Het thema van deze donateursdag was
“Handhaving”.
De opzet
was om te komen tot de opstelling van wat DO’s en DONT’s met betrekking tot uitvoering
en handhaving van beschikkingen – naar het model van de tijdens de donateursdag
van 2007 gevonden uitgangspunten voor wetgeving en bestuur.
De opkomst was heel behoorlijk met de vaste,
trouwe kern en enkele genodigden uit “het wereldje”. Dankzij deze externe
gasten zijn het bereik en rendement van de inzet groter, en hebben donateurs in
feite dus meer waar voor hun geld.
In ieder geval was het weer een gezellige en
vruchtbare middag.
In
zijn inleidende voordracht legde mr. Prinsen enkele principes met
betrekking tot de handhaving (of executie) van wetten uit.
In het civiele recht, waaronder ook het
Personen- en Familierecht, zijn dwangsom en gijzeling – beide door de rechter
op te leggen – de middelen van handhaving.
Ook de nieuwe verplichting van het opstellen
van een ouderschapsplan wordt per 1 januari 2009 in het Burgerlijk Wetboek vastgelegd.
Handhaving van beschikkingen blijft zo een zaak voor de kort geding rechter. En
dus een gebed zonder end.
De enige uitzondering daarop zijn gevallen
van ontvoering, waarop wèl prompt wordt gereageerd (tenminste als vaders de
ontvoerders zijn).
In het strafrecht is er sprake van een parate
en directe executie. Paraat betekent dat er niet eerst aan een rechter
moet worden gevraagd of een handhavingsmaatregel wel mag worden toegepast, en
direct betekent dat onmiddellijk en zonder uitstel actie door de politie kan
worden ondernomen.
Dat betekent dat de politie bijvoorbeeld
relschoppers een ultimatum stelt: “U gaat nu weg, anders volgen er
arrestaties”. De politie treedt dus
eerst op, en pas daarna komt er mogelijk een strafrechtelijke gevolg.
Maar twee jaar geleden volgde er opeens wèl
een strafrechtelijke veroordeling wegens niet meewerken aan de omgang. De
situatie: er was co-ouderschap en er was een regeling voor zorg en omgang.
Vader hield na zijn weekend de kinderen bij
zich, in de aanname dat het tweehoofdig gezag hem zou vrijwaren van
strafrechtelijke vervolging wegens onttrekking aan het ouderlijk gezag (ontvoering),
wat volgens een eerder arrest van de Hoge Raad een misdrijf is dat alleen kan
worden begaan door wie zelf niet is belast met het gezag.
Maar dat was buiten de waard gerekend.
In tegenstelling tot talloze moeders vóór
hem, die met succes dezelfde redenering volgden, ging deze vader wèl voor de
bijl. En wel omdat deze vader zijn kinderen had onttrokken aan het opzicht van wie
krachtens de omgangsregeling gerechtigd was het opzicht uit te oefenen. Een
omgangsregeling werd dus opgevat als een opzichtsregeling!
Dezer dagen wordt bij de Leeuwarder
politierechter duidelijk of ook jegens één van onze donateurs, een vader, deze
uitleg wordt gevolgd. Dat zou dan eindelijk de deur openen naar een
strafrechtelijke en dus rappe handhaving van zorgregelingen.
De nieuwe wet zal daarin geen spat
veranderen.
De geldverslindende lobby en hobby van
mediators en scheidingsmakelaars krijgt er eerder een zetje door in de rug, dan
dat dit circus aan banden wordt gelegd. Maar omdat de wet zal worden
geëvolueerd – door de lobby zelf! – is het zeker dat zij als uiterst succesvol
uit de bus zal komen. Want als er alleen al een omgangsregeling op papier tot
stand komt, of als de deelnemers – al dan niet noodgedwongen – maar te kennen
geven dat zij de gesprekken zinvol vonden, dan al wordt de bemiddeling als
succes genoteerd.
Dat het bloed eventueel twee dagen later
door de straat vloeit, verandert daar niets aan.
Er volgde een levendige, plenaire discussie
waarin één en ander nader werd toegelicht en waarin vondsten en ideeën werden
besproken.
