OZOnieuws, jaargang 6, Nummer
2, juni 2007
OZO gaat de wereld over
Van alle ouderbewegingen in Nederland – en misschien wel in Europa en in de
rest van de wereld – heeft (of krijgt) OZO met zekerheid de grootste naamsbekendheid.
Wie de laatste jaren het (inter)nationale voetbal heeft gevolgd, wist dat al.
Want bij alle thuiswedstrijden van Ajax en bij heel veel wedstrijden van de
nationale (jeugd)elftallen in het voetbal is wel een spandoek te zien met de
tekst O Z O !
Natuurlijk, de sportwereld ziet er het “Oranje Zal Overwinnen” in dat in de
oorlog tot OZO werd afgekort. Dat is goed, en de bedoeling. Maar de mannen die
met onvermoeibare ijver en met onverwoestbaar goed humeur de doeken steeds weer
ophangen – in het zicht van de camera aan de lange zijde van het veld en / of
aan het einde achter een doel – steunen met evenveel verve de eerste betekenis
van OZO, die van ouders zonder omgang.
In deze maand wordt in Nederland door de voetballers tot 21 jaar oud om het
Europees kampioenschap gevoetbald. Onder andere in Groningen, Heerenveen, Arnhem
en Nijmegen speelt de sportieve strijd zich af. Televisie en pers doen daarover
bericht, en zo verschijnt OZO dezer dagen weer prominent in beeld en op foto’s
in o.a. De Telegraaf en De Gelderlander. Het is zelfs zo dat journalisten –
altijd op zoek naar het verhaal achter de mens – het OZOspandoek en het ophangen
ervan zelf al op de korrel namen.
Met een beetje geluk wordt dat straks een hoofdartikel, waarin dan de verschrikkelijke
bende die het systeem van ouders en kinderen na scheiding maakt, eens vanuit
een heel andere invalshoek zal worden belicht. Van gewone mensen die gewoon
sportfanaat zijn, die grote bekendheid hebben in de sportwereld en daar zeer
worden gerespecteerd. Die als het ware het hoogste diploma sociale vaardigheid
hebben gehaald, maar desondanks niet goed genoeg zijn bevonden voor omgang met
hun eigen kind.
Het zou aardig zijn als op meer plaatsen het OZOspandoek te zien zou zijn. Een
stil protest dat tevens een sportbetuiging is. En De Aanhouder Wint, o zo.
Angst essen Seele auf waarom deskundige
interventie bij scheiding niet werkt.
Toen de wettelijke belemmeringen
voor echtscheiding in 1971 werden weggenomen, ging de wetgever van de veronderstelling
uit dat de mensen die gingen scheiden verstandig zouden zijn, en van goede wil.
Maar uit de prompte tsoenami aan scheidingen die volgde, bleek dat men er naast
zat. Er werden probleemgevallen onderkend, waarin de rechterlijke macht het
deskundig geachte advies van de Raad voor de kinderbescherming en zijn specialisten
ging inroepen.
In de meeste van die probleemgevallen werd de omgang ontzegd en zo werd het
maken van problemen een patente manier om wraak te nemen op de andere ouder
en aldus het eigen gelijk te bewijzen. Het inschakelen van externe expertise,
verdiept en uitgebreid met tal van specialismen, bleek ook in bijna 40 jaar
niet in staat om het verhoopte, verstandige en vreedzame scheiden te bewerken
of de praktijk van het scheiden te verbeteren. Wat zit er toch fout?
De meeste mensen hebben wel eens
angstgevoelens gehad. Angst komt in vele gedaanten voor en kan zich richten
op specifieke objecten of wezens. De angst van veel vrouwen voor ratten of spinnen
is daarvan een vermaard voorbeeld. Men kan ook bang zijn voor het onbekende,
of hoogtevrees hebben, of vliegangst. Sommigen breekt het zweet uit in een lift,
anderen juist in de open ruimte. En ook angst voor duisternis komt heel veel
voor. Al deze angsten zijn gebaseerd op één en dezelfde
fundamentele basisangst. Dat is de angst om de contrôle te verliezen. Voor hoogtevrees
of vliegangst is dat meteen duidelijk.
Het sterkste bewijs daarvan echter levert de dagelijkse echtscheidingspraktijk.
Daarin stappen mensen argeloos en te goeder trouw in een nota bene door de Rechtbank
en advocaten gezamenlijk gesteunde procedure met deskundige begeleiding, en
steeds weer maakt zich vrijwel onmiddellijk een ongrijpbare maar zeer reële
angst van de ouders meester. Niet alleen omdat de deskundigen (en de Rechtbank
zelf) hen zo nadrukkelijk tegenover elkaar zetten en tegen elkaar opzetten,
maar vooral omdat de ouders onthutst vaststellen dat hun kinderen zijn overgeleverd
aan de genade van sukkelaars met wie zij in normalen doen nog niet het lidmaatschap
van een voetbalclub zouden delen.
Dit verlies van contrôle en zeggenschap over het dierbaarste dat een mens kan
hebben, heeft ingrijpende gevolgen. Ouders gaan zich noodgedwongen afzetten
tegen de enige die hen van hun angst zou kunnen bevrijden: de andere ouder.
Het einde van het lied is dat de ouders, en zeker ouders die het contact met
hun kinderen verloren, verdoofd en gedesoriënteerd in een volslagen surrealistische
wereld komen te verkeren. Geen goed woord, geen begrip, geen solidariteit biedt
houvast. Communicatie met de oude wereld is niet mogelijk, geen signaal of noodkreet
komt over. Slechts primitieve zorg en stomme angst om de verdwaalde en verlaten
kinderen blijven over.
