OZO D-day 2009


Zondag 25 oktober as. is de dag voor onze D-day. Met een programma als nooit tevoren.

Dankzij wat min of meer toe-vallige, persoonlijke contacten kon er een actie op touw worden gezet met, voor het eerst, waarlijk revolutionaire potenties.

Die belofte kan worden waargemaakt, mits is voldaan aan enkele voorwaarden.

Eén van die voorwaarden is dat de actie heel goed en grondig wordt voorbereid en uitgebroed. Broedende kippen moet men niet storen, zoals bekend, en alleen daarom al moeten wij op deze plaats ons kruit droog houden. Maar de voorbereiding zelf moet tegelijk heel serieus worden genomen.

Daarom heten wij U met extra plezier welkom op onze D-day met een volledige toelichting over het ontstaan van de actie en een toelichting op het voorwerk en de gevolgde werkwijze. En nodigen wij U vervolgens uit tot het leveren van Uw bijdrage of kritiek of commentaar.

Die werkwijze is al eerder pro-ductief en succesvol geweest, want onze DO's en DONT's (in het vervolg: DoDo's) zijn ook zo ontstaan. En totnogtoe is er in de wereld geen set van regels opge-doken die in allerlei moeilijke situaties met meer trefzekerheid de weg uit elke impasse kan wijzen. Nogal een resultaat om trots op te zijn dus.

In Nederland stonden de kranten wekenlang vol over het meisje van 13, bijna 14, dat van plan was om solo de wereld rond te zeilen. En over de reactie van de Raad voor de Kinderbescher-ming, die het meisje het liefst uit-huis zouden hebben zien ge-plaatst, en die van de Rechtbank, die "slechts" een voorlopige on-dertoezichtstelling gelastte.

Wat was daaraan goed of fout?

Ten eerste moet worden vastge-steld dat alleen al het voor-nemen, of beter: het wereld-kundig maken van een voorne-men, tot de vele spastische reac-ties in pers en bestuur leidde.

Dus wat als vader en dochter een verborgen agenda hebben met het wereldkundig maken van hun plannen? Wat als zij bijvoorbeeld een kans denken te zien om alleen al door middel van alle nieuwsgierige perslichamen wereldwijd een aardig centje te verdienen? Niemand kan hun dat kwalijk nemen, of hun verbieden dat zij het volk als ware het een keizer in zijn blootje zetten: er worden in de media wel meer nepverhalen verkocht.

Dankzij de DoDo's wordt het te kiezen standpunt meteen dui-delijk: handen af van het gezin, geen bemoeienissen met auto-nome beslissingen. Uiteraard wordt de speelruimte die deze regels bieden ingeperkt door de wet, en in dit geval geldt de omstandigheid dat het meisje leerplichtig is.

Op de al dan niet provocerend bedoelde aankondigingen in de pers, hadden Raad voor de Kinderbescherming of n'importe welke geraadpleegde deskundige of Rechtbank ook, dus moeten volstaan met een desgewenst even provocerende reactie waar-in vader en dochter strafver-volging in het vooruitzicht wordt gesteld bij ontduiking van de leerplicht.

Mocht er verder iets of iemand zijn die objectief zou kunnen bewijzen dat het willen uitvoeren van de plannen tot (ernstige) schade voor het kind (en dus de ouders) zou leiden, dan kan er alsnog – maar dan pas, en niet eerder - met maatregelen van kinderbescherming worden inge-grepen door de objectief oorde-lende rechter.

Ziedaar hoe aan de hand van de DoDo's in enkele korte alinea's het heikele thema helemaal kan worden afgedaan en de media-hype ontzenuwd.


Iets anders dan.

Sinds begin dit jaar worden aangiften van onttrekking aan het opzicht (en daarmee ook het schenden van een omgangs-regeling) strafrechtelijk vervolgd. Dat is geheel in lijn met de aanbevelingen in de DoDo's.

Maar er zijn meer tekenen dat er een verandering van denken in ruime zin op til is.

Op de Nederlandse TV wezen, onafhankelijk van elkaar, de Nederlandse prof. en econoom Rick van der Ploeg en de Bel-gische prof, en psycholoog Paul Verhaeghe daarop.

