Zoals blijkt uit de financiële verantwoording op de binnenpagina's van dit OZO–nieuws, heeft onze stichting ook het zevende jaar van haar bestaan het hoofd goed boven water kunnen houden. Al die tijd is de donateursbijdrage niet verhoogd, een zonnestraaltje in deze barre crisistijden.
Weliswaar hebben wij veel te danken aan enkele gulle gevers, maar ook is waar dat ons stabiele donateursdraagvlak ervoor heeft gezorgd dat OZO zich als podium en beweging kon handhaven en versterken.
In het verleden is enkele keren ingegaan op verzoeken van andere organisaties tot het aangaan van een samenwerking. Tot nu toe sneefden die initiatieven, maar dat was nooit te wijten aan OZO. In tegendeel.
Onze donateursdagen zijn vaste ontmoetingen geworden waarbij ook vertegenwoordigers van andere organisaties kunnen aanschuiven. Zolang wij het ons kunnen veroorloven om als gastheer op te treden en te helpen om een beter denken over gezinnen en kinderen voor en na scheiding ingang te vinden, zullen wij dat zeker blijven doen.
Zij het met Uw hulp en welnemen, natuurlijk.
Tenslotte. Nu er een kentering gaande lijkt ten aanzien van de handhaving van officiële zorgregelingen, nu dus het einde van de decennia–lange omgangsellende in zicht lijkt te komen, is het des te meer nodig een waarschuwing te laten horen. Want mensen veranderen niet zomaar. En advocaten en rechters ook niet.
Als het familierecht als bedrijfstak zou instorten, zou al gauw de helft van de sector zonder broodwinning komen te staan. Dat is op zich toe te juichen, want dat brood wordt verdiend aan het bloed van onze kinderen en kindskinderen.
Maar wie voor ogen houdt dat mensen niet zomaar veranderen, die zal zich schrap zetten voor een nieuwe vorm van justitiële guerilla. Waarin het strijdtoneel zich zal verplaatsen naar het moment vóór er een zorgregeling is vastgelegd – omdat als die regeling er eenmaal is, het te laat is voor verzet en juridisch tijdrekken.
De voorspelling is dus, dat het verzet tegen het vaststellen van zorgregelingen sterk zal toenemen.
De conclusie is, dat OZO gezond moet blijven, omdat waakzaamheid op dit punt heel erg nodig is.
Hieronder wordt gepoogd een werkbare definitie van het "gezin" op te stellen. Want het gezin mag dan wel hoge ogen gooien in de wetteksten en internationale verdragen, wat er precies onder moet worden verstaan, wordt overgelaten aan de fantasie van de lezers en, godbetert, hulpverleners en andere buitenstaanders.
Om te beginnen: in de preambule van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind is als belangrijk uitgangspunt voor het verdrag onder andere opgetekend:
"De Staten die partij zijn bij dit Verdrag,. ... Ervan overtuigd dat aan het gezin, als de kern van de samenleving en de natuurlijke omgeving voor de ontplooiing en het welzijn van al haar leden en van kinderen in het bijzonder, de nodige bescherming en bijstand dient te worden verleend opdat het zijn verantwoordelijkheden binnen de gemeenschap volledig kan dragen,
Erkennende dat het kind, voor de volledige en harmonische ontplooiing van zijn persoonlijkheid, dient op te groeien in een gezin, in een sfeer van geluk, liefde en begrip,...” etc.
In het IVRK wordt echter geen definitie gegeven van het begrip "gezin". En dat is niet voor niets. Het gezin is een zodanige oeromgeving van intensief en intiem samenleven, dat elke beschrijving afbreuk doet aan de instinctieve en dierbare klank en betekenis ervan.
Zo wordt op de eerste website die Google presenteert op de trefwoorden "Nederlandse Gezinsraad" van alles gezegd over gezinnen, gezinshereniging, zelfdoding in gezinsverband, gezinshulp, gezinscultuur, en zo voort en zo verder, maar een definitie van het begrip zoekt men er tevergeefs.
