Ozonieuws:
2005 - 1

Stichting Ouders Zonder Omgang

 

 

 

 

 

 

-Het initiatiefwetsontwerp Luchtenveld - bespreking in de Tweede Kamer

Op 3 februari is het initiatiefwetsontwerp van Luchtenveld over scheiden zonder rechter en omgang na scheiding in de Tweede Kamer besproken.
We citeren enkele uitspraken en voorzien die hier en daar van commentaar.

1. Algemeen

Met gemengde gevoelens hebben de leden van de CDA-fractie kennisgenomen van onderhavig wetsvoorstel. Gemengde gevoelens, omdat het wetsvoorstel enerzijds voorstellen bevat die de instemming van deze leden hebben en brede steun in de Kamer weten aangezien ze berusten op Kameruitspraken.
Daarnaast bevat dit wetsvoorstel een aantal voorstellen waarvan deze leden op voorhand de positieve effecten nog niet kunnen zien ofwel waarvan zij de zorgvuldigheid waarmee relaties tussen ouders en kinderen zich soms wijzigen als gevolg van de ontbinding van de relatie tussen de ouders nog met onvoldoende waarborgen zien omgeven

De leden van de PvdA-fractie vragen de indiener wat zijn oordeel is over het wetsontwerp van de regering. Kan de indiener uiteenzetten om welke onderdelen het hier gaat en waarom de indiener, uit het oogpunt van zorgvuldigheid, niet heeft gewacht met het indienen van het wetsvoorstel tot dat dit overleg volledig is afgerond?
Tja, PvdA, als we eerst eens honderd jaar wachten, zal het probleem voor de huidige generaties wel opgelost zijn, maar nog niet voor de nieuwe...

De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het initiatiefwetsvoorstel van het lid Luchtenveld. Nu de regering blijk heeft gegeven van een grote mate van terughoudendheid bij de uitvoering van de wensen van de Kamer is het meer dan welkom dat het voorliggende voorstel uitvoering geeft aan deze vier moties.
Inderdaad, deze ploeg zit er al een tijd. Er is niets tastbaars bereikt en de wind staat niet goed.

De leden van de SP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van dit wetsvoorstel en onderschrijven van harte zijn primaire doelstelling: de beide echtgenoten verantwoordelijkheid te laten nemen voor zowel de echtscheiding als de zorg voor de kinderen.
De leden van de Groenlinks-fractie hechten eraan hun grote waardering uit te spreken voor de indiener van het initiatiefwetsvoorstel. Het moet tot één van de grote verworvenheden van de parlementaire werkzaamheden worden gerekend als leden van de Kamer zich wijden aan het tot stand brengen van een initiatiefwetsvoorstel. Zeker met het oog op de buitenge woon treurige omstandigheden voor ex-partners die hun kinderen niet meer na de echtscheiding te zien krijgen.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met (kritische) belangstelling kennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel. Zij geven aan dat de indiener waardering toekomt. Het wetsvoorstel is deugdelijk opgebouwd en de toelichting is verhelderend. Daarnaast merken zij op dat de poging van de indiener om een belangrijk principe, namelijk dat ouderschap niet eindigt door scheiding, ook in wetgeving te vertalen, eveneens waardering verdient.

De leden van de SGP-fractie hebben met bijzondere belangstelling, zij het niet met instemming, kennisgenomen van het initiatiefwetsvoorstel. Het is de leden van de SGP-fractie opgevallen dat de indiener een grote rol heeft toegekend aan mediation in plaats van aan de rechterlijke macht. Zij verbinden aan deze constatering de vraag of aantoon baar is, dat op dit moment is voorzien in de behoefte aan mediators die gekwalificeerd geacht mogen worden om de toegedachte taak te vervullen.

2. Aangaan en ontbinden van relaties.

OZO heeft geen mening over scheiden zonder rechter. Het gaat ons om omgang.

De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel en prijzen de indiener voor zijn inspanningen. Zij steunen de indiener in zijn streven de problemen met het omgangs(on)recht aan te pakken
Aan mooie woorden ontbreekt het gelukkig niet.

De leden van de ChristenUnie-fractie merken op, hoewel over het doel en de strekking van het wetsvoorstel (ook in kritische zin) het nodige te zeg gen valt, dat de poging van de indiener om een belangrijk principe, namelijk dat ouderschap niet eindigt door scheiding, ook in wetgeving te vertalen, eveneens waardering verdient.

