OZOnieuws, jaargang 6, Nummer 4 December 2007

Kerst- Nieuwjaarseditie

Kerstgedachten

De Kersttijd is traditioneel de tijd van afrekening met het verleden, van de schone lei, van optimisme, de blik vooruit, van hoop op betere tijden en van goede voornemens. Wat OZO en de ouderwereld in het algemeen betreft, is dat niet anders.

Het afgelopen jaar heeft o.a. het Amershofberaad gebracht, de voorzichtige samenwerking met andere groeperingen op dit terrein. Daar heeft OZO zich van de goede kant laten zien en een positieve bijdrage geleverd aan een verdere, constructieve samenwerking.
Een onuitgesproken reden voor het Amershofberaad is de onzichtbare, maar tegelijkertijd zeer voelbare crisis in de ouderwereld. Een voorafschaduwing daarvan was al te zien in de bedankbrief die Theo Richel schreef bij onze vorige d-day in 2006. En volgers van het nieuws kan het niet zijn ontgaan dat de series Batman en de Zorro ook al aan hun eind lijken te zijn gekomen.
Voor insiders zijn de signalen nog talrijker en, in zekere zin, nog alarmerender. Want de waargenomen “metaalmoeheid” treft niet alleen maar de andere clubs, maar is ook in eigen gelederen voelbaar.


Ontvangen Tips


Een donateur die hinderlijk wordt gevolgd en zelfs gestalkt door zijn ex-echtgenote en haar partner, ontdekte dat het met die nieuwe partner in diens persoonlijke leven geen helemaal zuivere koffie was.
De vader voelt een constante dreiging van verlies van contact met zijn kinderen, zeker nu de wederpartij, naar slechte gewoonte in het familierecht, er geen been in om tegenover de rechter allerlei onware en onheuse beweringen te doen.
Daarom ging hij op zoek naar feiten en achtergrondinformatie die hij, indien nodig, bij de rechtbank zou kunnen inbrengen. Op internet vond hij inderdaad verdere sporen van onzuivere koffie.
Hij meldde dat hij in zijn zoektocht een website had gevonden die andere mensen behulpzaam kan zijn bij bijvoorbeeld het opsporen van ouders en kinderen, namelijk www.voelspriet.nl
Deze tip geven wij graag en dankbaar door.


D-day 2007

Op 21 oktober jl. vond weer de jaarlijkse d-day plaats. Midden in de herfstvakantie dus, en dat hebben we geweten. Want er kwamen slechts 12 mensen opdraven.
Omdat zelfs een genodigde voor een spreekbeurt niet was verschenen, en een andere spreker zich eigenlijk niet zo goed had voorbereid, moest er worden geïmproviseerd. Dat lukte wonderwel met de reserve-agenda.
Die bestond erin om een zorgvuldige discussie te voeren naar de regels zoals die in de vorige OZO-nieuws werden verdedigd. Namelijk door te zoeken naar punten waarop overeenstemming is wat betreft de definities en de terminologie, en van daaruit tot axioma-achtige uitspraken te komen.
Bij wijze van inleiding werd een artikel uit Opinio voorgelezen, waarin de Canadese columnist David Warren concludeert dat de westerse gezinspolitiek failliet is gegaan juist doordat zij zich heeft opgeworpen als de ultieme “papa en mama” van ons allen en de staat tot “super nanny” heeft verheven. De echte kinderen zijn daarvan de dupe geworden, zoals al jaren blijkt uit de talloze statistieken die regelmatig ook in OZO-nieuws worden aangehaald.

Op heel natuurlijke en geordende wijze ontstond na de voorlezing een discussie over oorzaak en gevolg van de verpaupering van het gezin, en vooral het kind, na (echt)scheiding – alle goede bedoelingen inzake “het belang van het kind” ten spijt.
Daarin ideeën werden geopperd en oppositie werd gevoerd tegen die voorstellen, steeds vanuit de gedachte dat er een objectieve waarheid – hoe “klein” ook - moest worden gevonden.
Die discussie resulteerde in een viertal geheide, altijd geldige geboden (“Do’s”) en een viertal even geheide verboden (“Dont’s”), die altijd moeten worden gerespecteerd, die altijd leidraad moeten zijn voor alle betrokkenen.

