Ozonieuws:
2004 - 3
(pag. 2)
Donateursdag 24 okt. 2004
Het is alweer zover. De zomer trekkebeent nog na, de eerste herfststormen hebben zich al laten voelen, en reeds is daar weer een ontmoetingsdag voor OZO-donateurs.
Bij het ter perse gaan van deze editie zijn de programmadétails, zoals gebruikelijk, nog niet bekend. Wel bekend zijn de menukeuzes op basis waarvan het programma uiteindelijk zal worden samengesteld.
Evenmin is op het moment van schrijven bekend, wat het wedervaren van het wetsvoorstel van Luchtenberg (VVD) inzake omgang na scheiding is geweest. De behandeling wordt verwacht in oktober/november. Wel is bekend dat mr. Prinsen de nodige bouwstenen voor dit wetsvoorstel leverde, dat hoe dan ook zeker een interessant onderwerp zal zijn.
Minder bekend is dat mr. Prinsen geen goed woord over heeft voor de wijze waarop in de rechtspraak bij herhaling op zichzelf goede - althans: niet-slechte - wetsontwerpen worden omgeïnterpreteerd en omgewerkt naar onhanteerbare gedrochten die vervolgens gebruikt worden als trekpaard om het omgekeerde te rechtvaardigen van wat de wetgever beoogde. Wanneer deze formulering wat cynisch lijkt, dan is dat een toegift van de scribent en niet een uitschieter van de immer correcte en ingetogen mr. Prinsen zelf.
Behandeling van dit onderwerp zal op veel herkenning bij het publiek kunnen rekenen, maar hoe de ongewenste eigenschappen van de rechtspraak moeten worden bestreden is een ander hoofdstuk.
Tenslotte dienen als reserve-onderwerpen de vorderingen in het lopende proefproces - een uitputtende strijd om informatie met een overheidsorgaan - en die met de gerestaureerde website.
Wat betreft die website zijn er geen geheimen. Daarop bevindt zich o.a. één van de grotere, vrij toegankelijke vindplaatsen op het web voor jurisprudentie in het familierecht. Jan en Alleman kan er een kijkje nemen in de geanonimiseerde keuken van de rechtspraak, en gruwen van de verwording daarvan. Vroeger of later zullen deze stille getuigen gaan spreken en nieuwsgierig geworden onderzoekers kunnen dan met eigen ogen vaststellen dat de stukken op de website een exacte kopie zijn van levensechte beschikkingen, waar levensechte ouders een kopje kleiner werd gemaakt in het belang van levensechte kinderen. Plaatsing met toestemming van die ouders, uiteraard.
Misschien zijn er straks actualiteiten die om voorrang vragen, in welk geval het programma wordt aangepast.
Zoals altijd zal de dag in het teken staan van verzet, en van gezellige solidariteit tussen de meer activistische en de meer afwachtende aanwezigen. Verzet en solidariteit sluiten elkaar immers niet uit.
_____________
terug naar de top
(pag. 3 t/m 5)
Nieuwe statistieken
Via e-mail komt dagelijks een keur aan berichten en documenten binnen over ontwikkelingen in politiek, rechtspraak, onderzoeksresultaten en statistieken met betrekking op het familierecht. De verzenders zijn incidentele tipgevers en een enkele vaste monitor.
Wie bij wil blijven in deze materie, kan niet zonder de zegen van deze efficiënte zeven van de overmacht aan wereldnieuws die elke minuut krantenkolommen en radio- en tv-uren vult.
Ondanks dit selectieve zeven is het na enige tijd opnieuw nodig om zaken samen te vatten en te comprimeren. Eén van de handigste hulpmiddelen daarbij geven statistische overzichten en vuistregels.
Zo is de OZO-uitspraak: “Elk uur verliest een kind een ouder”, in bredere kring opgepikt. En ook de eerder in OZO-nieuws gegeven beschouwing over de grote kans op criminele ontaarding van kinderen uit éénoudergezinnen her en der opgepikt.
Hieronder een samenvatting van de belangrijkste nieuwtjes en statistieken.