Ten aanzien van de voorstellen die de indiener doet met betrekking tot de omgang, hebben de leden van de D66-fractie enige vragen. Naar verwachting zal een deel van de echtscheidingen via de rechter blijven lopen. Biedt het voorliggende wetsvoorstel ook (nieuwe) oplossingen voor omgangsproblemen die ontstaan na een scheiding die door de rechter wordt ontbonden?
Een van de grootste problemen met omgangsregelingen is de naleving. Regelmatig onttrekt één van de ouders (meestal de moeder) zich aan de afgesproken regeling. Kan de indiener exact uiteenzetten op welke wijze het voorliggende wetsvoorstel het traineren van de omgangsregelingen door één van de partners beoogt
te voorkomen? Zullen problemen met betrekking tot de omgangsregeling niet juist blijven vóór- komen bij de scheidingen die, ook na eventuele inwerkingtreding van dit wetsvoorstel, nog aan de rechter worden voorgelegd, omdat de partners het nu eenmaal fundamenteel oneens zijn? Biedt dit wetsvoorstel dan wel soelaas voor de «moeilijkste gevallen»?
De indiener wijst er op dat het vragen van een advies aan de Raad voor de Kinderbescherming door de ouder die naleving van de omgangsregeling traineert, nu soms wordt ingezet als middel om tijd te rekken. De leden
van de D66-fractie vragen of het wetsvoorstel daadwerkelijk iets verandert aan de taak van de Raad voor de Kinderbescherming, waardoor «tijd rekken» door een «querulante» ouder wordt voorkomen? Of wordt slechts om een mentaliteitsverandering bij de Raad gevraagd? Kan een advies van de Raad voor de Kinderbescherming niet van groot belang zijn wanneer het belang van het kind in het geding is?
D66 meent dat “het belang van het kind” een onwrikbaar gegeven is (zoals bijv. de bloedgroep van het kind) wat alleen door specialisten (lees: de Raad) vast gesteld kan worden. Dit gaat voorbij aan alle problemen die juist door (de aanwezigheid van) de Raad gecreëerd worden. OZO stelt : Weg met de Raad. Geen Raad maar Daad!
Verwacht de indiener dat een omgangsregeling die ouders samen overeenkomen ook per definitie in het belang van het kind is? Zo ja, waarom?
Dit kon er nog wel bij: die ouders “weten niet” wat “het belang van het kind” is. Gelukkig is er de Raad en die lost alles op. We weten hoe.

De leden van de Christen Unie merken hierbij voorts op er goede nota van te hebben genomen dat de uitgebreide regelingen voorstelt, onder meer met betrekking tot het ouderschapsplan en het onderhoud. Dit plan komt ten overstaan van advocaten, notarissen of scheidingsbemiddelaars tot stand. Zij betwijfelen echter of er op die manier voldoende waarborg is dat afgedwongen overeenstemming, of overeenstemming om «van het gedoe af te zijn» wordt voorkomen.
Legt de vinger op de zere wonde: wat nodig is, is niet zozeer niet een ouderschapsplan, maar handhaving van omgang.

3. Overwegingen

De leden van de PvdA-fractie vragen de indiener de kennelijke kostenbesparing die hij voorziet als gevolg van dit wetsvoorstel, nader te verklaren. Op welke wijze worden welke kosten bespaard en hoe hoog zullen de besparingen naar verwachting zijn? Deze leden vragen de indiener nader te verklaren waarom hij het te besparen bedrag wil besteden aan de veiligheidshandhaving. Heeft hij overwogen om het geld in te zetten voor een versterking van de infrastructuur voor bemiddeling, begeleiding, zorg en hulpverlening aangaande scheiding en omgang, bijvoorbeeld in de vorm een structureel netwerk van omgangshuizen
De PvdA wil nog meer zachte sector. Dat die al 35 jaar de oorzaak van de problemen is, wil er maar niet in. Waarom niet eindelijk eens handhaving proberen?

4. Mediation.

Er werd verder gesproken over mediation en bijv. de eerste 12 uur daarvan vergoed.
OZO is tegen mediation sec. Eerst moet handhaving van omgang geregeld worden, daarna pas heeft het zin mediation te regelen. Eerst moet de kraan dicht, daarna gaan we heus wel dweilen.