Een korte opsomming, met geopperde bezwaren:
1. Begin een proefprocessenfonds om door
jurisprudentie een goede interpretatie van de nieuwe wetgeving te bewerken,
naar het voorbeeld van het Clara Wichmann Instituut van de PvdA, dat tal van
vrouwvriendelijkheden in bestuur en rechtspraak bevocht. Vorm hiertoe een
advocaten–netwerk.
Bezwaar: hoge kosten,
resultaat onvoorspelbaar.
2. Probeer, via de omweg van het doen van
aangiften, de strafrechter in te schakelen.
Mogelijk komt hiervoor meer ruimte als de
politierechter in Leeuwarden midden december oordeelt dat het negeren van een
omgangsregeling door een moeder inderdaad het strafbare feit van onttrekking
aan het opzicht oplevert.
3. Installeer naar het model van het LBIO
(Landelijk Bureau Inning Ouderbijdragen) dat alimentaties int, een LBHO
(Landelijk Bureau Handhaving Omgang). Het LBHO zou de in gebreke blijvende
ouder direct moeten aanspreken – op verzoek van de andere ouder – wanneer de
zorgregeling niet wordt nageleefd.
Bezwaar: de
handhaving van omgang wordt in handen gelegd van de instanties (Justitie, RvK)
die tot op heden die omgang juist hielpen frustreren.
4. Poets Grondwetsartikelen op die onder het
stof liggen. Naast het artikel ten aanzien van de lichamelijke integriteit van
de mens, zou er ook een artikel moeten komen waarin de integriteit van het
ouderschap wordt beschermd.
Waar wordt gebakkeleid over de
toelaatbaarheid van onvrijwillige afname van bloed of wangslijm, zou een
discussie over de onaantastbaarheid van een samengesmolten eicel en spermatozoïde
wel eens tot strenge stellingnames kunnen leiden.
Bezwaar: behoeft
parlementaire tussenkomst.
5. Snelrecht, heropvoedingspolitie,
onmiddellijke (tijdelijke) ontzetting uit de ouderlijke macht, paradoxale
gezagstoewijzing, laat ook het OM vertegenwoordigd zijn in zaken van het
familierecht.
Bezwaar: lange
omweg, moeilijke organisatie, resultaat onvoorspelbaar.
6. Neem getuigen mee bij het doen van
aangiften. Altijd goed, natuurlijk.
7. Installeer een website met de functie
“Meldpunt Ouderschapsplan”, zodat alle ouders die ondanks hun fraaie
ouderschapsplan in de kou komen te staan, daarvan melding kunnen doen. Dit
levert een betere evaluatie van de nieuwe situatie en zal in de rechtszalen
argumenten leveren waardoor de jurisprudentie wordt beïnvloed.
Bezwaar: onkosten
en organisatie
8. Bewerken van een mentaliteitsverandering
à la Sire of Loesje.
Onderdeel daarvan zou moeten zijn het ingang
doen vinden van de beschavingsnotie, dat verzoeken van de een ouder aangaande
verzorging en omgang niet in behandeling mogen worden genomen als die ten koste
van de andere ouder gaan.
Bezwaar: onkosten
en organisatie
Na afloop van de discussieronde werden
tijdens de borrel al afspraken gemaakt om een Meldpunt-website op te zetten. De
eerste stappen zijn aarzelend gezet maar vooralsnog vormen ook hier praktische
problemen en vooral onkosten de obstakels.
Tevens werd nagesproken over een website ter
ondersteuning van een burgerinitiatief voor verandering van de wetgeving in de
zin van de DO’s en DONT’s. Aangezien het zinvol zou zijn indien “het wereldje”
zoveel mogelijk daaraan zou meedoen, zal het nog wel wat tijd vergen eer hier
de hand aan de ploeg kan geslagen.
De conclusie is dat er, met behoud van de
verstandige uitgangspunten die sinds een jaar op de achterpagina van het
OZO-nieuws prijken, één DO en één DONT moeten bijkomen.
In nog voorlopige redactie:
DO: pas voor
zorgregelingen directe en parate executie toe
DONT: geen
wijzigingsverzoeken ten koste van de andere ouder aanvaarden
Op het nippertje het bericht dat de zitting
van de politierechter te Leeuwarden van 15 december 2008, is verplaatst naar de
zitting 22 januari 2009 met drie rechters.
Wie in de buurt is op die datum: zittingen
van de politierechter zijn openbaar.
En U hoeft alleen maar ernstig te kijken.