Als reactie daarop zijn principieel
twee gedragingen mogelijk, namelijk aanvaaroding of verzet. In de scheidingswereld
wordt door rechtspraak en adviseurs een ware terreur uitgeoefend doordat een
extreme keuze tussen deze gedragingen wordt afgedwongen. Slechts het “overlijden”
van een ouder biedt een mogelijkheid om de terreur voor beide ouders te doen
stoppen. Het gevecht op leven en dood eindigt pas met de vrijwillige of gedwongen
aftocht van een ouder – voor de kinderen dan toch. Daardoor is elke interventie
olie op het vuur en de oorzaak van de felle strijd die na de (echt)scheiding
ontstaat.
Ouders en kinderen bezuren deze grove schending van het belang van ouders en
kind door het systeem dat tegelijkertijd vol trots en eigendunk het belang van
het kind bezingt. De nieuwe wetgeving die op stapel staat, draagt veel meer
expliciet het gelijkwaardig ouderschap uit, maar het lijkt erop dat de rechterlijke
macht niet voldoende aan banden is gelegd.
De angst voor de sukkelaars zal voortduren en de keuze blijft: aanvaarden of
verzet. OZO heeft gekozen en de strategie bepaald op fatsoenlijk, hard en rationeel
verzet.
Over Amershofberaad,de Vadertop (m/v) en het Manifest
Op 21 april jl. woonden twee bestuursleden
namens OZO het zogeheten Amershofberaad in Amersfoort bij. Het initiatief voor
deze bijeenkomst kwam van mr. Prinsen, maar Dennis van Scheppingen van Fathers
For Justice en Perry Stuart van stichting De Dwaze Vaders zorgden voor de organisatie
ervan waarbij zij vrijwel alle ouderorganisaties aanschreven.
Eerste doel: een manifest opstellen dat door zo veel mogelijk ouderorganisaties
(en enkele Einzelgänger) zou worden uitgedragen richting Parlement en Kabinet
– dat immers de eerste honderd dagen van zijn termijn juist had gereserveerd
voor een soort volksonderzoek. Groot pleitbezorger – achter de schermen en in
ieder geval jegens OZO – was drs. Peter Tromp van Stichting Kind en Omgangsrecht,
die ook prominent aanwezig was bij onze laatste Dday .
De afgevaardigden van OZO verklaarden zich onmiddellijk bereid tot welke actie
of welk manifest dan ook, op voorwaarde dat mr. Prinsen zou optreden als woordvoerder
namens alle organisaties en als adviseur en eindverantwoordelijke bij de opstelling
van het manifest.
Op eigen titel gebruikte Joep Zander die zich afficheert als pedagoog, kunstenaar
en schrijver en ook nog actief is in de (plaatselijke) SPpolitiek de bijeenkomst
voor het verwerven van steun voor een interne SPmotie. Strekking van deze motie
was om de SP ervan te weerhouden om mevrouw QuikSchuit, die als kinderrechter
nogal wat brokken maakte en bokken schoot tegen het officiële SPstandpunt van
gelijkwaardig ouderschap, voor de SP in de Eerste Kamer zitting te doen nemen.
Namens OZO werd die steun onthouden, maar op persoonlijke titel zette één OZOafgevaardigde
wel zijn handtekening.
Een ander persoonlijk initiatief kwam van Peter Tromp, die steun zocht en kreeg voor zijn al lopende project van een “Vadertop m/v”, waarop onder leiding van een gespreksleider een viertal fora zou discussiëren over het Personen en Familierecht en over “het systeem”. Vanuit deze Vadertop zou dan een eigen manifest aan de Minister worden aangeboden. De samenwerkende groeperingen van het Amershofberaad zegden (ook financiële) steun toe, en in zeer korte werd een behoorlijk succesvolle en redelijk bezochte vadertop belegd, die vanzelf ook was bedoeld voor ozomoeders.
Het bestuur van OZO staat positief
tegenover verdere samenwerking in projecten, maar is huiverig voor verdergaande
organisatorische integratie, omdat het verleden ampel bewijs leverde van de
onmogelijkheid om verschillende karakters op één lijn te krijgen over de objectieve
aanpak van de meest netelige probleemkwestie die er is: de omgang van ouders
met hun kinderen.
De wil en de noodzaak van samenwerking worden weerspiegeld in de internationaal
aanvaarde en omarmde (Engelse) Verklaring van Langeac, die als appendix aan
het Manifest is toegevoegd.
Aan het slot van het Amershofberaad stelde mr Peter Prinsen voor om onze opinie
over het onderhavige wetsvoorstel “Donner” te formuleren. Dit werd alom gesteund.
Een Oproep aan de Tweede Kamer werd gedaan, die geen vruchten afwierp.
Het Manifest vindt U verderop in dit OZOnieuws. Vervolgens brengen we de onverwachte reactie van de politiek op dit alles en tenslotte plaats ons aller Peter Prinsen het geheel in een groter kader.
OzoMottO: zet onze tegenstanders in hun hemd
In waarschijnlijk veel meer dan 95
procent van de gevallen, is aan ozo’s (ouders, grootouders en andere naasten
zonder omgang met “hun” scheidingskinderen) die omgang ten onrechte afgenomen.
