OZOnieuws, jaargang 6, Nummer
1, maart 2007
D-day 2006 revisited
Een als zeer welkom beschouwde gast voor onze laatste D-day afsloeg, is wetenschapsjournalist
Theo Richel. Hij is een ingewijde in de wereld van ozo’s en heeft daar ook over
geschreven en gesproken, op radio en tv. Maar hij bedankte voor de uitnodiging
en de manier waarop hij dat deed verduidelijkt tegelijk waarom hij zo welkom
was (en blijft), hoe desastreus een breuk tussen ouder en kind is voor het zijn
en functioneren van ouders, èn hoe nodig het is dat bewegingen als OZO met onvoorwaardelijk,
zelfloos optimisme blijven ijveren voor verbetering van de wereld. Theo Richel
gaf toestemming voor gebruik van de tekst van zijn afmelding. Hij schreef op
9 september 2006:
“Bedankt voor je uitnodiging maar ik zal er niet bij zijn. Ik weet dat je het heel vriendelijk bedoelt en de zaak van omgang en gescheiden vaders is me nog steeds dierbaar, maar ik doe er niets meer aan omdat ik nogal ben afgeknapt op dat wereldje. Er lukt gewoon niets en dat komt weliswaar ook omdat politiek en media het onderwerp links laten liggen, maar de reden dat die dat doen is omdat er nog immer geen beweging van betekenis is. En dat is weer het gevolg van het feit dat de meeste vaders in deze omstandigheden niet verder komen dan hun eigen sores. Heel begrijpelijk, maar niettemin: met die mensen valt niets te beginnen, helemaal niets. In de clubjes waarin ik zat hebben we geprobeerd om acceptgiro’s gedrukt te krijgen… het is niet gelukt. Het is maar een simpel voorbeeld. Zo zijn er meer voorbeelden. Er moeten heel veel vaders zijn in dit land die omgangsproblemen hebben en die nette mensen met een goed verhaal daarover zouden willen aanhoren en uiteindelijk een acceptgiro zouden willen ondertekenen, maar die vaders blijven onzichtbaar omdat ze zich generen, en als ze dan geconfronteerd worden met een huilebalk die geen perspectief kan bieden maar alleen wil klagen over zichzelf, dan rennen ze weg. Terecht, met dat volk wil je niet geassocieerd worden.. Heel veel van die vaders zijn ook oer-cliënten, van iedere zelfstandigheid ontdaan. De ultieme junk van de verzorgingsstaat. Alles wat hen is overkomen is de schuld van de staat en moet opgelost worden door de staat. SP-volk kortom: ze kankeren permanent op die staat, maar weigeren om zich te verdiepen in het onderwerp en zijn kortom vooral een blok aan het been. Ik heb getracht mijn bijdrage te leveren. Dat heeft me een paar centen opgeleverd (hetgeen een aantal mensen in woede deed ontsteken) maar in balans gewoon heel veel geld gekost. Ik heb geen uitkering of baan, ik ben free lance journalist, dus ik moet op dat soort dingen letten. Ik heb gemerkt dat mijn positie bij me-nigeen haat en afgunst opwekte en dat de dingen die ik ontdekte (gescheiden vaders plegen meer zelfmoord bijvoorbeeld) niet de geringste impact hadden bij de vaders zelf. Het had dus geen enkele zin wat ik deed. Nou dan niet. Tegenwoordig focus ik me geheel op de milieugekte die dit land in zijn greep heeft ( zie www.groenerekenkamer.nl ), dat is veel leuker en het levert ook nog wat op.