Het lijstje van deze DoDonts heeft een eerste kritische toets in kleine kring doorstaan, maar het is denkbaar dat er nog een punt of komma aan is te verfijnen. Al zal de verfijner dan dus wel van goeden huize moeten komen.
Het verbluffende van de DoDonts is, dat het notoir beruchte Personen- en Familierechtdossier voor parlementariërs, bestuurders en rechters in één klap strak omlijnd en eenduidig wordt, en zelfs objectief controleerbaar en verifieerbaar.
Onmiddellijk wordt ook duidelijk dat zo het belang van het kind, het respect voor de ouderlijke autonomie, de eerbiediging van family life èn het primaat van de wet, in één klap op de best denkbare wijze worden gewaarborgd. Het opvolgen van deze leidraad immers garandeert dat het is afgelopen met rechtsgeschillen, met de hulpverlenersterreur, met de machtsspelletjes en al het andere ongerief dat zo bij uitstek in strijd is met het belang van het kind, de ouderlijke autonomie, etc.
Hierbij moet nog worden opgemerkt, dat waar de DoDonts richtinggevend zijn (zouden moeten zijn) voor het burgerrecht, zij die claim niet hebben in het strafrecht. Strafrechtelijke vergrijpen kunnen niet worden goedgepraat met een beroep op niet-inmenging in gezinssituaties.

OZO is nooit een slachtofferclub geweest, en heeft dat ook nooit willen zijn. Onderstaand lijstje is het resultaat van jarenlang nuchter doen en denken in de familierecht-materie en van een heldere d-day. De eenvoud van het lijstje, het open-deur-karakter ervan, bewijst eigenlijk al zijn juistheid en waarheid.
Door het klagen over “ingewikkelde dossiers” zorgen rechterlijke macht en hulpverlening gewoontegetrouw voor rookgordijnen die een heldere blik op kwesties bemoeilijken. Met de gevonden richtlijnen is het echter opeens heel eenvoudig geworden om de vanouds netelige kwesties rond familierecht en echtscheiding helder en eenduidig op te lossen. Een geweldig resultaat, voor zo’n kleine d-day!

De DONT’s

1. Geen bemoeienis met het ouderschap
2. Niet in het verleden graven
3. Niet ingaan op verwijten of beschuldigingen
4.
Vermijd discriminerende termen als “omgang” en “hoofdverblijf”

De DO’s

1. Bescherm de relatie tussen de ouders en het kind tegen aanrandingen (door wie ook)
2. Als de ouders een zorg-regeling troffen, die regeling aanvaarden.
3. Indien de ouders dat niet konden: fifty-fifty zorgregeling vaststellen
4. Afwegingen maken op grond van objectieve, waardenvrije criteria: de “agendapunten”

De DoDonts toegelicht
Hoewel het lijstje heel vanzelfsprekend is, is een puntsgewijze toelichting voor wie de ontstaansdiscussie niet heeft gevolgd misschien wel nuttig.
Het eerste wat opvalt, is dat de nrs 2 t/m 4 van zowel de DO’s als de DONT’s zijn op te vatten als uitwerkingen van de in de nrs 1 geformuleerde criteria.
Maximale bescherming van, en minimale bemoeienis met, het gezinsleven is de natuurlijke eis die zou elke weldenkende burger voor zichzelf zou stellen aan overheid en aan rechtspraak. Daarmee is meteen de rol van de overheid in het gezinsleven precies afgebakend: zij dient zich afzijdig te houden.
Uit deze instinctieve reflex volgt vanzelf de verdere toelichting.


Verbod 1. Geen bemoeienis met het ouderschap.


Geen rechter en geen politicus heeft zich te bemoeien met de keuzes die de ouders in hun rol als ouders maken, uiteraard zolang die keuzes binnen het kader van de wet vallen. Leerplicht is leerplicht voor alle kinderen bijvoorbeeld, maar de keuze van de school is vrij. Met die keuze mogen rechters en politici zich dan ook niet bemoeien. Zij wordt slechts eventueel gestuit door de even natuurlijke vrijheid van de schoolleiding om kinderen toe te laten of af te wijzen.
De keuze van de ouders of de kinderen voor een sportclub of een kerk, is even onaantastbaar, net als die voor de manier waarop men tafelt of het tijdstip waarop men gaat slapen.
Alle facetten van het leven en de opvoeding die binnen het kader van de wet vallen, behoren principieel tot de beslissingsbevoegdheid, of de autonomie, van de ouders en de kinderen.
Aldus is meteen afgerekend met de misperceptie dat kinderen een soort van willoze slachtoffers zouden zijn, aan wie een opvoeding wordt voltrokken. In de overgrote meerderheid van de gevallen hebben de kinderen namelijk juist wel degelijk een heel belangrijke stem in de opvoeding. Over die meerderheid heeft de wetgever zicht uit te spreken, want uitzonderingen horen in de rechtszaal.