In hooguit enkele gevallen per jaar immers, wordt die omgang ontzegd op harde,
onontkoombare, strafrechtelijke gronden. Zonder twijfel zijn ook de situaties
waarin omgang wordt ontzegd op grond van “echte” redenen als bijvoorbeeld het
risico van gevaarlijke, besmettelijke ziekten, zeer gering in aantal.
Zeker 95% van de ontzeggingen zijn dus gebaseerd op subjectieve overwegingen
van deskundigen uit de (grotendeels) zachte wetenschappen als de pedagogie,
de psychologie en zelfs de psychiatrie. Zachte wetenschappen kenmerken zich
door het feit dat zij (nog) geen objectieve toetsing kennen. Geen pedagoog of
psycholoog kan zijn bevindingen bewijzen. Zijn deskundigheid stoelt op claims
en aannames die naar de mode van de dag in de beroepsgroep opgeld doen. In harde
wetenschappen als de natuurkunde convergeren theorieën naar een alles beslissende
eindtheorie: revolutionaire inzichten die alle oude uitgangspunten overboord
zetten, zijn a priori uitgesloten. Een nieuw inzicht wordt pas erkend, als het
de oude inzichten insluit. En als het in experimenten is bevestigd. In de zachte
wetenschappen is dat wel anders.
Juist omdat het in de psychologie bijvoorbeeld zo moeilijk is om concrete voorspellingen
in individuele gevallen te doen, zou men zich daarvan moeten onthouden. Inderdaad
onthoudt men zich daarvan, want bij schadeclaims rookt de eigen schoorsteen
niet. Het gevolg is dat juist weinig trefzekere uitspraken de boventoon voeren:
“Wij weten dat voortdurende en hevige ruzies tussen de ouders meestal slecht
zijn voor het kind”. Maar hoe wij dat weten, blijft een beroepsgeheim en aan
een voorspelling in het voorliggende, concrete geval waagt men zich niet. Helaas
is er ook omgekeerd geen overdaad aan trefzekerheid. “Scheidingskinderen doen
het in alle opzichten slechter in het leven, dan nietscheidingskinderen”. Dat
is net zo waar als het motto: “Roken is dodelijk”. Maar zolang zo’n uitspraak
niet terstond wordt waargemaakt, steekt men er zonder vrees nog eentje op.
Toch zal op den duur de antideskundigenlobby in de scheidingswereld dezelfde
erkenning krijgen als de lobby der nietrokers. Want de bewijzen van schades
door verbreking van ouderkind contacten zullen zich blijven opstapelen, en de
roep om het afleggen van verantwoording door rechters en deskundigen zal dus
ook alleen maar toenemen.
Echtscheidingen ontaarden, doordat de rechtspraak de ouders tegen elkaar opzet
en uitspeelt. De rechters en deskundigen kunnen daarbij hun gelijk ook niet
bewijzen, omdat zij de regels uit de (harde) cybernetica negeren.
In de cybernetica (afgeleid van het Griekse kubernètes = stuurman) is de hoofdrol
weggelegd voor de terugkoppeling van de uitkomsten naar het maken van beleid.
Aangezien in rechtspraak en jeugdzorg geen cent wordt uitgegeven aan het verantwoorden
van het beleid, en ook de gevolgen van dat beleid stelselmatig worden genegeerd,
zijn zowel terugkoppeling als bewijsvoering onmogelijk.
Die zekerheid, en de ervaring dat correct gedrag in terechtzittingen geen enkel
effect heeft (net zomin als onbeschoft gedrag door de verzorgende ouder), maken
het voeren van verzet tegen de loze en voze rechtspraktijk tot een dure plicht.
Dat kan eigenlijk maar op één manier, namelijk door te laten zien hoe het recht
werkt: mit der Wahrheit lügt man am Besten.
OZO is dol op (beschaafd) verzet. Vandaar deze oproep: probeert U alstublieft om (stiekeme) opnames te maken tijdens terechtzittingen. Naar beste vermogen wordt U geholpen bij de uitwerking en anonimisering van deze opnames, waarna de transcripties een plaatsje kunnen krijgen op het Monument van onze website, vergezeld natuurlijk van de bijbehorende officiële papieren stukken. Voor een artistiek verantwoord plaatje van een rechter in zijn of haar hemd, zal dan ook nog wel een plekje te vinden zijn. Valt er eindelijk ook eens wat te lachen met die rechters.
PAS: een uniek vonnis in Spanje
Nee, toch, er kan wel gewoon opgetreden worden tegen PAS, en, indien het de spuigaten uitloopt, zelfs hard! Hier een bericht dat ca 20 juni in de Spaanse krant "Informacion" stond:
Rechter kent vader bewind dochter toe opdat zij door moeder aangeprate afkeer overwint
In een uniek vonnis heeft een rechter in Manresa aan de vader het bewind van zijn dochter gedurende een half jaar toegekend om te pogen haar op die wijze de door de moeder aangeprate afkeer van hem te overwinnen. De moeder had sinds de scheiding in 2004 de vader geweigerd om zijn dochter te zien. Vier jaar lang hield zij dit vol, zodat, ondanks vele verzoeken, aanmaningen enz., de vader al die jaren zijn dochter niet heeft gezien. Niet alleen komt het 8 jarige meisje een half jaar bij haar vader wonen, de rechter bepaalde voorts dat zij gedurende deze periode geen contact mag hebben noch met de moeder noch met dier familieleden. Zelfs daarmee was de zaak niet afgedaan. De rechter bracht voorts de zaak aan bij het Openbaar Ministerie met het verzoek een strafvervolging in te stellen tegen de moeder en de grootouders wegens het consequent weigeren de in 2004 vastgestelde bezoekregeling na te komen.
