OZOnieuws, jaargang 7, Nummer
1 Maart 2008
Stille getuigen
Regelmatig komt er een enkele, onbestelbaar
gebleken OZO –nieuws retour. Omdat in het algemeen de administratie aardig op
orde is, is zo'n retourtje altijd onplezierig en onverwacht. Dat geldt vaak
ook voor de donateur zelf, zo blijkt.
Een handgeschreven, vinnig: "WOONT NIET MEER OP DIT ADRES" roept beelden op
van frustratie en ergernis op het adres van de stukgelopen relatie. Er is niet
veel fantasie voor nodig om te bedenken waarop zo’n relatie van een gescheiden
ouder en een nieuwe partner stukliep – het is immers altijd hetzelfde liedje.
Een nieuwe relatie voorziet in een nieuw nest voor de kinderen – en dus wordt
het als een bedreiging gezien voor de ouder–kind relatie van de andere ouder.
Prompt wordt er van die kant dus overspannen gereageerd – compleet met verzoeken
tot wijziging van de omgangsregeling en de daarmee gepaard gaande, fnuikende
onderzoeken door des rechters knechten.
Kort voor de laatste D–Day kwam een envelop retour die eerste geheel was verfrommeld maar toen weer gladgestreken voor terugzending. Een bijna–stilleven dat het verhaal vertelt van een uiterste poging om er iets van te maken die toch in een mislukking uitliep. Een verhaal bovendien van iemand die niet als ouder, maar slechts als hartelijk betrokkene, namelijk als nieuwe partner, de ellende van het familierecht heeft meegemaakt.
Als de kinderen – bewezen – ongelukkig
worden van dat familierecht, als de ouders er hel en verdoemenis over spreken,
als andere betrokkenen er door worden gefrustreerd, als schoolleiders en artsen
steeds opnieuw in de clinch raken met ouders die iets willen dat volstrekt redelijk
is maar dat vaak genoeg in de praktijk wordt geweigerd onder verwijzing naar
"een advocaat" of "de rechter", wie heeft er dan toch baat bij dat onmenselijke
en ontmenselijkende systeem?
Wie houdt het in stand? Waarom bestaat het nog?
Een systeem dat gehoorzaamt aan de DO’s en DONT’s (zie achterkaft) zou de hier beschreven stille getuigen een halt toeroepen, al was het alleen maar omdat in zo’n systeem aan organisaties als OZO geen behoefte meer zal bestaan.
Ingezonden artikel
In de postbus het zonder commentaar ingezonden artikel “De tarieven van een advocaat” uit ZakenNiews van week 9 2008. Met als tweede kopje: “Advocaat hoeft niet duur te zijn”. Te lezen is dat het gemiddelde uurtarief van een advocaat 220 euro bedraagt, exclusief kantoorkosten en BTW.
Ondernemer mr. ing. Alwin Klein nam het initiatief “Advocatenpunt”, een kantoor “dat betaalbare tarieven hanteert” vanaf honderd euro per uur. Het kantoor heeft al drie vestigingen in Arnhem en men beoogt een landelijk netwerk. Goed nieuws?
Een modale werknemer verdient netto
aanzienlijk minder dan 20 euro per uur. Daarvan moet hij dan ook nog de BTW
en kantoorkosten betalen. Dat lijkt in strijd met de kwalificatie “betaalbaar”.
De kinderbijslag levert in twintig jaren amper voldoende op om één gerechtelijke
procedure (met onderzoek door de RvK en dus minimaal één extra zitting plus
nog eens een hoger beroep) naar behoren af te ronden.
Op voorwaarde dat men die (volstrekt ontoereikende) kinderbijslag niet al heeft
besteed aan de kinderen of aan het gezin.
Blijkbaar wordt de liefde nergens duurder betaald, dan in het huwelijk – een verworvenheid van feministische en emancipatorische inspanningen die in dit licht nogal merkwaardig overkomen. Als bovendien een toch kostbare beëindiging van een huwelijk nog eens extra bewerkt dat de in dat huwelijk geboren kinderen voor de breuk opdraaien, moet er vroeger of later wel een harde en bloedige revolutie worden ontketend.
