook is het van het uiterste belang om na elke ontmoeting – evt. met behulp van de opname – een reconstructie of samenvatting op te stellen, waarin de loop van het gesprek wordt weergegeven en verduidelijkt met enkele letterlijke citaten. In die samenvatting dient men uiteraard weer de ex zo veel mogelijk te ontzien en in plaats daarvan de bijzitters, de mediators, de maatschappelijk werkers en de wetenschappers van BJZ of RvK zo eerlijk mogelijk te presenteren – ook als dat onbarmhartig zou lijken.

Het is niet nodig, en zelfs onverstandig, om met de opnamen naar buiten te komen. Dat is niet dienstig aan het allesoverheersende gebod om te zoeken en te streven naar een minnelijke, zakelijke oplossing die als voornaamste eigenschap heeft dat een onbelemmerd contact tussen ouders en kinderen wordt gegarandeerd.

Een ex die daarbij tegenstribbelt, moet met de nodige vergevingsgezindheid tegemoet worden getreden, terwijl buitenstaanders en adviseurs die roet in het eten dreigen te gooien juist met kracht moeten worden aangepakt – door middel van een klacht, bijvoorbeeld.

Tenslotte zou men er goed aan doen het kostbare, maar meestal nutteloze briefverkeer tussen de raadslieden  van partijen tot een minimum te beperken. Want hoe vinnig of onthullend de brieven tussen de confrères ook mogen zijn, zij mogen niet worden overgelegd aan de Rechtbank en alle harde woorden daarin zijn dus een contraproductieve verspilling van energie.

Het is veel beter om onmiddellijk een eigen briefwisseling met de andere ouder te beginnen. Die mogen namelijk wèl worden overgelegd aan de Rechtbank. Zou een rechter vervolgens geen kennis willen nemen van alle overduidelijke aanwijzingen in dat briefverkeer, moet men dat in hoger beroep maar flink aan de kaak stellen.

De rechter is onvoorspelbaar, maar als het overleggen van de complete communicatie vaker als drukmiddel wordt toegepast, zal de rechter er toch een keer aan moeten geloven.

Met als resultaat dat de ouders in het vervolg dan beiden nog meer hun best doen de rechter voor zich te winnen door gedrag te tonen dat verantwoordelijke ouders behoren te laten zien: redelijk, compromisbereid en met ontzien van de kinderen.

Dat deden zij, naar vermogen, ook al vóór hun scheiding of breuk. En zo hoort het.


Zekerheden

Volgens Heleen Dupuis, ethicus en lid van de Eerste Kamer voor de VVD, komt het zoeken naar zekerheden voort uit het menselijke onvermogen om te leven met onzekerheden. Dat is natuurlijk een twijfelachtige omschrijving, want in feite zegt zij daarmee twee keer hetzelfde. Maar zij maakt zo wel duidelijker waar schoen wringt. De herhaalde roep om meer veiligheid op straat, islamofobie en vreemdelingenhaat zijn de meest opvallende, actuele manifestaties van die menselijke angst voor het onzekere, het onbekende.

Het wrange van de meeste moderne politici is dat zij deze onzekerheden juist voeden, in plaats van ze te bestrijden door het scheppen van zekerheden.

Dat Wilders c.s. hieraan doen, is uittentreuren van de treurbuis afgedropen sinds de val van het kabinet. De media sloten in hun bijna geile zucht naar onthullingen!, verzet!, ruzie! en opstand! elke politicus in hun armen die zich aan ferme uitspraken, liefst tégen Wilders, waagde. Behalve Wilders zelf natuurlijk, die werd beschouwd als de verpersoonlijking van het door de media ontdekte Nieuwe Kwaad.

Daarom ook kregen gematigde politici die zelden of nooit uit de plooi plegen te vallen in de media weinig of geen aandacht. De media deden daarmee precies wat die stoute Wilders zelf zo graag doet: keet schoppen. Alleen doet Wilders dat wel stukken beter en gedurfder, en dàt pikken de media dus niet.

Onder het mom van strijd tegen het kwaad entameerden vooral de tv-journalisten een reactie die veel meer kwaad berokkent, dan het kwaad dat zij wensten te bestrijden ooit zelf aanrichtte.