Een belangrijk punt is voorts dat ik vind dat dit probleem alleen maar deels opgelost kan worden door de scheidingsgolf omlaag te brengen. Daar begint de narigheid. Als je kinderen hebt moet je scheiding met alle macht voorkomen. Voor de kinderen bij elkaar blijven? Zeker wel! Maar daar hoor ik nauwelijks iemand over. Na een scheiding wil men allerlei rechten ( ik heb het niet alleen over vaders, vooral moeders denken dat ze een huwelijk kunnen opbreken en vervolgens hun hand bij de bijstand kunnen gaan ophouden). Ik geloof niet in rechten, maar belangrijker is nog dat scheidingen vooral worden ingezet door vrouwen om de simpele reden dat ze de kinderen voor zichzelf willen hebben. Als omgangsfrustratie in het strafrecht wordt opgenomen zullen ze dat ongetwijfeld minder gaan doen, maar dan is ook weer een barrière weggevallen voor vaders om ‘m te smeren. Netto denk ik dat kinderen daar niet beter van worden, want ook een ‘succesvolle’ scheiding is voor de meeste kinderen nog een ramp.
Ik denk dat een mooie oplossing zou zijn: schaf de bijstand af: dwing die moeders om terug te gaan naar die vader. Laat de mensen lokaal, buren en familie de narigheid maar opvangen, die kunnen sociale druk uitoefenen op moeders en of vaders die hun eigen welzijn stellen boven het welzijn van de kinderen, en tegen die moeder of vader zeggen: je legt het maar bij. Dus: weg met de bijstand en weg met de schuldloze scheiding ( je mag best scheiden, maar je zal de persoon die niet wil scheiden compleet schadeloos moeten stellen. Je bent niet schuldig aan een scheiding, maar als je scheidt is er nog wel een schuld te voldoen). Als je dat de moeite lijkt mag je deze brief op je bijeenkomst gebruiken.
Prettige dag gewenst, Theo Richel’’
Reactie op reactie
In de vorige OZO-nieuws gaf mr. Chr. E. A. Heezemans een reactie op het OzoMottO:
Omzeil Problemen, Zoek Oplossingen. Daarin stelt hij de vraag centraal: hoe
het belang van het kind het beste te dienen. En hij merkte op dat dit een ander
uitgangspunt is dan: hoe het belang van de niet verzorgende ouder te dienen.
Vervolgens betoogt mr. Heezemans hoe in post-echtscheidingssituaties in de heersende
cultuur door beschaafd en bekwaam optreden nare ontwikkelingen kunnen worden
gedempt en voorkomen. Dat betoog stoelt niet op valse voorspiegelingen: mr.
Heezemans heeft zijn bekwaamheid en zijn nobele motivering ruimschoots bewezen.
Maar daar ging het niet om. Er is sprake van een vergissing die is ingegeven
door de alledaagse werkelijkheid waarin “het dienen van het belang van het
kind” tegenover “het dienen van het belang van de niet verzorgende ouder” wordt
gesteld. Die vergissing berust op een denkfout, die ook – in minstens één situatie
– door het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch werd gemaakt toen dat stelde dat de
kosten van de omgang in het belang van de vader niet deels aan moeder mochten
worden toegerekend. Daarmee trok het Hof belangen uit elkaar, die elkaar van
nature juist (dienen te) versterken en overlappen.
Het zijn niet de verzorgende ouder, de andere ouder of het kind die een oorlogssituatie scheppen of willen, maar blijkbaar zijn het de rechtspraak en de jurisprudentie – en de samenleving – die dat doen. Dàt werd een beschavingscrisis genoemd. Juist omdat bij uitstek de als deskundig te beschouwen rechter zich aan de wet moet houden en deze de strijd blijkt te doen ontbranden, moet de conclusie luiden dat het aan ouders opdringen van oorlog na echtscheiding op een wettelijke verplichting of bedoeling berust. Daar is geen ontkomen aan, dat mag en moet vervolgens een beschavingscrisis worden genoemd. Nu de rechterlijke macht niet in staat is gebleken om contra-productieve wetgeving door jurisprudentie te corrigeren, is het des te meer aan de wetgever om te voorkomen dat op grond van de wet ongewenste – onbeschaafde – ontwikkelingen kunnen ontstaan.
Waar de oude Romeinen nog verzuchtten: de wet is hard maar wet is wet, daar moeten wij janken: de wet is los zand, waarop moeten wij nu bouwen?
