OZO-Nieuws   Juni 2009

 

 

Angst en strategie

 

Angst komt in vele soorten en gedaanten voor: angst voor spoken en voor het donker. Minder exotisch zijn hoogtevrees, vliegangst, pleinvrees en zo voort en zo verder.

Alles kan angst inboezemen maar alle angsten hebben één gezamenlijke kern. Die kern is: de angst om de controle te verliezen, het beheer kwijt te raken, de touwtjes niet in eigen handen te kunnen houden.

Al wat onvoorspelbaar is, boezemt dus vanzelf onbeheersbare en oncontroleerbare angst in.

In het onvoorspelbare van de familierechtspraak – en in de zekerheid dat rechters er in de meeste gevallen slechts toe bijdragen dat de ellende wordt vergroot – ligt de kiem van de onbestemde angst die "belanghebbenden" (het moderne eufemisme voor "partijen")  in de familierechtspraak tot destructie en zelfdestructie drijft.

Waarom is er nooit of maar heel zelden sprake van een "familiedrama" in een ongebroken  gezin? Daar komen toch ook ruzies, diepe ruzies zelfs, voor? Waarom monden die nooit uit in een tragedie en waarom gebeurt dat wel in gezinnen waarvan de ouders in scheiding liggen of al zijn gescheiden? De Oostenrijker die zijn eigen dochter gevangen hield en haar tot de moeder van zijn kleinkinderen maakte, is een uitzondering die de regel bevestigt dat genetische verwantschap de beste bescherming biedt tegen geweld tegen kinderen.

Het enige verschil tussen intacte en gebroken gezinnen is, dat in de tweede categorie de rechtspraak het heft in handen heeft genomen waardoor de ouders het daar niet meer voor het zeggen hebben, wanhopig worden en onder die wanhoop proberen uit te komen.

Blijkbaar raakt het evenwicht tussen de ouders – zolang zich daarmee niemand bemoeit – nooit verstoord, terwijl zo'n verstoring telkens weer en onvermijdelijk optreedt zodra er wel sprake is van externe bemoeienis.

Dat verklaart niet alleen waarom de familierechtspraak zo'n faliekante mislukking is, maar ook waarom jeugdzorg het – ook in intacte gezinnen – niet goed kan doen. Dat er zowel in  intacte als in gebroken gezinnen met toezicht van jeugdzorg veel meer catastrofale uitbarstingen voorkomen dan zonder, bewijst de kracht van de genetische bescherming alsook de schade die externe bemoeienis – met de beste bedoelingen en met het allerbeste prijskaartje – aan die bescherming toebrengt.

Dit leidt vanzelf tot de stelling: mensen vermoorden hun kinderen niet uit wraakgevoelens, maar vanuit de wens hen te beschermen en leed te besparen.

 

Vertrekkend Brussels parlementariër Jos Chabert vertelde zaterdag 13 juni op de Belgische tv over de potentiële coalitiepartners die na de laatste verkiezing waren afgehaakt omdat zij geen zin hadden in "weer een compromis". Daarop had hij geantwoord: "Geen compromis? Bent U niet getrouwd misschien?"

De impliciete boodschap is dat juist (en zelfs) een huwelijk slechts kan bestaan bij de gratie van het compromis. En dat Chabert weet dat dat voor elk huwelijk geldt, dat iedere gehuwde dat ervaart en erkent en aanvaardt. Hij weet dat zijn vergelijking niet kan en zal worden misverstaan.

Deze oervanzelfsprekendheid, deze bestaansbasis, dit absolute nondiscriminatie beginsel ook, wordt zowel bij scheiding als bij ingrijpen door jeugdzorg ondermijnd. Dat genereert de angst, de onzekerheid en de depressies, dáár komen de familiedrama's vandaan.

Er is geen reden om een gezin bij of na scheiding onder curatele van de rechter of, godbetert, jeugdbescherming te plaatsen.