5. Voorzetting van de zorg- en opvoedingsrelaties t.a.v. kinderen

De leden van de CDA-fractie stellen vast dat de indiener in de memorie van toelichting veel aandacht besteedt aan de voortzetting van het ouderschap na de scheiding c.q. de ontbinding van het geregistreerd partnerschap in het geval er minderjarige kinderen binnen de respectievelijk relatie zijn waar beide ouders met het gezag belast zijn. Het is deze leden niet duidelijk of de belangen van het kind bij ontbinding van het geregistreerd partnerschap op dezelfde wijze gewaarborgd worden als bij ontbinding van het huwelijk.
Op welke wijze wordt in de voorstellen recht gedaan aan de opvattingen en wensen van het minderjarige kind met betrekking tot het ouderschapsplan. Heeft de indiener bij zijn voorstellen rekening gehouden met de bepalingen uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)?
Dat verdrag erkent dat omgang met de ouders een recht van het kind is.

De leden van de PvdA-fractie zijn verheugd over het feit dat de indiener het verplichte ouderschapsplan in zijn wetsvoorstel opneemt. Zoals al opgemerkt in de memorie van toelichting, vormde het pleidooi voor een ouderschapsplan een belangrijk onderdeel van de PvdA-nota «Ouder blijf je» uit april 2004.
Dit plan wenst niet over handhaving te spreken en zal dus niets oplossen.

De leden van de PvdA-fractie vragen nog het volgende. In onder andere het rapport «Het verdeelde kind» wordt gesteld dat het opvallend is dat naast

de vier in de wet genoemde ontzeggingsgronden een vijfde ontbreekt, te weten langdurige en ernstige ouderlijke conflicten. Deskundigen zouden deze contra-indicatie mogelijk expliciet in de wet opgenomen willen zien
De moed zakt ons in de schoenen over zoveel onbegrip over oorzaak en gevolg. Dwarsliggen wordt in de huidige praktijk al vorstelijk beloond. Waarom dan zelfs een wettelijke uitnodiging daartoe aanbieden? Een ultieme beloning voor slecht gedrag!

De SP fractie merkt op dat het blijkt in de praktijk dat rechters, zeker waar de beide ouders er niet in slagen om via bemiddeling tot oplossingen te komen, geneigd zijn om de moeder het gezag toe te kennen.
Klare taal, daar zit de kneep. Rechters voeren de wet anders uit dan de politiek bedoelde.

De leden van de Groenlinks-fractie merken op: Onverlet de soms zeer schrijnende situaties die zich ten aanzien van de niet-verzorgende ouder kunnen voordoen, lijkt het deze leden onwenselijk dat voor het welbevinden van de kinderen belangrijke aspecten van verzorging en opvoeding conflicten tussen de ex-partners er bijvoorbeeld toe zouden kunnen leiden dat kinderen gedwongen worden letterlijk twee gescheiden levens op te bouwen doordat de partners het bijvoorbeeld niet eens kunnen worden over de schoolkeuze en daarom, elk afzonderlijk van elkaar, besluiten de kinderen tegelijkertijd op twee scholen in te schrijven en voor de duur van de toegekende omgangsrechten kinderen daar naar school te laten gaan.
Deze leden vragen de indiener daarom het belang van het kind nader uit te werken in het wetsvoorstel.
Dat doen wij maar weer: het belang van het kind is nou juist die aandacht van beide ouders. Kinderen die in twee plaatsen naar twee scholen gaan zijn grote uitzonderingen.

De indiener benadrukt het belang van het begeleiden van de voormalige echtelieden bij het uitvoeren van de afspraken over de kinderen. Welke taak kunnen zogenaamde «omgangshuizen» daarin vervullen, zo vragen de leden van de D66-fractie. Acht de indiener het, met deze leden, wenselijk dat er een landelijk netwerk van omgangshuizen komt?
Het is bekend, ook D66 wil alles behalve handhaven. Neen, omgangshuizen zijn een doekje voor het bloeden. In de praktijk functioneren ze niet goed. Laat u niet beduvelen, een positieve boodschap wordt verspreid, gebaseerd op “het masseren van de cijfers”.