JEUGDGEVANGENISSEN
8 september 2004: “Komend jaar gaan drie jeugdgevangenissen als experiment meer kinderen in een cel plaatsen. De justitiële jeugdinrichtingen moeten ongeveer zestien procent bezuinigen op een budget van 270 miljoen euro. Het gaat om bezuinigingen die nog stammen uit de periode van vorige kabinetten.
Daarnaast moeten de instellingen de komende jaren honderden kinderen extra kunnen plaatsen. Nu is er plaats voor 2.400”.
Uitgerekend: 2400 kinderen in 2004 voor 270 miljoen, is 112.500 Euro per kind per jaar. Het volgende jaar mag dat nog 94.500 Euro zijn.
Nadere info van 7 september 2004 uit
“De proef om drie of vier kinderen op één cel te plaatsen, is in strijd met de internationale rechten van het kind”. Dat zegt Jaap Doek, hoogleraar jeugdrecht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
“Jeugdgevangenissen krijgen minder geld, maar steeds meer klanten”, aldus Ben Geerdink, directeur justitiële jeugdinrichtingen. “Daarom gaat in drie jeugdinstellingen eind dit jaar een proef van start met meermanskamers tot maximaal vier personen”.
Hoogleraar Doek heeft ernstige bezwaren tegen het aangekondigde experiment: ,,Nederland behoort tot de rijkste landen van de wereld ... maar langzamerhand begint het hier te lijken op een ontwikkelingsland.''
Volgens Ruud Bullens, bijzonder hoogleraar forensische jeugdpsychologie aan de Vrije Universiteit, kan de veiligheid van de jeugdige delinquenten in het geding komen. ,,Onder jongeren heerst een bepaalde pikorde: je hebt leiders, helpers, meelopers en zondebokken. Vooral de laatste zijn binnen een groep erg kwetsbaar voor geweld of seksueel misbruik.''
Bullens vindt dat de consequenties van de proef niet goed zijn doordacht. Hij vreest zelfs voor een averechts effect op de behandeling van gedetineerde jongens en meisjes. ,,Hun veiligheid kan niet langer gegarandeerd worden, want 's nachts is er geen enkel toezicht op de jongeren.''
Bullens en Doek denken dat dit besluit enkel is ingegeven door bezuinigingsdrift. Inhoudelijke argumenten voor het doen van deze proef ontbreken volgens de twee wetenschappers.
JEUGDZORG
6 september 2004:“Minister Donner (justitie) wil ruim 10 miljoen euro bezuinigen op de jeugdbescherming. De verwachting is dat veel probleemkinderen hierdoor nog langer op een wachtlijst voor hulp komen te staan. ...
Directeur B. Groeneweg van Bureau Jeugdzorg Haaglanden/Zuid-Holland, het grootste in het land, begrijpt de bezuiniging niet. Hij heeft de fractievoorzitters van de Tweede Kamer een brief gestuurd waarin hij aandacht vraagt voor de problemen in de jeugdbescherming.
,,We weten allemaal dat veel probleemkinderen in de criminaliteit belanden. Daarom begrijp ik deze bezuinigingsmaatregel niet. Ruim tien miljoen is 8 procent van het budget. Dat hakt erin. Het gaat hier om de kinderen die door de kinderrechter aan ons zijn toegewezen en dus dringend hulp nodig hebben. Onze gezinsvoogden moeten nu al te veel gezinnen tegelijk ondersteunen. Die last wordt hoger en de wachttijd langer.''
Van de 26.000 aanmeldingen bij de Bureaus Jeugdzorg krijgt meer dan de helft de eerste twee maanden geen hulp. Bij de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling is de wachttijd zelfs opgelopen naar ruim vier maanden.
Uitgerekend: 26 duizend aanmeldingen, budget ruim 800 miljoen Euro. Het is onduidelijk of deze aanmeldingen alleen nieuwe gevallen zijn, of dat men het over de totale populatie heeft. Tegenover een aanmelding lijkt zo’n 31.000 Euro aan budget te staan.
THUISGEWELD
(en alleen door mannen)
5 september 2004.