De onzekerheid over wel of niet blijven in Uruzgan – waarvan nota bene de meest direct betrokken, de (oud-)militairen, veelal voorstander waren – werd met de door de val van het kabinet gekleurde gemeenteraadsverkiezingen ingeruild voor de nieuwe en veel grotere onzekerheid over de regeerbaarheid van Nederland.

Er is op dit moment geen coalitie denkbaar, of er hangt al bij voorbaat de geur van verzet en verval en verrotting omheen. Het huidige tekort van 35 miljard (toevallig het bedrag waarvoor de Staat zich garant stelde in de bankenkwestie rond ING) dat alleen nog maar groter zal worden, is een gat dat echt niet met praatjes en sprookjes kan worden gedicht. Voor de goede orde: het gaat hier om een bedrag van zowat 2500 Euro die elke inwoner van Nederland voor dit tekort moet ophoesten.

Gemiddeld, inderdaad. Zodat niemand nog hoeft na te denken over het antwoord op die infame, stuitend opgewekte reclamevraag: "Hé schat, wat gaan wíj eigenlijk doen met de overwaarde van ons huis?". Voor die overwaarde (het woord alleen al!) heeft immers de Staat in de figuur van onze "veelgeprezen Minister van Financiën" (Paul Witteman, die wel zelf het leeuwendeel van de loftuitingen voor deze Minister voor zijn rekening nam) immers zelf al een bestemming gevonden.

De historische, vaderlandse traditie van properheid en zuinigheid is allang verdrongen door de leeghoofdige, frivole levenshouding die in de jaren zestig opgang deed. De voorgangers van de generatie die o.a. het huwelijk van Prinses Beatrix en Prins Claus verstoorde, delen tegenwoordig veelal de lakens uit in het establishment, waar zij geld maken met reclames voor "groene" banken of met commissariaten voor de Koningin, of  voor Shell.

Het is de generatie die sinds de jaren zestig onzekerheid veroorzaakte en die, toen zij daar zelf last van kreeg, nu opeens ellebogend vooraan staat op zoek naar zekerheden en goede inkomens.

Dit is maar het zoveelste bewijs dat het leven een paradox is. Elke bestuurlijke maatregel heeft vanwege die eigenschap altijd ook een tegengesteld effect.  Actie leidt tot reactie. Altijd.

Jaag bijvoorbeeld het autoverkeer een stad uit, en de middenstand verpaupert omdat de klandizie afneemt. Geef kamerhuurders meer wettelijke bescherming, en het kameraanbod daalt. De zekerheid van de kamerhuurder gaat ten koste van de zekerheid van de verhuurder dat hij, indien hij dat wenst, een slechte bewoner de huur kan opzeggen.

In AD van 25 januari jl. was een artikel afgedrukt onder de kop: "Zij sloeg me bewusteloos met een fles parfum". Daarin werd betoogd dat ook mannen het slachtoffer kunnen zijn van huiselijk geweld. Jaarlijks zouden blijfhuizen zo'n 17.000 vrouwen opvangen en, tot nu toe in 2010, 90 mannen. De impliciete veronderstelling is, dat de opgevangenen de slachtoffers zijn en hun partners de daders.

Maar dat is onjuist. Uit tal van telefoontjes blijkt dat veel exen een blijfhuis bezoeken om daardoor een soort van bewijs van slachtofferschap te krijgen. Dáár gaat het hun om. Voor de rechter willen zij hun behoefte bewijzen aan bescherming tegen de bruut die de vader is van hun kinderen. Op dat moment is de man dus het slachtoffer en de vrouw de dader.

Enkele getallen uit het artikel: in 15 procent van de gevallen van huiselijk geweld zou de man het slachtoffer zijn. Jaarlijks zijn er 600.000 gevallen, wat 90.000 mannelijke slachtoffers zou opleveren. Van de 510.000 vrouwelijke duiken er 17.000 – of ruim 3 procent – een blijfhuis in. Bij de mannen doet 0,1 procent dat. Vrouwen rennen dus meer dan 30 keer zo hard weg als mannen. Dat is alleen maar te verklaren door de wet dat elk aanbod zijn eigen vraag creëert. Conclusie: het fenomeen blijfhuizen lokt wantoestanden uit.

