Ozonieuws:
2005-3

Stichting Ouders Zonder Omgang

 

 

 

 

 

 

Het wetsvoorstel Luchtenveld is aangenomen  

Het belangrijkste nieuws aan het politiek front is al meer dan een jaar het wetsontwerp Luchtenveld. Deze VVD-parlementarier heeft een geweldige hoeveelheid werk verricht in het ontwerpen, indienen, aanpassen en nog eens aanpassen van een uitgebreid initiatiefwetsvoorstel over scheiding en omgang met kinderen na de scheiding. In brede kringen is hem lof toegezwaaid voor zijn noeste arbeid, ``de kar te trekken’’.
Natuurlijk zijn er vele afwijkende opinies in de tweede kamer en op diverse punten heeft Luchtenveld zelf wijzigingen aangebracht of zijn er vanuit de kamer amendementen ingediend.  

Zowel getrouwde als geregistreerde partners die kinderen hebben, woren verplicht een ouderschapsplan op te stellen, wat door de rechter getoetst wordt. Hierdoor wordt het ``samenwonen met kinderen’’ gelijk gesteld aan een huwelijk. Scheiden kan dan alleen nog via de rechter. OZO juicht dit toe, kinderen hebben recht op goede wettelijke bescherming van vele zaken, incluis omgang.  
Verheugend is ook dat het nu een wettelijke opvoedingsplicht wordt de band met de andere ouder te bevorderen, een punt uit `Wat wil OZO’.  

Deze punten ademen de nieuwe sfeer: ook al scheid je, de andere ouder blijft voor de kinderen in beeld. Dit zal een flink aantal mensen er toe brengen hun verstand te gebruiken en de zaak niet op de spits te drijven. Kortom, winst.  

Natuurlijk is ook deze wet niet louter positief. Sterker zelfs, in gevallen van dwarsliggen is er bitter weinig verbeterd. OK, je kunt nu binnen drie weken voor de rechter staan. Die zal wel niet besluiten de sterke arm in te schakelen maar bemiddeling. Hiertegen waarschuwt OZO al jaren: omdat de rechtspositie van beide ouders niet gelijk gemaakt is, wordt er weinig opgelost in de bemiddeling. De ene ouder verliest daarbij net zoveel als de andere wil. Maar het geheel wordt ongetwijfeld als `succesvolle bemiddeling’ bestempeld.
Ook `het belang van het kind’ wordt genoemd als wettelijk argument om de kinderen aan een ouder toe te wijzen. De belangen van kinderen zullen dus verder vertrapt worden door verzorgende ouders met als beloning het gebruik maken van deze wetsregel.  

In volgend OZOnieuws gaan we verder op de zaak in.  



Kijk, jongen, aan de horizon gloort een nieuw licht.

 terug naar de top

 

Opnieuw: Gezinsvoogd heeft tien minuten tijd

In OZON052 werd de tekst van een artikel uit de Volkskrant van 14 maart 2005 afgedrukt. Daarin tien vragen en antwoorden over gezinsvoogden (GV). Naar aanleiding daarvan werd aan de lezers de vraag voorgelegd hoeveel vragen nou eigenlijk echt werden beantwoord. Hier de oplossing.