“...Landelijk twintigduizend geregistreerde slachtoffers; in district Heuvelrug in 2002 440 aangiften, waarvan de helft in Veenendaal, naar verhouding veel. De politie vermoedt dat de officiële cijfers 10 procent zijn van wat er werkelijk gebeurt, vertelt Evers, die in haar politiedistrict Heuvelrug onderzoek deed naar thuisgeweld”.
Een samenwerkingsprotocol tussen maatschappelijk werk en politie in Veenendaal was reden voor het heffen van een glas, maar: “Het was even niet het moment om lang stil te staan bij het feit dat er een schreeuwend gebrek is aan opvang voor de vrouwen. De Blijf-van-mijn-lijfhuizen zitten vol. Slechts een op de vijf vluchtelingen vindt er een veilige plek”.
Uitgerekend:landelijk zijn er 200.000 mishandelde vrouwen. Volgens freelance journalist Theo Richel nemen vrouwen meer dan de helft van het geweld achter de voordeur voor hun rekening. Hij baseerde zich op gegevens van de Eerste Hulp van ziekenhuizen.
ALLEENSTAANDE OUDERS
Rotterdams Dagblad
21 augustus 2004.
Steeds meer ouders staan er in Rotterdam alleen voor. Het gaat al om bijna veertig procent van alle gezinnen met kinderen. In sommige deelgemeenten is het percentage eenoudergezinnen nog hoger. Zo rooit in Charlois bijna de helft van de ouders het alleen. Over heel Rotterdam komt het percentage eenoudergezinnen op 38.
+++
Zoals U ziet, zelfs deze zeer summiere samenvatting van de ontvangen gecomprimeerde selecties is veel te omvangrijk voor deze kolommen. Zeker is, dat er sprake is van een fundamentele en volledige ontsporing der hulpverleners. Zij waren de weg al kwijt, maar raakten er slechts verder van verwijderd. Zij spendeerden reusachtige budgetten maar hun tekorten groeiden en in de samenleving is alleen maar verdere verslechtering te zien.
Toch is deze juiste conclusie, op basis van het bovenstaande, slechts polemiek. Wie zelf beter wil worden geïnformeerd, per e-mail, kan dat telefonisch of per e-mail bekend maken. Onze donateurs zijn als e-mail abonnee (gratis) van harte welkom.
Tip
Er is in het land een man die dagelijks op internet de archieven van kranten en tijdschriften en publieke omroepen afzoekt naar voor ons soort mensen interessante wetenswaardigheden.
Wie ook graag op voor anderen onzichtbare wijze de dagelijkse oogst aan knipsels en uittreksels wil ontvangen, kan dat telefonisch of per e-mail doorgeven aan de centrale.
Het is sterk aan te bevelen om van dit aanbod gebruik te maken. Daardoor wordt immers niet alleen de eigen kennis van zaken vergroot - wat allicht de communicatie met lotgenoten vergemakkelijkt - maar ook en vooral wordt aldus het besef dat het familierecht een zwijnenstal is, in het hele land groter. En hoe groter dat besef, des te groter de kans op verandering.
Voor meer informatie over bovenstaande kunt u contact opnemen met OZO.
_____________
terug naar de top
(pag. 6 t/m 9)
Spijkers en koppen:
eindelijk een wetsontwerp
Voorstel van wet van het lid Luchtenveld (VVD) tot invoering van een omgangsnorm, van de handhaving van het omgangsrecht van beide ouders en van de mogelijkheid van echtscheiding zonder rechterlijke tussenkomst. Hier volgt een ingekorte versie van de memorie van toelichting
Inleiding
De primaire doelstelling van het wetsvoorstel is om de verantwoordelijkheid voor de echtscheiding en de omgang met de kinderen bij de echtgenoten te laten.
Dit vergt een mentaliteitsverandering. Het motto is: als je samen kunt trouwen en kinderen verwekken, kun je ook samen scheiden. Het gaat in de kern derhalve om een zekere dejuridisering van de echtscheiding. Uiteraard blijft in klemmende gevallen de gang naar de rechter mogelijk maar uitsluitend als ultimum remedium.
Voorts dient het recht aan te sluiten bij de maatschappelijke realiteit. Deze is dat het overgrote deel van de echtscheidingen door de echtgenoten zelf kan worden geregeld, al dan niet met behulp van een bemiddelaar.
