OZOnieuws-2006-2 D-day  2006 – het eerste lustrum

 

In najaar 2006 bestaat de Stichting  Ouders Zonder Omgang vijf jaar.
Zoetjesaan begint het woord “ozo” een merknaam te worden voor al wat ouder (of familielid) is dat met omgangsproblemen te maken heeft. En de ozo’s worden steeds talrijker...
Het OZO-nieuws is – zij het met moeite – inderdaad met een frequentie van vier keer per jaar verschenen. En er is een website – en een website Monument – die regelmatig lof oogst van mensen die er de voorkeur aan geven om problemen met terughoudende beschaving aan te pakken, liever dan met de vaak zo verleidelijke botte of melodramatische bijl.

Het is natuurlijk niet te verwachten dat een probleem dat zich gedurende 35 jaar heeft kunnen invreten in de samenleving, met een praatje en een korte actie zou kunnen worden opgelost. Maar dat een maatschappelijke omwenteling naar een beschaafder manier van omgaan met (echt)scheidingen en met de ordinaire ruzies die daarna worden geprovoceerd, vreselijk moeizaam zou zijn, lag ook niet in de lijn der verwachtingen.

Het omturnen van de samenleving blijkt wel heel moeizaam te zijn. Maar daarom is dat omturnen nog niet minder nodig. En dus zullen wij, ijs en weder dienende en Deo volente, op 15 oktober as. op onze vaste plek in Oosterbeek in de grote zaal onze lustrum D-day van 2006 houden.

Het programma houdt U tegoed, evenals de lijst der speciale gasten die zullen worden aangeschreven,

maar de datum 15-10 2006  gelieve U alvast met onuitwisbare inkt in Uw agenda te noteren - het zal beslist de moeite waard blijken.

 


Het proefproces, een bitter succes

Zoals bekend sponsorde de Stichting het proefproces van een vader die graag informatie over zijn kinderen zou ontvangen van de school (of de scholen) van die kinderen.
Daartoe moest hij eerst achterhalen bij welke school hij zich daarvoor moest melden, en dat is informatie die de leerplichtambtenaar van de betreffende gemeente heeft. Toevallig wist deze vader dat hij bij de gemeente Hardenberg (Overijssel) moest zijn maar de ambtenaar die erover gaat, vond het maar gek dat iemand haar zoiets kwam vragen. Of zij vond het verzoek zelfs verdacht, wie zal het zeggen...
Om een lang verhaal (nu even) kort te maken: een jarenlang traject van klachten (gegrond) en bezwaren (afgewezen) tegen de Gemeente moest worden afgelegd. Uiteindelijk wendde de vader zich tot zijn advocaat, die de procedure in familie-rechtelijke gang zette. Het proefproces was gericht op beleving en naleving van 1:377c BW, de informatieplicht van derden jegens niet met het gezag belaste ouders, en in het Personen en Familierecht moet men zich laten bijstaan door een officiële advocaat omdat ervan wordt uitgegaan dat familiezaken een grondige toetsing door de rechter vereisen. Mede daardoor lag het niet voor de hand om het verzet van de leerplichtambtenaar te laten toetsen door een kort geding rechter: die zou immers de zaak wel eens kunnen doorverwijzen naar de grondige bodemprocedure bij de familierechter.
In het familierecht is het de, door velen gehate, gewoonte om de (hoge) proceskosten te compenseren – dat is: te verdelen tussen de ex-echtelieden. Zoals bekend biedt dit tal van vervelende ouders de kans om vanuit een uitkeringssituatie hun minder bevoordeelde exen het vel over de financiële oren te halen. Die kans wordt heel veel benut.

De Rechtbank te Zwolle verergerde dit nog, door zonder uitleg ook moeder voor de zitting op te roepen – hoewel volgens de wet moeder geen belanghebbende kon zijn. Maar daarover beslist de rechter. In dit geval was dat, en uitvoerbaar bij voorraad, dat de gemeente de informatie moest verstrekken en dat de kosten dienden te worden gecompenseerd.