Zouden blijfhuizen voor mannen een grote vlucht gaan nemen, dan zullen zich ook daar èn daders èn slachtoffers gaan ophouden en zullen nog meer wantoestanden worden uitgelokt. Voor kinderen is dat onheil veel en veel ernstiger dan een enkel ruziënd ouderstel.

Ook om dat te maskeren, waarschijnlijk, hebben instellingen van zorg en hulpverlening zo'n gloeiende hekel aan harde, verifieerbare statistieken over veroordelingen, verbroken ouder-kind contacten en al die andere pijnpunten in de wereld van het Familierecht. Want, in de woorden van Gregory House (House MD, inderdaad): "Statistics tell the truth". Onder de genadeloze blik van de waarheid verschrompelen met de resultaten van de sector ook haar "beproefde" werkwijzen. En dat kunnen wij natuurlijk niet hebben.

Meteen dringt zich de vraag op wat er dan wèl moet worden gedaan om het leven voor kinderen en ouders zekerder en beter te maken. Het antwoord is natuurlijk: afblijven. Laat ouders en kinderen het zelf uitzoeken. Geef ze daarvoor de rust en stuur er geen bemoeials op af. Laat hen zelf verantwoordelijk zijn voor hun doen en laten.

Kinderen worden geboren in een omgeving die vanzelf van hen verlangt dat zij leren omgaan met hun (uiteraard) héél lieve moeders en hun (even uiteraard) heel nare, dominante vaders. Of omgekeerd. Kinderen groeien dus op in een omgeving die hen leert, ja zelfs dwingt, om hun ouders op te voeden tot aanvaardbare wezens. Ziedaar de kern van het proces van opvoeding: het is wederkerig, opvoeder en opgevoede voeden elkaar op.

Daar hoort geen pluizige of oude-vrijster gezinsvoogd bij die het gezin uit elkaar trekt en dan de lakens gaat uitdelen waar de kinderen noch ouders ooit een speld tussen kunnen krijgen – al was het maar omdat die voogden nooit in de thuissituatie zitten. Daar horen zij natuurlijk ook helemaal niet: zij zijn niet vertrouwd en dat worden zij ook niet.

Wie dus zo'n superdominante, alles beslissende voogd aanstelt om de schade van het gedrag van een "dominante" vader of moeder te repareren, is niet goed bij zijn hoofd.

Alleen afrekening achteraf kan, indien nodig. als het kalf verdronken is, dempt men de put. Niet eerder. En dat is geen verwijt, maar een simpel feit.

Wie preventief wil optreden tegen bijvoorbeeld verkeerszondaren, zou alle rijbewijzen kunnen innemen. Dan is dat kwaad met wortel en tak uitgeroeid. Alle mensen in eenzame opsluiting is het einde van diefstal, moord en doodslag. De samenleving is dan geheel en al bevrijd van alle zonden en misdaden. Hoera!  Ten diepste komt de werkwijze van RvK en BJZ daar op neer.

Maarre... over welke samenleving gaat het dan nog, eigenlijk?

Uiteraard werkt afrekening achteraf ook preventief. Wat minder radicaal en definitief, maar wel op een zodanig wijze dat de samenleving dat accepteert. En er zelfs beter van wordt. Het vooruitzicht van een afrekening, weerhoudt potentiële overtreders in de meeste gevallen wel. Dat besef is de basis van het strafrecht.

In de sfeer van het civiele recht, waarin de blijfhuizen hun rol spelen, zou eveneens de werkwijze moeten zijn dat slachtoffers niet a priori worden geloofd. En dat daders, bewezen daders, pas achteraf worden gestraft. Dat is de methode die de samenleving koos voor zowat elk rechtsgebied.

Alleen in het Familierecht is de weliswaar niet volmaakte maar toch wel zeer goede, preventieve en zekere werking van het strafrecht vervangen door de onvoorspelbare en onverifieerbare methodiek van deskundige interventies.