Tevens moeten ouders zelf primair verantwoordelijk blijven voor de opvoeding en verzorging van en het opstellen van een omgangsregeling met hun kinderen. Voor zover afspraken daarover door een van de ouders niet worden nageleefd, voorziet dit wetsvoorstel in een voorstel tot verbetering van de nakoming.
Een belangrijk punt vormt de onwenselijke situatie die in echtscheidingsprocedures thans te vaak ontstaat met betrekking tot de omgang door beide ouders met de kinderen.
Kinderen worden met grote regelmaat de speelbal van de ouders die over hun rug partneremoties op elkaar botvieren. De rechter neemt zijn toevlucht tot deskundigenrapporten die worden opgesteld door de Raad voor de Kinderbescherming.
Maar hij zou de ouders moeten confronteren met de verantwoordelijkheid die zij op zich hebben genomen toen zij besloten kinderen te krijgen; deze verantwoordelijkheid eindigt niet daar waar de (huwelijkse) relatie strandt. Zaken die tijdens het huwelijk geen probleem vormden zouden dat ook niet moeten worden door het verbreken daarvan. Veel ouders begrijpen of zijn ervan te overtuigen dat hun ouderrol een andere is dan hun ex-partnerrol.
Overwegingen
Invoering van het onderhavige wetsvoorstel levert de volgende voordelen op.
Echtscheidingen worden in beginsel door de echtgenoten zelf afgewikkeld; zij nemen de verantwoordelijkheid voor hun eigen (relationele) problemen. Dit leidt tot het afnemen van “vechtscheidingen”: echtscheidingen die escaleren omdat de echtgenoten tegenover elkaar worden gepositioneerd.
Ingeval er kinderen zijn is een dergelijke positionering (vechthouding) ook volkomen onverantwoord. Een huwelijk kan worden opgebroken, ouderschap blijft altijd.
De kwaliteit van de door de echtgenoten zelf gemaakte afspraken is voorts - blijvend - veel groter, juist omdat deze afspraken door hen zelf zijn gemaakt. Het proces dat tot het maken van deze afspraken leidt, is immers een proces van bewustzijnsvergroting.
Een bijkomend - groot - voordeel is dat de rechterlijke macht niet meer wordt belast met zaken waarin zij vrijwel geen toegevoegde waarde biedt. Dit leidt tot verlichting van de werkdruk en kostenbesparingen. Dit wetsvoorstel kan derhalve een niet onbelangrijke financiële bijdrage leveren aan de vergroting van capaciteit die ingezet kan worden op het terrein van de veiligheidshandhaving.
Het wetsvoorstel sluit naadloos aan bij de reeds bestaande maatschappelijke realiteit van het scheiden zonder rechter. Via de route van de flitsscheiding is de administratieve beëindiging van het huwelijk immers reeds een door velen gewenst feit.
Indien een echtscheiding in beginsel als een niet-juridisch maar relationeel fenomeen wordt beschouwd, zijn in de meeste gevallen ook besparingen mogelijk op de gefinancierde rechtshulp. Wel zou kunnen worden voorzien in een bijdrage in de kosten van scheidings- en omgangsbemiddeling via een erkende mediator, bijvoorbeeld door betaling van bijvoorbeeld 12 bemiddelings-uren aan degenen die thans in aanmerking zouden komen voor gefinancierde rechtshulp.
Mediation
Zeker de laatste jaren is er in de praktijk in toenemende mate ervaring opgedaan met vormen van mediation voor het oplossen van conflicten. Ook nu zijn er tal van succesvolle experimenten op het gebied van mediation bij echtscheidingen, waardoor de verplichte gang naar de rechter eigenlijk niet meer nodig is. De huidige rechtspraktijk laat overigens zien dat indien de advocaten van de twee conflicterende partijen het eens zijn, de rechter geen toets kan of mag doen. De rechter wordt in deze gevallen dus eigenlijk onterecht belast.