In de psychologie heeft B.F. Skinner (1904 – 1990) de opvatting verbreid dat gedrag en organisme naar hun aard min of meer uitwisselbaar zijn: wie een organisme wil beschrijven, kan volstaan met de beschrijving van het gedrag van dat organisme en omgekeerd: het organisme bepaalt het gedrag, het gedrag bepaalt het organisme.
Bij een dergelijke benadering van het begrip gezin, dringt de vraag zich op of het gezin, als sociaal organisme, te kennen is aan zijn gedrag, en of omgekeerd zeker gedrag een sociaal netwerk zou ontmaskeren als gezin. Dat nu lijkt inderdaad het geval te zijn. Zo zijn nergens de ruzies venijniger, en tegelijk de vergevingsgezindheid groter, dan in het gezin. De kluwen van warme, zeer sterke relaties tussen de gezinsleden, is dat wat het gezin bepaalt.
En als er sprake is van een kluwen van zeer hartelijke onderlinge relaties van het sterkste type, dan is er – vanzelf bijna – sprake van een gezin.
Maar deze voorwaarden zijn niet voldoende. Een tweede eis waaraan het begrip gezin moet voldoen, is de eis dat het onderdak biedt aan twee generaties die door hun onderlinge afhankelijkheid op elkaar zijn aangewezen. Of meer speciaal: zonder kind geen ouders, zonder ouders geen kind, zonder ouders en kind geen gezin.
De vanzelfsprekendheid van het begrip gezin komt voort uit het ontstaan ervan, namelijk als het biologische product van twee ouders, die zich vervolgens beiden door bloedbanden met hun kroost verbonden weten.
Minderheidsvariaties op dit thema – welke zich maar al te vaak op termijn als inferieur ontpoppen – zijn gezinnen met één of meer koekoeksjongen, gezinnen met één ouder (zeker als die ouder de verdwenen ouder niet in ere houdt) en gezinnen met ouders van gelijk geslacht (waarbij vanzelf ook sprake is van koekoeksjongen).
Natuurlijk is het mogelijk dat er hartelijke, zeer sterke relaties tussen niet-verwante mensen ontstaan. Maar het is statistisch en biologisch zeker, dat bloedbanden door hun natuurlijke en genetische bescherming vanzelf tot de sterkste relaties leiden.
Zogezien kan het gezin dan worden gedefinieerd als de onderlinge kluwen van meest intieme en sterke relaties waarbinnen het kind opgroeit.
Volgende kluwens rond het kind – familie, vrienden, school – zijn opgebouwd uit afnemend sterke en intieme persoonlijke bindingen.
Terug naar de preambule van het IVRK.
Daarin wordt onomwonden gesteld dat het gezin voor het kind de optimale omgeving en voedingsbodem biedt en dat het gezin daarom moet worden beschermd en geholpen. Daardoor is, bij internationaal verdrag (!), de bescherming van het kind een zaak van gezinsbescherming geworden.
Dat nu legt een bom onder de werkwijzen van Bureaus Jeugdzorg en Raden voor de Kinderbescherming, die overduidelijk (cijfers liegen niet) de opvatting huldigen dat kinderen moeten worden beschermd door ... hen uit huis te plaatsen of door hen onder toezicht te stellen - en te houden. Waarbij steevast één der ouders als kwaaie pier wordt aangewezen.
Met als gevolg dat de kinderen, naar de logica van het Oudervervreemdingssyndroom, nog maar eens een extra trap nakrijgen. "Zeer fraai", sprak de kraai.
Het is te hopen dat de nieuwe, rationele benadering van gezag en opzicht zal leiden tot een ontmythologisering van jeugdzorg en kinderbescherming, tot een rationele inkrimping van deze stalinistische sectoren en tot een makkelijker aanvaarding van voldongen feiten na een scheiding.