Moeder, die niet eens ter zitting was verschenen, tekende hiertegen hoger beroep aan, nota bene nadat de bewuste adresinformatie door de Gemeente was verstrekt. Een verstandig mens denke het zijne van haar motieven.
Vader op zijn beurt ging in beroep vanwege de compensatie der kosten. Hij meende dat het niet aanging om hem te laten betalen voor informatie die aan anderen op simpele aanvraag wordt verstrekt, zeker nu de Rechtbank had vastgesteld dat er geen beletselen voor het verstrekken van de informatie waren, of waren geweest.
Het Hof in Arnhem – moeder kwam wederom niet opdagen – handhaafde de beslissing in die zin, dat het appèl van moeder werd afgewezen (en de kosten gecompenseerd) en dat het beroep van vader werd afgewezen (en opnieuw de kosten werden gecompenseerd).
Nadat het bestuur van de Stichting garanties had gegeven voor de financiële risico’s, werd gepoogd een cassatieverzoek van de grond te krijgen. Het duurde enige tijd voor de nodige stukken waren verzameld en voor de ins en de outs van de casus voldoende duidelijk over het voetlicht waren gebracht, maar op een laat nippertje werd de opdracht voor het cassatieverzoek gegeven.
De advocaat, zich niet realiserend dat uur U al bijna had geslagen, liet vervolgens dit verzoek één dag te lang liggen ... en de zo lang voorbereide kans was verkeken. Vervolgens werd nog even overwogen om een “cassatie in het belang der wet” in te stellen. Dat zou principieel veel goed kunnen doen en zou uitstekend staan op het palmares van de Stichting, maar de advocaat achtte de kans op een positieve uitkomst gering, en vader en bestuur besloten daarvan af te zien.
Helaas, helaas dus. En nogmaals helaas.

Na de vakantie zal hiervan een case-study worden gemaakt, die als klacht bij enkele Ministeries zal worden gedeponeerd. Omdat de gemeente Hardenberg niet is aangesloten bij de Nationale ombudsman, is er geen weg naar een echt onafhankelijk ombudsoordeel en dus moeten de Ministers van Onderwijs, Justitie en Binnenlandse Zaken  er zelf maar naar kijken. Daarover later meer op website en in OZO-nieuws.
Tenslotte. De scholen zijn aangeschreven om informatie. Maar ondanks deze vreselijke  voorgeschiedenis betonen zij zich heel weinig coöperatief. Dat worden dus weer uitputtende klachtenprocedures om iets, waarover geen tel zou mogen worden getwijfeld of nagedacht. Het is dus pure barbarij, en heus niet alleen daar in Overijssel en Hardenberg. Dit muisje krijgt nog een staartje.

 



Aantal rechtszaken in 2005 licht gestegen

Het aantal rechtszaken is in 2005 licht gestegen, de Rechtspraak deed 1,8 miljoen zaken af. De aanhoudende groei, nieuwe wetgeving en de toenemende maatschappelijke belangstelling maakten het rechterlijk werk complexer. De werkdruk en de kwaliteit van het werk waren veel in discussie. Het jaarverslag van de Rechtspraak over 2005 staat daarom in het teken van de balans tussen kwaliteit en kwantiteit.

 


Ontwikkelingen in de rechtspraak

Megastrafzaken leggen een groot beslag op de Rechtspraak, met name op de rechtbanken in de randstad. Om het toenemend aantal megastrafzaken evenwichtig over de rechtbanken te verdelen, is het Landelijk Coördinatie Centrum Megazaken opgericht. In 2005 werden in totaal 24 megazaken toebedeeld aan een andere rechtbank dan de formeel bevoegde. Dit heeft een duidelijk positief effect gehad op de doelmatige inzet van de zittingscapaciteit.
Begin vorig jaar trad de Wet spreekrecht slachtoffers in werking. Het afgelopen jaar hebben 2650 slachtoffers of nabestaanden gebruik gemaakt van het recht om een schriftelijke slachtofferverklaring in te dienen.
Vorig jaar is begonnen met de structurele invoering van de doorverwijzingsvoorziening naar mediation in alle gerechten. Eind 2005 was de invoering in negen rechtbanken gerealiseerd. In totaal hebben rechters in 720 zaken partijen doorverwezen naar de mediator. Het gemiddeld slagingspercentage van deze mediations is 55 procent.
2005 was ook het jaar van de aandelenleasezaken. Ondanks de Duisenberg-regeling hebben veel individuele beleggers hun zaak voorgelegd aan de rechter. Omdat veel zaken onderlinge gelijkenis vertonen, zijn er door rechtbanken maatregelen getroffen om meer eenduidigheid te krijgen in de behandeling van deze zaken.
Sinds 1 januari 2005 kent Nederland belastingrechtspraak in twee feitelijke instanties. Alle negentien rechtbanken zijn bevoegd belastingzaken te behandelen van lagere overheden. De rechtspraak over de Rijksbelastingen is geconcentreerd. Dit betekende voor de gerechtshoven een afbouw van de voorraden van zaken. Eind 2005 stroomden daar de eerste appèlzaken binnen.