Verhaeghe noemde met name het heel nabije failliet van de diagnose van allerlei, eigenlijk altijd ingebeelde, letterwoord-ziekten als ADHD en PDD-NOS. En zelfs van ziekten als depressies. Er mogen, zoals hij zei, wat symptoom-bestrijdende medicaties zijn, maar deze verliezen heel snel hun werking en genereren neveneffecten die heel snel veel erger zijn dan de te bestrijden kwaal. Het aangekondigde failliet betekent ook het failliet van de aanpak van psychiatrische ziekten die in de psychiatrie-bijbel DSM-IV zijn beschreven en daarmee de ondergang van de DSM-bijbel zelf, aldus Verhaeghe.


Rick van der Ploeg sprak in Buitenhof het vermoeden uit dat in de economisch-politieke wereld "paradigma shift" op til is na het economische debâcle dat met name de door hoog-beloonde bestuurders geleide bankwereld heeft veroorzaakt.

Het gist dus en borrelt, en er komen andere tijden.


Voor U alle reden om erbij te zijn op onze D-day en daar te proberen zo veel mogelijk invloed uit te oefenen.

De koffie staat klaar.



PAS en Consequenties


Toen het Parental Alienation Syndrome bekend werd, stond de wereld van ouders die door scheiding hun kinderen waren verloren op haar kop. Want opeens was er een objectief motief om verlies van contacten tussen ouders en kinderen ten strengste te verbieden.

De geschiedenis heeft geleerd dat dit aanvankelijke enthou-siasme voorbarig was. De rechterlijke macht stelde zich uiterst terughoudend op en bin-nen de gilden van psychologen, pedagogen en aanverwante beroepsgroepen was de eerste reflex om de bevindingen en voorspellingen op basis van PAS in twijfel te trekken en te bestrijden.

Richard Gardner, die de afkorting PAS bedacht, hoopte op zijn beurt dat PAS zou worden opgenomen in DSM V (de psychiatrie-bijbel die alle aandoeningen en stoornissen opsomt) en dat daardoor de kritiek vanzelf zou verstommen.


De twisten in het Nederlandse taalgebied werden nog eens extra in de hand gewerkt door de volstrekt verkeerde, agressieve vertaling die in de ouderwereld meer en meer ook als wapen wordt gebruikt, in de term "ouderverstoting".

Een grote vergissing! Want "alienation" betekent vervreem-ding. En dat verwijst naar een proces dat iemand overkomt, en dat uitmondt in een verwijdering van ouder en kind die elkaar zo vreemd en onpersoonlijk worden als twee reizigers die toevallig in dezelfde trein zitten. Voor ouders en kinderen is een groter verlies niet denkbaar.

"Verstoting" daarentegen is een term die suggereert dat de verstoter het proces doelbewust actief in stand houdt om bijvoorbeeld genoegdoening of een vereffening van het een of ander te bewerkstelligen.

Een ernstiger vertaalfout is dus bijna niet denkbaar. Het slui-pende gif van PAS is werd ge-maskeerd als een gewone vorm van dwarszitten en agressie.

Dat is des te pijnlijker waar PAS in wezen een simpel verschijnsel is dat heel makkelijk is te begrijpen. Bij de conceptie krijgt een nieuw leven precies de helft van zijn genen van de moeder, en de andere helft van zijn vader. Er is geen redelijk denkende mens in de wereld die ontkent dat de genetische informatie is vastgelegd in de genen in de celkern, in het DNA. Een nieuw leven ontstaat als een halve, mannelijke celkern in een sper-matozoïde versmelt met de halve celkern in de eicel van de vrouw. Al bij die versmelting ligt dus alle genetische informatie van het nieuwe leven vast: de kleur van ogen en haar, het geslacht, de aanleg voor ziekten, de grootte van de neus, en zo voort.

Pedagogen mogen graag denken dat "de mens" ongeveer voor de helft de uitkomst is van zijn gene-tische aanleg en voor de andere helft de uitkomst van zijn opvoe-ding, maar die hypothese vindt al zeker twintig jaar geen genade meer in de ogen van de inter-nationale wetenschappelijke gemeenschap. De DNA-werke-lijkheid maakt het makkelijk in te zien waarom kinderen op hun ouders lijken: zij zijn hun ouders.

Daadoor ook is voor een kind het verlies van een ouder, een verlies van het eigenste zelf, van de helft van de identiteit. En van de mogelijkheid om de eigen halve gevoels- en denkwereld te eiken aan die ouder.