Over het leed der wereld
Wie het nieuws volgt krijgt eindeloze ellende over zich heen: verkeersongevallen met dodelijke afloop, aardbevingen in Pakistan, towering inferno’s, tsoenami’s, hevig winterweer en oorlogen die met nooit gestilde honger hun tol eisen. In eindeloze colonnes trekken de slachtoffers op de maat van dodenmarsen voorbij. Beelden die dagelijks worden gepresenteerd, als bewijs voor eindeloos leed. Maar slechts wie daadwerkelijk een naaste verloor, kan zich een voorstelling maken van de omvang van het leed dat de wereld dagelijks te verstouwen krijgt.
Alleen al in Nederland sterven er
jaarlijks ongeveer 140.000 mensen. Gemiddeld ongeveer 400 per dag. Elke dag
komen er dus 400 families en kennisenkringen bij, waarin de overledene gedurende
een zekere tijd wordt betreurd en gemist. Weliswaar noteerde Homerus al dat
rouwenden vooral hun eigen lot bewenen, maar die wetenschap levert de nabestaanden
nauwelijks troost op.
Als om elke overledene 20 mensen staan, en bij hen na een week ongeveer gewenning
optreedt, dan zijn er permanent 400 x 7 x 20 = 56.000 mensen die aan het rouwen
zijn. De wereldbevolking telt ruim 5 miljard mensen die gemiddeld naar schatting
zo’n 50 jaar leven. Om dit aantal stabiel te houden, zal jaarlijks dus één vijftigste
van de bevolking moeten overlijden. Dat zijn per jaar wereldwijd ruim 100 miljoen
doden, ofwel zestien holocausts (!), ofwel grofweg drie Tweede Wereldoorlogen.
Elk jaar weer. En elke dag 300.000 doden. Wie zich dat realiseert, wordt vanzelf
wat behoedzamer in het tonen, uiten en uitventen van zijn verdriet: de grote
wereld heeft geen boodschap aan persoonlijk leed omdat die grote wereld wel
wat anders (en meer) aan haar hoofd heeft.
Er is slechts één situatie die door
deze onvermijdelijke publieke ongevoeligheid heen breekt en dat is het verlies
van een kind. Dat wordt in elke cultuur en samenleving gezien als het ergste
wat een mens kan overkomen. Daaraan raakt men niet gewend, dat blijft onmogelijk
te accepteren, dat heeft de evolutie er bij ons hard ingehamerd.
Een bewijs van deze voldongenheid leverde het betoog van een moeder, die begin
maart 2007 bij Pauw en Witteman klaagde over de “ontvoering” van haar dochter
door de (Italiaanse) vader aan wie het kind door de rechter was toegewezen.
De kritiekloze ontvangst van moeders stelling: ”Het ergste wat een mens kan
overkomen is het afpakken van een kind”, bewees behalve de onweerlegbaarheid
van die stelling, vooral het taboe op genuanceerd denken over deze jammerklacht,
bewees dat zelfs genuanceerd denken over sommige “pijnlijke” onderwerpen als
politiek incorrect wordt vermeden.
Want dat de vader het óók erg vond dat het kind, tegen de uitspraak van de
echter in nog wel, van hem werd weggehouden dat kwam zelfs bij Neerlands’ vermeende
journalistieke top-duo niet op.
Dat zij zouden veronderstellen dat dit leed slechts of vooral moeders treft,
is onwaarschijnlijk. Eerder is het zo dat zij wijken voor de dwang van politiek
correct denken. En dat levert aldus een vorm van discriminatie op, die voor
het Recht en bij voorbeeld de Nederlandse Emancipatieraad absoluut onacceptabel
zou moeten zijn. Tenminste, in theorie. Want dit praktijkvoorbeeld bewijst
dat wie zijn hoop op publiciteit en media-aandacht vestigt, op het verkeerde
paard wedt. Of erger: dat het Personen- en Familierecht zich in een Middeleeuwse,
primitieve duisternis bevindt waarin met smart naar een Verlichting wordt uitgezien.