 

 

Kwaliteit van de rechtspraak

De strafrechtspraak staat de laatste jaren onder druk.
De toename van het aantal grote en complexe strafzaken, de technische ontwikkelingen op het gebied van forensische opsporingsmethoden, en de ontwikkelingen rond de Schiedammer parkmoord geven aanleiding voor de rechterlijke macht om kritisch te kijken naar de inhoudelijke kant van het rechterlijk werk.
Ook de toenemende aandacht van burgers voor de rechtspraak stelt andere eisen aan de wijze waarop vonnissen worden gemotiveerd. De Rechtspraak werkte in 2005 aan een pakket maatregelen dat de professionele kwaliteit van de strafrechtspraak op peil dient te houden.
In 2005 experimenteerden rechters in het ressort Arnhem met een nieuw model tot verbetering van de motivering van strafvonnissen. Uit de proef bleek dat motivering van de bewezenverklaring en de opgelegde straffen in het nieuwe model sterk was verbeterd.
Naar aanleiding van deze uitkomsten zal dit model landelijk worden ingevoerd.
Ook is er meer aandacht voor kwaliteitsaspecten als klantvriendelijkheid en bejegening. Landelijk zijn in 2005 in totaal 832 klachten ingediend.
Dit komt neer op 48 klachten per 100.000 afgehandelde zaken. Een deel van deze klachten (21%) had betrekking op de bejegening door de rechter tijdens de zitting. Daarnaast waren er klachten over de tijdsduur van de zaak en over (vermeende) administratieve fouten. Van de inmiddels afgehandelde klachten bleek gemiddeld 18 procent van de klagers in het gelijk gesteld te zijn. In verhouding tot alle door de gerechten afgehandelde zaken zijn dit er zeven op de 100.000 zaken.

Cijfermatige trends
Er stroomden vorig jaar ruim 1.783.000 nieuwe zaken in bij de rechtbanken en hoven. Het aanbod van zaken nam in 2005 opnieuw toe, met 2 procent, zij het dat deze toename aanzienlijk minder groot was dan in voorgaande jaren (13 procent in 2004 en 11 procent in 2003). Daarmee lijkt de explosieve groei van de laatste jaren tot stilstand te zijn gekomen.
Per sector zijn er nog wel verschillen te constateren.
Zo steeg de instroom in de bestuurssector met 9 procent. Deze stijging is vooral toe te schrijven aan de stijging van het aantal belastingzaken met 65 procent als gevolg van de piekinstroom van zogenaamde WOZ-zaken (Wet onroerende zaakbelasting). Ook de categorie bijstandszaken kende een stijging van 27 procent.
Het aantal beslissingen in strafzaken daarentegen daalde met 3 procent. Deels omdat de verwachte instroom op basis van het Veiligheidsprogramma niet volledig heeft plaatsgevonden en deels ten gevolge van een afname van het aantal beslissingen in voorlopige hechtenis. Door een wetswijziging is het nu mogelijk voor 90 dagen gevangenhouding te bevelen, waar dit voorheen slechts voor dertig dagen kon.