Als dat niet helpt, helpt toch niets.
Men is zich ervan bewust, gelet op het feit
van de grote bezetting, dat er mogelijk geschiedenis gaat worden
geschreven
Sinds kort prijkt op onze website de HALL
OF SHAME met een uit het leven gegrepen voorbeeld van
de manier waarop in de provinciale politiek beleid wordt gemaakt.
En een voorbeeld van de manier waarop de
benodigde "objectieve" onderbouwing van nieuw beleid wordt gecreëerd
door het provinciale bestuur en de belanghebbende (hier Bureau Jeugdzorg) zelf,
met behulp van inschakeling van een extern bureau dat dezelfde taal en hetzelfde
jargon spreekt en bereid is om zijn opdrachtgevers op hun woord te geloven.
Het daarbij gereproduceerde rapport is geanonimiseerd,
maar verder is er bij het overtypen(!) voor gewaakt om ook maar één letter of
syllabe of spatie in de tekst te veranderen.
Plaatjes met ballonnen en pijlen en hokjes
werden zo goed mogelijk nagemaakt.
Alle arcering en cursivering werd aangebracht
door de rapporteurs e/o de opdrachtgevers zelf. Het is een weergave van de
originele stukken op basis waarvan belastingmiljoenen in een bodemloze put
worden gedumpt.
Wie zoekt naar het aantal "geredde"
kinderen, of het aantal uren dat per interactie wordt besteed, of het aantal
kinderen dat uit éénoudergezinnen komt, of naar een geografische spreiding van
de probleemgebieden of welke andere statistische benadering (en verantwoording)
van het werk ook, die komt bedrogen uit.
De stuurinformatie voor de provinciale
bestuurders is in de analyse uitsluitend kwalitatief ("zorgwekkend",
"belangrijk", "voornemens") van aard.
De conclusie daarentegen is hardkwantitatief.
Er komt immers een budgettaire aanbeveling uit voort.
Ziedaar de manier waarop gekozen bestuurders
met belastinggelden omgaan.
Ziedaar hoe schandelijk des kiezers woord
wordt gesproken.
Wie zich als hulpverlener opstelt op
gebieden waar geen objectieve waarheden bestaan, kan zich slechts de weg laten
wijzen door persoonlijke normen, gebaseerd op persoonlijke ervaringen. De enige
extra straatverlichting die hij kan inschakelen, is afkomstig uit de beroepsmatige
scholing die hij ontving. Omdat aan die scholing zelf ook de objectieve basis
ontbreekt, is het “het groepsgevoel” (of de kliek) die bepaalt op welke plekken
en hoe sterk die straatverlichting zal zijn.
Een bekend spreekwoord geeft de beperkingen
van zo’n systeem aan. Het luidt: zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten.
Ook iemand die is opgegroeid in een
harmonieus, warm en sterk gezin, kan te maken krijgen met scheiding. De kans
daarop is voor hem misschien kleiner dan voor wie zelf nooit zo’n gezin heeft
ervaren, maar de kans is niet nul.
Met zijn scheiding belandt de argeloze ziel
die niet beter weet dan dat gezinnen de sterkste en hartelijkste club vormen
die men zich kan voorstellen, in een wereld die zonder ophouden zoekt naar
misstanden en misbruik... juist in dat gezin, juist in zijn gezin.
De uitkomst is voorspelbaar: de argeloze,
overblufte ouder gaat voor de bijl en de kinderen worden toevertrouwd aan de
andere ouder die – vanzelf – arglistiger is of die de hulpwereld de hielen
likte.
Deze systeemfout ligt aantoonbaar bij de
relatie-, huwelijks- en gezinstherapeuten.
Zij zouden het gezin en de eenheid van het
gezin boven alles moeten stellen en dus afblijven van de relaties tussen de
gezinsleden. Dat vloeit voort uit de wettelijke taak van de staat (van de
wetgever en van het bestuur) om het gezin te beschermen. Die verplichting geldt
in het verlengde daarvan dus ook voor de rechtspraak en haar adviseurs, en voor
het door de overheid betaalde en in stand gehouden hulpverlenerscircus.
Elk onderzoek – ook na (echt)scheiding – is
daarmee wezenlijk in strijd met de wettelijke plicht het gezin te beschermen.