Anderzijds is een scheiding vrijwel altijd het gevolg van een door de buitenwereld  gepleegde aanslag  op de eenheid (of het compromis) tussen de ouders. Overspel is een klassiek voorbeeld, maar stokende vriendinnen en buurvrouwen – die veelal in hun overtuigingen worden voorgegaan door feministen of naar vrouwenemancipatie en erkenning hunkerende, al dan niet lesbische "voorvrouwen" – zijn zeker niet te onderschatten. Zij zaaien onrust en twijfel en starten een zoeken naar "de waarheid" dat nooit een antwoord kan opleveren. Met als eindresultaat een breuk.

Bemoeials veroorzaken altijd ellende. Altijd en overal.

Dat is een constatering die het mediationgilde in ieder geval in zijn zak kan steken.

Dit alles neemt echter niet weg dat er dagelijks honderden nieuwe gevallen van echtscheiding worden aangemeld. Breuken zijn een feit van de dagelijkse werkelijkheid en de vraag is hoe in die gevallen dan toch nog kan worden voorkomen dat rechters en buitenwereld de boel helemaal naar de bliksem helpen.

Het antwoord op die vraag is de OZO-strategie, die een harde hand voorschrijft jegens de instanties en een zachte jegens de ex.

Dat betekent verzet tegen Raad voor de Kinderbescherming, tegen Jeugdzorg, tegen Pedagogische Centra en ook tegen mediators, en tegelijkertijd het in stand houden van een fatsoenlijke en zelfs vriendelijke en gelijkwaardige communicatie met de ex – precies zoals ten tijde van het huwelijk of de relatie. En ook: het kenbaar maken van die houding naar de rechter, in het vertrouwen dat de ouders beiden het niet aandurven om de rechter en zijn hulpjes de touwtjes in  handen te laten nemen.

De angst voor verdere bemoeienis is dus datgene waarop men moet speculeren om de eerdere bemoeienis om zeep te helpen. Daarop moet men speculeren in de communicatie met de ex, welke communicatie precies om die reden open en hoffelijk en eerlijk moet zijn.

Vervolgens is het natuurlijk zaak om de afschriften van die communicatie – brieven, e-mails, ansichtkaarten, SMS-jes – over te leggen aan de Rechtbank. Thans negeert de rechter deze inbreng veelal nog, maar dat is geen reden om het niet te doen. In tegendeel. Als de rechter zichzelf als gedesinteresseerd of gedesinformeerd in zijn hemd wil zetten en zich als slechte (scheids)rechter wenst te afficheren, moet men hem of haar door vooral niet in willen hinderen. Ieder zijn werk, per slot van rekening, en eerlijk duurt het langst.

De ultieme uitkomst zal en moet zijn dat rechters dergelijke inbreng niet meer terzijde kunnen leggen, op straffe van hoger beroep en cassatie. En dat precies daardoor het effect van de vriendelijke en hoffelijke communicatie naar de ex inderdaad zal zijn dat de status quo van het onbezoedelde compromis tussen de ouders... wordt hersteld.

Een aardig aspect van deze strategie is nog, dat er geen enkele reden is om haar geheim te houden of er geheimzinnig over te doen. Hoe beter ouders op de hoogte zijn van elkaars oogmerken en hoe beter zij beseffen dat hun communicatie wordt overgelegd aan de rechter, des te meer zullen zij vrezen dat de rechter moddergooien enerzijds bestraft, of anderzijds de redelijkheid van de andere ouder wel op waarde zal weten te schatten.

Niet de advocaten, maar de ouders moeten met elkaar in overleg treden. Daardoor wordt de strijd gedempt en wordt de effectiviteit van een streven om tot een minnelijke schikking te komen, sterk verbeterd.

Al hoort daar paradoxalerwijze wel bij, dat de externe blik van de rechter de ouders bij de weg houdt. En natuurlijk dat die rechter een open en onbevooroordeelde blik heeft.

In een open communicerend – en dus zelfreinigend - systeem echter, vallen vooringenomen rechters nog wel eens door de mand. Rechters zijn ook bang voor verlies van de controle en precies dat heeft de zelfreinigende werking van het systeem tot gevolg.

