Ozonieuws:
2003 - 1

Stichting Ouders Zonder Omgang

 

 

 

 

 

 

Nieuwjaarswens

Onze wens nemen wij over van een Duitse vader, die de omgang met zijn zoon verloor toen hij een peuter was. Hem werd op een gegeven moment de rechtsgang geblokkeerd, waartegen hij protesteerde. In laatste instantie, voor het Europese Hof, kreeg hij gelijk.
Hij vroeg het "Jugendamt" te bemiddelen over voortzetting van de omgang, maar dat leverde niets op. Een magazine nodigde hem uit zijn verhaal openbaar te maken. Zoon, inmiddels 15, en moeder lazen het en kwamen onder de indruk. Het contact tussen vader en zoon werd voortgezet en is zeer warm.
Deze vader schreef onlangs:


Ik wil U aanmoedigen om actief te blijven strijden - ik denk dat het eens zal lonen.
Ik hoop dat U toch een goede kerst hebt en ik wens U het beste voor het nieuwe jaar -
misschien brengt komend jaar ook voor U een grote verandering.



Donateursdag 27 oktober 2002


Ditmaal was op de inmiddels bekende locatie in Oosterbeek een wat kleinere en intiemere zaal gereserveerd.
Het geluid stond in het begin wel wat zacht, maar dat kan als teken van beschaving ook als positief worden gewaardeerd.
Het weer was zeer slecht. Nog weken later zuchtten de Nederlandse Spoorwegen onder de last van vierkant geworden wielen onder de treinstellen. Tussen tien en vijftien mensen die hun komst hadden aangekondigd moesten door de storm verstek laten gaan.
Er waren echter ook onaangekondigde gasten, zodat de zaal gezellig was gevuld. De stichting prijst zich gelukkig met de komst van een nieuw gezicht van het advocatenfront.
Door de geleidelijke uitbreiding van het netwerk van advocaten en van de hulp die over en weer kan worden geboden, zal de maatschappelijke druk op een verandering van de mores in het familierecht toenemen. Niet door "Cry me a river" maar door behoedzaam en verstandig loodgieterwerk kan het badwater worden geloosd zonder dat de baby mee het afvoerputje in verdwijnt.

Over het politiek actuele onderwerp: "Is het omgangsrecht te redden met bemiddeling?" hield mr. Prinsen een voordracht waarin hij kalmpjes de goede-bedoelingenpolitiek van Boris Dittrich, kamerlid van D66 te Den Haag - die zo hartstochtelijk pleit voor bemiddeling in plaats van recht - ontzenuwde als een weg naar de hel van cynisme en rechteloosheid.
In een als immer doorwrocht betoog van rechtsfilosofische en rechtspsychologische aard, brak mr. Prinsen een lans voor pragmatische rechtshandhaving in het familierecht, in het bijzonder ten aanzien van de omgang tussen ouders en kind na echtscheiding. Hij hekelde bijvoorbeeld de terughoudendheid van Boris Dittrich om de andere ouder met de zorg te belasten indien de omgang wordt geboycot, als een bewijs van schaamteloze ongevoeligheid.

In het tweede deel van de middag demonstreerde Arthur Ross waar de praktische blijken van de slechte rechts-handhaving zijn te vinden. Aan de hand van twee voorbeelden toonde hij hoe in een raadsrapport en een rapport van de CGG (de vroegere Riagg) conclusies worden geformuleerd die niet zijn gebaseerd op onderzoek of bevindingen. En hoe de Rechtbank zich desalniettemin baseerde op die luchtkastelen. Uit de reacties in de zaal was op te maken dat men de eigen zaak in de getoonde uitglijders maar al te goed herkende.
Door samenwerking met de advocaat, die bevindingen uit een klacht kan voorleggen aan de rechter, wordt een veel striktere signalering van misstanden mogelijk. Niet voor niets is de klachtactiviteit een van de speerpunten van de stichting.

Er was ruimte gelaten voor de nazit en de borrel, waarbij de penningmeester zich opgaf voor het eerste rondje.

Een korte peiling tenslotte, leerde dat de bezoekers unaniem voor het houden van twee van zulke dagen per jaar waren, van welke wens het bestuur goed nota nam: inmiddels is als volgende datum, onder voorbehoud, 1 juni 2003 vastgesteld.

terug naar de top

 

Wat wil OZO ?

De Stichting Ouders Zonder Omgang heeft ten aanzien van de wetgeving de volgende doelstellingen.


1) Gelijkwaardig ouderschap: Het omgangsrecht moet worden vervangen door zorgrecht.