De stijging van 2 procent in de sector civiel betrof vooral insolventies en familiezaken. Het aantal behandelde BOPZ-zaken (Bijzondere Opneming in Psychiatrische Ziekenhuizen) evenals het aantal door de kinderrechter behandelde zaken onder toezichtstelling is met 8 procent toegenomen.
Het aantal zaken in hoger beroep nam met 4 procent toe. Deze stijging is vooral terug te vinden bij handels- en familiezaken.
Evenals in voorgaande jaren is de Rechtspraak in 2005 goed in staat gebleken deze instroom bij te houden. De productie was net iets hoger (1%) dan de instroom waardoor de werkvoorraden in 2005 zijn afgenomen. Uitschieters zijn de vreemdelingensectoren, waar bijna een kwart meer zaken is afgedaan dan er zijn ingekomen en de belastingsectoren, waar de uitstroom beduidend lager lag dan de instroom (16%).
Personele ontwikkelingen
De Rechtspraak wil de samenleving beter betrekken bij de samenstelling van de rechterlijke macht. In 2005 is een adviescollege in het leven geroepen die leden van buiten de rechterlijke macht gaat werven voor de commissies die nieuwe rechters selecteert. Uiteindelijk zal de helft van deze commissies moeten gaan bestaan uit leden van verschillende maatschappelijke groeperingen. Het aantal rechters nam vorig jaar toe met 42 tot 2.242. In totaal zijn bijna 8.000 mensen werkzaam in de Rechtspraak.

Bron: Raad voor de rechtspraak
Datum actualiteit: 10 mei 2006

 

 


  INGEZONDEN

Van iemand die bekend is in het gezelschap dat ongeveer dagelijks per e-mail over laatste nieuwtjes in het Personen- en Familierecht wordt geïnformeerd, ontvingen wij onderstaande lezersbrief aan Trouw.
De schrijver bestrijdt en hekelt al jarenlang de maatschappelijke desinteresse en futloosheid ten aanzien van de kwesties die opspelen na een scheiding. In de samenleving kijkt men immers liever een andere kant op, en moet een ander in actie komen voordat men zelf iets doet.
Zo doet de hulp- en adviessector, zo doet de rechtspraak, zo doen de meeste parlementariërs en zo doet ook voor de brave redactie van misschien wel de braafste krant van Nederland: Trouw.
Hoe dat hier in zijn werk ging, leest U hieronder. Het stuk is geanonimiseerd, verder is er niets in veranderd.

Te wetenschappelijk...

Aan: TROUW Podium
Onderwerp: Reactie op Train huisarts in signaleren partnergeweld

In het commentaar van Trouw (3 april) wordt ervan uitgegaan dat (alleen) vrouwen en kinderen de dupe worden van geweld achter de huisdeur.
In het bericht ‘Train huisarts in signaleren partnergeweld’ (Trouw, 4 april) zien we het zelfde vooroordeel: ‘Partnergeweld is een groot probleem: niet alleen voor de slachtoffers (lees: vrouwen), ook voor hun kinderen die daarvan getuige zijn.
Als we echter de aangiften bij politie (beter zou zijn de veroordelingen door rechters van die aangiften), de cijfers van de Eerste Hulp van ziekenhuizen, meer dan honderd wetenschappelijke studies in binnen- en buitenland analyseren, zien we dat de man en de vrouw bijna even vaak slachtoffer en dader zijn van partner-geweld.
Opvallend is dat tweederde van de aangeefsters bij politie niet de Eerste Hulp consulteert, en dat slechts een kleine groep van de mannelijke slachtoffers van de Eerste Hulp aangifte bij politie doet. Bovendien is partnergeweld helemaal niet zo’n groot probleem als de media ons vaak willen doen geloven.
Vorig jaar meldden Dr. Karin Wittebrood en Dr. Vic Veldheer van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) op basis van twee Intomart-onderzoeken, dat in de vijf jaar voorafgaand aan deze onderzoeken 'slechts' 3,9 procent (0,78 procent per jaar) van de Nederlandse bevolking te maken heeft gehad met partnergeweld. Voor de meeste Nederlanders, politici inbegrepen, staat huiselijk geweld gelijk aan 'man slaat vrouw'. Maar uit de SCP-studie: “Partnergeweld in Nederland”, blijkt dat bijna 60 procent van het huiselijk geweld werd gepleegd door niet-familieleden.
Geweld tussen (ex-)partners vormt 'slechts' een kwart van het huiselijk geweld waarvan de Nederlandse bevolking melding doet in onderzoek. De omschrijving huiselijk geweld is een vergaarbak voor allerlei soorten (niet noemenswaardig tot zwaar) geweld in en om huis. In de nieuwe landelijke uniforme registratie van de politie voor huiselijk geweld blijft dat zo: er is dit jaar weer gekozen voor een brede definitie. Dat kan variëren van (psychisch) geweld tussen partners tot burenruzies en zelfs mishandeling van huisdieren.
Dit systeem geeft niet alleen verkeerde signalen af over de aard en omvang van huiselijk geweld, het staat daarmee ook een succesvolle aanpak in de weg. Waar komt dat onuitroeibare geloof in de vrouw als beter mens toch vandaan? Het is net zo idioot als het geloof in de vrouw als minderwaardig wezen.
Het meest verontrustende geweld is dat tegen kinderen. Dat zien we uit de cijfers van de Algemene Meldpunten Kindermishandeling (AMK).
Van de meldingen in 2002 ging 35 procent over mishandeling door moeder, 14 procent door vader, de rest door anderen.
Hierna werden de meldingen niet meer uitgesplitst naar dader.
Tweemaal zoveel kinderen worden vermoord door hun moeder als door hun vader (Gerlof Leistra en Pauline. Nieuwbeerta, Moord en doodslag, 2001).
Opvallend is dat de kindermoordenaar gemiddeld tweemaal zo lange gevangenisstraf krijgt als de kindermoordenares. 
E. S.