Als men een trappenhuis het best van boven naar beneden schoonveegt, zou de opruiming van het familierechtsysteem dan niet ook het best van boven naar beneden plaatsvinden?

Tot nu toe heeft de rechterlijke macht bewezen het laatste woord te hebben, de hoogste te zijn. Als de familierechters in de was worden gedaan, wordt dus alles vanzelf beter.

 

 

Jeugdzorg en meer - de taal vertelt het verhaal

 

Hulpverleners zijn mensen of instanties die gedreven worden, zeggen zij, door nobele idealen en een eerlijke inborst. Een meer typerende eigenschap is, dat zij hun diensten ook ongevraagd aanbieden. En zelfs opdringen. Daarin onderscheiden hulpverleners zich niet van Jehova getuigen.

Het verschil is dat Jehova getuigen een weigering aanvaarden en daarna huns weegs gaan, terwijl de hulpverleners zich juist met des te meer ijver storten op een weerspannig gebleken en dus veel omzet belovende, nieuwe "hulpvrager". Deze zal hulp krijgen, of hij wil of niet, en dus is het terecht om hem "hulpvrager" te noemen. Of "cliënt" of "pupil".

De ware hulpverlenersaard verloochent zich niet – zij springt onmiddellijk in het oog bij een oplettend onderzoek van geschreven teksten.

Ten bewijze enkele citaten uit een, in de Rechtbank Leeuwarden gevonden, piepkleine folder van "Opvangvoorziening Asja".

 

Op de omslag de tekst: "Jeugdprostitutie? Je bent niet de enige. Laat je niet naaien".

Wie dat heeft gelezen, en wie zich één seconde heeft verplaatst in de persoon van het meisje dat in het prostitutiecircuit is terecht gekomen, of wie de situatie heeft geprojecteerd op een eigen kind, die moet een paar keer heel erg slikken als hij dit leest.

Zijn kind in handen geven, of in handen laten blijven, van dit harteloze, tutoyerende, grove gribus? Dat middel moet haast erger zijn dan de kwaal!

In de tekst staat verder dat men 10 Nederlandse en allochtone meiden kan opvangen die gedwongen in de prostitutie hebben gewerkt. "Gedwongen" staat er dus, goed onthouden.

In de opvang is er begeleiding, een mentor voor school- en familiecontacten in de toekomst en er wordt zelfs hulp geboden "als je aangifte wilt doen van gedwongen prostitutie".

Het gaat verder: "Wat wordt er van jou verwacht?". De voorwaarden zijn: "dat je wilt stoppen met de prostitutie (die was gedwongen maar zo'n kind krijgt hier de verantwoordelijkheid voor het stoppen opgedrongen!), dat je aan een nieuwe toekomst wilt werken (wel eens van een oude toekomst gehoord?), dat je het adres geheim houdt (geen pottenkijkers dus, en vooral  geen bezorgde ouders over de vloer), dat je meedoet aan corvee- en groepsactiviteiten (Asja als een soort heropvoedingskamp in een sekte-achtige omgeving dus, voor vrouwen de  slachtoffer zijn), dat je je aan de regels houdt (anders trekken wij onze handen van je af).

Ja, Asja is er voor meisjes van 16 t/m 23 jaar die onder dwang in de prostitutie werken en die daaruit willen, maar niet weten hoe. Ter herinnering: Asja biedt zelfs hulp bij het doen van een aangifte, als tenminste het meisje zelf de aanzet gaf en de verantwoordelijkheid nam. Geweldig, fantastisch en hoe ferm toch.

 

De wanhoop moet een meisje wel heel erg hebben overmand en overweldigd, voor zij haar toevlucht tot de nieuwe dwang van Asja neemt. Wat een bewijs is van de stelling dat de hulpverlening vooral kickt op omzet belovende, echt totaal wanhopige gevallen.

Want wie zich voorstelt dat zijn eigen dochter na haar aanmelding in de afzondering van Asja wordt gehouden, die ziet dat zij de ene hel inruilde voor een andere en die wordt vanzelf door een nieuwe, nu zelfs nog grotere wanhoop bevangen.