Verbod 2. Niet in het verleden graven

Dit is een praktisch verbod. Want al gravende in het verleden, vindt ieder die dat zoekt wel redenen en rechtvaardigingen in zijn of haar pleidooi voor de één of tegen de ander. Het graven, het “zoeken”, is antiproductief en zinloos. Wanneer kinderen ruziën, wordt het oudste kind vaak door de ouders gemaand om maar “de verstandigste” te wezen. En ook in de sport, waar de belangen zeer groot kunnen zijn, heeft men allang geleerd dat de beslissing van de scheidsrechters zonder discussie moet worden aanvaard. Wie daartegen al te fel protesteert, wordt eenvoudigweg bestraft .
Dat laatste, omdat men heel goed weet dat het protesthek anders van de dam is, en als gevolg daarvan de sport ten dode opgeschreven. Precies zoals een gezin ten dode is opgeschreven als na de scheiding de ouders almaar doorkibbelen en dwarsliggen.
Het voorspelbare gevolg is dat er in de sport zelden of niet wordt gezeurd over scheidsrechterlijke beslissingen of over oude koeien. Met als consequentie dat de tegenstanders van vandaag op een ander moment zonder problemen elkaars teamgenoten kunnen zijn. Dat is een volwassen en verantwoorde manier van samenleven, die in het familierecht ver te zoeken is door de regelzucht van het familierecht en de rechtspraak.


Verbod 3. Niet ingaan op verwijten of beschuldigingen

Alweer een verbod gebaseerd op de praktijk. Als na de echtscheiding bijvoorbeeld verwijten van incest of klachten over nachtmerries worden ingebracht, dan zien de rechters daarin vaak aanleiding om voor de zekerheid toch maar eerst een onderzoek te gelasten en de omgang “eventjes” op te schorten. Fout.
Als er strafrechtelijke kwesties spelen, moet er gewoon aangifte worden gedaan. Niet door of op instigatie van een onderzoeker, een mediator of een voogd, maar door de direct betrokkene(n) zelf. En mocht dan blijken dat er sprake was van een valse aangifte, dan moet de aangever worden vervolgd.
Een ander voorbeeld: wanneer kinderen bij de ene ouder wel nachtmerries hebben en bij de andere ouder niet, dan is het voor de kinderen kennelijk het beste dat zij bij de andere ouder slapen. Dat is de enige, logische gevolgtrekking die rechters kunnen maken, al het andere is barre speculatie.
Dit verbod voorkomt aldus een zeer groot deel van alle rechtsprocedures en het verwoestende effect dat die hebben op de leden van het gezin.


Verbod 4. Geen discriminerende termen (omgang, hoofdverblijf)


Dit verbod is rechtsreeks ontleend aan de mores in politiek en rechtspraak, die willen dat men verdoezelende termen zoekt, die vervolgens vanzelf een discriminatoir karakter krijgen.
De term “hoofdverblijf” is bedacht, om het verschil te kunnen maken tussen de ene ouder (bij wie de kinderen vermoedelijk vaker overnachtten) en de andere ouder.
Maar onmiddellijk is daarmee ook de sleutel tot discrimineren en diskwalificeren gegeven in andere procedures: het verschil in terminologie leidt inderdaad tot verschil in behandeling, tot discriminatie.
Evenzo suggereert de term “omgang” dat omgang iets anders is dan de gewone ouderzorg. De introductie van de term heeft precies het onheil gebracht waarvan alle ozo’s en hun kinderen het slachtoffer zijn.


Gebod 1. Bescherm het gezin tegen aanrandingen (door wie ook)


Dit gebod vloeit automatisch voort uit de behoefte aan, en de noodzaak van gezinsautonomie. Het is heel normaal dat mensen zich niet bemoeien met de manier waarop bijvoorbeeld hun buren of collega’s met elkaar omgaan – “dat moeten zij zelf maar weten”.
Dat is zo vanzelfsprekend dat er automatisch de bijbehorende actieve bescherming van die persoonlijke vrijheden uit voortvloeit. Inmenging in andermans zaken, stalking, belediging enzovoort, zijn strafbaar gesteld tot onuitsprekelijk genoegen van iedere burger. Verboden en geboden scheppen samen de beoogde beschermde ruimte, en houden die ook in stand.
De toevoeging die in de titel tussen haakjes staat (door wie ook), staat er vooral voor de rechterlijke macht. Want zij schendt bij uitstek en massaal deze regel in scheidingskwesties. Zij kiest vaak stilletjes voor één der autonome belanghebbenden, wat een aanranding is van het gezin en zijn leden.
Niet-bemoeienis met, en bescherming van het gezin bewerken dat het gezin wordt gevrijwaard van ongeacht welke binnendringer, het wordt veilig.
Het partij kiezen in een conflict dat nota bene door de rechtspraak zelf is geïnitieerd, is een onaanvaardbare vorm van binnendringen in de beschermde ruimte, en dus volstrekt verboden.