Het genetische verschil tussen het DNA van chimpansees en dat van mensen is minder dan één procent, maar de uitkomsten van dit geringe verschil zijn dramatisch. Dus als een mens wordt vervreemd van de helft van zijn genen is dat niet minder catastrofaal dan de botsing tussen de aarde en het grote hemellichaam waardoor de maan ontstond: het is een waarlijk kosmische ramp.

Ouders weten dat omdat zij hun kinderen kennen en van hen houden. Maar tegelijkertijd worden zij zelf niet verscheurd, zodat zij – hoe intensief ook – toch slechts als het ware plaatsvervangend lijden voor hun kinderen.

Kinderen zitten ècht met het probleem dat zij hun eigen wezen slechts half kennen. Met een scheiding verliezen zij veelal behalve een ouder ook nog eens alle contact met diens familie. Daarmee lopen zij dus over de helft van al hun voorvaderen en familie de sterke, grappige en minder grappige familieverhalen en bagage mis, die hen helpen om hun eigen identiteit te kennen en te ontwikkelen.

Vanuit deze onweerlegbare gedachtegang is de stap naar de conclusie dat PAS zowat de meest ernstige vorm van kindermisbruik is, een logische.

Er is dus niets moeilijks of ingewikkelds aan PAS en dat alleen al bewijst dat PAS geen sprookje is. Het is het natuurlijke en voorspelbare fnuikende resultaat van geweld tegen de natuur en de evolutie en God. Niet meer en niet minder.

Om de natuur te beschermen, moeten daarom processen en gedragingen die PAS veroorzaken, worden onderdrukt, strafbaar worden gesteld.

PAS en Consequenties – nawoord



Op zondag 6 september was de Belgische hoogleraar Paul Verhaeghe (Universiteit van Gent) te gast in het VPRO-programma Boeken in verband met het verschijnen van zijn boek: "Het Einde Van De Psychotherapie".

In die uitzending, en in zijn boek, zet Verhaeghe zich af tegen de gewoonte om voor zowat elke willekeurige combinatie van symptomen een "letterwoord"-ziekte te bedenken (zoals ADHD e.d.) en daarvoor vervolgens geneesmiddelen in de vorm van tabletten of poeders te bedenken en voor te schrijven.

Dit verzet houdt hij, desgevraagd, ook vol ten aanzien van PAS. Hij schrijft: "Mijn reserve tegenover letterwoorden is inderdaad vrij algemeen, en dit om de volgende reden: binnen de kortste keren scheppen zij de illusie dat het over een stoornis, ja een ziekte gaat. Het gebruik van het woordje "syndrome" (in PAS) wijst trouwens in die richting, waarna vervolgens gedacht kan worden in termen van een medische aanpak. (...). Wat ik beschouw als normale men-selijke emoties, zijn gevoelens en affecten die uitgelokt worden door externe omstandigheden en waar ongeveer ieder van ons op dezelfde manier op reageert of zou reageren. Die gaan benoe-men als stoornis, is op zich een stoornis van een hyper-geneuro-psychologiseerde maatschappij, vrees ik.".


Dit is werkelijk schitterend!

ADHD betekent niets meer, PDD-NOS is nep en PAS is geen ziekte.

Dit klopt precies met Gardners' uitspraak dat PAS zich onttrekt aan therapie. Wie ergens last van heeft, is daarom nog niet ziek en hij heeft bij een dokter voor zijn last dan ook niets te zoeken.


De consequentie van Ver-haeghes opvattingen is, dat noch de Raad voor de Kinder-bescherming, noch deskundigen als artsen, pedagogen en psychologen, ook maar iets in te brengen hebben in het gezin na echtscheiding of in het echt-scheidingsproces zelf.


Uiteindelijk kan dus met baby'tje PAS, ook het badwater van ADHD, BED, PDD-NOS, ADD, ODD, CD etc. worden wegge-daan. Gelukkig maar, want daar-door kunnen de mensen eindelijk weer zelf hun problemen oplos-sen, zonder dwingende bemoeie-nis en aanwezigheid van al dat vreemde volk dat zich dokter weet of waant. Freedom at last.



Gedeeld gezag, een onmogelijkheid?


Gedeeld gezag na echtscheiding wordt vaak gezien, en ondergaan, als een knellende, onnatuurlijke verplichting van de ouders om elkaar over zelfs futiliteiten nog te moeten consulteren. In ieder geval is alleen al de schijn dat dit het geval zou kunnen zijn, vaak genoeg aanleiding geweest (met name voor de braveriken van Bureau jeugdzorg) om gedeeld gezag op voorhand af te wijzen, of achteraf alsnog te torpederen.