Eens vertelde een vader na jaren hard
zwoegen: “Ik heb mijn boerderij verkocht, ik ben nu geen boer meer”, waarop
zoonlief zei: “En, papa, ben ik dan geen boerenzoon meer?” We kunnen dit direct omzetten naar een andere
realiteit: Vader zegt: “Mama en ik gaan scheiden, het huwelijk is voorbij”,
waarop de kinderen zich angstig afvragen: “Houden jullie dan niet meer van
ons?”, doelend op: “wordt onze band verbroken?”. Hier wordt duidelijk dat een
gezin ook na scheiding nog steeds een rol speelt, ouders en kinderen blijven
aan elkaar gebonden. Het scheidingsgezin is ook een nog bestaand gezinsverband.
Het is het virtuele gezin, het
er-was-eens-gezin, waaraan de kinderen nog lang en liefdevol zullen terug
denken.
Onlangs waren prominent in het nieuws de strafzaken in Leeuwarden en Maastricht tegen moeders die vastgestelde omgangsregeling negeerden. In beide gevallen oordeelde de rechter dat de verdachten zich schuldig hadden gemaakt aan een strafbaar feit volgens Art 279 van het Wetboek van Strafrecht (Wvs).
Dat art 279 Wvs luidt:
1. Hij die
opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over hem gesteld gezag of
aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, wordt
gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de
vierde categorie.
2. Gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt opgelegd indien list, geweld of bedreiging met geweld is gebezigd, of indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.
Sinds de Hoge Raad
een Amsterdamse vader op de vingers tikte die zijn kinderen niet stipt volgens
de omgangsregeling had teruggebracht, werkt die door de kinderrechter vastgelegde
omgangsregeling in de praktijk als een
regeling van bevoegd opzicht.
Schending van dit opzicht, ofwel schending van de omgangsregeling, geldt sindsdien als een strafbaar feit waarvan aangifte kan worden gedaan. En dat is precies wat een vader uit Friesland en één uit Limburg met succes deden.
Een belangrijk effect van deze ontwikkeling is, dat nu heel duidelijk is hoe het tweehoofdig of gedeeld gezag in de praktijk moet worden waargemaakt.
Gezagskwesties die door beide ouders moeten worden geregeld, zijn de keuzen voor school en (sport)verenigingen, het verkrijgen van een paspoort en zo verder. Deze kwesties zijn niet gebonden aan de specifieke omgeving en het opzicht van één ouder, en dienen door beide ouders te worden gerespecteerd. Van de ouders naar de instanties loopt er bij deze onderwerpen een open tweebaansweg zonder middenberm, met verkeer in twee richtingen.
Zaken die wèl binnen de invloedssfeer van één ouder vallen – zoals eten,
slapen, spelen, huiswerk maken en tandenpoetsen – worden niet meer gelijktijdig gedeeld,
maar bij toerbeurt. En wel door de ouder die volgens de zorgregeling op
dat moment het opzicht uitoefent.
Dit inzicht wordt weerspiegeld door het woord "zorgregeling" dat, veel meer dan het woord "omgangsregeling", aangeeft dat er sprake is van een regeling van gelijke zaken tussen gelijke ouders.
Het is in deze context veelbetekenend dat er in de hulpwereld bijna uitsluitend wordt gesproken van "bezoekregeling". Dat woord doet inderdaad veel meer denken aan ziekenhuizen en gevangenissen waar bezoekers zich stipt hebben te houden aan de door de ontvangende instelling bedachte en opgestelde regels.
De term "bezoekregeling" onthult daarmee dus de onthutsende werkelijkheid van de hulpwereld en de kinderbeschermers: die zien hun werkomgeving omschreven als die van het gebroken gezin waarin één der ouders als zondebok werd buitengesloten.
De onttrekking aan het opzicht waaraan de rechters in Leeuwarden en Maastricht de verdachten schuldig achtten, heeft betrekking op de tijdstippen waarop de slachtofferouders (het strafrecht spreekt inderdaad van verdachten en slachtoffers) naar hun eigen inzicht en smaak het opzicht over hun kinderen hadden willen (en ook moeten kunnen) uitoefenen.