  • Wat is een gezinsvoogd? Het antwoord somt op wat een GV doet, niet wat hij is.
    V
    raag niet beantwoord.
  • Hoeveel gezinnen hebben een gezinsvoogd? Het antwoord geeft het aantal kinderen niet het aantal gezinnen.
    Vraag niet beantwoord.
  • Hoe vaak ziet de voogd het kind? “Gemiddeld ... tien minuten contact per kind per week”. Vraag beantwoord.
    (Al zullen de meeste OZOlezers het waarheidsgehalte van het antwoord betwijfelen).
  • Kan een gezinsvoogd een band opbouwen met het kind? “Nee”. Vraag beantwoord.
  • Levert de gezinsvoogd een bijdrage aan het welzijn van het kind? “Drie van de tien kinderen die door de rechter onder toezicht van een gezinsvoogd zijn gesteld, zijn er twee jaar later beter aan toe”...
    Vraag (alleen impliciet, en met “nee”) beantwoord.
  • Wanneer plaatst een gezinsvoogd het kind uit huis? “Er zijn geen concrete maatstaven of criteria”...
    Vraag niet beantwoord.
  • Is het verwijt terecht dat gezinsvoogden vooral oog hebben voor het belang van de ouders? “
    In de wet op de Onder Toezicht Stelling staat dat de gezinsvoogd “...
    Vraag niet beantwoord.
  • Zijn gezinsvoogden geschikt voor hun taak? “
    Gezinsvoogden hebben een hboopleiding maatschappelijk werk”... Vraag niet beantwoord.
  • Wat moet er gebeuren? “
    In vier bureaus Jeugdzorg zijn succesvolle proefprojecten gehouden”...
    Vraag niet beantwoord.
  • Moet er extra geld bij? “Ja”. Vraag beantwoord.

De som: 4 vragen beantwoord, 6 vragen niet beantwoord.

Er moet geld bij (10), hoewel men niet weet waarvoor (9) of waarom (5 t/m 8). Wel is duidelijk dat er iets mis is (1 t/m 4).

Omdat de hulpverlening al sinds Methusalem almaar groeiende hopen geld opslokt, en geen einde kon maken aan de zelfbenoemde misstanden, is het onverstandig om het beleid te baseren op de dogma’s en geloofsovertuigingen uit de hulpwereld. En zo is het.

 terug naar de top

 

Kerstwens

De Stichting OZO wenst al haar donateurs en alle andere betrokkenen een heel goede kerst en nieuwjaar. Er is veel verdriet te verwerken. Het bestuur leeft met U mee.

 

Verantwoording

 De vorige editie van OZOnieuws is niet op schema de deur uitgegaan.

De oorzaak daarvan ligt in een ingrijpende verandering in de beroepsbezigheden van de hoofdredacteur David Lamping. Zijn werkzaamheden nemen hem sinds mei dit jaar ongeveer negentig uren per week in beslag. Daarnaast stelt ook het persoonlijke, waaronder de regelmatige omgang die David met zijn kinderen heeft, een stevige claim.

Tegen zoveel overmacht moest David de OZOvlag strijken. Hij beloofde echter: “Jullie zijn nog niet van me af”.

Een tweede kink in de OZOnieuwskabel had ook al te maken met een blijde gebeurtenis. Het drukwerk, de etikettering en de verzending worden namelijk verzorgd door Ronald Bijl en zijn vrouw Marloes. Deze zomer werd hun zoon geboren. Zoals wij ons allen nog wel herinneren eist zo’n gebeurtenis een hele tijd lang alle aandacht en tijd op. Het zwangerschapsverlof is ook niet voor de grap uitgevonden, natuurlijk.

Kinderen komen op de eerste plaats. Punt uit. Het bestuur vraagt dan ook niet om Uw begrip, maar verantwoordt slechts de uitgestelde uitgifte van OZON052 de tweede OZOnieuws van 2005.

Het bestuur moest, na het (voorlopige?) afscheid van David op zoek naar versterking van zijn gelederen, en vond die in de persoon van David Costa. Dat scheelde alvast met het onthouden van een nieuwe naam, maar een belangrijk voordeel is ook dat de nieuwe David de techniek achter de OZOwebsite bouwde, en ook nu nog beheert.

Hij is geen ervaringsdeskundige. Het woordje “helaas” durven wij hier niet te gebruiken maar wat niet is kan nog komen, denken wij dan maar opgewekt.

In ieder geval was de kopij voor OZON052 wel op tijd klaar. En die voor OZON053 staat met deze verantwoording ook in de steigers. Wij hopen dat onder onze nieuwe David de dagelijkse routine weer soepel op gang komt.