Misschien worden de algemene maatschappelijke
onrust en het gebrek aan vaste waarden, en het hardnekkige zoeken naar de kenmerken
van onze identiteit wel bij uitstek in de hand gewerkt door het steeds meer
ontbreken van de stabiele basis die gezonde gezinnen plachten te bieden.
Als dat waar is, zijn die betaalbare uurtarieven opeens een discutabele aangelegenheid..
Het kan zijn dat de inzender soortgelijke overwegingen had, maar het zou beter
zijn als inzenders zelf hun motieven kenbaar maken – al dan niet met naam en
toenaam.
OzoMottO: Denk Na!
De rechter die bepaalt dat een ouder
een kind niet meer mag zien, heeft zijn (of haar – meestal) kritische vermogens
op een laag pitje gezet in slaafse opvolging van adviezen die deskundig heten
te zijn maar waarvan de juistheid en onafhankelijkheid niet kunnen worden bewezen.
De opstellers van die adviezen kennen namelijk nooit alle belangrijke feiten.
Al was het alleen maar omdat zij, voor het verwerven van alle feiten zouden
moeten binnendringen in de intieme leefwereld van ouders en kinderen waarin
zij niets hebben te zoeken, waarin zij met recht en reden als ongewenste indringers
worden beschouwd zodat zij dan ook nooit volledig in vertrouwen genomen zullen
worden.
Maar zelfs als zij alle belangrijke feiten wel zouden kennen, dan nog konden
zij de toekomst niet voorspellen – want dat kan nu eenmaal niet.
Omdat zij dat niet kunnen, is elk beroep op het dienen van het belang van het
kind (of dat van de eigen portemonnee) dus vanzelf volstrekt speculatief.
Toch doet men het allemaal in het belang van het kind. Als er ìets is dat wordt benadrukt, als er ìets is dat te vuur en te zwaard wordt verdedigd, dan is het wel dat de werkers en rechters zich slechts laten leiden door het belang van het kind.
Van het kind dus. Juist. Pardon,
van het kind? Wat voor kind? "Euh gewoon, een kind van twee ouders, van een
vader en een moeder, dat kind". Aha, het kind dat half vader is en half moeder
volgens de biologie en de erfelijkheidsleer, het kind dat zoveel lijkt op zijn
vader en toch zo trekt op zijn moeder, dat kind?
"Inderdaad meneer, dat kind. Dat bedoelen wij", antwoorden rechter en knechten.
"Om dat kind te redden, nemen wij het één ouder af. Dat is namelijk heel gezond
en goed voor het kind. Of beter: het is niet gezond, maar het was nog veel slechter
gegaan met dat kind, als wij de relatie met die andere ouder gewoon hadden laten
voortbestaan. En dat kunnen wij bewijzen ook!
Uit het feit namelijk dat het de
kinderen, die na onze tussenkomst beide ouders blijven zien, stukken beter gaat
dan kinderen die één ouder moeten missen, kunnen U en wij concluderen dat wij
het inderdaad ALTIJD bij het rechte eind hadden als wij besloten de omgang en
zorg gewoon te laten voortbestaan.
Als wij in die gevallen dus 100 procent scoren, dan zullen wij het toch ook
wel goed hebben in de andere gevallen? Wij zijn toch steeds dezelfde mensen
en onze werkwijze is toch steeds dezelfde? Nou dan. Het is gewoon een kwestie
van logisch redeneren".
Natuurlijk berust deze redenering
op een denkfout. Maar welke? De denkfout is dat de rechters en hun voetvolk
nooit iets maken, maar dat zij alleen maar iets wel of niet kapot maken.
Er wàs zorg, er wàs omgang, er wàs communicatie, er wàs verantwoordelijkheid.
Zolang die inderdaad blijven voortbestaan, is er niets aan de hand.
Maar wanneer die (gedeeltelijk) ophouden te bestaan, komt daar in veel meer
dan negentig procent van de gevallen narigheid van.
Wetgevers en rechters mogen daarom nooit zorg en omgang ontzeggen in het kader van echtscheidingskwesties. Kwesties die thans nota bene door wet en rechters zelf zo explosief zijn gemaakt dat er wel ongelukken moeten komen van een echtscheiding.