Met dank aan Harry Meppelder, redacteur van een Nederlands weekblad in Spanje.
SAMEN VERDER BIJ ZORG EN OPVOEDING
MANIFEST VAN DE VADERTOP,
GEHOUDEN TE AMSTERDAM OP DONDERDAG 10 MEI 2007
georganiseerd door het
Vader Kennis Centrum
“DE BOEL BIJ ELKAAR HOUDEN”
“De boel bij elkaar houden!”, zo
luidt het motto van de (op één na) beste burgervader ter wereld.
Het is ook het motto van alle “beste vaders ter wereld”, vaders van kinderen,
gezinsvaders, van alle ouders en grootouders die het beste voorhebben met hun
kinderen en kleinkinderen.
En welk motto herkennen wij
bij die andere vader: Vadertje staat, de Overheid? Helaas, díe vader ziet de
gezinsvader als de man die op zondag het vlees komt snijden. De Overheid maakt
een karikatuur van hem, stelt hem voor als de man die de kantjes er van af loopt.
Als een bijouder. Als de man die zich niet thuis zou voelen in het domein waarin
kinderen worden verzorgd, onderwezen en gevormd. Als de man wiens handen zo
los zitten. Geen wonder dat er een vadervijandig klimaat bestaat, waarin vader
maar beter uit het gezin wordt verwijderd bij de eerste de beste barst in de
gezinsharmonie, of gewoon als moeder van hem af wil.
Mediacampagnes
De Overheid zoekt draagvlak voor rolpatroondoorbrekend gezinsbeleid door middel
van mediacampagnes die zich moraliserend richten op vaders. Maar de instanties
die zich bewegen op het vlak van jeugdzorg, opvoedingsondersteuning en primair
onderwijs vormen tot op zekere hoogte een vrouwenbastion dat zelf model staat
voor het gewraakte rolpatroon. Het feit dat onderwijs zijn aantrekkelijkheid
en effectiviteit voor jongens lijkt te verliezen hangt volgens sommigen samen
met dat bij de instanties zelf bestaande rolpatroon.
Zonder uitzondering gaan de bovenbedoelde mediacampagnes uit van het geschetste
negatieve vaderbeeld. Bijgevolg hebben die tendentieuze campagnes vooral een
“Zie-je-wel-ze-deugen-niet” effect. In plaats van rolpatronen te veranderen
versterken zij vooroordelen waarin – in een brede maatschappelijke reflex die
rolpatronen verstarren. Zelfs wetenschappelijk onderzoek naar kindermishandeling
raakt daardoor bevangen.
Kindermishandeling blijkt vooral een probleem in éénoudergezinnen (meestal
alleenstaande moeders) en stiefgezinnen (meestal moeders met nieuwe partner),
maar met de wegkijkende daderspecificatie “vader en/of moeder” in de vragenlijst
wordt het concrete daderschap buiten het zicht gehouden, wordt een ongemakkelijke
waarheid verborgen.
De vraag of het kind misschien beter aan vader had kunnen worden toevertrouwd
komt niet op. In de heersende optiek wordt zodoende alle “mishandeling” op het
conto van vader geschreven, nog daargelaten dat de definitie van kindermishandeling
zo ver mogelijk is opgerekt om het thema op de politieke agenda te houden.
De term en de cijfers hebben daardoor een hoog demagogisch gehalte. Zulk politiek
correct onderzoek kan niet fungeren als een deugdelijke grondslag voor beleid.
Belang van het Kind? Weg met vader!
Idealen en autonomie van vaders doen er niet meer toe. Hij moet bij (echt)scheiding
categorisch en rigoureus wijken voor het vanuit een aanvechtbare visie gedefinieerde
belang van het kind en het veld ruimen. Verdreven wordt hij, niet meer in staat
om zijn kinderen nog te zien of te verzorgen. Hij màg zijn kinderen ook niet
meer verzorgen en moet zijn salarisstrookje op de tafel van de rechter leggen.
Ziet hij zijn kinderen afglijden naar zinloos geweld of vandalisme, of wil hij
waarschuwen voor gevaren in het gezin van de moeder, dan heet het dat hij de
scheiding niet heeft verwerkt en wordt zijn invloed met een straat en contactverbod
geneutraliseerd. Gaan kinderen met een PASsyndroom zich te buiten aan ongehoorde
verguizing van hun ooit zo geliefde vader dan worden zij in hun normloze houding
en hun misvormde realiteitsbesef bevestigd door de rechter die vanwege de “onhaalbaarheid
van de omgang” moeders wens tot ontzegging beloont. Zó ervaren vaders aan den
lijve de kern van het cynische gezinsbeleid van onze bestuurlijke en familierechterlijke
Overheid, waarin waarden en normen als ideaal zijn opgegeven “in het belang
van het kind”. Het vroegere patriarchale systeem was achterhaald; het hedendaagse
matriarchale systeem, met zijn doorgeschoten accent op slachtofferschap, is
op zijn minst even onevenwichtig.