Want alleen op een stabiele ondergrond en in een strakke organisatie, kunnen de concentratie en de volharding die zijn vereist voor het veranderen van de mores in wetgeving en rechtspraak in het Personen en Familierecht, worden opgebracht.

Het is David tegen Goliath, en dat blijft dus zo. Leve OZO!

 terug naar de top

 

Ingezonden, sprekende praktijk

#1

Ik ben woonachtig in Eee en sinds drie jaren verwikkeld in een, hoe kan het anders, onverkwikkelijke scheiding.
Inmiddels zij wij 13 rechtszaken, 7 rechters, diverse onderzoeken bij een psychologencollectief, bezoeken bij het AMK, evenals een spoedonderzoek van 14 maanden door de RvK verder. Resultaat: omgang met mijn zoon Jjjj eens per 14 dagen, benevens de helft van alle vakanties.

Hoe luidde de beschikking ook al weer? Uit niets was gebleken dat ik geen goede vader zou zijn: geen incest, geen onzedelijk gedrag, geen mishandeling, geen onverantwoordelijk gedoe.

Hulde, gezamenlijk ouderlijk gezag bleef gehandhaafd, hulde voor de RvK en zijn rapport.
Over moeder daarin geen onvertogen woord, uiteraard. Dat is vanzelfsprekend.
En bemiddeling, ach: als de moeder categorisch weigert staken daar alle stemmen. En als het nou zonder bemiddeling niet kon ... maar er was toch verder niets aan de hand?

Dit ondanks een andere, meer dan stevige rapportage aangaande de geestelijke gesteldheid van de moeder, in combinatie met de ongezonde huissituatie voor mijn zoon en de onherroepelijke gevolgen daarvan. En ondanks het causale verband met moeders weigerachtige houding dat in die rapportage wordt uitgelegd.

Het onderzoek daarvoor werd ingesteld door een toonaangevende nestor in de kinderpsychiatrie te Nederland, die Jjjj ten behoeve van dat onderzoek een aantal keren onder zijn hoede heeft genomen. De volslagen idioterie van de RvKrapportage m.b.t. mijn zoon had niet beter kunnen worden aangetoond.

Een onderzoek, waarvoor de deskundige nog getracht heeft, in het belang van Jjjj, contact te zoeken met de RvK. Een rapport dat hij aan de RvK en zelfs aan moeder aanbood, alsmede een aanbod voor begeleiding van Jjjj alles in het beste belang van Jjjj.
Maar men achtte dit niet nodig.
Daarom dus dit rapport tegelijk uitgebracht met het zo lang verwachte rapport van de RvK.

Hulde voor de rechterlijke macht die opnieuw daadkrachtig met de aanvullende gegevens is omgegaan.
Ja, U raadt het al: ook de rechter negeerde de rapportage volledig.
Daarentegen was er een ongedaeerd briefje van een eerstelijnspsycholoog, die met grote stelligheid verkrapping van de omgang en begeleiding daarvan bepleitte.
Weliswaar zonder enig inhoudelijk argument, maar dit was toch zeker niet zomaar een stelling uit de losse pols?

Hulde ook voor de onderzoekers van de RvK die tot op heden niet bij machte zijn geweest om ook maar één bezoek bij mij thuis te brengen, al dan niet in aanwezigheid van mijn zoon.
En die nooit oor hadden voor de diverse, al dan niet gespecialiseerde, informanten welke meer dan gemiddeld op de hoogte zijn van de idiote situatie die zich ook al ten tijde van ons samenwonen manifesteerde, en de gevolgen daarvan voor Jjjj.

De oorzaak is simpel. Dergelijke bezoeken hoefden niet, omdat moeder de omgang immers doelgericht frustreerde en blokkeerde. Geen omgang, geen onderzoek simpel toch?
En ach, onderzoek van de redenen waarom is niet relevant. Misdaad loont?