6. Naleving

De leden van de CDA-fractie merken op dat in zijn algemeenheid de vraag gesteld kan worden wie of welke instantie toetst of voldoende rekening is gehouden met de belangen van het kind nu bij scheiding, c.q. ontbinding van het geregistreerd partnerschap, in de zorg- en opvoedingssituatie zich wijzigingen zullen voordoen die in praktisch alle gevallen een voor het kind ongunstiger basissituatie zal betekenen. De indiener bepleit in de memorie van toelichting een nieuwe taak voor de Raad voor de Kinderbescherming. Daarnaast stelt de indiener dat de Raad geen ruimte moet toekomen voor advisering behoudens waar het betreft gevallen waarin maatregelen van kinderbescherming een rol spelen. Kan de indiener nader uiteenzetten wat hij in dit verband verstaat onder «maatregelen van kinderbescherming»? Wil de indiener nader motiveren waarom de Raad wel een nadrukkelijke rol zou moeten krijgen bij (de handhaving van) de nakoming van de zorg- en opvoedingsregelingen? Kan de indiener zich ook voorstellen dat nu juist niet de Raad, maar een andere instelling een functie heeft bij de handhaving van de overeenkomst? Immers, wanneer handhaving geboden is, spreekt daar al impliciet uit dat er conflicten zijn ontstaan bij de nakoming van de zorg- en opvoedingsafspraken.
Wil het CDA de Raad inderdaad alleen bescherming laten doen? Prachtig!

De leden van de PvdA-fractie vragen de indiener zijn stelling dat de overheid vrijwel meteen sancties oplegt als «de man» de door de rechter opgelegde regeling (deels) niet uitvoert maar dat de overheid dit nalaat als «de vrouw» de haar door de rechter opgelegde regeling niet uitvoert, nader met feiten te onderbouwen. Valt het de PvdA dan niet op dat iedere “ontvoering” in de krant staat (dus zo’n 10 per jaar), maar dat het niet meewerken aan omgang straffeloos blijft (duizenden per jaar)?

Kan de indiener zijn streven naar «een korte, maar efficiënte rechtsgang» voor geschillen tussen ouders nader concretiseren?

De leden van de PvdA-fractie vragen de indiener de veranderde rol van de Raad voor de Kinderbescherming die hem voor ogen staat, nader te concretiseren. De rechter mag volgens het voorstel de Raad slechts in gevallen waarin maatregelen van kinderbescherming een rol spelen om advies vragen. Hoe moet de rechter volgens de indiener in deze nieuwe situatie tot zijn oordeel komen?

Is het niet een alternatief in te zetten op verkorting van de onderzoeken door de Raad? Welke rol van de Raad staat de indiener bij de handhaving van naleving voor ogen? Wat is in de ogen van de indiener het voordeel voor het kind van de nieuwe rol van de Raad?
Onderschrijft het onbegrip over de slechte invloed c.q. rol van de Raad.

De leden van de SP-fractie merken op dat in het overzicht van situaties ten aanzien van de naleving van omgangsregelingen, de mogelijkheid dat de betrokkenen zelf een regeling treffen ontbreekt én die vervolgens niet naleven. In dit verband is de vraag relevant of een ouderschapsplan een zodanige vorm moet hebben, dat zij een executoriale titel vormt (bijvoorbeeld in de vorm van een notariële akte of rechterlijke uitspraak). Als daarvoor niet wordt gekozen, kan de afdwingbaarheid van het ouderschapsplan problematisch zijn.

Wederom de vinger op de zere plek. Deze fractie ziet waar het probleem ligt.

7. Samenvattend overzicht

De leden van de PvdA-fractie vragen de indiener of hij op de hoogte is van het recente Belgisch wetsvoorstel <tot het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind van wie de ouders gescheiden zijn en tot regeling van de gedwongen tenuitvoerlegging inzake huisvesting van het kind> waarin het met een gerechtsdeurwaarder ophalen van het kind als dwangmaatregel is vervat indien één van de ouders weigert rechterlijke beslissingen omtrent huisvesting na te leven. Heeft hij soortgelijke maatregelen in zijn wetsvoorstel overwogen?