Het doorsnijden van ouder–kind relaties is altijd verkeerd, altijd “misdadig”. De rechtvaardiging voor ingrijpen in intieme gezinswerelden kan niet worden gestaafd door een selectieve verwijzing naar de resultaten van dat ingrijpen. Alle statistieken getuigen van de nefaste invloed die een gebroken–gezinsomgeving heeft op de kinderen uit zo’n gezin – als iets slecht is voor het kind, dan is dat wel het doorsnijden van diens band met (één van zijn) ouders.
Een ervaringsfeit dat dit op heel wrange wijze onderstreept, is de observatie dat heel veel éénouder–kinderen op den duur hun “laatste” ouder gaan afwijzen, en zelfs bijna haten, om het feit dat die hen van hun andere ouder heeft weggehouden.
De geschiedenis zal met absolute
zekerheid meedogenloos oordelen over het benul, her hart en vooral de hersens
van onze wetgevers en onze rechters. Van hen moet men verwachten – eisen – dat
zij kunnen nadenken, en dat zij dat ook doen. Goede bedoelingen en braafheid
kunnen gezond verstand niet vervangen, en dat weten zij.
De zachte deskundigen die zich bevoegd achten in het Familierecht denken niet,
en hoeven ook niet te denken. Hun status verkregen zij uit eigen kring: “Zeg
jij dat ik deskundig ben, zeg ik dat jij het bent”.
Het zou aardig zijn om van de voormannen uit alle wetenschappen, van alle universitaire
hoofddocenten bijvoorbeeld, de intelligentiescores (nota bene zelf een product
uit de zachte wetenschap) openbaar te maken.
De voorspelling is, dat de zachte wetenschappers met boter en suiker worden
ingemaakt door de harde – wiskundigen en natuurkundigen, maar ook taalkundigen
en rechtsgeleerden. Wie de jaarlijkse wetenschapsquiz volgde die door de VPRO
wordt uitgezonden, die wist dat al.
Niet geloof, overtuiging, moraliteit of bedoeling helpen de wereld vooruit, maar gezond, solide denken. Het vervelende is alleen dat daarvan juist de niet–denkers als eersten moeten worden overtuigd. Want daar zit hem de kneep – juist die niet–denkers snappen dit niet. Die krijgt men dit niet aan her verstand gebracht.
Verstandige Kamerleden en rechters
hebben het dus in zekere zin moeilijker dan wij denken. Maar alleen uit werken
en vechten kunnen ook zij voldoening en vervulling peuren.
Omdat het systeem nog steeds om te huilen is, omdat er zo weinig vooruitgang
wordt geboekt bij de bestrijding van het echtscheidings–systeem–kwaad, luidt
de conclusie dat ijver en verstand, althans in Kamer en Rechtspraak, een zeldzame
combinatie zijn.
Belgie: Senator Guy Swennen tegen oudervervreemding
Senator Guy Swennen (sp.a) trekt
de komende twee jaar ten strijde tegen oudervervreemding. Hij begint met twee
wetsvoorstellen. “In België mag men het aantal kinderen dat één van de ouders
niet meer wil zien, schatten op circa achtduizend. Vooral vaders zijn daar het
slachtoffer van.” Guy Swennen maakte na de verkiezingen zijn overstap van Kamer
naar Senaat. In de Kamer maakte hij naam als de man die ons familierecht hervormt.
In de Senaat gaat hij breder, maar blijft familierecht een prioriteit. Dat blijkt
ook uit zijn eerste twee voorstellen waar hij vandaag mee uitpakt. De volgende
maanden volgt nog veel meer. Swennen maakte van de voorbije “rustige” maanden
in het parlement immers gebruik om zijn huiswerk grondig voor te bereiden.
Belangrijk fenomeen
Oudervervreemding is de situatie waarbij één of meer kinderen één van de ouders
“ten onrechte” niet meer wil zien. Gewoonlijk bouwt die afkeer zich geleidelijk
op, veelal onder psychische beïnvloeding van de andere ouder. Het kan uiteindelijk
leiden tot ouderverstoting. De woorden “ten onrechte” zijn niet zonder belang.