Vader en moeder moeten, na scheiding, ieder hun rol in het leven van de kinderen behouden. Daarom moeten ze ook na scheiding een gelijke juridische positie hebben. Elk onderscheid dat in de wet wordt gemaakt of gesuggereerd tussen de ouders, lokt potentieel strijd uit. De wet moet dus spreken over twee zorgouders en worden gevrijwaard van termen als "omgang" en andere ongelijkheid creërende begrippen.

Toelichting
Pas als ongelijkheid van de ouders werkelijk niet wordt getolereerd, wordt het uitwerken van de zorgverdeling na de scheiding een proces tussen gelijke partijen die tot een compromis zijn veroordeeld. Op de achtergrond dreigt een beslissing van de rechter die zich gebonden weet aan de wet die discriminatie niet meer tolereert. Deze benadering beperkt de rol van de Raad voor de Kinderbescherming bij omgangszaken tot een pragmatisch vergelijken van agenda's en het aandragen van oplossingen voor praktische problemen. In het bijzonder wordt een moralistisch onderzoek gebaseerd op indrukken voorgoed in de ban gedaan.

 

2) De zorg van een ouder voor zijn kind behoort tot de mensenrechten en de fundamentele vrijheden.
In de wet moet worden benadrukt dat een scheiding tussen de ouders het natuurrecht van het kind op toegang tot zijn natuurlijke leefomgeving - familie, vrienden, school, etc. - niet beperkt. De relaties die het kind met zijn leefomgeving had, en omgekeerd, ondervinden geen verandering door de scheiding van de ouders.

Toelichting
De wet waarborgt op deze manier nog eens het contact van het kind met beide ouders, die immers beiden hun eigen familie- en kennissenachterban hebben. Grootouders zien hun oude dag niet meer verziekt door het missen van hun kleinkinderen.

 

3) De gelijkheid van beide ouders moet, waar mogelijk, uitgedrukt worden in een 50%-50% zorg verdeling.
Een vangnet moet zijn elk tweede weekend, de helft van de vakanties en de feestdagen.
De alimentatie verplichting moet op deze verdeling afgestemd zijn.

Toelichting
Ouderschap kan alleen daadwerkelijk ingevuld worden door een flinke hoeveelheid tijd met de kinderen door te brengen in ieders eigen thuissituatie.
Het is aanbevelenswaardig om per jaar een schema vast te leggen, bijv elke even week of elk even weekend, en de eerste helft van alle vakanties, bij dezelfde ouder.
Het nu bestaande probleem dat een ouder geen omgang heeft maar wel (soms hoge) alimentatie betaalt, verdwijnt: die ouder verkrijgt omgang, met afgestemde alimentatie.

 

4) De ontzeggingsgronden moeten uit de wet.

Zolang het omgangsrecht nog niet vervangen is door een zorgrecht moeten in elk geval de ontzeggingsgronden uit de wet worden geschrapt. Inbreuken op het ouderschap mogen alleen maar plaats vinden op basis van een kinderbescher-mingsmaatregel. Ontzeggingsgronden zijn helemaal niet nodig en zij koppelen ten onrechte scheiding van de ouders aan iets dat het karakter heeft van een "automatische" kinderbeschermingsmaatregel.

Toelichting
De eerder in de wet aangebrachte kattenluikjes, die eigenlijk ten doel hadden de hardheid van het recht op omgang te benadrukken, werden in de praktijk gebruikt voor de doortocht van hele kuddes olifanten: te kust en te keur beriep men zich op ontzeggingsgronden, die vervolgens in de praktijk van alledag grotelijks werden opgerekt. Aldus verwerd het recht op omgang tot een recht op omgangsontzegging.
Hiervoor was de wet niet bedoeld; reparatie is geboden.

In het bijzonder moet de term `het belang van het kind' uit de wet. Dit was aanvankelijk een juridische term die aangaf dat de zaak van het kind in de rechtszaal besproken mocht worden; 'het belang van het kind' is echter verworden tot een rechtsgrond waarop de band met een van zijn ouders, hoewel die jarenlang liefdevol was, doorgesneden mag worden.
De praktijk heeft afdoende bewezen dat dit tot slechte gevolgen leidt, dus: weg met 'het belang van het kind'. Deze regels zijn bedoeld dit belang te erkennen zonder het te omschrijven.

Overigens: voor ontzegging op basis van dringende gronden zijn er de kinderbeschermingsmaatregelen. Die dienen een ander doel, bescherming van het kind, en dienen niet verward te worden met rechten van het kind in normale situaties.

 

5) Een ouder die het ouderschap niet met de andere ouder wil delen moet maar vragen om van het ouderlijk gezag ontheven te worden in plaats van (op grond van allerlei gelegenheidsverwijten) de andere ouder uit het gezag te stoten.