Het verlies van een kind levert voor een ouder een geestelijke belasting die
makkelijk 10 jaar aansleept. Daarmee wordt ook de omgeving van die ouder geïnfecteerd.
In Nederland raken zo’n 10.000 kinderen per jaar een ouder kwijt – schattingen
variëren van 8000 tot zelfs 30.000. Elk jaar komen er dus minstens 5000 ouders
en ouderomgevingen bij, die tien jaar ontwrichting tegemoet kunnen zien – en
dat kunnen er dus ook nog zo’n 15.000 zijn. Voor de meeste kinderen zijn de
gevolgen ernstiger en blijvender. Een klein deel van hen valt in de handen van
Jeugdzorg, dat haar goedbetalende cliëntjes voor 80 – 90 % uit éénoudergezinnen
recruteert.
De kinderen, en dus de ouders, zijn daar echter niet mee geholpen: bij Jeugdzorg
weet niemand hoe vaak er sprake was van omgang tussen de kinderen en de andere
ouder bij het begin van de tussenkomst, of aan het einde ervan: omgang is voor
Jeugdzorg geen kwestie die het belang van het kind raakt; Jeugdzorg kent en
maakt per definitie alleen maar stiefkinderen.
Maar iets anders kan ook niet worden verwacht: gezinsvoogden zorgen er alleen
maar voor dat de verzorgende ouder het hun niet te lastig maakt. Dus om zelf
uit de wind te blijven, helpen zij die ouder tegen de andere ouder, die immers
bij de rechter toch niets in de melk te brokken heeft.
In 1999 consulteerde de overheid
alle ouderbewegingen in verband met wijzigingen in de organisatie en de opzet
van de Jeugdzorg. Tijdens een bijeenkomst in Utrecht, die o.a. ook werd bijgewoond
door hoogleraar Personen- en Familierecht Paul Vlaardingerbroek en pedagoog
prof. Jo Hermans, werd vanuit de ouderorganisaties gepleit voor het maken en
bijhouden van statistieken om daardoor enige terugkoppeling en controle mogelijk
te maken. Maar kennelijk was dat een vreeswekkend vooruitzicht, want het onderwerp
waarover toen werd gesproken, de “ontschotting” van de Jeugdzorg (je moet er
maar op komen!), prijkt ook nu nog prominent op de agenda’s , terwijl ook
nu nog geen mens weet wat de invloed van Jeugdzorg is op zoiets als omgang:
men houdt geen enkele statistiek bij. Omdat de overheid weigert het opstellen
en bijhouden daarvan – door Rechtbanken, Bureaus Jeugdzorg, Raad voor de Kinderbescherming,
etc.- verplicht te stellen, berusten haar maatregelen op het drijfzand van
duistere (zelf)begoocheling. Daar komt veel echt, vermijdbaar leed vandaan.
“Das ist eben das Böse der bösen Tat, dass es nur Böses gebärdet”. Quod erat
demonstrandum.
OzoMottO: Samen Werken Samen Leven - Oranje Boven
Het nieuwe kabinet is er. Het Christen
Democratisch Appèl, de Partij van de Arbeid en Christen Unie hebben zich geschaard
achter het wat oubollig klinkend maar daarom nog niet minder belangrijk motto:
Samen Leven Samen Werken. Kennelijk zijn de dames en heren het erover eens
dat Het Leven eerst komt, en dan pas Het Werken. Daar zal geen ozo zich tegen
verzetten. Want Werk en welzijn kan ozo’s worden gestolen, zolang zij maar het
leven met hun kinderen normaal kunnen voortzetten. Juist een echtscheiding
levert een bijna perfecte existentiële crisis die meteen duidelijk maakt waar
het in het leven wèl om gaat – leven in sociaal verband en gezondheid met vooral
kinderen en eigen volk – en waar het niet om gaat – geld, succes, de waan van
de dag.
Samen leven is wat de samenleving
bijeenhoudt. Een coherente samenleving is een noodzakelijke voorwaarde voor
zowat alles wat de mens onderscheidt van dieren en levenloze natuur: cultuur,
kunst (architectuur, literatuur, muziek, schilderkunst..) en wetenschappen.