Het onderzoeken van gezinsrelaties bezoedelt de exclusieve en intieme sfeer van
die relaties en ondermijnt daardoor het gezin.
In de psychowereld is men zich echter van
geen kwaad bewust.
De lagere echelons werken altijd “keihard”
en altijd vol goede bedoelingen om goed te doen. Zij houden hun subjectieve
normenstelsel – voorzover zij zich bewust zijn van het bestaan daarvan – en het
licht van de straatverlichting van hun beroepsopleiding voor echte
deskundigheid.
Niet geremd door inzicht of verstand achten
zij zich in staat en gerechtigd om relaties tussen gezinsleden te onderzoeken
en te beoordelen. Een dieper grievende behandeling dan zo’n onderzoek naar
onaantastbare eigenheden, is ondenkbaar.
Maar ook “de top” gaat hopeloos over de top.
In “Pauw en Witteman” van 11 december jl.
presenteerde en verdedigde René Diekstra zijn “opvoedcanon”.
Zoals bekend zijn canons (zeg maar: dat wat
men weten moet) de laatste jaren een hot item in het publieke debat, en de
vraag naar meer canons is groot.
Zo zou de canon van de vaderlandse
geschiedenis moeten worden ingevoerd op middelbare scholen om het achteruit
hollend kennisniveau van leerlingen over hun eigen geschiedenis tot staan te
brengen. Eenzelfde pleidooi begeleidde de introductie van de literatuurcanon.
In de nationale hype is de opvoedcanon de
nieuwste loot aan de stam, en onder andere daaraan besteedden Pauw en Witteman
hun uitzending.
In zijn inleiding vertelde Witteman:
"Wij in Nederland weten eigenlijk heel weinig van opvoeding". En hij
probeerde op zijn tafelgezelschap drie vragen uit van het onderzoek dat Diekstra onder duizend Hagenaars had
verricht:
1. Het is wel/niet gepast een huilende baby
van 3 maanden elke keer op te pakken.
2. Vanaf hoeveel maanden pikt een baby elke
keer de stemming van zijn ouders op?
3. De band tussen kind en ouder is wel/niet
sterker als die ouder thuis blijft.
De juiste antwoorden.
1: wel gepast, 2: vanaf één maand, 3: maakt
geen verschil
In de toelichting vertelde Diekstra dat de
ouders gemiddeld 33 van de 58 vragen goed hadden beantwoord. En dat maar één
van de acht ouders "wist" dat baby's die getuige zijn van geweld
tussen de ouders, daar ook op langere tijd nog door worden beïnvloed.
Ook zou blootstelling aan bijvoorbeeld
seksprogramma's op tv er inderdaad toe leiden dat kinderen eerder zelf aan seks
beginnen. En veel ouders zouden ten onrechte denken dat zij geen invloed hebben
op de keuze van vrienden en vriendinnen door hun kroost.
Witteman wierp nog tegen dat dat wel kon in
het algemeen, maar dat elk geval natuurlijk anders was. "Dat is fout, die
opvatting", riposteerde Diekstra.
Eens kijken, ja, Gut gut wat regent't.
Want "de man die op zondag het vlees
snijdt" blijkt een karikatuur van Sire en de Minister van Volksgezondheid.
Of Jeugdzaken, tegenwoordig.
Ook lijkt het erop dat de verwachting van
geweld tussen de ouders bij die ouders veel en veel lager is, dan bij de deskundige(n).
Maar één ouder op acht had de betreffende vraag immers goed, al die andere ouders
tastten blijkbaar onschuldig en onwetend in het duister.
Wat natuurlijk, geheel in lijn met de
filosofie der onderzoekers, de vraag oproept of ouders die weet hebben van
geweld dat tussen ouders kan worden uitgeoefend nou vaker of minder vaak zelf
tot geweld overgaan.
Waarbij vanzelf de evenzeer belangrijke
vraag onbeantwoord blijft, of voor kinderen de waarneming dat zelfs hun ouders
er onderling niet altijd uitkomen, van opvoedkundige waarde is of niet.
Het lijkt voor de hand te liggen dat een
ruzie, gevolgd door een herstel van de huiselijke pais en vree, de kinderen de
zeer belangrijke les voorhoudt dat niet elk wissewasje of elke wissewas moet
uitlopen in moord en doodslag.