Gaat dit toch zoden aan de dijk zetten? Deze ontwikkeling zullen we nauwlettend volgen
______
 terug naar de top

 

De onophoudelijke terreur van jeugdzorg

Met aanhoudende regelmaat komen er telefoontjes binnen van mensen die het slachtoffer zijn van Bureau Jeugdzorg (BJZ). Dat zijn altijd ouders die (bijna) geen omgang meer hebben met hun kinderen. Die wonen bij de andere ouder (de zorgouder) en zijn onder toezicht gesteld. Voor BJZ is dat het sein zich te bemoeien met de ouder met wie de kinderen geen contact meer mogen hebben, en met welke ouder BJZ dus niets van doen heeft.
De zorgouder is degene op wie BJZ zijn hulpprogramma’s loslaat, deze ouder is voor BJZ de bron van inkomsten, niet het kind. De zorgouder laat zich, onverzadig-baar als een verslaafde, alle privileges en hulp aanleunen alsof deze een te lang uitgestelde genoegdoening zouden vormen voor het onzegbare en onmeetbare lijden dat het eerdere huwelijk betekende.
Om te voorkomen dat de voogd het gevoel krijgt dat zijn inspanningen niet goed zijn besteed, zorgt hij ervoor dat de zorgouder in zijn rapportages wordt gepresenteerd als een krachtige, verantwoordelijke persoon, die slechts door harde omstandigheden een beroep op BJZ heeft moeten doen.

De voogden van BJZ komen in de rappor-tage naar voren als helden met hart en kennis, als mannetjesputters die collega’s als James Bond en Zorro tot stuntelaars degraderen, maar die zich daarop geenszins laten voorstaan. Ja, het werk van BJZ, dat is pas echt werk!

De zorgouders begrijpen terstond wat er van hen wordt verlangd. Zij projecteren alle schuld en elke mogelijke verdachtmaking op de andere ouder en zingen de lof van de voogd. De voogd doet hiervan kritiekloos verslag en biedt nog meer faciliteiten, de andere ouder wordt afgemaakt.

De rechterlijke macht kijkt periodiek met een verveeld en halfbeschaamd oog toe. Zij staan als kinderrechters niet in hoog aanzien, wat hen navranter wijze excuseert voor hun laffe gedrag van machteloosheid. Hoe eerder zij van de zaak af zijn, hoe liever het hun is.

Dat maakt hen tot hoofdverantwoordelijken voor de (zelf)pervertering van de jeugdzorg - er rest hun niets anders dan mee te zingen in het koor van haat tegen de ouder zonder omgang, en dat van de lof aan de inmiddels tot in het merg verdorven geraakte zorgouder. En wee de ouder die in deze beerput een protest laat horen.

Jeugdzorg perverteert en corrumpeert alle betrokkenen.
Zorgouders drijven hun kinderen tot (zelf)vernietiging, voogden volgen hun van nature al zo heilloze weg van het eeuwige gelijk, rechters bevestigen elkaar slechts, en allen zwijgen als het graf over de vernietiging van kinderlevens.

Ouders zonder omgang die zwijgen, bevestigen het gelijk der voogden, De ouders die niet zwijgen bevestigen datgelijk ook. Daar zorgen de rechters en de voogden wel voor die dit decadente systeem in de lucht houden.
Deze inktzwarte opinie wordt in telefoontjes en dossiers alleen maar bevestigd, nooit weerlegd.
De voorspelling is, dat de nieuwe wet op de Jeugdzorg de perverterende werking van het systeem niet zal stoppen.
Het is niet de vraag of een andere werkaanpak tot betere resultaten zou leiden. Een alternatief voor het door rechtspraak en wetgeving gegarandeerde systeem is er niet.
Geen enkele verandering in de regels heeft ooit soelaas geboden. De enige genezing van deze maatschappelijke kanker is: afschaffing van het werk van jeugdzorg. Dat zal enkele slachtoffers opleveren, maar veel meer slachtoffers voorkomen.
De hoop kan slechts gevestigd zijn op het doorbreken van dit inzicht, op een verandering in het algemene denken op dit punt - het paradigma.
Een verandering ten goede kan slechts worden bereikt langs de verlichte weg van de ratio, van de harde, meetbare effecten en statistieken. Goede bedoelingen, pedagogische dogma’s en psychologische axioma’s hebben in meer dan dertig jaar geen enkel effect gesor-teerd. Het wordt tijd om de nieuwe ideeën uit die hoek - zoals daar zijn omgangshuizen, begeleide omgang, oudercursussen, begeleiding voor kinderen na scheiding en bijv, naschoolde opvang - nu eindelijk eens met gegrond en gezond wantrouwen in de kiem te smoren.
Er moet omgang zijn, geen flauwe kul.
______
 terug naar de top