De geboden 2, 3 en 4 borduren praktisch voort op deze gedachte en garanderen het voortduren van de ouderautonomie na de scheiding. Slechts strafrechtelijke vergrijpen staan een uitzondering op deze regel toe. En daarvan is pas sprake, als er een veroordeling is. Zo is de wet.


Gebod 2: Aanvaard de zorgregeling van de ouders


De regeling die de ouders – al dan niet onder druk van een “dreigend” fifty-fifty perspectief – overeen kwamen, moet worden aanvaard omdat zij het best de inbreng van de ouders en hun zorg voor de kinderen, weerspiegelt: beter is er niet, anders waren de ouders daar zelf wel op gekomen. Zo’n aanvaarding is precies wat de eerbied voor de gezins-autonomie voorschrijft.


Gebod 3: Leg anders een fifty-fifty zorgregeling vast


Wanneer ouders er niet in slagen om hun geschillen te overbruggen, moet de wet garanderen dat geen van beiden daar voordeel van ondervindt. Dat kan slechts door de zorg over de kinderen gelijk te verdelen. Over de uitwerking – één dag op één dag af, of één week op één week af bijvoorbeeld – en andere modaliteiten kan de rechter zonodig een beslissing nemen.


Gebod 4: Afwegingen maken op grond van objectieve, waarden-vrije criteria: de “agendapunten”

Als de ouders er zelf niet uitkomen, komt er dus een fifty-fifty zorgregeling.
Maar ook daarbij kan er een onenigheid ontstaan waarin de rechter de knoop moet doorhakken. Wanneer dat het geval is, mogen alleen objectieve en waardenvrije criteria worden gewogen.
Dus wat de ene ouder vindt, en wat de andere ouder daarover denkt of omgekeerd, is niet relevant en mag geen rol spelen. Het heeft daardoor meteen geen zin meer om allerlei valide en nietvalide privé beslommeringen in de strijd te gooien, zodat het conflict overzichtelijk wordt of beter, het zelfs geheel wordt vermeden.
Daarentegen spelen bijvoorbeeld de afstand tot school, de werktijden van de ouders, de tijden van het openbaar vervoer en de vakanties van kinderen en ouders uiteraard wèl een rol.
Dit zijn de objectieve criteria die door mr. Prinsen steevast “de agendapunten” worden genoemd en daarin kan de rechter juist heel goed knopen doorhakken.
Tenslotte kan op grond van dergelijke criteria zelfs worden afgeweken van een al te strikte of onmogelijke fifty-fifty zorgverdeling.

Conclusie

De hier gepresenteerde regels geven de best denkbare garantie dat de belangen van de ouders en de kinderen op de best denkbare manier wordt gediend. Een heel aantrekkelijke kwaliteit van deze regels is voorts, dat zij een exacte en controleerbare norm en toets geven voor de beoordeling van het werk van alle betrokkenen in de sector: zij maken daarmee een eind aan de terreur van de goede bedoelingen.
Nogmaals: uitzonderingen op deze regels zijn en blijven uitzonderingen die aan de rechter kunnen worden voorgelegd. Die neemt dan in casu een beslissing, maar uit die beslissing zijn, juist vanwege het uitzonderlijke karakter van de zaak, geen nieuwe regels af te leiden. Verwording van de regels door jurisprudentie, zoals in het verleden steeds gebeurde, moet strikt worden vermeden.

 

Donateursbijdragen en machtigingen

Voor 2008 hoopt de penningmeester op het verdwijnen van de arbeidsintensieve, maandelijkse afschrijvingen en op een overstappen naar halfjaarlijkse of jaarlijkse machtigingen.
Wie tot op heden gebruik maakte van een maandelijkse machtiging, zal daarom een nieuw formulier ontvagen. Dit gaarne invullen en de nieuwe frequentie aangeven, en het formulier retourneren naar het secretariaat, Postbus 198, 6600 AD.
Alvast bedankt voor uw medewerking.