Die methodiek wordt bewaakt door beoefenaren van de onderliggende, even onvoorspelbare en onverifieerbare wetenschappen. En zo werd de weg gebaand voor de waan van de dag, voor meningen en moralismen, zo verdwenen harde feiten en waarheden van het toneel.

Dat daar brokken van moesten komen, was en is een makkelijk voorspelbare zekerheid.

In de samenleving heeft deze verschuiving zich ook buiten het familierecht gemanifesteerd. De overdreven aandacht voor misdadigers bijvoorbeeld, als slachtoffers (!) van het OM en van strafvervolging, heeft in een groot aantal gevallen geleid tot de verpaupering en verwaarlozing van de slachtoffers die de misdadigers maakten.

De rechtszekerheid van de gewone burger is zo stilaan vervangen door een recht op aandacht, dat vervolgens juist door psychopaten zonder gêne of terughoudendheid wordt opgeëist.

Het instinctieve onbehagen over deze benadering van de maatschappelijke werkelijkheid, levert de voedingsbodem voor de populariteit van Wilders.

Hoe harder en schetterender zijn opponenten hem bestrijden, hoe gretiger de media zich daarop storten, hoe onzekerder de uitkomst van al dit gekrakeel is, des te beroerder de samenleving af zal zijn.

De dagdagelijkse praktijk van het Familierecht bewijst hoe funest de moraliserende aanpak van problemen is. Ouders bij wie het nog nooit is opgekomen dat hun integriteit ten aanzien van hun gezin in twijfel kon worden getrokken, zien zich opeens gesteld tegenover een rechtsprekend forum dat hen zomaar, zonder blozen van de meest barre daden verdenkt. Zij worden in hun meest fundamentele zekerheid aangetast door waarden die hun gasten niet vertrouwen. In een Holocaust-achtige overrompeling.

En dat terwijl bij uitstek in het Familierecht fundamentele zekerheden worden verlangd en gezocht. Zoals wordt uitgedrukt in het Nederlandse gezegde: "Eigen haard is goud waard", maar nog veel beter en kordater in het Engelse: "My home is my castle".

Vrienden zijn daar welkom, voor vijandig gespuis wordt de ophaalbrug opgehaald en worden de muren en torens bemand met verdedigers. Zó willen de ouders het, dàt willen kinderen. Het gezin als veilig fort tegen een boze buitenwereld.



OzoMottO:  Word Gelukkig! 

Iedereen streeft naar geluk en velen vragen zich vaak vertwijfeld af of zij wel gelukkig zijn. Als mensen het bekommerd hebben over iemand die het minder heeft getroffen, klinkt al snel de hoopvolle vraag: "Ja, dat is allemaal wel zo, maar is hij gelukkig?". Een naïeve vraag, omdat de steller er vanuit gaat dat men over en weer weet wat dat is: "gelukkig zijn".

Wie gaat denken over een werkbare definitie ziet al snel het schrikbeeld voor zich van de vervulling van alle wensen, van iedereen rijk, elke dag Sinterklaas, pakhuizen vol goed en cadeautjes, elk uur van de dag topvermaak, elke minuut het heerlijkste eten en drinken... en niemand die nog weet wat hij op zijn verlanglijstje moet zetten voor de Sinterklaas van de dag van morgen. Dàt is pas geluk... of toch maar niet? 

Een tip van de sluier wordt opgelicht in door D.H. Lawrence (1885-1930), de schrijver van de indertijd scandaleuze roman "Lady Chatterly's Lover", die verhaalt over zijn ontmoeting met Andres Segovia (1893-1987), de Spaanse componist-gitarist die van de gitaar een solo-instrument voor klassieke muziek maakte.

De mannen praatten wat over koetjes en kalfjes en na een poosje kwam het gesprek op het leven na de dood. Is er een God in de hemel, en hoe zou het daar in de hemel dan wel zijn?