Symptoombestrijding
Wetten die in de maak zijn en die, aan de buitenkant, gericht lijken op “de
boel bij elkaar houden” (met bemiddeling) – zij ademen intrinsiek deze negatieve
tijdgeest. In het wetsvoorstel Bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige
scheiding, wordt bemiddeling aangewend als symptoombestrijding, terwijl de ziekte
van het systeem zelf niet wordt genezen. In het huidige klimaat biedt bemiddeling
alleen soelaas aan de bemiddelbaren (en bemiddelden!). Het laatste woord blijft
au fond als vanouds het woord van de rechter: “Niet haalbaar”. Familyengineering
met de Overheid aan de knoppen, berustend op maakbaarheidsgeloof. Rechtspsychologie
zou het systeem als zodanig kunnen genezen, maar rechtspsychologie is in het
familierecht terra incognita.
Ouders: een quantité négligeable
Niet alleen in de rechtzaal, ook in het huidige wetgevingsproces (“bevordering
voortgezet ouderschap”!) vormen gescheiden ouders voor de Overheid een quantité
négligeable. Zelfs een hoorzitting werd aan hen niet besteed. De betuttelende
inhoud van het wetsvoorstel wordt gedomineerd door de lobby van instanties die,
zich beroepend op het belang van het kind, de ouders tegen elkaar uitspelen.
Instanties die ouders in een ijzeren greep hebben en bij het geringste vermoeden
hun levens ontwrichten, maar die het publiek wijs maken dat de jeugdbeschermers
wettelijk machteloos staan tegen die te centraal staande ouders en dat dàt de
reden is waarom al die ongelukken gebeuren. En dat zij dáárom nòg meer geld
nodig hebben…
Vaders en moeders
De boel bij elkaar houden wie daarin slaagt levert al een prestatie van formaat.
Het is dáárom zo’n kernachtig motto omdat het de spanning laat voelen tussen
idealen, beperkingen en gebreken. Vaders en moeders, beide zijn er mee behept,
met idealen èn gebreken. Beide zijn mens, de een niet beter dan de ander, maar
ook niet slechter. Ze zijn niet gelijk. Maar wèl gelijkwaardig, vraag dàt maar
aan de kinderen!
De boel bij elkaar houden:
… impliceert voortdurende alertheid op ingeslopen vooroordelen,
… stelt de vrede tussen conflicterende groepen of individuen vóór alles,
… moraliseert niet maar respecteert de autonomie van betrokkenen,
… verhult zich niet in holle frasen,
… kiest voor de kracht van autonomie in plaats van voor heteronome maakbaarheid
en betutteling,
… stelt ruime, maar harde grenzen waar niet mee te spotten valt, noch door vaders,
noch door moeders,
… zwicht niet voor chantage van de dwarsligger,
… is wars van politieke correctheid.
Oproep van de ouders aan de politiek
Vaders, maar ook moeders
die het lot van de meeste gescheiden vaders delen, hebben hun vertrouwen in
Kinderbescherming, Jeugdzorg en Rechtspraak verloren. Zij doen een klemmend
beroep op Regering en Parlement.
Op donderdag 10 mei 2007 hebben deze ouders ervan getuigd hoe hun gezin nodeloos
ver uiteengedreven is door de bemoeienis van de bestuurlijke en rechterlijke
overheden. Uiteengedreven als gevolg van beleid en wetgeving die met het cynische
dogma “Ouders doen er niet toe, Belang van het Kind vóór alles” dátgene veroorzaakt
wat zij vóóronderstelt: tweedracht, onverzoenlijkheid, machtstrijd, tegen welke
bedreigingen hun kinderen beschermd heten te moeten worden. Deze ouders hebben
hun gezin, het domein waarbinnen waarden en normen op de nieuwe generatie overgedragen
plegen te worden, zien verkeren in een plaats van teloorgang van waarden en
normen als gevolg van rechterlijke bemoeienis op basis van verstarde dogmatiek
die ouders tegen elkaar uitspeelt en vaders verdrijft uit het leven van hun
kinderen. Deze ouders onderschrijven de beginselen die door oudergroeperingen
over de hele wereld zijn neergelegd in de Internationale Verklaring van Langeac.
Deze ouders roepen de Minister voor Jeugd en Gezin op om, met gevoel voor rechtgeaard
vaderschap, zijn inspiratie te zoeken in het vaderlijke adagium:
De boel bij elkaar houden.
1. Stop de imagobescha diging van
vaders. Stop de heksenjacht op ouders.
2. Ouderschap, de we derzijdse band tussen kind en ouder, is ius ante legem,
recht dat aan wetten vooraf gaat. Respect voor de integriteit van het ouderschap
moet weer doorklinken, zowel in de Jeugdzorg als in het scheidingsrecht.
3. Veranker gelijkwaardigheid, autonomie, rechtsze kerheid en rechtsgelijkheid
van en voor beide ouders jegens elkaar in de wet door harde waarborgen.
4. Waarborg serieuze rechtsbescherming tegen de Overheid en tegen de organen
belast met de uitvoering van overheidsbeleid.
5. Erkenning dient tweezijdig te zijn: de biologische vader die zijn kind erkent
moet van rechtswege worden erkend als gezagsouder.
6. Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling
van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.
7. Vader gaat vóór uithuisplaatsing (UHP) of ondertoezichtstelling (OTS).
8. Roep de vadervijandige Raden voor de Kinderbescherming tot de orde.
9. Inperking van de macht van Jeugdzorg, beperk het budget van Jeugdzorg.
10. Géén centrale registratie van “verdachte” ouders.
11. Geen meldplicht van verdenking van kindermishandeling. Het leidt tot een
heksenjacht die het systeem verstopt, die onverzadigbaar is, waarin de echte
noodgevallen onopgemerkt blijven en die tot de schijnremedie van meer van hetzelfde
leiden.