Soms is het terecht dat een kind een van de ouders niet meer wil zien, bijvoorbeeld
na familiaal geweld. Onder de vorige legislatuur werden onder impuls van Swennen
al wetten gestemd tegen oudervervreemding. Voorbeelden zijn de wet op het verblijfsco–ouderschap
en nieuwe maatregelen om het omgangsrecht te doen naleven. Ze bleven niet zonder
effect: in 2006 waren er al 20 procent minder inbreuken op het bezoekrecht dan
in 2005. Toch blijft oudervervreemding een groot probleem. Cijfers ontbreken,
maar in Nederland ging het om 12.000 kinderen die één van hun ouders – 7.500
mannen en 500 vrouwen – niet meer willen zien. Swennen: “De sociologische situatie
in België verschilt weinig van die in Nederland. Rekening houdend met de grootte
van de landen, kan men in België spreken van circa 8.000 kinderen die een van
hun ouders absoluut niet meer willen zien.”
Wetsvoorstellen
Guy Swennen maakt van de strijd tegen de oudervervreemding een speerpunt in
zijn politieke actie. Dat wil hij doen met vragen, resoluties, symposia en alle
andere middelen die hij als politicus voorhanden heeft. Hij begint dit offensief
met twee wetsvoorstellen.
Attitudeonderzoek
Het eerste wetsvoorstel zegt dat wanneer bij een scheiding een van de ouders
het moeilijk heeft met het bezoekrecht voor de andere, er meteen een attitudeonderzoek
moet komen. Dat moet aangeven hoe groot het probleem is of kan worden. Zo’n
onderzoek moet er meteen komen na het eerste signaal dat er problemen zijn met
het bezoekrecht of co–ouderschap. Door snel te handelen kan men psychische beïnvloeding
en oudervervreemding voorkomen.
Omgangsbuddy
Met zijn tweede voorstel wil Swennen een omgangsbuddy invoeren, een door de
rechter aangestelde persoon vanaf de eerste schending van het omgangsrecht.
Hij moet er op het terrein voor zorgen dat de contacten tussen ouder en kind
hersteld worden. Men kan een omgangsbuddy zien als een snuffelaar, bemiddelaar,
motiveerder en waakhond, die zolang dat nodig is elke maand verslag uitbrengt
bij de rechter maar voor het het overige door weinig formaliteiten is gebonden.
Eric DONCKIER Bron Gazet van Antwerpen Online 7/02/2008
Naschrift:
Volgens de Gazet van Antwerpen(of volgens senator Swennen – dat is niet geheel
duidelijk) kan oudervervreemding uitmonden in ouderverstoting. Dat is een tragische
misvatting, omdat er de suggestie van uitgaat dat ouder–vervreemding (PAS) slechts
een probleem is als deze inderdaad in ouderverstoting resulteert.
Dat is tragisch, omdat de term "ouderverstoting" een foutieve vertaling is. Verstoting en ver–vreemding verwijzen dus naar hetzelfde fenomeen. Dat fenomeen is, dat aan de stelselmatige depreciatie van "de andere" ouder tenslotte ook het kind zelf gaat meedoen. Dat het zo tegelijk dader en slachtoffer wordt in een vernietigingsoperatie, dat het zichzelf vernietigt. Dat heeft absoluut en helemaal niets met de ouders te maken – PAS gaat om het kind, dat naar de knoppen gaat. Niet door toedoen van ouders, maar door toedoen van het systeem dat de fatale dilemma's creëerde.
En de situatie in Nederland ?
Vooralsnog mogen wij echter blij zijn met het pionierswerk dat de Belgen
tenminste nog doen. In Nederland niets van dit alles, PAS is vrijwel onbekend.
Men slaapt verder, en wel uitermate rustig. De Raad voor de Kinderbescherming
erkent PAS niet als mechanisme wat omgang tegenwerkt, de rechterlijke macht
heeft er geen oor naar en de politiek doet nog steeds niets nuttigs, Aus dem
Westen kein Neues.
Tegengif tegen PAS: omgang
De kracht van het PASmechanisme ligt in het beinvloeden door de verzorgende
ouder van het kind, vooral in situaties waar het contact met de andere ouder
verbroken is. Er ontstaat een “wij” gevoel, zoals in een sekte. PASkinderen
gaan daadwerkelijk over “wij” spreken – een vernietiging van de eigen identiteit.
Het niet zien van de andere ouder is net zo iets als te weinig zuurstof krijgen: het went niet. Er is een simpele oplossing: herstel van omgang.