Toch is gedeeld gezag een gemakkelijk te hanteren privilege indien het wordt gezien in de context van het opzicht, zoals dat in de wet en de jurisprudentie inhoud is gegeven.

Wettelijk staat onttrekking aan het opzicht gelijk aan onttrekking aan het gezag. Opzicht is dus in feite tijdelijk uitbesteed gezag en het kan bijvoorbeeld worden uitgeoefend door leiders op scholen of sportclubs.

Deze natuurlijke gedraging geeft de sleutel tot wat een gedeeld gezag hoort te zijn.

Want zoals een ouder zich, ondanks al zijn ouderlijke gezag, niet heeft te bemoeien met de gang van zaken op school, zo heeft die ouder zich ook niet te bemoeien met de gang van zaken rond het kind... bij de andere ouder.

Er mogen zeldzame kwesties zijn waarin beide ouders hun inbreng hebben en moeten hebben zoals bijvoorbeeld bij een schoolkeuze, over het algemeen is de beur-telingse uitoefening van het ouderlijk gezag een uitstekende manier om het gedeeld ouderlijk gezag in de praktijk uit te oefenen.

Enige voorwaarde: er moet omgang zijn. Of met andere woorden: er moet een opzichtregeling zijn getroffen.

De term "opzicht" stond al in de wet. Het gehate en discrimi-nerende woord "omgang" kan bij gedeeld gezag, zoals hierboven verdedigd, gevoeglijk overboord.



OzoMottO: Het Belang Van Het Kind Is Het Belang Van Gezin


In 1989 werd in New York door de Verenigde Naties het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind opgesteld. In Nederland trad dit verdrag in 1995 in werking.

Volgens dit verdrag wordt ieder mens jonger dan achttien jaar als kind beschouwd, tenzij het volgens het voor het kind toepasselijke recht eerder als meerderjarig wordt beschouwd.

Aan de ouders wordt als eerste beschermers en verzorgers van het kind ondersteuning en bescherming toegezegd en kinderen hebben het recht hun ouders te kennen en door hen te worden verzorgd.

Bij de uitgangspunten in de preambule wordt o.a. vermeld:

..."De staten die partij zijn bij dit Verdrag, ... Ervan overtuigd dat aan het gezin, als de kern van de samenleving en de natuurlijke omgeving voor de ontplooiing en het welzijn van al haar leden en de kinderen in het bijzonder, de nodige bescherming en bijstand dient te worden verleend opdat het zijn verantwoordelijkheden binnen de gemeenschap volledig kan dragen. Erkennende dat het kind, voor de volledige en harmonische ontplooiing van zijn of haar persoonlijkheid, dient op te groeien in een gezinsomgeving, in een sfeer van geluk, liefde en begrip"...

Daarmee lijkt de cirkel rond: kind, ouders, gezin – daar valt geen speld tussen te krijgen.

Maar helaas hebben de Verenigde Naties verzuimd een harde definitie te geven van het begrip "gezin". En dat is niet voor niets, blijkt onmiddellijk bij een rondgang langs o.a. Google en Wikipedia.

Wikipedia schrijft pagina's vol na een tweeregelige definitie, waarin het woord "kind" zelfs helemaal niet in voor komt. In wat volgt wordt uitgebreid gesproken van samenlevings- of samenwer-kingsvormen op micro-niveau, of van culturele gezinsvormen waarin moeders en tantes tesamen de volwassenen paraplu vormen waaronder de kinderen opgroeien, maar een definitie komt er niet.

Wie vervolgens op de site van de Nederlandse Gezinsraad (ngr.nl) het woord "gezin" opzoekt, krijgt gesponsorde koppelingen te zien naar dating- en sekssites, maar weer géén definitie. Kennelijk kan de NGR zijn zwaar gesubsidi-eerde werk heel goed af zonder zich te committeren aan een controleerbare omschrijving van zijn hoofdobject.

In het kader van het IVRK blijven van de vele definities van "gezin" uiteraard alleen die over, die expliciet betrekking hebben op kinderen. Wat vanzelf spoort met het intuïtieve begrip gezin. Want in een gezin draait het altijd om kinderen, het kind maakt het gezin.