Hulde alsnog voor de eindconclusie t.a.v. gezamenlijk ouderlijk gezag.
Hulde ook voor de advocaat van mijn exvrouw welke niet ter rechtszitting verscheen en de Rechtbank niet-bevoegd verklaarde na de zoveelste verhuizing van mijn ex-vrouw.

Kortom hulde voor alle betrokkenen welke zich zo daadkrachtig hebben ingezet voor het welbevinden van mijn zoon. Het gaat toch immers om zijn belang, en hij is er duidelijk in wat hij wil. Hij is inmiddels 8 jaar en telt de dagen af dat ik hem weer ophaal.
Natuurlijk, vader rijdt elke 14 dagen 1000 km omdat moeder ook hier elk gebaar weigert. Misdaad loont?

Maar wellicht zie ik het fout. Want omdat vader als enige dus weliswaar bereid is om de omgang in stand te houden, kan worden geconcludeerd dat de regeling goed loopt. En dus is een beslissing op dit punt een fluitje van een cent.

Inmiddels zijn wij een kleine drie jaren verder.
Jjjj zie ik afglijden onder het juk van een geestelijk zieke moeder.
De ongelukken welke ik als “emotionele” vader al twee jaar geleden voorspeld heb, worden door velen waargenomen en bevestigd.
Jjjj kan zijn jeugd echter niet overdoen, en ik kan slechts afwachten tot er iets vreselijks gebeurt. Iets dat er onherroepelijk aan komt.
Ja maar toch: iets wat structureel in het verleden is geschied, hoeft zich toch nog niet in de toekomst te herhalen. Of wel soms?

En kan zijn huidige school dan niets rapporteren? Jawel, de school rapporteerde al na twee maanden dat het allemaal prima ging met Jjjj.
Het was zeker weer subsidietijd, en nieuwe leerlingen dringend nodig wie verwacht dan geen positieve rapportage? .
Daar klampte de rechterlijke macht zich vervolgens aan vast, zonder dat ook maar iemand de moeite nam om het vergelijk te trekken met de vorige, vertrouwde school van Jjjj..
Blijkbaar is dergelijk nader onderzoek teveel gevraagd.

En laten we eerlijk zijn, we hebben toch allemaal het beste voor met Jjjj, en er zijn toch ergere dingen?
De RvK heeft warempel wel andere dringende zaken aan zijn hoofd.
Net als alle zeven rechters tot op heden trouwens. Alleen jammer dat ze stuk voor stuk inmiddels zo voorspelbaar zijn geworden. Enkel hier zou al een studie aangaande gedrag op zijn plaats zijn.

Maar ja wie kan ik iets kwalijk nemen in dit systeem. Iemand met “ruggegraat” zal ik weten te prijzen.
Maar ik kan u op basis van proefondervindelijkheid vertellen; ik heb nog niemand getroffen die er één had. Ruggegraten zijn blijkbaar een schaars artikel, bij RvK en rechtspraak.

Vader JR

 terug naar de top

 

Ingezonden, sprekende praktijk

#2

Ik wil graag even reageren op uw artikel in de laatste OZOuitgave. Het artikel over de BJZ. U kunt heerlijk kritiekvol schrijven, wat mijn inziens ook nodig is als je leeft in een bureaucratische maatschappij waarin mensen denken dat alles keurig geregeld is en waarin dus geen onrecht voorkomt.