Een tweede tekst die zich toevallig aandiende, is een pamflet van Zorgbelang Gelderland (in het vervolg: ZG) dat op zoek is naar "mensen met ervaring in de jeugdzorg die daarover willen praten, een bijdrage willen geven dan wel ondersteund willen worden". Over ZG zelf, zijn doel, zijn werkwijze etc, geen woord in dit pamflet dat zich maar niet laat begrijpen. Want: aan wie of waaraan  zouden genoemde mensen een bijdrage willen geven? Aan het Anjerfonds? De plaatselijke voetbalclub? Waar gáát het over?

En dat ondersteund worden. Hoe moet dat worden begrepen? Bij de verwerking van post-tsoenami-stress of bij het instellen van de nieuwe DVD-recorder? Of misschien met geld?

Volgende stap, zingt het pamflet. "Heeft het zin om energie te besteden aan ZG? Ik ben ervan overtuigd dat dit zin heeft, omdat ...".

De schrijfster vindt het besteden van energie aan haar platform zinvol omdat zij ervan overtuigd is dat dat zinvol is".  Tja. En zij vervolgt:

Vorm. We zoeken naar een vorm, waarin ieder tot zijn of haar recht kan komen, ieders sterke punten optimaal benut worden en er evenredigheid is tussen de inspanning die gevraagd wordt en de resultaten die het oplevert. ZG zou vooral ondersteunend en dus ook ontlastend moeten zijn. Tjonge!, daar kunnen ze bij Ajax en PSV nog wat van leren. Van ondersteuning die dus ontlastend is en resultaten die evenredig zijn met de gevraagde inspanning? Maar geen getalm, de tekst spoort aan:

Naam. Het zou prettig zijn als er een naam is waar we u mee kunnen aanduiden. Wij dachten zelf aan 'cliëntenpanel'. Maar er zijn ook andere mogelijkheden. 'Provinciaal cliëntenforum' kan ook. Geweldig! Dus "Fritzl" kan ook, of "Pino"? Heerlijk! Wat dan volgt is  bijna nòg banaler en nog onbenulliger.

Contact. Uit de kontakten tot nu toe blijkt, dat "life-meetings" niet direkt de voorkeur hebben. Ze kosten veel tijd op momenten op momenten waarop mensen niet beschikbaar zijn... Hier slaat het denken van de zichzelf enigszins serieus nemende lezer helemaal op hol. Wat er staat geschreven is onbeschrijflijk schaapachtig en dom en hier staan ook nog eens twee verschillende spellingen van het woord "contact" direct naast elkaar. Een duidelijker bewijs van de minachting voor het als "cliëntele" aangeduide lezerspubliek dat – misschien wel dáárom – toch een rol moet worden opgedrongen, is niet te bedenken.

ZG had ook het project "Cliëntgerichte jeugdzorg" op het getouw gezet.

Te hooi en te gras enkele zelfstandige citaten uit de toelichting daarbij. Dat wil zeggen: in de contekst staat geen enkele corrigerende of matigende invloed die is "weggeciteerd" (of zelfs zou kunnen zijn) de geselecteerde citaten corresponderen volledig met de complete tekst. De barre kwaliteit van het taalgebruik ("Slecht taalgebruik verraadt slecht denken" – Rudy Kousbroek) bewijst de intellectuele woestijn waarin jeugdzorg èn de toeziende provinciale bestuurders zich kennelijk tot volle tevredenheid ophouden.

Voorbeelden:

1. De hulpvrager dient een actieve rol in het proces te vervullen en niet iemand die het lijdzaam ondergaat. Iemand die het lijdzaam ondergaat hoeft dus geen actieve rol in het proces te vervullen, maar een hulpvrager moet dat wèl.
2. Een eerste manier om de ouders te ondersteunen kan bestaan uit een brochure dat als hulpmiddel dient om hun handelingsvaardigheden naar de instellingen en hun medewerkers te vergroten. Een manier om de ouders te ondersteunen bestaat uit een brochure DAT...? En het doel is de handelingsvaardigheden naar de instellingen te vergroten? Maar pas op...