Zogezien leidt het meemaken van (kleine)
crises hoogstwaarschijnlijk tot meer vertrouwen en optimisme, tot een
relativerender kijk op het leven, tot een groter gevoel van vrijheid en verantwoordelijkheid.
Men kan tegenwerpen dat dat in zekere mate
speculatief is. Misschien zijn er kinderen die al van nature als een uiterst
tere bloemetjes moeten worden behandeld, die de kleinste ruzie nog niet
overleven.
Die veronderstelling echter lijdt schipbreuk
op de besliste opvatting van Diekstra dat men er niet van mag uitgaan dat elk
geval anders is.
Dat betekent dat Diekstra als een echte
Procrustes *) te werk gaat.
Verder valt op dat Diekstra vast gelooft in
zijn eigen dogmatische gelijk: wat de ouders zeggen, klopt alleen als dat
spoort met zijn eigen inzichten en axioma's.
Dat komt wonderwel overeen met de houding
der hulpverleners, die zich ook steeds beroepen op kennis en deskundigheden die
voor ieder behalve henzelf verborgen blijft.
Wat zij zeggen klopt, wat een ander zegt
klopt niet. Klaar.
Een andere eigenschap die volstrekt buiten
beschouwing is gebleven, is deze dat opvoeding een twéérichtingsverkeer is. Als
een kind de stemming van een ouder al vroeg kan peilen, kan (en zal) het kind
óók al vroeg beginnen met oefeningen in ... manipulatie van de ouders.
Opvoedkundig gezien, valt dat alleen maar
toe te juichen.
Wat niet toe te juichen blijft, is de
(opgedrongen) hulpverlening na echtscheiding.
Wat is het toch, dat rechters steeds weer
denken dat scheidende ouders om hulpverlening zitten te springen? Welke waarden
zijn het toch, die recht spreken?
Genoeg onopgehelderde vragen voor 2009 dus,
genoeg werk aan de winkel.
Dit Kerstnummer van OZO kan natuurlijk niet
zonder stichtelijke wensen en voornemens.
Daarom, moge crisisjaar 2009 dan het jaar
zijn van scherpe bezuinigingen bij jeugdzorg en andere instellingen op het
gebied van het Personen- en Familierecht.
Daar wordt het land niet alleen wat
welvarender van, maar vooral gelukkiger.
Kortom: doe alle relatie- en gezinstherapie
in de ban.
*) Procrustes was
de herbergier/struikrover uit de Griekse mythologie, die zijn gasten altijd een
passend bed bood. Hij had maar één bed, maar Procrustess zaagde van zijn lange
gasten een stukje af, en rekte kleine gasten op, tot de maat van zijn bed. Een
oplossing volgens deze omgekeerde methode – het probleem op maat maken van de
(enige) oplossing die men heeft, heet in de informatica dan ook een Procrustische
oplossing).
Drie ouderorganisaties
hebben op 10 december 2008, de Dag van de Rechten van de Mens en de 60e
verjaardag van het VN-Verdrag van de Rechten van de Mens, samen het initiatief
genomen tot instelling van een Meldpunt Ouderschapsplan.
Aanleiding tot dit initiatief is het op 25 november 2008 door de Eerste Kamer
aangenomen wetsontwerp “Voortgezet ouder-schap na scheiding” (Wets-ontwerp 30.145).
Daarin staat ondermeer centraal dat scheidende ouders voortaan samen een zgn.
"ouderschaps-plan" moeten opstellen, waarin zij met elkaar duidelijke
afspraken maken over beider inbreng in de zorg voor en de opvoeding van de
kinderen na de scheiding.
De verwachtingen van de wet-gever over het
ouderschapsplan zijn hoog gespannen. Veel zal echter afhangen van hoe daaraan
in de rechtspraktijk van het scheidingsrecht verder in-houd en vorm wordt
gegeven.
Om van het functioneren van de ouderschapsplannen
in de rechtspraktijk meteen vanaf de ingangsdatum van het wets-ontwerp een goed
beeld te krijgen, hebben de ouder-organisaties Stichting Kind en Omgangsrecht
(KO), Stichting Kinderen - Ouders - Grootouders (KOG) en Stichting Ouders
Zonder Omgang (OZO) met ondersteuning van Mr.Ir. P.J.A. Prinsen en het
Vaderkenniscentrum daarom op 10 december 2008 het gezamenlijke initiatief
genomen tot instelling van een Meldpunt Ouderschapsplan.