E-mail adressen

Het bestuur roept U op om toch vooral Uw e-mail adressen (EM-adressen) aan het secretariaat door te geven. Via EM zijn wij in staat om U snel en goedkoop te bereiken (en eventueel te mobiliseren).
Uw adres wordt niet doorgegeven aan anderen, en mochten wij U als groep moeten benaderen, dan zult U slechts Uw eigen adres terugzien en niet dat van de andere geadresseerden.

 

Het Amershofberaad - Vervolg

Het Amershofberaad is de regelmatige bijeenkomst van bestuurders uit de ouderwereld die zich zorgen maken over de werking van politiek, rechterlijke macht, jeugdzorg, advocatuur, mediators, artsen, leraren, de media en het publiek - kortom: “het systeem” - op ouder-kind relaties na (echt)scheiding.
Na de eerste vergadering van 21 april jl., die werd belegd door stichting De Dwaze Vaders, nam OZO de organisatie (en de kosten) voor de tweede bijeenkomst op 6 oktober jl. op zich.
Oogmerk ervan was vooral het vaststellen van spelregels ten aanzien van de communicatie en de organisatie van volgende bijeenkomsten.
Deze tweede bijeenkomst werd slecht bezocht, met acht deelnemers, maar gelukkig werden er wel enkele spijkers met koppen geslagen.
Regel is voortaan dat de club die een voornemen of idee heeft dat in bredere kring aandacht verdient, zijn ideeën presenteert in de vergadering waarna wordt gestemd over datum en onderwerp voor de volgende officiële AB-meeting over dat voornemen.
De winnaar neemt vervolgens de verantwoordelijkheid voor de organisatie, de kosten en de centrale communicatie voor de volgende bijeenkomst op zich.

Het belangrijkste doel was voor OZO het reduceren en regelen van de berichten die per e-mail (EM) worden verspreid. Al te gemakkelijk ontaardt EM-verkeer immers in het elektronische equivalent van een Poolse Land-dag, en in een treurig einde van het overleg.
Belangrijk voor OZO is ook dat mr. Prinsen de gelegenheid krijgt om te werken aan de eenheid van denken binnen de clubs van het AB-beraad. Hij staat onbetwist tussen en boven de partijen, het woord polarisatie staat niet in zijn woordenboek, en zijn deskundigheid is onbetwist: hij is de ideale man voor de job.

Hij vulde op ons verzoek dan ook een flink deel van de middag met een voordracht onder de titel: “Dialoog van Doven”, waarin hij het verschil in denken analyseerde tussen het systeem en de wereld van ouders die wel beter weten.
Maar ook binnen de ouderwereld verloopt een verandering in denken niet vanzelf en de missie van mr. Prinsen is dus nog lang niet volbracht.

De volgende bijeenkomst vindt plaats op 29 maart 2008. De organisatie en de agenda zijn in handen van Pieter Tromp van het Vader Kennis Centrum, de ook de initiatiefnemer was van de “Vadertop m/v” waarop het manifest werd gepresenteerd dat daarna uit aller naam aan minister Rouvoet werd aangeboden.

Wij zijn benieuwd, en wij houden U op de hoogte.


OzoMottO: Handen af van ouders en hun kinderen

“De Wet op de jeugdzorg is aangepast om het belang van het kind meer tot uitdrukking te laten komen in de hulpverlening”.
Dat staat in de “Nederlandse rapportage VN kindertop” die afgelopen zomer verscheen. Ook is daarin te lezen dat men op dit moment bekijkt “of het nodig is het belang van het kind meer te verankeren in de Wet op de jeugdzorg”.
Het belang van het kind (BvhK) wordt, begrijpelijkerwijs, niet nader gedefinieerd of omschreven. Want dat is net zo onmogelijk als het voorspellen van de toekomst.

In de rapportage staan over het BvhK precies drie “verduidelijkingen”.
“Het BvhK in de zin van onbedreigd opgroeien (1)”, “het BvhK vraagt in beginsel om herstel van de relatie met de ouders (2)” en “het komt voor dat het BvhK om in NL te blijven afwijkt van dat van de ouders (3)”.
Hier is dus aan een gruwelijke Brave New World dictatuur de wettelijke basis gegeven.

Verduidelijking (1) is pure nep. Want wat is onbedreigd? Wie moet zich vooral onbedreigd voelen of wanen? En wie kijkt in het hoofd van de bedreigde, en stelt objectief vast wat daarin gaande is?
Dat laatste is typisch een klusje voor Onze Lieve Heer, en inderdaad: Jeugdzorg waant zich altijd weer almachtig, nukkig, ondoorgrondelijk en boven alles verheven. Maar God…is toch nog wel een stapje te ver, mogen wij hopen.