Het is belangrijk om die notie scherp in het oog te houden. Want daardoor wordt de ook nu nog vaak gehoorde, "bezorgde" observatie dat de kinderen slecht slapen of nachtmerries hebben of weer gaan bedplassen als zij bij de andere ouder zijn geweest, in feite een aanval op het opzicht van de andere ouder. Die aanval is thans in principe strafbaar.
De ouders die zich in de nek gehijgd woelen door het bedisselende streven van de andere ouder om ook buitenshuis de lakens uit te delen, kunnen aangifte doen van deze aanslag op het door hen te voeren opzicht.
Wanneer tijdens dat opzicht door het kind een sportclub wordt bezocht, dient de andere ouder dat zonder mokken te accepteren.
De term "gedeeld gezag" impliceert niet dat er twéé ouders tegelijk aan het stuur staan, maar dat de twee ouders die taak beurtelings waarnemen.
Deze vorm van gedeeld gezag heeft in de notie van "bevoegd opzicht" een scherpe en exacte definitie gekregen. Een grote winst en een grote vooruitgang, zolang tenminste deze stap vóóruit niet wordt gevolgd door één of twee stappen achteruit.
Laten we maar hopen dat het verstand zal zegevieren.
OzoMottO: Geef gezinnen hun autonomie terug
In de OZOmotto's van de voorbije jaren is één rode draad opvallend aanwezig. Dat is het thema van ongewenste bemoeienis die gezinnen – alle gezinnen – van overheidswege wordt opgedrongen. Tot in de kleinste hoeken van het leven werpt de overheid zich immers op als de hoeder bij uitstek over kinderen.
Dat is in dit Darwin–jaar een wel heel opvallende ontkenning van de werking van de evolutie.
Nog niet zo lang geleden maakten de media, onder andere bij monde van de tegenwoordige Minister van Onderwijs en Wetenschappen Ronald Plasterk, een enorme stampij over het pleidooi van godsdienstig geïnspireerde groeperingen om in het onderwijs ook aandacht te besteden aan het scheppingsverhaal. De stampij werd verdedigd met de "onweerlegbare" waarheid van de evolutie, zoals die met name door Darwin in de wereld is gebracht.
Maar diezelfde evolutie bewerkte, onweerspreekbaar, dat gezinnen tot de sterkst denkbare sociale eenheden zouden uitgroeien. Elke ondermijning van het gezin, is aldus eveneens ernstig strijdig met de "onweerlegbare" waarheid van de evolutie.
Het – nota bene onvrijwillige – fenomeen jeugdzorg zou daarom tot veel meer opstand in de media moeten leiden, dan de religieuze bede om kinderen op school ook over het scheppingsverhaal te vertellen. Het omgekeerde is echter het geval.
De EO zond op vrijdag 7 maart 2009 een reportage uit over enkele gezinnen die voor de Nederlandse jeugdzorg naar België waren gevlucht. In dat tv-programma werd uiteraard grote bezorgdheid uitgesproken over de ouders die hun kinderen op die manier onttrokken aan de "benodigde zorg".
Op de radio werd die tv-uitzending eerder die dag zodanig aangekondigd dat het leek alsof er een klacht tegen de lange arm van jeugdzorg zou worden uitgesproken. Dat bleek echter misleidend te zijn geweest.
Op tv werden namelijk twee één-oudergezinnen getoond die nogal slecht functioneerden.
In België ging jeugdzorg coulant om met die gezinnen. Zo zou men zelfs schoolverzuim gedogen. Maar over dat schoolverzuim werden geen vragen gesteld in België. Aan Nederlandse kant werd wel gemoraliseerd, maar dat de kinderen in Nederland wèl op regelmatige tijden naar school gingen, werd (wijselijk?) niet duidelijk gemaakt.
Bezorgdheid werd dus hoog beleden, maar objectieve feiten bleven duister.