Volgens de statistiek uit een onderzoek van Gardner in 2001 is de kans op spontane afname of verdwijning van PAS symptomen ongeveer 10%, doch slechts voortkomend uit gevallen waar de verzorgende ouder zelf problemen had, bijv. alcoholisme. Maar het door de rechter verplicht opleggen van omgang, uitgevoerd in een op de vijf zaken, leidde in alle gevallen tot vermindering of verdwijning van de PAS symptomen (OZOnieuws 2004-2; OZOwebsite). Zoals bij zuurstofgebrek het de oplossing is om zuurstof toe te dienen, zo is het bij PAS de oplossing om de omgang weer voort te zetten. Het kind ziet dan immers de andere kant van de medaille, bepaalt zijn eigen positie en trekt zijn eigen conclusies.
Spermadonoren: wel omgang?
Spermadonoren die zaad afstaan aan
vrienden of bekenden, eisen steeds vaker een actieve vaderrol op. Dat zeggen
advocaten en notarissen die gespecialiseerd zijn in het familierecht.
Komt het tot een rechtszaak, dan krijgen de donoren vrijwel altijd een omgangsregeling
met het kind. Dat signaleert (kinder)rechter en hoogleraar familierecht aan
de universiteit van Tilburg Paul Vlaardingerbroek, die alle rechtbankuitspraken
op dit terrein bijhoudt. 'De rechters worden soepeler', zegt hij. Volgens Vlaardingerbroek
gebeurt het inmiddels zeker zo'n tien keer per jaar dat een spermadonor via
de rechter een actieve vaderrol opeist. En de laatste jaren vrijwel steeds met
succes. Er is zelfs al een donor die van de Hoge Raad een omgangsregeling heeft
gekregen terwijl hij de 7jarige dochter die uit zijn zaad is voortgekomen, slechts
één keer heeft gezien. 'De biologische band lijkt al voldoende reden om een
omgangsregeling af te dwingen', aldus de hoogleraar.
Tot een paar jaar geleden was de Hoge Raad zeer terughoudend met het gunnen
van omgangsregelingen aan spermadonoren, zegt Vlaardingerbroek. Dat veranderde
toen in 2004 een spermadonor bij de Hoge Raad een omgangsregeling eiste, en
zich daarbij met succes beriep op artikel 8 van het Europese Verdrag voor de
Rechten van de Mens (EVRM). Artikel 8 voorziet in een grondrecht: het recht
op omgang als er sprake is van gezinsleven, oftewel als er als er sprake is
van een nauwe persoonlijke band.
'Het EVRM is een heel belangrijk verdrag voor Nederland', aldus Vlaardingerbroek. Anders gezegd: de Europese wetgeving dwingt de rechters een omgangsregeling toe te staan als er sprake is van een nauwe persoonlijke band.' Maar wat is een nauwe persoonlijke band? In vrijwel alle vonnissen wordt geturfd hoe vaak de donor het kind heeft gezien en hoe intens het contact is geweest. Daarbij wordt de Hoge Raad steeds soepeler voor de spermadonoren, signaleert de hoogleraar. 'Internationale grondrechten hebben nu eenmaal de neiging steeds verder opgerekt te worden. Dat zie je op alle vlakken.' http://www.volkskrant.nl/binnenland/article512270.ece/ Spermadonor_eist_vaderrol_op
Naschrift
De Hoge Raad geeft formele rechten zonder zich af te vragen wat dat in de praktijk
inhoudt. Waar het om gaat is feitelijke bescherming van omgang. Die is er niet.
Sorry heren, welcome to the club.
OZO's Do's en Don'ts t.a.v het gezin na echtscheiding
DO’s
1. Bescherm de relatie tussen de
ouders en het kind tegen inbreuken (door wie dan ook)
2. De zorg voor de kinderen fifty-fifty verdelen
3. Aanvaard elke andere regeling die de ouders zelf troffen
4. De rechter beslist op grond van objectieve criteria, agendapunten
DONT’s
1. Geen enkele bemoeienis met het
ouderschapsplan plegen
2. Niet in het verleden graven
3. Niet ingaan op verwijten of beschuldigingen
4. Vermijd discriminerende
termen als “omgang” en “hoofdverblijf”
Editie Maart 2008