Segovia vertelde daarop van zijn gebed: "Heer, lieve God, ik heb een wens die voor U heel klein is, maar voor mij heel groot. Ik ben niet waard dat ik straks naast U zou zitten of in Uw nabijheid zou zijn. Ik heb nooit iemand moedwillig kwaad berokkend, maar toch heb ik de hemel niet echt verdiend. Daarom heb ik deze wens, die voor U zo onbeduidend is en die U zo gemakkelijk kunt vervullen, maar die voor mij zo veel betekent. Dus alstublieft, als het U niet uitmaakt, neemt U mij dan niet op in Uw hemel, maar laat U mij hier op aarde blijven".

Hier wordt langzaam duidelijk wat geluk is. Wie gelukkig is, heeft en accepteert tegenslagen maar ook mooie dagen. Heeft zoet en bitter. De essentie is, dat het niet het één is òf het ander, maar het één èn het ander. Dàt is geluk.

Segovia deinst terug voor een eeuwig zoete hemel, zoals hij terugdeinst voor een eeuwig bittere hel.

Als iemand leeft in een afwisseling van geluk en ongeluk die overeenkomt met zijn aard en temperament, dan levert dat het meest het gevoel van gelukkig zijn op. Een mens heeft zijn temperament bij geboorte meegekregen, dat is onbeïnvloedbaar. Maar de omstandigheden waarin hij leeft zijn niet onveranderlijk en daarnaast is de mens van alle levende wezens het best in staat om zich aan zijn omgeving aan te passen.

Daarmee is de conclusie duidelijk dat ieder mens zelf verantwoordelijk is voor zijn geluk, dat. een mens heeft er zelf voor moet zorgen dat hij gelukkig is.

Ongelukkige mensen verspreiden ongeluk en zijn een last voor de mensen om hen heen. Gelukkige mensen verspreiden juist geluk. Zij maken hun eigen leven en dat van anderen aangenamer.

Dat leidt tot de – ook maatschappelijke – opdracht en tot hèt persoonlijke levensmotto bij uitstek:  Word Gelukkig!



'Jeugdzorg zit zichzelf in de weg'


Dat schrijft de Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer, in de Volkskrant. Hij maakt zich “ernstige zorgen” over de vraag of kinderrechten in Nederland wel voldoende uit de verf komen. De waarborging van deze rechten, vastgelegd in het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties, ligt in handen van 'de Jeugdzorg”, met een beperkte controle van de rechter daarop.  .
 Brenninkmeijer signaleert een gebrek aan 'commitment' bij de voor de jeugdzorg verantwoordelijke organisaties om gezamenlijk op te trekken. De oorzaak hiervan moet gezocht worden in de verschillende lagen en bevoegdheden,financieringsstromen en machtsstructuren. „Er blijven slechts individuele medewerkers over, die vaak jong en onervaren zijn en werken in een organisatie waar het management vaak tekort kan schieten”

Ook meent Brenninkmeijer dat de Jeugdzorg „slachtoffer van de waan van de dag” is. Incidenten met de peuter Savanna en het zogenoemde Maasmeisje hebben tot verkramping geleid, schrijft hij. Enkele incidenten met uit inrichtingen weggelopen kinderen hebben vanuit de Tweede Kamer geleid tot de eis dat die zich nooit mogen herhalen. De Kamer heeft echter geen oog voor het feit dat die angst voor incidenten „een geweldige invloed” heeft gehad voor de gevangenisachtige manier waarop de gesloten jeugdzorg is ingericht. „Het indekken tegen risico's heeft perverse effecten”,.aldus Brenninkmeijer.



Excuus voor falen Britse jeugdzorg.

De Britse kinderbescherming heeft excuses aangeboden aan twee zussen die meer dan 25 jaar lang door hun vader zijn verkracht. De man uit Sheffield kreeg in 2008 levenslang. Hij maakte zijn dochters achttien keer zwanger. Daaruit werden zeven kinderen geboren, van wie twee zwaar gehandicapt. Het misbruik begon toen de dochters 8 en 10 jaar waren. Bij verzet werden ze, soms ernstig, mishandeld.

Het probleemgezin had in al die jaren contact met 28 hulporganisaties, maar die wisten niet wat er aan de hand was. De instanties erkennen nu dat ze collectief hebben gefaald.