En dat is typisch een manier van omgaan met de werkelijkheid, die kenmerkend is voor het doen en laten van (Nederlandse) Bureaus Jeugdzorg en andere instellingen die zich in de duur betaalde strijd "om het kind" werpen.
Het is merkwaardig dat de EO haar reportage, die immers aan zekere eisen van objectiviteit zou moeten voldoen, op deze jeugdzorg–leest schoeide.
Of misschien toch niet.
Een onfraaie verklaring zou immers zijn dat de EO "haar" minister André Rouvoet op deze manier een steuntje in de rug wilde geven bij diens pogingen om de greep van Jeugdzorg en Kinderbescherming op de samenleving te versterken. Dat pogen van Rouvoet is door bezorgde deskundigen en waarnemers al "megalomaan" en zelfs "Stalinistisch" genoemd. Dat had minder gekund, zou men denken.
Wat blijft, is de ergernis over de hardnekkige en blijvende weigering van Jeugdzorg om enige cijfermatige ondersteuning te geven. De Belgische jeugdwerker schatte het aandeel van de Nederlandse vluchtelingen op 5 tot 8 procent van het totale bestand. Aan Nederlandse zijde merkte men op dat men het aantal gevluchte gezinnen niet registreert.
Tien tegen één dat hetzelfde antwoord ook goed is voor vragen naar het schoolverzuim van onder toezicht gestelde kinderen of voor vragen over de aard en de ontwikkeling van de contacten van deze kinderen met hun ouders. En dat terwijl het juist die contacten zijn die door de evolutie werden verankerd en versterkt in de menselijke genen, waarna die contacten zelf weer de verdere evolutie sturen – en niet alleen maat door de versterking van de (evolutionair aangeboren) afkeer van inteelt.
De EO documentaire noopt al met al tot een aantal sombere conclusies. De eerste is, dat jeugdzorg en kinderbescherming een steeds dreigender schaduw werpen op vooral de brave gezinnen. Zoals lang geleden al opgemerkt, hoeven bewoners van gesloten omgevingen als agressieve wijken en woonwagenkampen zich geen zorgen te maken: daar wagen onze bevlogen kinderbeschermers zich toch niet.
De tweede is, dat de media toenemend aan één oor doof en aan één oog blind zijn. Voor intenties en moralismen staan de zintuigen wijd open, maar harde cijfers en feiten en rationele overwegingen – waaronder dus Darwinistische – zijn letterlijk aan dovemansoren gericht.
De waarden van de jeugdzorg vertrouwen onderhand niet één gast meer in dit land. Maar dat is precies de reden waarom de gasten niets meer met die waarden te maken willen hebben. Met weer het gevolg dat de waarden – die immers geen harde feiten hebben om zich door te laten geruststellen – op hun beurt alleen maar nog wantrouwiger worden.
Er is geen redden aan. Jeugdzorg wil geld verdienen (een ondertoezichtstelling "doet" in het eerste jaar iets van 8000 en in elk volgende jaar 7000 Euro) en ouders schieten in paniek op alles wat beweegt om hun gezinnen te beschermen.
Deze onheilsspiraal kan maar op twee manieren worden doorbroken. Namelijk door alle kinderen in staats-opvoedingshuizen te plaatsen – wat natuurlijk geen echte oplossing is – of door, inderdaad, gezinnen hun autonomie terug te geven.
De idioten die professioneel jammeren over kinderdoding en kindermisbruik hebben bergen boter op hun hoofd. Zij moeten immers eerst maar eens zorgen dat geen enkel onder toezicht gesteld kind meer sterft door geweld of misbruik. Die doelstelling kan heel goed, hoewel maar op één manier, worden bereikt. Namelijk door helemaal geen kinderen meer onder toezicht te stellen. En dat wordt weer precies bewerkt door gezinnen hun autonomie terug te geven. En zo is het.
DO's 1. Bescherm de gezinsrelaties tegen inbreuken door wie dan ook
2.