 

 

Nieuwe tactieken

Al meer dan dertig jaar worden ouders na hun scheiding geterroriseerd door deskundigen die hun het contact met hun kinderen ontzeggen. De adviezen aan de rechter worden gebaseerd op drogredenen als: “Kiezend voor het minst kwade” - alsof de deskundige zou weten (of maar zou hebben onderzocht) wat het minste kwaad is, “Het zekere voor het onzekere nemend” - alsof de ene ouder zekerder zou zijn dan de andere, en “Er moet eerst rust komen” - alsof het verbreken van de relatie met een ouder die rust zou brengen.

Het rustargument lijkt op het, bij patiënten die lijden aan schizofrenie, doorsnijden van de hersenbalk, waarin de miljoenen verbindingen liggen waarmee de ene hersenhelft aan de andere hersenhelft is verbonden. In de psychiatrie durft geen mens deze volkomen absurde bottebijltherapie nog te verdedigen, maar in welzijnsland wordt aan gezond verstand minder, of zelfs geen, waarde toegekend; daar blijft men “rust” door het verbreken van het contact met een ouder (het halve zelf) het hoogste goed vinden, en een conditiosine qua non voor geluk, het allerhoogste goed. Over wat geluk eigenlijk is, zwijgen deskundigen en rechters, want dat weten zij niet.
Natuurlijk is het rustargument voor het (tijdelijk) stopzetten van de omgang barre flauwekul. De beste manier om te zorgen dat er géén rust komt, is juist door de kinderen het contact met een ouder te ontzeggen: geen kind wil een ouder kwijt. En als een kind het PAS-syndroom ontwikkelt en daardoor toch van een ouder - en dus zijn halve identiteit - vervreemdt, dan wacht dat halfvermoorde kind de rust van een kist,

een lange houten kist. Van die rust kan men wel zeggen dat zij een voorwaarde is voor geluk, maar wie dat doet schaart zich onder de fundamentalisten die in onze seculiere samenleving met argwaan en angst worden bekeken.

Hèt probleem in de (echt)scheidingswereld is de onvoorspelbaarheid van de rechterlijke macht. Die durft geen besluit te nemen en daarvoor vervolgens zelf op te komen, die heeft geen moed. En die verstopt zich daarom achter adviezen, waarvan men tegelijkertijd de ondeugdelijkheid beter dan wie ook kent - en verzwijgt.
Het is zaak om de rechterlijke macht op andere manieren onder druk te gaan zetten.
De OZO-tactiek van het schrijven van brieven naar exen, waarin de kale feiten duidelijk en helder worden opgesomd, welke brieven worden overgelegd aan de rechtbank, voorziet op zijn minst in lastige horzels voor laffe rechters.
De brieven komen in dossiers die niet zomaar verdwijnen. In die dossiers zijn zij voor onderzoekers de stille getuigen van de machinerie die het levensgeluk van honderdduizenden mensen ernstig heeft beschadigd.

Een andere, onlangs voor het eerst geprobeerde, tactische zet is het verspreiden van een vlugschrift in de buurt waar het kind woont. In zo’n vlugschrift moet een strikt zakelijke en neutrale gang van zaken worden weergegeven, plus een oproep aan de buren om voor het betreffende kind wat extra zorgzaam en aandachtig te zijn.
Deze eerste pilot heeft geweldige resultaten gehad. Er is flinke commotie ontstaan en de zwartmakerijen die in dit geval de moeder over de vader verspreidde, komen plotsklaps in een ander daglicht te staan. Zij worden gedempt in plaats van versterkt, en het kind juicht dus.