Ook in gevallen waarbij kinderen en de omgang door de ouders met hen in het geding zijn blijkt mediation als vorm van conflictoplossing zeer succesvol te zijn. Wel moet uiteraard een toegang tot de rechter mogelijk blijven. Dit wordt overigens ook voorgeschreven in onze Grondwet (artikel 17) en via internationale verdragen.
Inmiddels heeft een behoorlijk aantal reeds zeer goed gekwalificeerde bemiddelaars met een juridisch academische achtergrond op VFAS of VMN-niveau de (top)cursus Forensische Mediation gevolgd en is de belangstelling voor de desbetreffende opleiding groot. Deze opleiding is ook toegankelijk voor anderen dan advocaten of notarissen die beschikken over een vergelijkbare juridische achtergrond. Te denken valt aan (gewezen) rechters of wetenschappers. Naar verwachting zijn er op korte termijn dan ook voldoende bemiddelaars van het gewenste niveau beschikbaar.
Nieuwe regeling
De nieuw voorgestelde regeling is eenvoudig en transparant. Daarnaast is het uitgangspunt een vorm van drang, en niet dwang. Om de nieuwe regeling succesvol te laten zijn dienen er voldoende bemiddelaars (mediators) beschikbaar te zijn.
Omgangsregelingen
Ouders zijn en blijven verantwoordelijk voor het opstellen van een deugdelijke omgangsregeling voor hun kinderen. Daarom is het noodzakelijk om een omgangsnorm in de wet op te nemen. Het moet echtgenoten duidelijk zijn dat de scheiding in beginsel geen verandering aanbrengt waar het betreft hun ouderschap. De norm dient dan ook duidelijk te maken dat de wetgever geen onderscheid maakt tussen de ouders.
Wettelijk vastgelegde normen zijn voorts onontbeerlijk waar het bemiddeling betreft: bemiddeling vindt immers plaats in de schaduw van de normen die wettelijk zijn vastgelegd.
Tevens speelt reeds jarenlang het probleem van de naleving van gezagsvoorzieningen / omgangsregelingen die door de rechter zijn opgelegd. In de praktijk komt soms niets terecht van naleving.
Naleving
Ten aanzien van de naleving van omgangsregelingen zijn er vier situaties te onderscheiden:
1.de betrokkenen maken zelf een regeling en voeren deze ook uit;
2.de betrokkenen voeren de door de rechter opgelegde regeling uit;
3.de man voert de al dan niet door de rechter opgelegde regeling (deels) niet uit; gevolg is dat er vrijwel meteen sancties door de overheid worden opgelegd;
4.de vrouw voert de al dan niet door de rechter opgelegde regeling (deels) niet uit; sancties door de overheid blijven meestal achterwege;
Zo komt het te vaak voor dat een niet-verzorgende ouder (heel vaak de man) het kind jarenlang niet ziet.
Waar het gaat om het vaststellen van een omgangsregeling, dient het initiatief en de verantwoordelijkheid in principe bij de betrokkenen zelf te liggen.
Slechts indien bemiddeling geen uitweg meer biedt, behoort een beroep op overheidsbemoeienis worden gedaan. Als de overheid (de rechter) een omgangsregeling vaststelt, dient deze wel adequaat te worden nageleefd.
Indien dat niet het geval is, moet de overheid toezien op naleving en de middelen daartoe ter beschikking stellen. Het past in het beter naleven van normen en waarden dat niet vrijblijvend met rechterlijke uitspraken wordt omgegaan.
Daarnaast moet een korte, maar efficiënte rechtsgang mogelijk blijven voor omgangsgeschillen tussen ouders die na de scheiding gezamenlijk het gezag over hun kinderen hebben (i.e. de overgrote meerderheid van deze ouders).
Tot slot kan nog worden overwogen om een drempel in te bouwen waar het betreft de toegang tot de rechter. Het ligt voor de hand om hier te kiezen voor een verhoogd griffierecht (drang en geen dwang). Een dergelijke maatregel valt echter buiten het bereik van dit wetsvoorstel.
Slot
Het onderhavige wetsvoorstel is zeer overzichtelijk, kan snel worden ingevoerd op eenvoudige wijze en sluit goed aan bij de huidige systematiek. Indien ingevoerd leidt het er toe dat echtgenoten het einde van hun huwelijk gaan associëren met eigen verantwoordelijkheid en met bemiddeling in plaats van met conflict en rechtbank. Dit effect is vergelijkbaar met het effect dat is opgetreden na de invoering van het gezamenlijk gezag.