Verduidelijking (2) laat tegelijk twéé lelijke apen uit de mouw komen. Het omineuze “in beginsel” is een alle ozo’s bekende impliciete bedreiging van verlies van de kinderen, die rücksichtslos werkelijkheid wordt gemaakt door de betaalde “bezorgden” in onze samenleving. De nadruk ligt immers op het “beginsel”, dus het (de voortzetting van de ouder-kind relatie) hoeft niet”.
Dit uitgangspunt is debet aan het in stand houden van alle rampen na een scheiding.
De tweede lelijkerd schuilt in het woord “herstel”. Dat suggereert namelijk dat het héél gewoon is, een fact of life, dat de relatie tussen ouders en kinderen wordt verbroken.
Deze wijze van harteloos en redeloos redeneren, die zo kenmerkend is voor de hulpsector, lokt de rampen na scheiding juist uit. De verbroken relaties als onderwerp worden uitgesloten van de discussie - in plaats van ze te voorkomen.
Niet preventie maar uitlokking, gevolgd door beginsel-therapie, zijn de pilaren waarop de Wet op de jeugdzorg zich verlaat. Het kon niet idioter zijn.
Vroeger bekreunde Jeugdzorg zich om kinderarbeid en drankmisbruik in intacte gezinnen, nu ligt het werkterrein kennelijk uitsluitend in de markt van de gebroken gezinnen.

Verduidelijking (3) bevestigt alle oordelen, alle vooroordelen, alle angsten en alle boze beweringen over (de nieuwe Wet op) de jeugdzorg.
Die wet gaat er immers vanuit dat het belang van de ouders kan conflicteren (want dáár gaat het over) met dat van de kinderen.
Dit is adembenemend, want het laat zien hoe onze waard (de overheid) over zijn gasten denkt, en dus hoe die waard zèlf denkt. De waard vertrouwt zijn eigen gasten niet, en hij neemt aan dat zijn gasten de hunne, hun kinderen. (dus) ook niet (kunnen) vertrouwen.

De waard de baas is in het gezelschap, en dus wordt op deze wijze een per definitie slechte ouder – de staat – tot super-ouder gebombardeerd.
Dat is een vorm van geïnstitutionaliseerde terreur en tirannie tegelijk. Dat gaat in tegen alles wat God (of de evolutie of de natuur) in de dertien en een half miljard jaar dat het heelal bestaat en de, pakweg, drie-en-een-half miljard jaar van het bestaan van de aarde, met vlijt en ijver heeft opgebouwd. Soorten waarbij de oudere generatie de eigen jongen dwars zou willen zitten, en omgekeerd, overleven immers simpelweg de struggle fore life niet. Wie daarmee spot, is niet alleen gek maar ook ronduit staatsgevaarlijk.

Dingen gaan zoals ze gaan. Wie verwacht dat Jeugdzorg kinderen gaat “redden” die in woonwagenkampen wonen, of in agressieve of cultuurvreemde prachtwijken of achterbuurten, die heeft het mis. De brave zorgers werpen zich op de brave burgers die niet met vuist of mes hun standpunten kracht bijzetten, maar die zich overdonderd en verdoofd naar de rechtbank laten voeren waar zij vervolgens op deskundig advies van diezelfde brave zorgers worden afgeslacht en van hun kinderen losgeweekt.
Zo zal het gaan, want zo gaat het en zo ging het ook altijd. En alles kan alleen maar erger worden, zolang de verkeerde uitgangspunten niet worden verlaten.
Een mens blijft eeuwig gebonden aan, en verbonden met, zijn ouders. Uit hen komt hij voort, in psychologische zowel als fysieke zin. Een mens is zijn ouders.
Aantasting van de ouder-kind relatie is daarom automatisch en onontkoombaar ook altijd een aantasting van de ouders en het kind zelf, het is een aanslag op hun persoonlijkheden.

Dit simpele feit leidt tot één conclusie: handen af van ouders en hun kinderen.
Pas wanneer er sprake zou zijn van strafrechtelijk te vervolgen kwesties, kan daarop een uitzondering worden gemaakt. Vanzelfsprekend volgt hieruit ook dat wie zich ten onrechte beroept op zo’n strafrechtelijke kwestie, wie ten onrechte moord en brand schreeuwt, met de zelfde munt moet worden terugbetaald waarop hij ouders en/of kinderen wenste te trakteren. Want pas dan is sprake van “zorg” over kinderen en hun leefomgeving.