Van: TROUW Podium

dag meneer S., we hebben uw stuk gelezen, maar het is teveel een opeenstapeling van wetenschappelijk onderzoek, dat is voor de opiniepagina niet zo geschikt. bovendien moeten we wegens groot aanbod, scherp selecteren.
vriendelijke groet
mh
redactie podium trouw

 

 


Bij de enquête

Het doel van de OZO-enquête is dat er eindelijk objectieve getallen en statistieken beschikbaar komen, die niet kunnen worden verdoezeld door de zachte praatjesmakers.
Dat is een zeer ambitieuze doelstelling in een wereld die wordt overheerst door niet nader gemotiveerde of gespecificeerde meningen van – meestal zelfbenoemde – deskundigen. Dezen kunnen meestal geen objectief bewijs van hun deskundigheid leveren. Daarom conformeren zij zich overwegend aan het collectieve gedachtegoed van de beroepsgroep, onder het motto: als iedereen hetzelfde roept, zal het wel waar wezen.
Dit is ook precies het vangnet, waarop prof. dr. Ruud Bullens hoopt, de deskundige die bij de verhoren in de Schiedammer parkmoord zo’n omstreden rol speelde. Hij heeft de NVO gevraagd om tegen hem een klacht in te dienen bij de beroepsvereniging NVO – een op zich merkwaardige en bedenkelijke manoeuvre omdat klager en beoordelaar daarmee één zullen zijn – en tegen die klacht een verweerschrift geschreven. De klacht zal deze zomer worden behandeld en beoordeeld en dan weten wij het, is ongeveer de – hoopvolle – redenering van Bullens.
Op de OZO-website staat de beslissing van een klacht bij de NVO, die in een voor klager positieve beslissing eindigde. Het kwaad dat door het werk van de deskundige werd gezaaid, werd er niet door ongedaan gemaakt, maar het algemeen belang profiteerde er wel van. Dat kan nu blijken. Want voor betrouwbare en fatsoenlijke journalisten die er plezier in hebben om over de werking van een NVO-klachtenprocedure te berichten, kan het volledige en zeer lezenswaardige en instructieve, digitale klachtdossier ter inzage worden gelegd. Het is tegelijk een koude douche, een schaterervaring en een morbide inkijkje in de wereld van het familierecht en de deskundigen, en dus van harte aanbevolen.
Terug naar de OZO-enquête. Ook zonder landelijke reportages over misstanden en de beroerde kwaliteit van het hulp- en zorgwerk in Nederland, voorziet deze enquête in al zo lang en zo node gemiste harde feiten op basis waarvan verifieerbare uitspraken kunnen worden gedaan en beleid kan worden gevoerd – of nagelaten.
Het is dus van het allerhoogste belang dat ozo’s – en dat zijn wat ons betreft niet alleen de ouders maar ook de groot- schoon- stief- en pleeg-ouders en de broers en zussen zonder omgang – de enquête zo goed mogelijk invullen.
De enquête bestaat uit drie delen. Het eerste deel heeft betrekking op Uw positie in de juridische en bestuurlijke wereld van scheiding en omgang. Het tweede deel heeft betrekking op het (verbeteren van het) functioneren van onze stichting, en met het derde deel maakt iedere invuller zijn profiel.
Uit de ingevulde profielen kunnen gemiddelde profielen worden gemaakt van “de ozo”, van de ozo die grootmoeder is, de ozo die stiefvader is, etc.
Hoe meer profielen er worden ingevuld, hoe sterker de gemiddelden.
Dus alstublieft, alstublieft: vult U allen de enquête zo goed mogelijk in. En hebt U vragen, belt U dan..
Een positief gevolg van de profielaanpak kan zijn, dat de zachte wereld óók met profielen gaat werken en ... controleerbaar wordt. Dat is een groot algemeen belang, omdat nu al decennia lang voor de jeugdhulpverlening steeds weer en steeds meer geld wordt uitgetrokken (ofwel: geld uit Uw portemonnee wordt gepeuterd) zonder dat er ooit een controleerbare verantwoording werd afgelegd van de geboekte resultaten. In pleidooien voor meer verwijst men steevast naar collega-deskundigen. Zorgpleiters hebben, net als Bullens, nood aan een collegiaal vangnet omdat zij  heel goed weten dat zij in objectieve zin heel vaak fout zitten.
Maar wie wil nou niet weten wat er met zijn goede geld gebeurt? De enquête is dus ook in het belang van de zachte wereld zelf – weer een bewijs dat tegengestelde belangen niet bestaan. Domheid bestaat wel, helaas, en die moet worden bestreden. Dus help ons, help Uzelf, help Uw kinderen.