3. Afhankelijk van de wens van de ouders zelf kunnen zij zich op gelijke voet als de professionals plaatsen. Zich op gelijke voet plaatsen als? Professionals? Welke dan?

4. Zo is er soms sprake van jonge, net-afgestudeerde gezinsvoogden, met weinig levenservaring, beperkte deskundigheid op een gebied als psychiatrische problemen en een grote werklast. Wie haalt het in zijn hoofd die jonge sukkels (of professionals?) zo zwaar te belasten? Moet een hulppanel (of onze Fritzl) daar begrip voor leren opbrengen?

5.Ouders kunnen een workshop geven voor professionals over hoe zij meer cliëntgericht kunnen werken. Wat? De professionals in de leer bij de door diezelfde professionals bevoogde ouders? Dat zal het probleem zeker oplossen! Geweldig en O Mijn God.

Het is onmogelijk om onverschillig te blijven bij het lezen van deze toelichting.

Volk van vèr onder nul wordt losgelaten op onze kinderen en krijgt daar nog geld voor ook dat ons uit de zak wordt geplukt.

En of de ouders er maar voor willen zorgen dat dit volk het ook goed doet.

De politiek slaapt, de bestuurders vullen hun zakken, de media zingen valse liedjes. En wie  zijn stem verheft, wordt niet gehoord.

Op de OZO website (stozo.nl) staat de geanonimiseerde inhoud van een levensecht rapport aangaande jeugdzorg van een "onderzoeksbureau". De aanhalingstekens staan er om de vieze smaak van het woord wat te verzachten – eigenlijk is elk woord in de zorgwereld vies.

In dit rapport staat veel te lezen dat de zon verduistert en elke verstandelijke toets afweert. In de tekst waait de ijskoude wind van bestuurlijke minachting voor het volk, klinkt de klank van het smeden der complotten van gesubsidieerde welzijnswerkers: jij het rapport, ik de opdracht. Ik het onderzoek, jij de uitvoerder. Wie dit rapport goed leest, die ziet dat onmiddellijk.

Maar de (provinciale) politiek zwijgt, dus het staat vast dat geen enkel Statenlid (ooit) zijn best heeft gedaan om dit rapport te onderzoeken of doorgronden. Willens en wetens is men stom, blind, dom en doof. Men doet verbaasd – polititsjie en media – als Geert Wilders stemmen krijgt. Tegen alle agitprop die dagelijks van de treurbuis druipt in, nog wel. Onbegrijpelijk gewoon, terwijl wij het volk zo deskundig hersenspoelen. Wat een beest van een mens, die Wilders.

Domheid is criminaliteit en criminaliteit is domheid.

Slachtoffers weten dat. Voor hen maakt het geen enkel verschil of zij door boeven of door sukkels werden getroffen. Vanwege die slachtoffers – en het voorkómen van nieuwe slachtoffers - dienen boeven en sukkels gelijkelijk te worden bestraft. Ofwel, bij wet moet  dom zijn als een verwijtbare keuze worden beschouwd. "Ich hab'es nicht gewusst" is een ongeldig en zinloos argument geworden.

Plato stelde dat een democratie op den duur ontaardt in een dictatuur. Waarschijnlijk is in Nederland die metamorfose al gaande. Want hier heerst al de dictatuur van het onbenul, is het beleid in handen gelegd van onverschillige en onwetende (en dus: criminele) bestuurders, worden grote banken en bedrijven gerund door zakkenvullers en wordt het werk gedaan door analfabeten en kleinbreinen die om hun bekrompen geest en hun benarde denkraam niet deugen maar desalniettemin hun wartaal op papier smijten en de ether in slingeren.

In de politiek regeren de goede bedoelingen van moraalridders in een tussenfase van hun carrières. De rechtspraak is het spoor allang bijster maar zit levenslang in het zadel en maakt zich dus niet druk ook.

There is something rotten in the State of Denmark.

 

 

Naamswijziging

 

Veel kinderen krijgen na de scheiding van hun ouders een nieuwe naam.