Jammer genoeg komt er in onze Nederlandse samenleving nog al te veel (en stil) onrecht voor. Ik zocht contact met u september 2003.
Dit vanwege de slechte omgangsregeling die ik toen (niet) had met mijn jongste dochter. Ik ben blij u toen gesproken te hebben. U gaf me het adres van kantoor Wagenaar in Groningen. Mevrouw Wagenaar zelf heeft me niet geholpen, maar wel haar collega mr. F. Flooren.
Niet dat al mijn wensen gehonoreerd zijn, maar haar aanpak was direct en zonder poespas. Inmiddels heb ik een 'normale' omgangsregeling met deze dochter.
Wat betreft mijn oudste dochter zijn de dingen heel anders. Zij woont vanwege gezondheidsredenen mijnerzijds bij mijn zus en zwager in een pleeggezinconstructie, en onder leiding van de BJZ.
Ik heb veel moeite gehad met de BJZ, de uithuisplaatsing (hoewel vrijwillig) en met name het etiket. Toch heb ik, omdat de situatie duideijk was, altijd geprobeerd om voor ogen te houden dat mijn dochter het belangrijkste was in de beslissingen die genomen moesten worden. Klote beslissingen soms.
Dat mijn dochter bij mijn zus woont, is sinds november 2002. Nu bijna 3 jaar later kan ik gelukkig wel zeggen dat al mijn inspanningen, met hulp van anderen, toch tot vertrouwen in het BJZ in Mmm heeft geleid. In de casemanager dan. Ik weet in het verhaal van mijn dochter eigenlijk niet wie de gezinsvoogd is.

Maar ik zal reageren op de vragen die u stelt.
Hoeveel vragen in het Volkskrantartikel zijn, in strikte zin, eigenlijk beantwoord?
Antw: Een mooi rapport hoeft niets over de werkelijkheid te vertellen.
Wat betekent dat voor de professionele kwaliteit van de verslaggever en de krant?Een mooi kloppend vraagenantwoordverhaal hoeft nog niets te vertellen over de professionaliteit van de journalist/schrijver.
Wanneer is er volgens BJZ sprake van een incident, en wanneer niet?
Tja dat zal moeilijk in te schatten blijven; laten we ons geen illusies maken.
Jammer genoeg kan ik uw laatste vraag niet positiever beantwoorden. Ook de mensen van het BJZ blijven mensen. In mijn geval kan ik na 3 jaar zeggen dat zij toch ook goed kunnen zijn. Maar die 3 jaar waren vol twijfel, angst en een aantal negatieve gebeurtenissen, waarbij ik vooral niet mijn kop in het zand moest blijven steken, als ik dat al deed. Ik denk dat ik alleen voor mijn dochter heb kunnen blijven kiezen omdat ik vanwege mijn gezondheid er zelf niet in staat was, voor haar te zorgen (dat was gewoon duidelijk) en er geen andere/ betere keuzes/ alternatieven waren. Ook een goede vriendin en psychologe hielden me altijd bij de leest.
Gelukkig gaat het nu goed met mijn dochter en mij. Wie weet zal zijn in de toekomst weer thuis kunnen wonen.

Iets anders. Telkens als ik OZOnieuws lees, merk ik dat ik het enerzijds eens ben met de noodzaak van kritische standpunten. Anderzijds weet ik niet of uw kritiek iedereen bereikt.
Mij bereikt het vanwege mijn ervaringen. Maar waarom zullen 'nette' mensen zonder die ervaringen, luisteren naar zoveel kritische standpunten die ze wellicht niet direct zullen snappen. Misschien zijn ze slimmer dan ik denk, maar ik merk het in mijn eigen omgeving: ontkenning! Eerst en vooral maar blijven ontkennen: "Nederland is zo slecht nog niet". Nee, Nederland is zo slecht nog niet, maar ook in Nederland moeten we vechten als het niet gaat zoals het moet horen te gaan!

Inmiddels lees ik ook het artikel van Theo Nieuwenhuizen. Ook daar worden goede alternatieven aangeboden.