Het meldpunt zal pas actief worden wanneer Wetsontwerp 30.145 waarin het
ouderschapsplan centraal geplaatst is ook officieel van kracht wordt.
Zie voor verdere informatie de site Meldpunt Ouderschapsplan, http://meldpuntouderschapsplan.wordpress.com/
Kerst-(wetens)waardigheden
We schrijven reeds Kerst 2008. Veel van wat OZO beoogde moet nog steeds
bewaarheid worden. Toch deelt het bestuur gaarne enkele positieve signalen met
u.
Kerst
1. Het aangenomen wetsontwerp 30.145 wet bevat het artikel:
247. 3. Het ouderlijk gezag omvat mede de
verplichting van de ouder om de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de
andere ouder te bevorderen.
Dit kan in principe heel wat problemen oplossen. Een
kind gaat weer tegen beide ouders opkijken. Blijft alleen de vraag hoe we dat
gaan handhaven.
De eerste stap is werken aan een mentaliteitsverandering.
Begin in uw eigen omgeving. Afgeven op de andere ouder is binnenkort tegen de
wet. Maak mensen daar van bewust!
247. Het kind heeft voortaan recht op een
gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders (lid 4 en 5).
Heeft dus iedere ouder, na in werkingtreding van de
wet, weer recht op omgang met zijn kinderen? Dat klinkt te mooi om waar te
zijn. Desondanks, daar moeten we naar toe.
Iets wat wij allang weten, en nu ook in grote kring
erkend wordt. Hier een artikel uit de Volkskrant van 21 november 2008.
Beschuldigingen van kindermisbruik
na een conflictueuze echtscheiding zijn meestal onterecht. Dit
blijkt uit het rapport Misbruik, misleiding en misverstanden, dat vandaag wordt
gepresenteerd. Het is opgesteld door de Landelijke Expertisegroep Bijzondere
Zedenzaken, die complexe, twijfelachtige politiedossiers beoordeelt.
In de expertisegroep, die is ingesteld door het
Openbaar Ministerie, werken specialisten uit vier disciplines samen. Ze hebben strafdossiers bestudeerd van 42
zedenzaken die zijn begonnen na een echtscheiding en adviezen uitgebracht aan
officieren van justitie. In 95
procent van deze zaken pleitten de experts voor het stopzetten van de
vervolging.
In deze gevallen waren er
onvoldoende aanwijzingen voor misbruik en signaleerde de groep
tegenstrijdigheden, onjuistheden, onmogelijkheden of ernstige tekortkomingen.
Veelal was
geen sprake van misbruik maar van een uit de hand gelopen misverstand.
Ouders reageerden op ‘opvallend’ gedrag dat ze ten
onrechte interpreteerden als signaal van misbruik. Alternatieve verklaringen
zagen ze over het hoofd.
Vaak constateerde de
expertisegroep dat aangiften onbetrouwbaar zijn doordat ouders of hulpverleners
suggestieve vragen hebben gesteld, zoals ‘Heeft papa aan je plasser gezeten?’ Ja
knikken was soms voldoende voor een ouder om vermoedens te bevestigen.
Meerdere keren kwam het
voor dat ex-partners vals werden beschuldigd uit wraak of om een
omgangsregeling te beïnvloeden.
De experts waarschuwen
hulpverleners en rechercheurs ‘voorzichtig te zijn’ met aangiften na
scheidingen waarin sprake is van fikse ruzie over de kinderen.
Uit het rapport blijkt dat ook in zaken met
verstandelijk gehandicapten veel mis kan gaan. In veel zaken tegen
gehandicapten en hulpverleners zijn er onvoldoende aanwijzingen voor misbruik;
in 16 van de 17 zaken adviseerden de experts de vervolging te staken.
De cijfers komen uit een rapport over de periode
2003-2007. In die tijdspanne zijn in totaal 141 zedenzaken beoordeeld. In 78 procent van de gevallen pleitte de
groep voor het stopzetten van de vervolging. Slechts 4 procent van de
dossiers kon zonder nader politiewerk naar de rechter.