12. Handhaaf het medisch beroepsgeheim. Ouders moeten zonder vrees voor vervolging
of inmenging medische hulp voor hun kind kunnen inroepen.
13. Hervorming scheidingsrecht:
-Het belang van het kind schiet
zijn doel voorbij. Stel vrede tussen de ouders centraal.
-Echtscheiding moet een ordemaatregel zijn op basis van agendakwesties. Niet
een inquisitoire kinderbeschermingsmaatregel.
- Elimineer de Raad voor de Kinderbescherming uit het scheidingsrecht.
- Waarborg het ouderkindcontact vanaf dag 1 van de scheiding.
- Geheime processen corrumperen het Recht. De Rechtsstaat verdraagt geen geheime
processen, ook niet in het familierecht. Gelijkwaardigheid: Géén hoofdverblijf
maar gelijk verdeeld coouderschap als uitgangspunt, grote terughoudendheid bij
afwijking en alleen op zakelijke gronden. Gezamenlijk gezag moet méér zijn dan
een cosmetische formaliteit. Wie om privéredenen wil afwijken van een ouderschapsplan
(bijvoorbeeld bij verhuizing) draagt zelf de consequenties. Wie zegt dat samenwerking
met de andere ouder onmogelijk is kan niet de ander doen ontzetten uit, maar
slechts zichzelf laten ontheffen van het ouderschap. Rechtszekerheid: onttrekking
van het kind aan het door de rechter vastgestelde zorgplan moet worden voorkomen
en zonodig bestreden met de bestaande middelen die nu bij voorlopige voorzieningen
van rechtswege paraat (= zonder aparte rechterlijke tussenkomst) beschikbaar
zijn: sterke arm resp. opsporings en dwangmiddelen van strafvordering. Die middelen
hebben hun doelmatigheid (preventieve werking) bewezen. Rechtsgelijkheid vereist
dat de dreigende of feitelijke toepassing van die middelen even stringent tegen
vaders als tegen moeders is gericht. Publiekscampagne over het oudervervreemdingssyndroom
(Parental Aliemation Syndrome, PAS). Géén bijzonder curator in het echtscheidingsrecht.
Géén terugcodificatie van contraire jurisprudentie (“hoofdverblijf” in de plaats
van de afgeschafte éénoudervoogdij, “klem of verloren”jurisprudentie in plaats
van haalbaarheidsverbod). Stop het wetsontwerp 30.145. Faciliteer hereniging
van verloren ouders en kinderen door middel van een internettrefpunt.
Is getekend in alfabetische volgorde,
4 juni 2007:
Stichting Dwaze Vaders (DV), Leo Bevaert;
Fathers 4 Justice (F4J): Andrew Work, internationaal coördinator, Marijke de
Both, coördinator Purple Hearts, Dennis Grippeling, regiocoördinator NederlandMidden;
Stichting Kind en Omgangsrecht (KO): drs Pieter A.N. Tromp, voorzitter, Ing
Paul Bastianen, bestuurslid, Melchior Tijssen
Stichting Kinderen Ouders – Grootouders (KOG): drs Truus P. Barendse, bestuurslid
Stichting Ouders Zonder Omgang (OZO): A. Ross, medevoorzitter, dr Th.M. Nieuwenhuizen,
medevoorzitter, drs R. IJ. Bijl, bestuurslid;
Ouderverstoting.nl: Ing. Erik C. van der Waal, Interim Manager;
Joep Zander, pedagoog en schrijver
Stichting Sheherazade: Amina El Boukamiri;
Wouter Hanhart, arts; Wim Orbons, gezondheidseconoom;
Mr Ir Peter J.A. Prinsen, oudadvocaat (eindredactie manifest).
Voor de bijlagen, zie de OZO website of http://vadertop.blogspot.com/
Breaking News: Uitgangspunt van Gelijkwaardig Ouderschap aangenomen in de Tweede Kamer
De politiek heeft het Manifest naast zich neer gelegd. In het algemeen overleg werd er geen enkele maal aan gerefereerd: De politiek staat nog steeds met de rug naar ouders.
Des te verrassender was het dat,
op initiatief van de SP (afdeling Deventer, kamerlid de Wit) een amendement
aangenomen werd met de volgende inhoud:
Aan artikel 247 wordt toegevoegd:
3. Het ouderlijk gezag omvat mede de verplichting van de ouder om de ontwikkeling
van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.
4. Een kind over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, behoudt na
ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel
en bed, na het beëindigen van het geregistreerd partnerschap, of na het beëindigen
van de samenleving indien een aantekening als bedoeld in artikel 252, eerste
lid, is geplaatst, recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door
beide ouders.
Aangenomen met steun
door: SP, GroenLinks, D66, PvdD, SGP, CDA en de PVV. De VVD heeft in de plenaire
vergadering van 20 juni 2007 laten weten geacht te willen worden vóór dit amendement
te hebben gestemd.
Een rechtspolitieke wapenwedloop.
Vaderdagtoespraak door Peter Prinsen, Deventer, 17 juni 2007.
Vijf dagen geleden, op dinsdag 12 juni 2007 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel
“Bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding” (wetsvoorstel 30
145) aangenomen. Het was ingediend door Donner, destijds minister van Justitie.