Tot zover mijn reactie op OZOnieuws jaargang 4, nr 2, okt. 2005

Vriendelijke groeten,

Moeder A.R.

 terug naar de top

 

OzoMottO: Ouderkind relaties zijn heilig

Met de verklaring van de Rechten van de Mens is geprobeerd om onwrikbare, onbetwijfelbare, fundamentele rechten die het menszijn aankleven, vast te leggen.
In ouderbewegingen wordt beweerd dat schending van omgang, het schenden van een mensenrecht is. De vraag is òf dat zo is, en waaròm dat dan zo zou zijn.
Voor de beantwoording van die vraag is het nodig te onderzoeken wat het begrip “omgang” eigenlijk inhoudt.
Een ruime en dekkende definitie van de term omgang is: het onderhouden van een relatie. Met omgang als in “Ouders Zonder Omgang”, is dit beperkt tot het onderhouden van de relatie met het eigen kind.

Een relatie is een abstract ding, dat zich in concrete acties of gedragingen manifesteert. Het abstracte ervan berust op het gegeven, dat een relatie een geestelijke band is. Aan beide einden van die band bevindt zich een mens met zijn karakter en eigenaardigheden, zijn herinneringen en denktrant. Daarmee wortelt die band dus in werelden die fundamenteel vrij zijn, al was het maar omdat een abstracte wereld zich nu eenmaal moeilijk laat opsluiten.
De fundamentele vrijheden aan weerszijden van een relatie maken ook de relatie tot verboden gebied voor derden. Tenzij... de relatie zich op onaanvaardbare wijze manifesteert.

Voetbalsupporters mogen elkaar zo hartelijk om de nek hangen of naar het leven staan als zij willen, maar wanneer zij daden bij hun woorden willen gaan voegen hebben zij rekening te houden met de belangen van anderen, van de samenleving als geheel.

Samenlevingen houden er van oudsher al dan niet geschreven regels en voorschriften op na, die bewerkstelligen dat de boel niet ontspoort. In onze tijd staan die regels in het Wetboek van strafrecht dàt legt harde beperkingen op aan relaties en aan andere fundamentele vrijheden van de mens.

Met de Verklaring van de Rechten van de Mens is geprobeerd, om het overheidsbeperken in toom te houden: met de keuze en het aanhangen van een religie, school of buurtvereniging bijvoorbeeld, mag het Strafrecht zich niet bemoeien.

Een kind is in elk opzicht het product van twee ouders: het is half vader en half moeder. Dat maakt dat de relatie met een kind onaantastbaarder is, dan die met een buurman. Bij een relatie tussen ouder en kind spreken dezelfde genen en dus voor een groot deel de zelfde denkwerelden met elkaar.
Fundamenteler kan een relatie niet zijn.

Het is ondenkbaar dat de buitenwereld zich zou bemoeien met een relatie tussen twee buren: pas als zij zich strafbaar gaan gedragen, komt die buitenwereld tussenbeide.
Het is helemaal ondenkbaar en onaanvaardbaar dat de buitenwereld zich zou bemoeien met de relatie tussen ouder en kind (wederom tenzij er strafbare manifestaties zouden zijn).
Toch doet de buitenwereld dat, bij monde van de rechtspraak en de haar soufflerende hulpwereld, onverdroten. De geestelijke terreur die ouders daarvan ondervinden werkt als een handgranaat die in het hoofd ontploft. Elke inbreuk op de instinctief als onaanraakbaar ervaren band met het kind, leidt tot totale verbijstering en desoriëntatie en wordt ervaren als een ultieme inbreuk op de persoonlijke denk en zijnsvrijheid.

Daarom is schending van de omgang inderdaad en altijd een schending van het meest fundamentele mensenrecht, het recht om “zelf” te zijn.