De onderzochte zedenzaken zijn niet representatief
voor alle aangiften, waarschuwen de experts, omdat ze vooral complexe,
twijfelachtige dossiers beoordelen. ‘Het
is echter aannemelijk dat de door de politie en hulpverlening gemaakte fouten
ook in andere zaken worden gemaakt. Dat geeft te denken’, aldus het
rapport.
Kerst 3: Artsen in de fout met medische
verklaringen
Bron: WERELDOMROEP,
donderdag 11 december 2008
Hilversum - De afgelopen tien jaar zijn 47 huisartsen tuchtrechtelijk
veroordeeld omdat ze onterecht medische verklaringen hebben afgegeven. Dat
blijkt uit onderzoek van hoogleraar gezondheidsrecht Hubben.
Volgens Hubben geven huisartsen steeds vaker verklaringen af onder druk
van patiënten. Meestal gaan ze over incest of mishandeling. De verklaringen
worden gebruikt bij echtscheidingszaken of ruzies over omgangsregelingen.
Huisartsen mogen zulke verklaringen niet over hun eigen patiënten afgeven. Bij vermoedens van
incest of mishandeling moeten ze een onafhankelijke arts of de Raad voor de
Kinderbescherming inschakelen.
Naschrift bij 2 en 3: velen hebben
deze vernederingen moeten doorstaan. Valselijk zijn vele vader-dochter relaties
voorgoed kapot gemaakt. Hoog tijd voor het verzetten van de bakens.!
Kerst 4. Buitenland, Engeland
OZO zet zich in in Nederland. In Frankrijk
is de situatie beter, er is meer geregeld. Maar dat kwam pas na lange strijd,
waarin de felste tegenstanders feministen waren. Net als in Nederland dus. In
Duitsland en Engeland is het mogelijk nog slechter geregeld dan hier. Toch holt
ook daar de druppel de steen uit. Zie
hier:
Datum: 9
Dec 2008. Ministerie van
Justitie, Groot Brittanie.
Kinderen en Adoptie Act: Meer flexibele
aanpak voor het oplossen van geschillen in omgangssituaties.
Nieuwe bepalingen in de Children and Adoption Act
2006, die vandaag in werking treden, bieden nieuwe mogelijkheden om rechtbanken
te helpen bij het vinden van oplossingen in omgangssituaties waarin sprake is
van een conflict tussen de ouders over wie een kind moet zien en hoe vaak.
Rechtbanken zullen flexibelere bevoegdheden hebben
voor het oplossen van de conflicten tussen de ouders in contact gevallen als
gevolg van de uitvoering van de overige bepalingen van deel 1 van de wet.
De regering omarmt het principe dat het welzijn en
de belangen van het kind van allergrootst belang zijn. Het is bekend dat
langdurige geschillen over contact schadelijk zijn voor kinderen.
De nieuwe bevoegdheden zullen het de rechtbanken dus
mogelijk maken met meer souplesse op te treden in gevallen waarin de ouders
niet tot overeenstemming kunnen komen of niet voldoen aan een opdracht tot
omgang.
De nieuwe regels omvatten:
* De bevoegdheid geven aan de rechtbank om een
partij het ondernemen van een omgangsactiviteit op te dragen.
* En om een omgangsactiviteit van voorwaarden te
voorzien.
* De
rechtbank mogelijkheden te geven voor
het opleggen van financiële compensatie
van de ene persoon naar de andere voor de verliezen die voortvloeien uit
niet-uitvoering van de opdracht.
* Het scheppen van mogelijkheden voor het gerecht
om, op verzoek, een verplichting tot sociale
dienstverlening (taakstraf) op te leggen op de persoon die de
omgangsverplichting verzaakt.
De nieuwe rechter regels en formulieren zijn
gepubliceerd op de Office of Public Sector Information (OPSI) website.
Naschrift:
Het idee van taakstraffen verdient ook
bij ons aandacht. Straffeloos dwarsliggen moet maar afgelopen zijn. Niets is zo
heilzaam als verplicht mensen te helpen die om wat voor reden dan ook
afgegleden zijn.
Het was te verwachten. Na enkele vreselijke
drama’s die aantoonden hoe ernstig Jeugdzorg miskleunt, gooit men het over de
andere boeg: geen enkel risico.
Jeugdzorg baadt zich in zijn onfeilbaarheid, nu komt alles wel goed. De rechterlijke macht loopt van oudsher aan zijn teugels mee. Zelfde baas: de minister van Justitie. “Diens brood...”.