Door het ontstaan van afwijkende samenleefvormen met pleeg- en adoptie-ouders, soms zelfs van gelijk geslacht, wordt een toepasbare en algemene definitie van het gezin een zaak van groot en urgent belang, om het kind zijn plaats in de samenleving te geven..

Het ligt dus voor de hand om het begrip "gezin" te herdefiniëren vanuit het gezichtspunt van het kind. En dat blijkt onverhoeds een gouden greep doordat opeens alle oude begripsmoeil-ijkheden ophouden te bestaan en doordat alle al dan niet moralistische (voor)oordelen over wat een gezin hoort te zijn, als sneeuw voor de zon verdwijnen.

De nieuwe definitie luidt: een gezin is de wolk van de meest intiemste relaties die het kind kent. Zoals bekend is een relatie een band tussen twee personen. Het gezin is dan dus de optelsom van alle intense relaties die het kind onderhoudt. Zodat inder-daad het kind het gezin maakt. Vanzelfsprekend behoren tot die meest intieme relaties in ieder geval de relaties van het kind met zijn ouders en broers en zussen.

Meteen wordt duidelijk dat het gezin, zo beschouwd, géén wezenlijke wijziging ondergaat door een echtscheiding, maar dat bijvoorbeeld een verhuizing naar ver weg door één der ouders dat heel duidelijk wèl doet.

Belangrijk is nog dat het IVRK fier overeind blijft met deze nieuwe definitie. Allen worden de werking en het vertalen van het IVRK naar concrete wetgeving in de lidstaten veel beter inzichtelijk en controleerbaar.

Het scherpst voorbeeld van zo'n verduidelijking betreft de omstre-den term "het belang van het kind". Want nu duidelijk is dat het gezin als het ware de laatste verdediginglinie is van het kind tegen de boze buitenwereld, is meteen ook duidelijk dat de bescherming van het kind vanzelf het best wordt bestendigd en gewaarborgd door het versterken en (strafrechtelijk) beschermen van deze laatste verdedigings-linie, van het gezin. Ofwel: het belang van het kind is het belang van het kind.


Scheiding anno 2009: met of zonder ouderschapsplan?


Wie het woord “ouderschaps-plan” bij Google intikt krijgt in alle toonaarden te horen dat sinds 1 maart 2009 ouders bij hun verzoek tot echtscheiding een ouderschapsplan moeten over-leggen. Er is een ware “ouder-schapsplanindustrie” ontstaan waarin mediators en advocaten en, niet te vergeten, de uitgeve-rijen van verplichte cursussen voor professionals, goed geld verdienen.

Met veel bombarie schreef de nieuwsbrief www.alimentatie.nl (een website van KSU-uitgeverij), met verwijzing naar LJN BJ6994 (Rechtbank Utrecht, 2 september 2009): “Een half jaar na inwer-kingtreding van de Wet bevor-dering voortgezet ouder-schap en zorgvuldige scheiding, doet zich het eerste geval in de rechtspraak voor, waar de scheiding toch door de rechter goedgekeurd wordt ondanks het ontbreken van een ouder-schapsplan”. Het regende vervol-gens verontwaardigde reacties, o.a. in vadergroepen: “Zie je wel, die rechters lappen de wet ge-woon aan hun laars – we hebben het altijd al gezegd! De rechters maken de wet krachteloos!”.

Wat al die voorlichtingssites (van mediation- en advocatenkantoren en uitgeverijen) liever stil houden, is, dat artikel 815 lid 6 Rechts-vordering gewoon bepaalt: “Indien het ouderschapsplan niet kan worden overgelegd, kan op andere wijze daarin worden voor-zien, een en ander ter beoor-deling van de rechter.” Met an-dere woorden: is er geen ouder-schapsplan – geen nood, dan be-slist de rechter, net als vroeger.

Dat rechters in familiezaken de wet aan hun laars lappen wil ik graag onderschrijven, maar in dit geval is daar geen sprake van – er is hier sprake van iets wat veel ernstiger is: de wet was van het begin af aan krachteloos van zichzelf. De gewraakte uitspraak bevestigt dat slechts. Het is kenmerkend voor alle fami-liewetgeving en –rechtspraak van de laatste decennia: Mevrouw, Ik tref in Naam de Koningin een omgangsregeling voor uw ex-man en uw beider kind, maar als u het aan uw laars lapt – even goede vrinden”.