Dat kan makkelijk en goedkoop omdat het systeem nu eenmaal wil dat er rust komt in de nieuwe situatie. Met de drogreden dat de eenheid van naamgeving in het nieuwe gezin ten goede komt aan de kinderen, worden wijzigingsverzoeken aanvaard en stoomwalsgewijs doorgedrukt.

Waarom een "eenheid van naamgeving" in Godsnaam ten goede zou komen aan een kind, wordt er niet bij verteld. Dat hebben de deskundigen bedacht en dus het zal wel goed wezen.

Maar veel kinderen krijgen daar later spijt van en zeker 20 procent van hen vraagt herstel aan van de oude naam, als zij volwassen zijn geworden.

Dat er dan opeens – en levenslang – op schooldiploma's en sportieve beloningen een verkeerde naam staat, is iets waar de deskundigen en ambtenaren ook niets aan kunnen doen. Zij denken en doen uitsluitend zoals het hoort, in het belang van het kind, en daarmee uit.

Het weer aannemen van de oorspronkelijke naam kostte de kinderen een 60-tal euro's en wat pijnlijke momenten met de ene of de andere ouder, maar dat is nu verbeterd. Sinds 31 januari van dit jaar moeten spijtoptanten 500 euro's neertellen voor het terugkrijgen van een naam die hun door het systeem was afgepakt.

Vijfhonderd euro! De Kamer wordt voor minder van reces teruggeroepen. Onze bureaucratie wordt aan de gang gehouden door idioten en bedriegers. Hoewel...

Een effect van deze kostenverhoging is ongetwijfeld dat er een rem komt op het aantal herstelaanvragen. De statistieken gaan dus een daling te zien geven, en zie dan toch eens hoe goed het beleid wel niet was. Jahaha, regeren is vooruitzien.   

Het is verschrikkelijk.

In plaats van ten halve te keren en het fenomeen van naamswijzigingen de nek om te draaien, dwaalt men ten hele en zet men een extra slot op de ongelukkig gebleken toestand.

De geschiedenis zal hard oordelen over het onbenul van de deskundigen en politici en rechters en ideologen die dit hebben ingevoerd en doorgevoerd.

 

 

 

OzoMottO:  Fouten niet aanvaarden maar herstellen

 

Het door OZO verdedigde denken is vastgelegd in vijf DO's en vijf DONT's.

Bij nader inzien bleek de formulering van de vijfde DON't echter ongelukkig. Die luidde: "Geen wijzigingsverzoeken ten koste van de andere ouder".

De makke van deze formulering is, dat zij letterlijk een vooroordeel vereist. Van te voren dient immers te zijn beslist of het verzoek al dan niet "ten koste" van de andere ouder gaat.

Het oogmerk van deze DON't is een halt toe te roepen aan het naar willekeur inschakelen van de rechtspraak voor wraakoefeningen en vergeldingsacties van de ene ouder jegens de andere ouder. Het bieden van de gelegenheid immers, maakt dieven bij duizenden.

Een tweede doel van het breidelloos aanspannen van procedures is in de praktijk maar al te vaak een vorm van bewijsvoeringachteraf. Ouders die de andere ouder uit het contact met de kinderen hebben gedrukt, weten heel goed – en zeker tegenover de kinderen – dat zij daar geen enkele geldige reden voor hadden. Om hun gedrag alsnog te rechtvaardigen wordt het oordeel van de rechter ingeroepen. Het is allang bekend dat rechters zich laten voorspreken door zogenaamde deskundigen, en ook is bekend dat deze deskundigen maar één reflex hebben, namelijk te gaan zitten op de ouder die de kinderen heeft – dat is namelijk hun vertaling van: "Het belang van de kinderen op de eerste plaats!". Wat daarna volgt is dat de rechter de status quo bevestigt, waaraan vervolgens de rechtvaardiging zoekende ouders het bewijs van de juistheid van hun daden ontlenen.

Deze gezins- en kinderdestructie dient met alle kracht te worden bestreden en voorkomen, en daarvoor was ook die vijfde DON't opgesteld.