Maar de boosdoeners worden ontmaskerd. Hier een artikel uit de Volkskrant 5 van december.
Amsterdam - Kinderrechters
plaatsen te snel en te vaak kinderen uit huis. Zij volgen in bijna alle gevallen klakkeloos het advies op van jeugdzorg
om een kind bij ouders weg te halen en vellen zo geen onafhankelijk oordeel in
het belang van het kind.
Dat schrijven twaalf jeugdrechtadvocaten vandaag in
een brandbrief aan de
Rotterdamse rechtbank. De kritiek wordt landelijk gedeeld, aldus de Amsterdamse
advocaat Johanna Muller van de Nederlandse Vereniging van Jeugdrecht Advocaten
(NVJA).
Muller: ‘Sinds de zaak van het vermoorde meisje
Savanna zijn hulpverleners erg voorzichtig geworden. Ze kiezen veel sneller
voor een uithuisplaatsing. We merken
dat de kinderrechter dat advies bijna altijd opvolgt.’
De Rotterdamse advocaten maken zich ‘grote zorgen’,
schrijven zij de rechtbank. ‘Uithuisplaatsing
is geen ultimum remedium meer, maar een voorbehoedsmiddel (...) soms
wordt uit het oog verloren dat kinderen in principe het beste af zijn bij hun
eigen ouders.’
De kritiek richt zich met name op de zogenoemde
spoeduithuisplaatsing, waarbij het kind eerst uit het gezin word gehaald en de
zitting pas achteraf plaatsvindt. De uithuisplaatsing wordt zelden teruggedraaid.
Kerst 6. Toenemende aandacht voor
gebroken gezinnen binnen kerkgemeenschappen
Een gescheiden gezin met kinderen is nog steeds een gezin, een virtueel gezin,
waarin de kinderen er toe leiden dat voormalige echtelieden met elkaar in contact
blijven. Voor de kinderen.
De problematiek van kinderen na
echtscheiding bestaat ook binnen kerken. Bladen zoals het Nederlands Dagblad of
Katholiek Nederland publiceren er regelmatig over. Zo hoort het.
Onverwacht was een ANP bericht over een
stellingname van de Nederlandse bisschoppen om, voortbordurend op het
initiatief van minister Rouvoet, Nederland kindvriendelijker te maken.
ANP – 10-12 2008: Bisschoppen: Ook
levensbeschouwing in gezinsbureaus
In de gezinsbureaus die minister André
Rouvoet in zijn gezinsnota voorstelt, moeten ook beroepskrachten op het gebied
van de levensbeschouwing komen. Dat schrijven de Nederlandse bisschoppen in hun
reactie op de nota, die Rouvoet vorige week presenteerde. Volgens de roomskatholieke
kerkleiders is er in het overheidsdocument vooral sprake van problemen en van
de manier waarop die moeten worden opgelost. De mens vraagt echter om meer dan
die hulp, hij wil ook zingeving. Als de hulpverlening het gezin diep raakt, mag
levensbeschouwing daarom niet buiten beschouwing blijven.
Vandaar het pleidooi voor beroepskrachten op dat terrein in de gezinsbureaus, zoals er bijvoorbeeld ook pastores in zorginstellingen actief zijn. De bisschoppen, die dinsdag in Zeist bijeen waren, waarderen het dat het kabinet gezinnen wil steunen door Nederland vriendelijker voor kinderen te maken. Allerlei maatregelen, zoals verruiming van het ouderschapsverlof en de hulp bij de opvoeding, wijzen daarop. De bereidheid van de bisschoppen om waar mogelijk aan dat gezinsbeleid mee te werken, laat echter onverlet dat de visie van de Rooms-Katholieke Kerk op huwelijk en gezin anders is dan die in de nota. Voor de kerk is het huwelijk een verbond waardoor man en vrouw met elkaar een gemeenschap vormen die het gehele leven omvat. Het huwelijk is gericht op het geluk van de echtgenoten en de opvoeding van de kinderen die ,,de God van het leven'' hun schenkt. In die visie heeft ieder kind recht op een moeder en een vader.
Naschrift: OZO omarmt die laatste zin met de stelling dat
ieder kind recht heeft op omgang met en zorg van beide ouders.