Dat het gezamenlijk gezag na scheiding voortduurt aanvaardt vrijwel iedereen nu als volkomen vanzelfsprekend: het is immers de wettelijke norm.
_____________
terug naar de top
(pag. 10 t/m 11)
Strijden of niet strijden, dat is de vraag
Het is bekend dat OZO de strijd, of beter: het verzet, propageert. Bekend is ook dat er veel ouders zonder omgang zijn die een heenkomen zoeken in aanvaarden en vergeten, om zo hun emotionele last te verlichten. Vooral vrouwen kiezen voor deze overlevingsstrategie.
Indienen van klachten is succesvol, maar sinds enige tijd is er in het veld (bij de instanties dus) onmiskenbaar sprake van een zekere verveeldheid met dit burgerinitiatief. Men heeft al zoveel klachten en bezwaren gezien en gehad, en het ontkennen van verantwoordelijkheid en het ontduiken van voorgestelde veranderingen zijn al zolang effectief gebleken - wie zou zich om een klacht dus nog druk maken? In onze graaicultuur schaamt niemand zich nog ergens voor, en leden van klachtencommissies, rechtscolleges en directies hebben dikwijls bergen boter op de bijbaanhoofden - dus nogmaals: wat heeft het voor zin om in het geweer te komen?
Wie deze fatalistische levensbeschouwing aanhangt, bezorgt lotgenoten in hun zaak een nadeel en verliest in eigen casus het recht om kritiek te oefenen. Niet voor niets luidt het motto: “Verbeter de wereld en begin bij jezelf”.
De onderliggende gedachte daarvan is, dat de nood aan verbetering een vaststaand feit is, dat de wereld altijd wel verbetering behoeft.
Een probleem is, dat buitenstaanders in omgangsland steeds weer suggereren dat de ouders een conflict hebben, terwijl zij met hun adviezen uitsluitend het belang van het kind in het oog vatten - braver kan het haast niet.
Toch is dit een barbaarse redenering omdat adviseurs, advocaten en rechters aldus een belangenconflict doen ontstaan dat er van nature nooit was. Als er één ding zeker is, dan is het wel dat ouders voor hun kinderen het beste willen. Zeker is dus ook, dat ouders juist ten aanzien van hun kinderen géén tegengestelde belangen hebben. Juist omdat gezamenlijk belang te onderstrepen, en om het als het ware een kans te geven tegen alle heisa van een echtscheiding in, is in allerlei wetgevende teksten het belang van het kind opgevoerd. In de stille veronderstelling dat dáárover alvast geen verschil van mening kan zijn en dat dàt het beste dat gemeenschappelijke belang der ouders benadrukt.
Een verschil van mening daarover bestaat dan ook niet van nature. Dat wordt gemáákt. De familierechtspraak neemt, door haar willekeur en door haar volstrekte onvoorspelbaarheid, de ouders in een wurggreep waaruit zij zich slechts ten koste van de andere ouder - en dus van het kind - kunnen bevrijden.
Die rechtspraak is aldus een perversie van wat recht en rechtspraak horen te zijn: een strijduitlokker in plaats van een strijdbeslechter.
Tegengestelde belangen - ook in ruimere zin - bestaan niet. Die worden gemaakt door partijen die deze simpe-le waarheid niet kennen of niet willen kennen. Dáár komt alle narigheid uit voort.
Het belang van het kind wordt niet gehanteerd als vlag waaronder alle partijen zich kunnen scharen, maar is verworden tot een voor buitenstaanders volstrekt onbegrijpelijke en niet kenbare toets, op grond waarvan de ene ouder ten opzichte van de andere ouder wordt gediskwalificeerd en veroordeeld.
De angst voor diskwalificatie en veroordeling drijft ouders ertoe het enige te doen wat zij kunnen doen en moeten doen om niet zelf te worden afgeslacht: zij stellen de andere ouder als slechter voor dan zij zelf zijn.