De zorg voor de kinderen fifty-fifty over de ouders verdelen
3.
Aanvaard elke andere regeling die de ouders zelf troffen
4. Twistpunten beslechten op basis van objectieve criteria
5. Uitspraken
handhaven via directe en parate executie
DONT’s 1. Geen bemoeienis met het ouderschap (m.u.v. strafrecht)
2. Niet in het verleden graven
3. Niet ingaan op verwijten of beschuldigingen
4. Geen discriminerende termen als “omgang” en “hoofdverblijf”
5. Geen wijzigingsverzoeken ten koste van de andere ouder
Vader vlucht met
dochter naar Belgie
De Kinderbescherming probeert niet het kind bij vader te
plaatsen, maar raadt hem aan het contact met haar te minimaliseren tot ongeveer
een uur per week, opdat ze kan wennen in het pleeggezin waar ze door Jeugdzorg
reeds geplaatst is. Vader slaagt er in Jeugdzorg buiten spel te zetten.
Zie: http://www.netwerk.tv/uitzending/2009-03-05/de-vlucht-van-deon-en-tessa-naar-belgië
|
Jaaroverzicht 2008 Stichting Ouders Zonder Omgang |
21-Mar-09 |
|||||||
|
Resultatenrekening |
|
Begroting 2008 |
Realisatie 2008 |
afwijking |
Begroting 2009 |
|||
|
|
|
|||||||
|
Inkomsten |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Donateursbijdrage |
|
|
1,500.00 |
|
1,565.00 |
4% |
|
1,500.00 |
|
Schenkingen |
|
|
500.00 |
|
472.00 |
-6% |
|
500.00 |
|
Bankrente |
|
|
0.00 |
|
2.69 |
100% |
|
0.00 |
|
|
|
|
2,000.00 |
|
2,039.69 |
-2% |
|
2,000.00 |
|
Kosten |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Telefoonkosten |
|
250.00 |
|
165.81 |
|
34% |
250.00 |
|
|
Bankkosten |
|
25.00 |
|
0.00 |
|
0% |
25.00 |
|
|
Portikosten |
|
600.00 |
|
609.84 |
|
-2% |
600.00 |
|
|
Internetkosten |
|
250.00 |
|
336.19 |
|
-34% |
300.00 |
|
|
Ledendagen |
|
200.00 |
|
142.00 |
|
29% |
200.00 |
|
|
Kantoorkosten |
|
100.00 |
|
0.00 |
|
0% |
100.00 |
|
|
Reiskosten |
|
250.00 |
|
105.60 |
|
58% |
200.00 |
|
|
Advertenties/drukwerk |
|
150.00 |
|
120.19 |
|
20% |
500.00 |
|
|
Contributies & abonnementen |
|
75.00 |
|
27.00 |
|
64% |
50.00 |
|
|
Bijdrage proefproces |
|
0.00 |
|
0.00 |
|
0% |
0.00 |
|
|
Representatie |
|
100.00 |
|
200.00 |
|
-100% |
100.00 |
|
|
Overige kosten |
|
0.00 |
|
0.00 |
|
0% |
25.00 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Totale kosten: |
|
|
2,000.00 |
|
1,706.63 |
15% |
|
2,350.00 |
|
Resultaat |
|
|
0.00 |
|
333.06 |
|
|
-350.00 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Balans 2008 |
Balans 2007 |
Balans 2006 |
|
|||
|
Kapitaal |
|
|
2,104 |
|
1,771 |
|
1,718 |
|
|
Bank |
|
2,932 |
|
2,520 |
|
2,943 |
|
|
|
Nog te betalen aan Ross |
|
|
628 |
|
749 |
|
725 |
|
|
Nog te betalen aan Bijl |
|
|
200 |
|
|
|
361 |
|
|
Nog te betalen diversen |
|
|
|
|
|
|
140 |
|
|
Resultaat boekjaar |
|
2,932 |
2,932 |
2,520 |
2,520 |
2,943 |
2,943 |
|