Uiteraard is het zaak om in zo’n buurtkrant ook met de beschuldigende vinger naar de rechterlijke macht te wijzen. Want onder maatschappelijke druk bezwijkt uiteindelijk alles. Zodra rechters een echt slechte pers krijgen, zodra zij zich gaan schamen rechter te zijn, gaan zij zich inspannen om van hun slechte reputatie af te komen. Dat is logisch.
Daar komt bij dat scherpe formuleringen in zo’n buurtkrant een ongelooflijke oppepper voor het eigen moreel zijn. Eindelijk eens een keer kunnen terugbijten zonder naar de kindertjes te happen - het is als het afwerpen van machteloosheid.
De enige zorg die er is, is die van een goede maatvoering. Niet schelden, geen meningen, geen beschuldigingen, alleen harde en ware feiten. En als het kan: toch gezellig. Laat lezers zelf hun conclusie en mening vormen.

Overigens: het hoeft niet allemaal lief te zijn. Liever niet zelfs. Een knuppel in het hoenderhok sorteert nu eenmaal zenuwachtig gekakel, een ijsbreker kraakt het ijs niet in stilte.
OZO is een verzetsbeweging, maar OZO snijdt geen slangen van benzinepompen door, steekt geen winkels van Makro in brand, zoekt niet de confrontatie met de ME, boycot niet Shell of Ahold. En al helemaal niet op stiekeme wijze.

Een voorbeeld van hoe men van zich af kan bijten.
Van D66-fractieleider Boris Dittrich is bekend dat hij rechter was, èn dat hij beweert te zijn gestalkt door “een ex van een cliënt”. Die vermeende stalker
zou best eens een aardig boekje over het optreden van advocaten en rechters in zijn casus kunnen opendoen.
Welnu: hij (of zij) is van harte welkom bij OZO om van een openbaring van feiten een feest te maken.
Zoetjesaan wordt het verspreidingsgebied van OZO-nieuws namelijk groter. Oude edities zijn op internet na te lezen en ter secretarie ligt een uitgebreid dossier van stukken voor ordentelijke bestudering ter inzage. Het is een kwestie van volhouden, meer niet.
______
 terug naar de top

 

Het verlangen naar informatie (deel 2)
(door Fred Sier)

Op 28 oktober vindt de zitting plaats bij de raad van state. Na twee weken volgt al een uitslag. Ondanks ons verzet in het kader van art. 8 evrm wordt de gemeente in het gelijk gesteld.
De raad is van mening dat de informatie terecht is geweigerd. Desondanks heeft deze uitslag weinig invloed op onze moraal. Dat blijkt uit het vervolg van het verhaal, dat hieronder is opgetekend.

Informatie halen bij de school

Op of omstreeks 13 februari 2004 volgt een reactie van een van de aangeschreven scholen. Eindelijk beet!
Een informele benadering leidt tot een aantal telefonische gesprekken met een mentor van mijn dochter. Al vragend en doorvragend verkrijg ik zo toch wel een redelijk beeld van haar. Zelfs een persoonlijk gesprek lijkt in het verschiet. Dat staat net voor de bouwvakantie gepland.

Op grond van de ontvangen informatie en de hieruit voortvloeiende bevindingen heb ik ook de grootouders (mijn ex-schoonouders dus) van mijn dochter aangeschreven. Het is te bizar voor woorden, maar wat geschiedt, is het volgende.
De grootouders plannen een gesprek met de mentor van mijn dochter. Na dat gesprek wordt mijn afspraak met de mentor geannuleerd.
De annulering van de afspraak leidt tot een formele brief gericht aan de directeur van de school. Deze wordt in juli 2004 verzonden. Ondanks een toezegging van deze directeur dat mijn verzoek behandeld wordt, is er na 6 weken nog geen reactie.
Na een dreigender verzoek, volgt op 14 september het verlossende woord. De gevraagde informatie wordt verstrekt!

Informatie halen bij de Informatie beheer groep

Vrijwel alle relevante schoolgegevens worden in het kader van de Wet Onderwijsnummer centraal verzameld door de Informatie beheer groep, de IB-groep. Deze instantie gebruikt deze informatie om de minister van onderwijs van informatie te voorzien. Ook de Wet Voortgezet Onderwijs speelt een rol.

In dat verband lijkt de informatie te voldoen aan de Wob-normen. Hier iskennelijk sprake van een bestuurlijke aangelegenheid. De gegevens worden bewaard in het Basisregister Onderwijs en beheerd door de Functionaris Gegevensverwerking of de Privacy Officer.