Vandaag, vaderdag 2007, de vraag: Moeten we juichen? Of moeten we de mouwen
opstropen?
Bevordering voortgezet ouderschap – bij dit wetsontwerp past een citaat van niemand minder dan William Shakespeare. Ik citeer uit Hamlet: " Words, words, words ".
Vanwaar mijn cynisme?
Ik ben cynisch omdat onze wetgever er al decennia lang blijk van geeft niet
te beseffen dat hij in een rechtspolitieke wapenwedloop is verwikkeld met de
rechterlijke macht. Laten wij eens teruggaan naar 1990, het jaar waarin Hoefnagels
in de Eerste Kamer, in zijn stemverklaring voor het wetsontwerp omgangsrecht,
de legendarische woorden sprak: “Deze wet moet een einde maken aan de ongeschreven
misdaad van de twintigste eeuw”. Het Staatsblad is gekomen, de eeuw is verstreken.
Maar veranderd is er niets.
Er zijn alleen maar méér protestgroepen van vaders bijgekomen (met soms moeders
in hun gelederen). Op 13 december 1991, ruim een jaar na het van kracht worden
van het omgangsrecht, infiltreerden ouders massaal een "studiedag"
van de Vereniging voor Familie
en Jeugdrecht op de VU in Amsterdam. Daar hoorden de ouders met eigen oren een
kinderrechter, zich entre nous veronderstellend, badineren: “Wat heeft een
vader aan een omgangsregeling? Hij kan hem inlijsten en boven zijn bed hangen!”
Een andere kinderrechter: “De wet verbiedt ons de omgang te “ontzeggen” als
er geen ontzeggingsgronden zijn, maar nergens staat dat we het verzoek van vaders
niet gewoon mogen “afwijzen” als we omgang niet in het belang van het kind vinden”.
Belang van het Kind: De toverformule
waarmee elke vooruitgang wordt weggeïnterpreteerd, elke stap voorwaarts van
de wetgever door de rechtspraak wordt geneutraliseerd. Wie was dat ook weer,
die kinderrechter die het had over “inlijsten en boven je bed hangen”? Het was
die Utrechtse kinderrechter die nu, een week of twee geleden, in de Senaat heeft
plaatsgenomen voor de partij waarmee zij geacht wordt uit volle borst het "strijdlied"mee
te zingen:
“De Staat verdrukt, de wet is logen, recht is ijdel woord”.
Het kan raar lopen – die partij, de SP, is uitgerekend de partij die zich in het kader van het nu door de Tweede Kamer aangenomen wetsontwerp bij monde van verschillende kamerleden in het parlement, in het partijprogramma en in de media sterk heeft gemaakt voor de integriteit, de onaantastbaarheid, van het ouderschap. Daarover aanstonds meer. Maar nu weer even terug naar de 90er jaren.
Het werd 1995. Voor de wet bestaat er omgangsrecht, voor de rechters allerminst. In 1995 ratificeert Nederland het VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind , met in artikel 18:
“De Staten verzekeren erkenning van het beginsel dat beide ouders de gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor de opvoeding en de ontwikkeling van hun kind”.
Daaraan gevolg gevend heeft de wetgever in 1998 de éénoudervoogdij afgeschaft voortaan behielden beide ouders bij scheiding het ouderlijk gezag.
Dat was overigens al sinds 1984 in de rechtspraak van de Hoge Raad bij wijze van gunst toegestaan, maar dan alleen aan ouders die, wijzer dan de wet, na scheiding zèlf besloten tot coouderschap. Maar dat de wetgever dit tot algemene wettelijke regel verhief dàt ging de Hoge Raad te ver. Onze Hoge Raad geeft alléén een oplossing aan ouders die géén probleem hebben. Rechtszekerheid? Dat problemen juist het gevolg zijn van het ontbreken van rechtszekerheid wordt door de Hoge Raad blijkbaar niet beseft. Rechtspsychologie? “Terra incognita.” Het vredestichtend effect van rechtszekerheid betreffende de integriteit van het ouderschap – geen enkele overweging waard.
Om die te progressieve wet op het gezamenlijk gezag na scheiding te neutraliseren wees de Hoge Raad in 1999 de dwarse ouder de weg: De rechter kan het verzoek van een der ouders om hem of haar met het éénhoofdig gezag te belasten toewijzen als het kind “klem of verloren raakt tussen de ouders” en er “geen uitzicht” is op verbetering van de situatie. (HR 10 september 1999). Dus: om de andere ouder het gezag te ontnemen – stel je zó onverzoenlijk op dat de kinderen “klem of verloren raken”, zo begrijpt de dwarse ouder.
Rechtspsychologie: “Terra incognita.”