De hulpwereld rust niet voor de strijd op dit punt tussen de ouders is ont-brand. Daarna, als de deskundige die knopen moet doorhakken, richt men het gezin met vrome blik en een dringend beroep op het belang van het kind te gronde. Het is pervers tot in het merg.
Ouders richten zelf nooit hun kind te gronde - ontsporingen als in geval van het meisje van Nulde zijn de uitzonderingen die deze regel bewijzen. Hulpverleners, Raad voor de Kinderbescherming, Bureaus Jeugdzorg, RIAGG’s of CGG’s doen niet anders - meer dan de helft van de ouders na echtscheiding kan daarover een boek schrijven.
Zo is het, en daarom is strijd nodig. Niet tegen de andere ouder, maar wel vast en zeker en absoluut tegen de instanties. Die strijd is een heilige plicht voor wie zijn kinderen liefheeft en zijn ex ook nog wat gunt.
In Amsterdam is een orthopedagoge, die verbonden is aan verscheidene scholen, op het idee gekomen om echt lastige leerlingen die zich notoir misdragen, te doen straffen met het laten schrijven van simpele strafregels. Daaronder moeten de leerlingen echter wel door de ouders een handtekening laten zetten. Op de radio vertelde zij onlangs met nauw verholen professionele trots dat dit uitstekend werkt.
Het aardige hiervan is, dat dit voorbeeld nou juist niet de kracht van haar deskundigheid bewijst, maar de kracht van de ouders. De werkzame, deskundige uitvinding is niets anders dan de herontdekking van de ouders die eerder door de deskundigen aan de kant werden gezet. Dat vraagt dus om strijd - nee, dat gebiedt zelfs tot strijd. In het belang van het kind.
_____________
terug naar de top
(pag. 12)
!+!+! VERS VAN DE PERS !+!+!
Heet van de naald en vers van de pers een schitterende bevestiging van het eerder in OZO-nieuws (zie nieuwe statistieken) gesignaleerde belang van de vader, meer speciaal in verband met gevangenisstatistieken.
In de NRC van zaterdag 12 sept. jl.staat een artikel afgedrukt van Leonardo Boff, voormalig Franciscaan en bevrijdingstheoloog en woonachtig in Brazilië.
In dit artikel pleit Boff voor herwaardering van de vader, die terug moet worden gezet in zijn oude positie in de samenleving. Enkele statistieken ter ondersteuning van dit pleidooi, aangehaald in dit artikel, zijn:
1.In de VS komt 90% van de kinderen die van huis weglopen, uit een gezin zonder vader.
2.Van de jeugdcriminaliteit in de VS wordt 70% gepleegd door jongeren, die thuis geen vader hebben.
3.85% van de jeugd in gevangenissen groeide (en groeit) op, zonder vader.
4.Van de jongeren die zelfmoord pleegden groeide 63% op zonder vader.
Op te merken zij, dat in deze statistieken niet sprake is van de vaderfiguur maar van een vaderfiguur. De echte vader zal misschien enigszins kunnen worden gecompenseerd door een - al dan niet tijdelijke - stiefvader, maar het kan niet anders dan dat de nood aan de eigen vader veel groter is dan die aan een stiefvader.
Wie wil weten hoe belangrijk de vader is, doet er het verstandigst aan door die net zo belangrijk te achten als de moeder. Zo simpel zijn die dingen: kinderen discrimineren niet tussen ouders.
Nu nog de statistieken - van Tamar Fischer o.a. - om deze hypothese te bevestigen. Want die leveren een geweldig instrument: een rechter die een omgangsregeling ontzegt, plaatst een kind in een categorie die vijf tot tien keer meer kans heeft op gevangenis, zelfmoord, een leven op straat of een criminele jeugd.
Vergelijk dat met de risico’s van asbest (verwijderd door mannen in astronautenpakken met flinke risicotoeslagen op het salaris) of roken (“ROKEN IS DODELIJK”), en het is zonneklaar dat rechters een groter gevaar zijn voor de samenleving dan roken, asbest, het verkeer inclusief het openbaar vervoer, LSD, marihuana, XTC, bungyjumpen en onveilige seks tesamen. Feit!