Op 30 november 2003 verzonden we het eerste wob-verzoek naar de IB-groep.

Op 23 januari 2004 volgt de formele reactie. Hoezo reactietermijn van twee weken? De IB-groep heeft haar zaken in ieder geval slecht op orde. Zij stelt dat een toeziend voogd geen inzagerecht meer heeft. Voor wat betreft artikel 1:377c BW vindt men dat dit op de IB-groep niet toepasselijk is.

Op 10 februari wordt bezwaar aangetekend. Het bezwaar is zowel op de Wob als op artikel 1:377c BW gebaseerd.

Op 8 april volgt een antwoord. De bureaucratische willekeur heeft het echter bestaan om een niet voor beroep vatbare beslissing af te geven. Mijn bezwaarschrift is veeleer behandeld als een klacht. In de reactie is niet vermeld binnen welke termijn beroep kan worden aangetekend en bij welke instantie. Na telefonisch contact volgt op 2 juni 2004 een nieuwe beslissing van de IB-groep, waarin nu wel de termijn van beroep en dergelijke is vermeld.

We zijn er echter nog niet. Op 5 juli 2004 verzoeken we om een nieuwe voor beroep vatbare beslissing, vanwege het feit dat de IB-groep verzoeker niet als vader aanduidt. Tevens wordt een verwijzing opgenomen naar internationale verdragen en wetgeving, waarin family life gegarandeerd wordt.

Op 21 juli 2004 volgt hierop de reactie

De Wob, zo stelt men, mag niet getoetst worden aan de grondwet. Men stelt voor contact met mijn dochter te zoeken om toestemming tot verstrekking te verkrijgen.
Op 30 augustus 2004 volgt het definitieve bezwaarschrift, en op 8 okt. de beslissing: het bezwaar wordt ongegrond verklaard omdat geen nieuwe feiten en omstandigheden zijn aangevoerd. Vervolgens stelt men dat de gevraagde informatie niet onder de noemer “bestuurlijke aangelegenheid” valt. Tot slot wederom een verwijzing naar het feit dat ik de niet met gezag belaste ouder ben en dus geen recht heb op informatie. Binnen 6 weken kan op deze beslissing beroep worden aangetekend bij de rechtbank te Amsterdam.

Zeker is dat met betrekking tot informatieverzoeken van gescheiden ouders aan de IB-groep nog weinig bekend is. Het is een redelijk onontgonnen terrein, waar zeker nog successen te behalen zijn. Gezien de uitslag van de zitting bij de raad van state, zal een beroep in het kader van de WOB weinig zinvol zijn.

We wachten af wat een eerder ingediende klacht bij de IB-groep voor uitwerking heeft.

Informatie halen bij het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage

Het LBIO is een instantie die kan worden ingeschakeld door alimentatiegerechtigden voor de inning van onderhoudsbijdragen. Vele informatieverzoeken heeft deze instantie reeds te verwerken gekregen. Daar is het standaardbeleid om de informatie waarom gevraagd wordt, te verstrekken. Die informatie betreft dan de zogenaamde incasso-opdracht.
U kunt altijd een verzoek indienen met de vraag of u een afschrift krijgt van de opdrachtstelling.
De opdracht kan en mag namelijk alleen maar gegeven worden door de alimentatiegerechtigde. De behandelaar hoort de informatie uit eigen beweging te sturen, maar doet dat niet altijd.
Een klacht hierover leidt altijd tot resultaat.

Controle is geen wantrouwen, maar kan wel leiden tot ongeloof, wanneer bijvoorbeeld blijkt dat niet uw ex, maar haar nieuwe vriend of haar vader of moeder de opdracht aan het LBIO heeft gegeven. Omdat in mijn geval er een degelijke fout is gemaakt werden de door mij gestorte bijdragen teruggestort op mijn rekening.

Een volgende keer zorgde men er overigens wel voor dat er een machtiging bij de opdracht was ingesloten.

Uiteindelijk trekt men toch aan het kortste eind. Maar soms heb je ook een mazzeltje. Dan “vergeet” men (bewust of onbewust) de persoonsgegevens te anonimiseren en je beschikt plots over adresgegevens van je kroost. Ook dat heb ik een keer meegemaakt.

De Moraal:
jagen op informatie loont.


 terug naar de top