 

 

OZOmotto:
Scheiden = Levenslang

Een mens kan zijn leven slechts in solide evenwicht leven, wanneer hij vrede heeft met zichzelf.
Feit is, dat de over- en overgrote meerderheid der mensen de twee ouders uit wie hij is geboren, van nature precies even hoog waardeert. Die gelijke waardering kan de oorzaak van het innerlijk evenwicht zijn, maar evengoed het gevolg ervan. In ieder geval is een gelijke ouderwaardering zó vanzelfsprekend, dat het  stellen van de ene ouder boven de ander, een ernstig signaal is dat er iets mis is - misschien met die ouders, maar zeker met hun kind.
Wanneer iemand moet kiezen voor één ouder ten koste van zijn andere ouder, plaatst dat zelfs mensen wier ouders allang zijn overleden, in het onmogelijk dilemma van een gedeeltelijke zelfafwijzing of -veroordeling. Deze tegennatuurlijke keuze die wordt opgedrongen, is het probleem. 
De crux van het oudervervreemdingssyndroom, van PAS, is dat een kind de twee personen waaruit het is geboren, niet als gelijkwaardig mag beschouwen. Het kind is zijn leven lang met zichzelf opgegroeid en opeens is er een deel in het kind ontstaan dat een ander deel in het kind met kracht afwijst, of het kind is zijn leven lang met slechts één eigen ouder opgegroeid en gaat op zoek naar de andere, aldoor verketterde ouder. Het opgedrongen conflict werkt niet zozeer in de periferie van het kind – in contacten op het werk of in de voetbalclub – maar juist in zijn intieme zelf, in de geesteswereld waarin het een ander niet toelaat, waarin het alleen is.