De consequentie hiervan is, dat schending van omgang hoognodig als een ernstig strafbaar feit moet worden aangemerkt.
Het enige dat politici en buitenwereld ervan weerhoudt om de daad bij het woord te voegen, is de geharnaste denkterreur, die door politiek correcten en fundamentalisten (als feministen, socialisten, fascisten, liberalisten, of religieuzen) wordt uitgeoefend.
Omgang is de speelbal en schopsteen van fundamentalisten daarom brandt geen overheid of buitenwereld er haar vingers aan. Dat moet maar eens veranderen.

 terug naar de top

 

Hete statistieken en wetenswaardigheden

 Uit het Algemeen Dagblad van zaterdag 24 september:

  • in Nederland vinden ca. 38.000 echtscheidingen per jaar plaats
  • één op de 2000 huwelijken maakt het eerste jaar niet vol
  • er zijn ca. 400.000 gescheiden vrouwen en 300.000 gescheiden mannen in Nederland
  • vrouwen zijn gemiddeld 38 jaar oud, en mannen 40, als zij scheiden
  • één op de drie huwelijken eindigt in een (echt)scheiding
  • één op de zes echtscheidingen verloopt problematisch
  • in 80 procent van de gevallen begint de vrouw de echtscheidingsprocedure

Zoals zo vaak, roepen zulke gegevens alleen maar om meer. De eerste vraag die opkomt is: “Maar om hoeveel kinderen gaat het”?
Het feit alleen al dat dit gegeven in het AD niet aan de orde kwam, en dus waarschijnlijk ook niet bekend was in de bronnen die het AD raadpleegde, geeft voldoende aan tot welke hoogte het belang van het kind gaat: het torent minder boven de polder uit dan de gemiddelde leeftijd van scheidende ouders.
Ook blijft onbekend, of nietgeregistreerde samenlevingsvormen het beter of slechter doen dan de officiële huwelijken, of de aanwezigheid van kinderen remmend werkt op scheidingen, hoe vaak de Raad voor de Kinderbescherming er aan te pas komt, bij hoeveel echtscheidingen er kinderen zijn betrokken, of na een zeker aantal jaren huwelijk de kans op stuklopen afneemt, of advocaten dempend werken op de problemen of juist niet, hoeveel moeilijke gevallen er zijn en waardoor die worden gekarakteriseerd, hoe vaak er sprake is van een toenemende strijd, of de strijd überhaupt ooit afneemt, waar de strijd dan wel over gaat, hoe vaak “de hulpverlening” (Bureau Jeugdzorg, Raad voor de Kinderbescherming e.d.) eraan te pas komt en vooral: hoe vaak die tussenkomst leidt tot herstel van ouderkind relaties of juist tot verbreking ervan.

De ervaring binnen de stichting heeft één ding wel aangetoond: wie zich niet neerlegt bij de oekazes van een hulpverlener (meestal een gezinsvoogd), wordt als recalcitrant gezien. Een zich verzettende ouder wordt op elke manier tegengewerkt, het contact met de kinderen wordt zonder enige terughoudendheid gefrustreerd. Zodra dit nooit openlijk vastgelegde doel is bereikt, wordt de ondertoezichtstelling niet langer nodig geacht, dwz: Bureau Jeugdzorg vraagt dan simpelweg geen verlenging meer aan: de lastige ouder is “kaltgestellt”, en in de boeken wordt een succesvolle interventie genoteerd.
Deze beslissing wordt niet door de rechter getoetst. Dat gebeurt wel met verzoeken om een verlenging, maar zoals bekend laten rechters daarbij maar al te graag hun oren hangen naar de verzoeker, de hulpverlenende instelling. Het bepalen van de geldstromen en het vaststellen van de effectiviteit van de besteding ervan, worden aldus overgelaten aan de interne, dogmatische en kritiekloze, hulpverleningscircuits die er ook voor zorgen dat al te lastige klanten buiten de deur worden gezet.

Ouders die niet protesteren, die het ontbreken van omgang stilzwijgend aanvaardden, voeden eveneens de positieve statistieken. In hun gevallen is er immers ook sprake van rust, en dat succes noteren de hulpverleners maar al te graag.

Jeugdzorg en rechtspraak houden gezamenlijk een pervers systeem in stand.
Dat wordt door de statistieken, hoe onvolledig zij ook zijn, in ieder geval niet weersproken.

 

 

OzoMottO: Ouderkind relaties zijn heilig

 


 terug naar de top