Na ampele overweging is deze regel nu in een nieuwe redactie verschenen die niet alleen dit doel dient maar die ook nog eens schitterend aansluit op de in alle DO's en DONT's vervatte gedachte dat bemoeienis met gezinsinterne kwesties verboden is. Tevens is er zo betere aansluiting bij het uitgangspunt dat ouders niet verschillend mogen worden behandeld.

De nieuwe tekst luidt:

"Geen eenzijdige wijzigingsverzoeken in behandeling nemen".

Dat betekent dus dat beide ouders een handtekening onder een verzoek aan de Rechtbank moeten zetten. Over een verandering in de afspraken moeten de ouders het dus eens zijn, waarna de handtekening van de rechter de nieuwe situatie garandeert.

Het complement van deze regel levert immers de vijfde DO op:

"Uitspraken handhaven via directe en parate executie".

Zoals bekend is deze vijfde DO sinds de strafzaken in Leeuwarden en in Maastricht, begin dit jaar, in feite al gerealiseerd. Wat echter belangrijker is, is de zekerheid dat strafrechtelijke handhaving van beschikkingen werkt en dus rampen voorkomt.

Invoering van een systeem op basis van deze DO's en DONT's zal de gehaktmolen van het familierecht doen vastlopen. Een sterk afgeslankt en veel meer doeltreffend systeem zal ervoor in de plaats komen.

Terwille van de rechtvaardigheid en van de door de overheid te betrachten zorgvuldigheid, zou voor oude gevallen waarin nog iets te redden valt, een nieuwe scheidingsprocedure op basis van de nieuwe regels aan de ouders moeten worden gegund.

Dit ingebouwde sociale plan biedt de werkenden in de sector een overgangsperiode waarin men zich met al zijn talenten elders kan oriënteren terwijl men iets van de gemaakte fouten herstelt. Want fouten worden hoe dan ook toch gemaakt – dat is ook niet zo erg – maar gemaakte fouten niet herstellen dat is wel erg. Heel erg, soms. Fouten niet aanvaarden maar herstellen.

 

 

 

 

 

Do’s   en   Don’ts   t.a.v.   het   gezin   na   echtscheiding

 

 

DO's            1. Bescherm de gezinsrelaties tegen inbreuken door wie dan ook

                 2. De zorg voor de kinderen fifty-fifty over de ouders verdelen

                 3. Aanvaard elke andere regeling die de ouders zelf troffen
4. Twistpunten beslechten op basis van objectieve criteria

5. Uitspraken handhaven via directe en parate executie

 

DONT’s     1. Geen bemoeienis met het ouderschap (m.u.v. strafrecht)
2. Niet in het verleden graven
3. Niet ingaan op verwijten of beschuldigingen
4. Geen discriminerende termen als “omgang” en “hoofdverblijf”

                5. Geen eenzijdige wijzigingsverzoeken in behandeling nemen

 

 

 

OzoMottO:  Fouten niet aanvaarden maar herstellen

 

 

De Vaderdagtrofee 2009 is toegekend aan de vader Peter Brons.

Hij had recht zijn kind te zien maar dat werd voortdurend  gefrustreerd.

Telkens als hij zijn kind niet te zien kreeg deed hij daarvan aangifte bij de politie.

Uitendelijk werd moeder door een drievoudige kamer veroordeeld tot een werkstraf.

Zij gaat in hoger beroep.

 

 

 

OZO-nieuws is een uitgave van

 Stichting Ouders Zonder Omgang

 

 Verschijning           :   4x per jaar

 Oplage                   :   200

 Aantal donateurs   :   190

 

 Stichting Ouders Zonder Omgang

 Postbus 198,  6600 AD  Wijchen

 

 Tel.      : Ma- t/m vr-avond

               024 – 3970095

 Fax      : 024 – 3970094

 E-mail  : info@stozo.nl

 Internet: www.stozo.nl

 Bank    : 66.55.48.923  ING  Almere

 K.v.K    : 34.16.61.58 Amsterdam