Pas in een samenleefrelatie die voor het leven is aangegaan, stelt men het intieme zelf open voor (het intieme zelf van) een ander. En deelt men het met die ander. Een essentie van het zelf is, dat een mens daarin helemaal zelf bepaalt wat hij voor zich houdt, en wat hij – als het ware – over de schutting op straat gooit: het denken is geheim, en dus vrij.
In de ruimte die twee zelven tesamen innemen, worden kinderen geboren en gekoesterd. Dat garandeert het kind automatisch de beste kansen voor zijn toekomst, want het wordt maximaal beschermd, geaccepteerd en gekoesterd.
Wanneer van een kind wordt gedacht dat deze beschermende omgeving faalt of ontbreekt, wordt direct alarm geslagen: instinctief weet men dat er dan sprake is van een levensgevaarlijk situatie voor het kind.
Twee wettelijke feiten reflecteren dit instinctmatige gegeven.
Ten eerste is dat de instelling van het huwelijk, waarmee de verbinding van twee zelven wordt verzegeld. De naam van het zegel – huwelijk, boterbriefje, samenleefcontract – mag variëren, de functie van het zegel is altijd dezelfde: beveiliging. De beveiliging geldt de kinderen die men gaat krijgen, maar geldt ook de betrokkenen zelf: het homohuwelijk bewijst de behoefte daaraan.
Vanuit hun gedeelde zelfruimte gaan de bewoners allerlei banden aan met de buitenwereld. Ouders hebben hun familieleden, collega’s en  vrienden, kinderen hebben hun eigen contacten via school, buurt en sportclub. Het gezin is een hechte cel in de samenleving.
Bij een scheiding gaat deze cel genadeloos in tweeën. En alles wat zich in het ene brokstuk bevindt, wordt bijna automatisch verketterd of afgewezen vanuit het andere brokstuk.Dat is het felle gevolg van de burgeroorlog tussen de ouders, die wordt ontstoken en aan de gang gehouden door een samenleving die bloed wil zien.
Waar beschaving een uitweg zoekt zonder bloed of slachtoffers, schreeuwt de samenleving daar juist om. Het  razende “Wollt ihr den Krieg?” van Joseph Goebels, wordt in het Familierecht tot op de dag van vandaag door de wetgever, het bestuur en vooral de rechterlijke macht met een uit volle borst gebruld “Ja!” beantwoord.
De wetgever stak, zoals eerder betoogd, de lont in het kruitvat met het opnemen van de wettelijke  gronden waarop de wet kan worden ontdoken. Deze kansen die de wetgever gaf, werden haastig door de rechterlijke macht op destructieve wijze benut. Problemen in de communicatie tussen de ouders bijvoorbeeld, werden verheven tot een geldige ontzeggingsgrond. Dat maakt strijd lonend, en roept alleen al daardoor meer ellende af.
De rechterlijke macht toont zich voorts onmachtig in het aanpakken van ouders die de omgang van de andere ouder met de kinderen blokkeren, maar zij gaat zij zich vaak genoeg te buiten aan een genadeloze “handhaving” van bijvoorbeeld de wet tegen stalking. De paranoia van de aangevers en dat van de wetgever en vooral de rechter, heeft al heel wat apert onschuldige niet-stalkers in de cel doen belanden. Het vertrouwen in hun gasten karakteriseert deze kasteleins.
Het perspectief van een gebroken wereld, treft de kinderen het hardst. Zij zijn immers genetisch – met hart en ziel -  verbonden aan beide brokstukken, en de uiteendrijvende kracht die op de brokstukken wordt uitgeoefend, verscheurt dus juist de kinderen.
Vroeger of later erkennen de ouders dit perspectief en weten zij dat er niets dan ellende voor hun kinderen in het verschiet ligt. Wellicht slagen zij er in om zelf een nieuw leven op te bouwen, weer zin en richting aan hun leven te geven. Maar naarmate zij daar beter in slagen, en zij zich dus levensvaardiger betonen, zal hun het verlies van wat hun het liefste is, zwaarder vallen.
De bijenkoningin bekommert zich niet om kinderen die voortijdig sneven, bij vogels en zoogdieren is de zorg voor het nageslacht er al beter in geprogrammeerd en op de top van de evolutionaire zorgladder staat de mens omdat kinderen jarenlange bescherming en opvoeding vereisen. Dat is dan ook precies waar de natuur en de evolutie de mens voor hebben toegerust.
Deze natuurlijke conditionering wordt bij een scheiding voortdurend op de proef gesteld. En ook de onzekerheid over de toekomst van het kind is kwellend. Zeker, goed voorbeeld doet goed volgen, maar slecht voorbeeld doet slecht volgen. Kinderen van gescheiden ouders lopen meer kans zelf een scheiding mee te maken, dan kinderen uit gave gezinnen. Het perspectief is dus, dat de wereld alleen maar verder scheurt.