De rechterlijk trukendoos was nog niet leeg, het rechtspsychologisch besef nog niet doorgebroken. Uit hun hoge hoed toverden de rechters als standaard bij scheiding de nietwettelijke term “Hoofdverblijf” (HR 15 dec. 2000). Daarmee werd in wezen de afgeschafte oudervoogdconstructie, in een nieuw jasje vermomd, heringevoerd: Één ouder wordt door de rechter benoemd tot hoofdouder (krijgt het hoofdverblijf van de kinderen), de ander blijft achter als bijouder met lege handen en – niet te vergeten – met lege portemonnee…
“De wet is logen. Recht is ijdel woord…”
En dan nu 2007. Wet bevordering voortgezet ouderschap aangenomen door de Tweede Kamer. Nòg meer beslissingsruimte voor de rechters die categorisch iedere nieuwe ontwikkeling in het familierecht plegen uit te hollen, en die het forum creëren voor de echtscheidingsconflicten. Conflicten die er niet geweest zouden zijn als de wet zich beperkte tot een ordemaatregel in plaats van de rechter te zien als inquisiteur, als totalitaire (belang van het kind) regelaar van het familieleven van gescheiden mensen. Rechters die aan de gevolgen van hun wetondermijning de legitimatie ontlenen van hun wetondermijning. Het wetsontwerp jaagt nog altijd ouders als gladiatoren de arena in om te strijden over het belang van het kind, waar zij, vóór zij het in de gaten hebben, verwikkeld raken in een strijd om de alleenheerschappij over hun kind. Een wet derhalve die hun kind van oogappel tot twistappel maakt. Dat alles onder het moraliserende oog van de rechters, die er, net als de decadente keizers van weleer, in slagen het slechtste in plaats van het beste in de mens naar boven te halen.
Met dit wetsontwerp heeft toenmalig Justitieminister Donner in zijn argeloosheid de in 1998 afgeschafte éénoudervoogdij teruggecodificeert onder de vlag van “hoofdverblijfplaats van de kinderen”, met de impliciete alleenheerschappij die de hoofdouder daarmee toevalt, inclusief de macht om de omgang met de andere ouder te blokkeren. En ook de rechtspsychologische enormiteit van het belonen van onverzoenlijkheid is gecodificeerd.
Twistappel
Aan het bruiloftsmaal van koning Peleus zaten vele machtigen der aarde, elk
met zijn gemalin. Zelfs alle goden waren genodigd, behalve een: Eris, de godin
van de tweedracht. Uit angst voor tweedracht had men haar niet uitgenodigd.
Had men zich nu maar niet door angst laten leiden! Want nu, om zich te wreken,
had zij een sluwe list bedacht. Zij wierp, ongenodigd en met geveinsde beminnelijkheid,
een gouden appel op de feesttafel met daarop de opdracht: "Voor de schoonste".
En ja hoor, er ontstond een twist, die door allerlei verwikkelingen vele jaren
later uitmondde in de Trojaanse oorlog.
Moeder: “equities darling”.
Als deze wet wordt aangenomen door de Eerste Kamer – wat God verhoede – dan moet één ding duidelijk zijn:
“Een kind over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, behoudt na scheiding of beëindiging van de samenwoning recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders.” (Amendement De Wit, SP)
Om nog even bij Shakespeare te blijven: “What hast thou then more than thou hadst before?” (Sonnet 40). We hádden toch al gezamenlijk gezag sinds 1998? Gezag hebben en niet standaard je kind mogen verzorgen, wie heeft dat ooit in zijn bolle hoofd gehaald? Het is de verdienste van de afdeling Deventer van de SP, van de SP als partij en van kamerlid Jan de Wit, die met dit amendement ondubbelzinnig de integriteit van het ouderschap in de bolle hoofden van de rechters hebben ingeprent. Terug
OzoMottO: Zet onze tegenstanders in hun hemd
OZO-nieuws is een uitgave van Stichting
Ouders Zonder Omgang
Verschijning : 4x per jaar
Oplage : 200 Aantal donateurs : 190
Stichting Ouders Zonder Omgang
Postbus 198, 6600 AD Wijchen
Tel. : Ma- t/m vr-avond 024 - 3970095
Fax : 024 - 3970094
E-mail : info@stozo.nl
Internet: www.stozo.nl
Bank : 66.55.48.923 ING Almere
K.v.K : 34.16.61.58 Amsterdam
jaargang 6, Nummer 2, juni 2007
Bijlagen bij lezing Peter Prinsen
J. Cohen, Cleveringalezing 2002
Op 5 december 2007 werd Job Cohen in de World Mayor Award internetverkiezing
uitgeroepen tot de nummer 2 op de lijst van de beste burgemeesters ter wereld.
“Pappa’s houden meer van je dan wie ook”. Brieven van kinderen. Lannoo, Tielt
en Amsterdam 1980
Campagne 2002 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Mannen worden
en beter van, en vrouwen ook. Publiekscampagne 2007 Ministerie van V.W.S.
“Nu is het genoeg”.
Postbus 51: “Hoe vraag ik een echtscheiding aan”
Zie bijl.: René Diekstra, Belangrijke vaders, Staatscourant 31 oktober 2006
Van IJzendoorn c.s., Kindermishandeling in Nederland anno 2005, Leiden Attachment
Research Program, WODC 2007
LamersWinkelman c.s., VU, Scholieren over mishandeling, januari 2007, Vragenlijst
Zie bijl.: Wim Orbons, Mannen agressief? Kijk ook eens naar vrouwen. NRC Handelsblad
14 april 2006 Wetsontwerp bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige
scheiding, Kamerstuk 30 145
Zie bijl.: Peter Prinsen. Naar een rechtspsychologische grondslag voor het
scheidingsrecht
Bas Heijne, Waar komt dat onuitroeibare geloof in de vrouw als beter mens
toch vandaan? Het is net zo idioot als het geloof in de vrouw als minderwaardig
wezen. NRC Handelsblad 4 december 2004
Zie bijl.: Oproep aan de Tweede Kamer, Amersfoort, 21 april 2007
Zie bijl.: Internationale Verklaring van Langeac