De nieuwe wet is op nog veel meer punten een aanfluiting. Verwezen zij naar www.peter prinsen.nl/Content/Samenvatting.htm waaraan onderstaand stuk is ontleend. Daarin wordt het ideaal beschreven dat de nieuwe wet een stapje dichterbij had moeten brengen, maar waarin die wet op beschamende wijze tekortschoot.

Nog even dit: op 1 maart 2010 zullen mediators, advocaten en uitgeverijen vol trots vermelden hoeveel duizenden ouderschaps-plannen er wel niet opgesteld zijn in het afgelopen jaar, waarmee het succes van de nieuwe wet bewezen lijkt. Wat zij niet ver-melden is, dat wat nu voortaan “ouderschapsplan” heet, voor-heen “echtscheidingsconvenant” heette. En al helemaal vegen zij onder het vloerkleed hoeveel van die ouderschapsplannen binnen het jaar een roemloos einde zijn gestorven. Net als vroeger….
4 oktober 2009 - Peter Prinsen


Gelijkwaardig Ouderschap: een nieuw paradigma


Een nieuwe wetenschappelijke waarheid dringt niet door op een manier dat de tegenstanders overtuigd worden en zich in de nieuwe leer geschoold verklaren, maar veeleer doordat de tegen-standers tenslotte uitsterven en een nieuwe generatie van het begin af aan met die nieuwe waarheid vertrouwd is gemaakt.

(Max Planck, 1948)

Het oude ouderschapsparadigma is diep verankerd in het taal-gebruik. Denk aan woorden als hoofdverblijf, zorgouder, om-gangsregeling, alimentatie, ge-zagsregeling, en hun wettelijke equivalenten. Al deze woorden structureren ons denken volgens een schema van ongelijkwaardig ouderschap zonder dat we ons daarvan bewust zijn. Ook de nieuwe wet is er mee behept en hinkt door zijn woordgebruik op twee gedachten, oud en nieuw.

Het nieuwe ouderschapsbegrip wordt gekenmerkt door een moreel besef van de integriteit (onaantastbaarheid) van het ou-derschap. Net zoals de onaan-tastbaarheid van het menselijk lichaam een in de grondwet verankerd recht is, zo zou ook de onaantastbaarheid van het ouderschap in de grondwet moeten worden verankerd. Zover is het nog niet.

Integriteit van het ouderschap hoort centraal te staan; van elke inbreuk daarop dient de nood-zaak te worden vastgesteld in een met voldoende rechtswaar-borgen omkleedde rechtsgang. De huidige wet, ook de nieuwe, kent tal van inbreuken waarvan de noodzaak bij nadere beschou-wing allerminst vanzelfsprekend is.De wetswijziging wil een nieuw ouderschap doen evolueren. Dat lijkt een illusie. Het oude para-digma zal pas echt verdwijnen met de generatie die erin is opgegroeid. Ook de wetgever behoort tot die generatie, zoals in het onderstaande zal worden betoogd.

Dat betekent niet dat we maar moeten wachten tot het oude voorbij is. De nieuwe ouders moeten welbewust telkens opnieuw over alle verouderde begrippen strijd blijven leveren met de oude generatie rechts-plegers en met allen die, direct of indirect, daarbij betrokken zijn: advocaten, rechters, mediators, psychologen, politici, raden voor de kinderbescherming, jeugd-zorg, artsen, onderwijzers, maatschappelijk werkers, de eigen familie en vrienden.

Op het internet is al een groot aanbod van modellen voor een ouderschapsplan te vinden. Veel van die modellen verraden door hun woordgebruik (hoofdverblijf, omgangsregeling, alimentatie) dat ze nog wortelen in het paradigma van de vorige eeuw.

Het gevaar is groot dat over een paar jaar bij evaluatie van de wet tegenstrijdige geluiden te horen zullen zijn: - positieve geluiden vanuit de hoek van mediators omdat er zoveel zogenaamde ouder-schapsplannen zijn opge-steld met “omgangsregelingen” en “alimentatieovereenkomsten”,

- negatieve geluiden over pre-cies datzelfde aantal ouder-schapsplannen omdat er niets is veranderd in het opzicht van gel-ijkwaardig ouderschap (om van de selectieve onschend-baarheid van de onderdelen van al die plannen nog maar te zwijgen).

Wie heeft er dan gelijk, en wie krijgt er gelijk?

4 oktober 2009 - Peter Prinsen

5