Aangiften wegens incest en stalking en agressie … allemaal prima, als bij ontbreken van bewijs of aannemelijkheid maar wel de aangever wordt vervolgd.
Met de kinderen van een ander bemoeit men zich niet. Dat is de regel.


Words Words Words

Het is altijd zo geweest.
Een overmaat aan woorden verbergt een gebrek aan kern. Eenvoud is een kenmerk van het ware. De andere reden voor een woordenovermaat, gezelligheid, wordt hier natuurlijk niet besproken.
Talloze parlementen, talloze politici, talloze ambtenaren en talloze kinderbeschermers stortten zich op de problematiek van het gebroken gezin die door henzelf werd uitgelokt, indertijd, met de retorische vraag: “Moeten mensen dan voor de kìnderen bij elkaar blijven”?
Een vraag die thans overigens steeds meer onomwonden met “ja” wordt beantwoord.

Maar het toenmalige wettelijke antwoord creëerde voor het eerst een vrije baan voor (echt-) scheidingen, en daarmee een geheel nieuwe broodwinning voor de mensen die zo graag claimen het hart op de goede plaats te hebben (maar die meestal gewoon een gebrek hebben aan hersens).
Er kwam werk voor rechters die de boel beleidsmatig (maar niet heus) moesten aan- en bijsturen, voor de daarbij nodige procureurs, voor deskundigen, voor jeugdzorgers.
En voor de vele vrijwilligers waarop in het overbezorgde en overbelaste zorgcircuit zo veelvuldig een beroep wordt gedaan (omdat zij de enigen zijn die echt iets betekenen).

Een logische gevolgtrekking is, dat binnen deze groepen een oververtegenwoordiging zal worden aangetroffen van pedofiele medemensen. En wel naar rato van de mate van contact met de betrokken kinderen – de bij komt nu eenmaal altijd op de bloemen af. Dat lijkt een lelijke gevolgtrekking, en dat is het ook – maar U bent gewaarschuwd.

Een tweede gevolgtrekking is, dat juist het gebrek aan kern en waarheid, vanzelf leidt tot een enorme productie van meer rapporten en meer papier – tot overschreeuwen dus.
Dat is simpel te verifiëren aan de miljoenen (meestal gelijkluidende en dus overgeschreven) rapporten die door de sector inmiddels zijn afgescheiden, zonder dat er ooit enig bewijs van (verbetering van) de effectiviteit van het werk in de sector werd verlangd of gegeven. Ook de rechter besteedde nooit serieus aandacht aan die kwestie.
Dat de kern ontbreekt is voorts te zien aan de bergen beleidspapier die internationaal worden verstouwd over wat de overheden met andermans kinderen van plan zijn.

Hoe het precies werkt, toont de “Derde Nederlandse rapportage over de uitvoering van het Kinderrechtenverdag”, uitgebracht in 2007.
Dit rapport staat vol goede bedoelingen en vol brave beoordelingen van het eigen werk.
Letterlijke voorbeelden zijn: “het voorkomen en verminderen van voortijdig schoolverlaten” , “het voorkomen en verminderen van maatschappelijke uitval en ontsporing”, maar ook: “de commissaris Jeugd- en jongerenbeleid heeft de afgelopen jaren hard gewerkt aan betere afstemming tussen ministeries, tussen de verschillende overheden en tussen (uitvoerende) instanties. Het kabinet heeft alle door de Commissaris gevraagde geld en personeel ter beschikking”. En zo verder.
Deze piepkleine opsomming staat model voor het denken en doen in de sector. Men denkt altijd vooruit, werkt altijd hard en heeft daar altijd meer geld voor nodig - zolang het echte werk maar wordt gedaan door de “uitvoerende instanties”.

De “Derde Nederlandse rapportage…” telt 111 pagina’s. Daar komt nog een begeleidende brief bij en een aparte rapportage aan de VN van nog eens 32 pagina’s. Het werk aan onze kinderen levert bergen papier op – waarvan het meeste voor de burgers onzichtbaar blijft. Dat meeste is de bulk bagger waarvan de eerste de beste ozo onmiddellijk doorziet dat hij slechts een bedreiging oplevert voor de autonome gezinsruimte waarbinnen de autonome ouders en autonome kinderen hun plan proberen te trekken. En niet meer dan dat.