Een verstandige wetgever en een verstandige rechtspraak zouden ervoor zorgen dat splijtende krachten na een scheiding geen kans krijgen. De meest voor de hand liggende manier om dat te bereiken is een bikkelharde gelijkberechtiging van de ouders. Ook moeten niet de ouders in het centrum van de vermeende strijd of het geschil worden geplaatst en daar betutteld, maar de  samenleving zelf. Maatschappelijke instanties dienen zich neutraal en fatsoenlijk te gedragen, zij dienen te weigeren om de ene ouder te bevoordelen boven de andere; elk spoortje discriminatie dient te worden bestraft. In het belang van het kind. Hoe de ouders zelf zich opstellen is van geen enkel belang, zolang zij zich niet strafbaar gedragen of opstellen. Als zij ruzie willen maken is dat prima – de samenleving houde zich afzijdig.
Juist het feit dat iedereen maar oordeelt en partij trekt voor één der ouders, versterkt de problemen en verslechtert de situatie voor het kind.
 De rechterlijke macht moet het voorbeeld  geven van de terughoudende manier waarop een privé-domein hoort te worden betreden. Deze voorbeeldfunctie is volstrekt onvoldoende begrepen, en ook van de strijddempende werking die bij uitstek van de rechtspraak wordt verwacht, heeft men veel te weinig kaas gegeten.
De voorbeeldfunctie ontbreekt, en de maatschappelijke terughoudendheid ontbreekt.Wie in deze tijden in een scheiding is beland, heeft ongeacht zijn aandeel of schuld daarin, zijn kinderen een slecht voorbeeld gegeven en zal tot in het zevende nageslacht worden bezocht door twijfels en angsten over zijn kinderen en kindskinderen. Die heeft levenslang.

 

 

 

Het wetsvoorstel Luchtenveld in de Eerste Kamer

Tot onze verbijstering werd gesteld:
De leden van de CDA-fractie vragen naar de positie van de Raad voor de Kinderbescherming voorafgaand, tijdens en na de echtscheidingsprocedure. Zij vragen wat er met de kunde van de Raad op het gebied van de scheidings- en omgangs-problematiek gebeurt, nu de rol van de Raad minder pregnant wordt.
Luchtenveld pareerde met:
De Raad voor de Kinderbescherming moet zich primair bezig houden met de hoofdtaak waarvoor zij is opgericht. Naar mijn mening hoeft de Raad bij het overgrote deel van de scheidingszaken niet (meer) betrokken te worden. Slechts in uitzonderingsgevallen kan er een rol voor de Raad zijn weggelegd.
En zo is het maar net. Weg met die staatsinstelling die stelselmatig onbenullige zaken tot onoplosbare problemen laat escaleren. Het kost je de omgang met je kind(eren).

 

Vanuit de wandelgangen van de Eerste Kamer vernamen wij bij het ter perse gaan van dit OZOnieuws het volgende:

Het wetsvoorstel Luchtenveld gaat verworpen worden?!?

Zowel PvdA, CDA en VVD schijnen het als “irreparabel” te bestempelen. Het is opmerkelijk dat een door een VVD-Kamerlid ingediend wetsvoorstel niet door de VVD Eerste Kamerfractie ondersteund wordt. Maar er is uitgebreid aangetoond dat dit voorstel niet voldoende uitgekristaliseerd is.
Wat omgang met kinderen betreft: dit  was maar een bijwagen bij het scheiden-zonder-rechter. Het voorstel bood voor de praktijk weinig soelaas. Er was namelijk niet opgenomen dat omgang voor beide ouders op dezelfde wijze gehandhaafd moet worden. Al met al:


De dames en heren politici hebben elkaar goed bezig gehouden; het volk heeft geen handjes in zijn handen.

 

OzoMottO:   Scheiden = Levenslang