Niet in de jacht op voedsel of nageslacht zijn mensen bijzonder, maar in het
streven naar een vooral morele esthetiek. Dat kan verwarrende situaties opleveren.
Beroemd is het vraagstuk van de kampbewaker die (ook) muziekliefhebber en –beoefenaar
was, en die Schubert speelde. De vraag was of deze Unmensch wel in staat was
mooie muziek te maken. Het griezelige antwoord op die vraag luidt: ja dat was
hij.
Het griezelige schuilt hierin, dat moralisme de mens ervan weerhoudt om abstracte
kunstuitingen zonder vooroordeel te beoordelen. Het moralisme claimt als het
ware het laatste woord, ook op de vele gebieden waar het geen autoriteit heeft.
Het kan bijna niet anders of de moralistische aard van de mens heeft een evolutionaire
oorsprong en betekenis. Dankzij gedeelde moralistische opvattingen konden samenlevingen
tot bloei komen. Het laatste woord kwam daarbij van oudsher toe aan priesters
en hooggeplaatsten die, zich bewust van hun verantwoordelijkheid, voorzichtig
met hun beslissingsbevoegdheden plachten om te gaan.
In de moderne tijd is dat anders. De democratie eist feitelijk van elke stemgerechtigde
dat deze zich goed informeert over de politieke realiteit, opdat de vroeger
of later uit te brengen stem zou bijdragen aan optimalisering van het algemeen
– en dus van het individueel – welzijn. Alle mensen worden gelijk geacht, en
ongeacht de mate van geïnformeerdheid en beoordelingsvermogen weegt ieders
stem even zwaar.
Dat levert in de praktijk grote nadelige gevolgen. Een voorbeeld is het referendum
over de Europese Grondwet. Daarvan was in feite geen sprake, maar toch werd
deze afgewezen nadat het volk in feite was opgehitst om tegen te stemmen. Inderdaad
wordt het volk als stemvee behandeld en benaderd bij “moeilijke” referenda als
die over de Noord-Zuid-lijn. Ook en vooral bij de dagelijkse handhaving en toepassing
van het familierecht voert moralisme de boventoon. De mores en jurisprudentie
zijn ongetwijfeld door de beste bedoelingen ingegeven, maar daarom nog niet
verantwoord, juist vanwege die moralistische component.
Zoals een kampcommandanten eigenlijk geen mooie muziek zou (mogen) kunnen maken,
zo kan of mag ruim een kwart van de gescheiden ouders (die dus ruim de helft
van de scheidingskinderen vertegenwoordigen) geen goede ouder meer zijn.
Dit onbezonnen moralisme in rechtspraak en samenleving jaagt al 35 jaar lang
ruim de helft van de ouders en de kinderen die met een scheiding te maken krijgen
een surrealistische spookwereld van verwijdering en vervreemding en maatschappelijke
ontworteling in. Daarom is er hoge nood aan een amorele, pragmatische benadering
van het Familierecht Er waait een nieuwe wind in Den Haag. Alles moet beter,
en vooral socialer. Misschien ook minder discriminerend en, wie weet, milieuvriendelijker
en groener. Tja.
Groen is de kleur van het CDA, de PvdA afficheert zichzelf nog altijd als rood
– ook na het afschudden van de ideologische veren in de paarse jaren Kok – en
van de Christen Unie is bekend dat zij altijd uitgesproken pro Oranje is geweest,
toevallig de mengkleur van CDA en PvdA. Zoals bekend gaven de mensen in de Tweede
Wereldoorlog elkaar met een veelbetekenend “ozo!” te kennen dat Oranje Zal Overwinnen,
waardoor zij zich solidair betoonden met het verzet “tegen den onderdrukker!”
en zich ook min of meer verzetsstrijder konden voelen.
Zogezien is geen ontkomen aan, in deze OZO-tijden: Samen Leven, Samen Werken
en Oranje Boven. Te beginnen met onze kinderen.
Een nieuw voorjaar, een nieuwe lente ?