De staat is failliet, als super nanny. Het is allang afgelopen met de gedachte dat de staat of een instantie beter dan de ouders het belang van het kind zouden kunnen waarborgen. Het enige wat de overheid te doen staat, is het creëren van randvoorwaarden waarbinnen de uiterst vitale cel van het gezin kan groeien en bloeien. Verder moet zij daar afblijven.
Alle bewijsvoering op basis van zielige tegenvoorbeelden negeert de simpele notie dat de wet er is voor de regels, terwijl de rechtspraak er is voor die uitzonderingen.
Ieder zijn meug dus, democratisch gecontroleerd en al, maar wel buiten onze voordeur en zonder oeverloos gezeur.
Het enige dat nieuwsgierig makend blijft, is de vraag hoe de overheid dat “belang van het kind” nu toch precies zou definiëren voor onze kinderen. Als wij dat zouden weten, zou het verzet gebroken zijn. Of juist wakker geschud worden.
Dan hoeven (of helpen) al die woorden niet meer.

 

Kerst, vooruitzicht en OZO

Inderdaad is er sprake van een crisis in de ouderwereld. De resultaten van alle inspanningen zijn mager en het bolwerk van rechtspraak en hulpwereld is onneembaarder gebleken dan ooit was verwacht. De moedeloosheid ligt op de loer.
Maar volgens de Oostenrijkse wetenschapsfilosoof Karl Popper is het beoefenen van optimisme een morele plicht. De rechtgeaarde optimist ziet in een crisis dan ook juist aanleiding om de mouwen nog maar eens extra op te stropen. Alleen van aanpakken is immers enig soelaas te verwachten. Dat wisten al die mensen die zich inspannen in de ouderwereld ook wel, maar zij zijn toch een beetje moe geworden.
Omdat de Kersttijd traditioneel ook een tijd is van goede doelen, doet OZO een beroep op haar donateurs om steun. Wij zouden graag wat meer financiële slagkracht willen om de arena met wat meer vertrouwen te kunnen betreden.
Het is een vraag die vele organisaties en mensen stellen, maar zeker is wel dat OZO op zeer transparante manier verantwoording aflegt van de besteding van haar middelen en zeer trouw is in de verslaglegging en verantwoording van haar acties en bezigheden.

Dat is tevens de hoofdreden waarom het relatief goed gaat met OZO en waarom het ook wel redelijk goed zal blijven gaan. Binnen het bestuur heerst een volstrekt altruïstische geest, waardoor de boel vanzelf zo gezellig blijft als op de d-days altijd weer blijkt – al is dat soms ook in erg kleine kring.
Wie daarom in deze dagen zoekt naar een goed doel en – wie weet – naar troost voor zijn geweten of zijn leven, die wordt van harte uitgenodigd een gebaar richting OZO te maken. Als wij daardoor in staat zouden zijn de oogst van de laatste d-day beter over het voetlicht te krijgen, hebben de goede gevers direct bijgedragen aan een betere wereld.
De tijden schreeuwen om herbezinning en een rationele benadering van de materie. Zeker nu het parlement bezig is “het recht op jeugdzorg” meer nadruk en middelen te geven, is het een kwestie van tijd eer bemoeizuchtige inspecteurs bij jonge ouders de boel komen inspecteren, en kinderen die ongedurig zijn tegen de wil van de ouders in uit huis gaan plaatsen of onder toezicht houden. Het is niet moeilijk in te zien dat daar niet de agressieve, religieus-fanatieke of in getto-achtige omstandigheden wonende ouders het slachtoffer van worden, maar juist die ouders die niet-agressief zijn, die geneigd zijn gezagsgetrouw te zijn, die gewoon hun kinderen naar school sturen. En die misschien per ongeluk – en zelfs tijdelijk - in wat moeilijker vaarwater zijn terecht gekomen.

Laten wij hopen op een positieve wending, op een keer ten halve, in 2008.

Het bestuur wenst U en de Uwen een gelukkig, zalig en vrolijk Kerstfeest toe, en een fantastisch 2008

 

OzoMottO: Handen af van ouders en hun kinderen

OZO-nieuws is een uitgave van Stichting Ouders Zonder Omgang
Verschijning : 4x per jaar
Oplage : 200 Aantal donateurs : 190

Stichting Ouders Zonder Omgang
Postbus 198, 6600 AD Wijchen
Tel. : Ma- t/m vr-avond 024 - 3970095
Fax : 024 - 3970094
E-mail : info@stozo.nl
Internet: www.stozo.nl
Bank : 66.55.48.923 ING Almere
K.v.K : 34.16.61.58 Amsterdam


jaargang 6, Nummer 4, december 2007

Kerst-Nieuwjaarseditie