Er is een nieuw kabinet, we kunnen hoopvol vooruit zien. We moeten ook wel, want het vorige heeft wederom weinig zinnigs gepresteerd op het familiegebied. Toegegeven, de knop is wel om gezet: iedereen weet nu dat je bij scheiding de zorg voor de kinderen in een convenant moet vastleggen. Ofwel: voor goedbedoelende ouders is er een houvast, de anderen weten dat het eigenlijk anders hoort (en zullen eraan toevoegen: maar mijn ex is zo vreselijk, ik kan niet anders [dan hem of haar tegenwerken]– dezelfde persoon waarmee getrouwd werd en kinderen verwekt.)
Het wetsvoorstel Luchtenveld werd volledig uitgekleed in de Tweede Kamer en vervolgens neergestoken in de Eerste.
Komende tijd staat het wetsvoorstel “Donner” op de agenda. Deze rechtschapene heeft zich voor het karretje van de rechterlijke macht laten spannen. Nadat in 1998 gezamenlijk gezag ingevoerd werd en de omgang opgelost had behoren te zijn, kwam er een coup van de rechterlijke macht: gezag werd losgekoppeld van omgang, “hoofdverblijf ” kreeg een semi-wettelijke betekenis, en alles bleef bij het oude: geen omgang. Een van de punten in “Donner” is om direct de hoofdverblijfplaats vast te stellen – u raadt het al: bij de verzorgende ouder, meestal de moeder. Dit is een stap terug, de ultieme uitholling van het gezag. Daarom: driewerf weg met “Donner”.
Andere donderbuien pakken zich samen
boven ons. Er is de feministsiche coup om de rol van de man uit te hollen, nu
door huiselijk geweld geheel en al aan mannen toe te schrijven. Vooropgesteld:
wat iedereen aanvoelt, dat het half-half verdeeld is, zelfs wat meer van vrouwen
afkomstig, is wetenschappelijk aangetoond. Dit weerhoudt de hardline feministen
er niet van de schuld voor 95% bij mannen te leggen, zelfs op het niveau van
hoofdcommissarissen. Als voorloper op een wet is er nu in regio Groningen een
proef om de veroorzaker van het huiselijk geweld voor tien dagen uit huis te
zetten, zonder recht op contact met de kinderen.
U ziet het al gebeuren: bij
een melding (vals of niet) stelt de politie vast wie met 95% kans de man is,
(dit wordt met 100% kans de man) en hem worden huis en haard ontnomen. Uiteraard
zijn dit soort overtrokken maatregelen de dood in de pot. Alleen heel flinke
mannen zullen nog een relatie aan durven gaan en kinderen op de wereld zetten.
Ons volk zal verdwijnen, in die zin wordt dit probleem wel opgelost.
Zoals Theo Richel in het begin van dit blad opmerkt, er is veel mis met de geldstromen in familieland. Als een vrouw gaat scheiden kan zij rekenen op bijstand. En ze kan manlief het alimentatie-vel over de neus halen. Sterker zelfs, voor beneden-modaal is scheiden financieel gunstig. Deze weeffouten in onze maatschappij belonen scheiding en garanderen werk voor Jeugdzorg. Deels is zinloos geweld terug te voeren op het ontbreken van een vader.
Het enige medicijn is de strijd om
de (h)erkenning van het gezin als mini-maatschappij en van de man en vader als
onmisbare opvoeder.
OzoMottO:Samen Werken Samen Leven -- Oranje Boven
OZO-nieuws is een uitgave van Stichting
Ouders Zonder Omgang
Verschijning : 4x per jaar
Oplage : 200 Aantal donateurs : 190
Stichting Ouders Zonder Omgang
Postbus 198, 6600 AD Wijchen
Tel. : Ma- t/m vr-avond 024 - 3970095
Fax : 024 - 3970094
E-mail : info@stozo.nl
Internet: www.stozo.nl
Bank : 66.55.48.923 ING Almere
K.v.K : 34.16.61.58 Amsterdam
jaargang 6, Nummer 1, maart 2007