Toelichting
De strijd die ontstaat na echtscheiding heeft nu een autonome dynamiek die niets, of heel weinig, te maken heeft met de oorzaak van de echtscheiding. De strijd wordt gevoed door de angst de kinderen te verliezen (aan de andere ouder) en de wetenschap dat in de actuele situatie die andere ouder wel eens het eerst het verzoek zou kunnen doen om volledig met de zorgplicht te worden belast.
Als een rechter daar intrapt, is het onheil daar. Tijdens het huwelijk zijn het de maatregelen van kinderbescherming waarmee ouders onder curatele kunnen worden gesteld. Het valt niet in te zien dat er na de echtscheiding andere kinderbeschermingsmaatregelen nodig zouden zijn.
De dempende werking van een dergelijke benadering berust op het ontnemen van de kans op winst door alleen maar een juridische strijd te voeren.

 

6) Handhaving van rechterlijke uitspraken (inzake zorg en omgang) door middel van strafrecht en door de sterke arm van rechtswege, net als bij handhaving van het gezag.

Toelichting
Het is bekend dat het gezag effectief wordt gehandhaafd: vrijwel geen enkele ouder ontvoert zijn kind, want dan komt onmiddellijk de politie in actie. Door de rechter vastgestelde omgangsregelingen worden al jaren massaal geschonden, omdat deze regelingen niet worden gehandhaafd.
Een, ook economisch, nuttige barrière van deze handhaving: indien er problemen ontstaan moet men eerst naar de rechter, daarna pas treden de sancties in werking.

Bovendien vult de maatregel een leemte in de huidige rechtshandhaving bij schending van het gezag door de ouders ten opzichte van elkaar. Deze schending is thans niet vervolgbaar maar wordt onmogelijk gemaakt door de hier bepleite handhaving van rechterlijke uitspraken.

In de praktijk zal dit op het volgende neer komen: indien bijvoorbeeld een moeder het kind niet aan vader wil meegeven, dan weet zij dat de politie het toch komt halen. Deze wetenschap zal haar er toe zal brengen niet tegen te werken en is dus een heel direct en effectief middel: de kracht van de regel ligt in de dreiging die er van uit gaat.

terug naar de top

 

Nadere toelichting en argumenten tegen de huidige rechtspraktijk.

De actuele wetgeving lokt strijd uit over de toegang tot de kinderen. Niet voor niets gaat de omgang thans in de meerderheid der gevallen geheel of gedeeltelijk verloren.
De oorzaak daarvan is niet alleen de moralistische leest waarop de Raad voor de Kinderbescherming zijn onderzoeken schoeit, maar ook het effectief ontbreken van toezicht op het werk van de Raad.
Klachten over de inhoud van adviezen zijn niet ontvankelijk "omdat de rechter daar toezicht op houdt", aldus ook de Nationale ombudsman. Met dezelfde argumentatie worden klachten over de vertaling van het verzoek van de rechter in onderzoeksvragen afgeserveerd, terwijl zelfs bedenkingen tegen de bejegening en de partijdigheid van de raadsmedewerkers, zoals die blijken uit de rapportage, worden afgedaan als niet ontvankelijk "omdat over de inhoud van een rapport niet kan worden geklaagd".
In werkelijkheid echter houdt de rechter geen toezicht op het werk van de Raad. Die is immers geen partij in de procedure terwijl de raadslieden, die meestal werken op basis van toevoeging, geen vergoeding ontvangen voor bestudering van de raadsrapporten zodat de inhoud daarvan ook niet ter discussie komt. Zelfreiniging ontbreekt, pervertering lonkt. Aan advocaten die een raadsrapport krijgen voorgelegd zou dus een extra vergoeding wegens meerwerk moeten worden toegestaan. Het is evident dat dit meerwerk van de advocaat later in de procedure meervoudig wordt terugverdiend omdat er veel minder koerscorrecties nodig zullen zijn.

terug naar de top

 

Uit het archief

Het gezegde "De rechtbank is een draaibank" verraadt de weerzin tegen de wijze waarop in het recht maar al te vaak half spitsvondige redeneringen worden opgezet om recht te praten wat krom is.
De rechterlijke macht beroept zich op haar onafhankelijkheid en haar onkreukbaarheid, en wee degene die daaraan durft te twijfelen. De voorbeelden van belangenverstrengeling en van pure minachting voor de wet liggen voor het oprapen, maar omdat het toezicht op de rechterlijke macht ontbreekt en rechters voor het leven worden benoemd, lijkt er geen kruid tegen wanpraktijken gewassen.
Zoals burgeroorlogen veel feller en meedogenlozer plegen te zijn dan oorlogen tussen twee van elkaar verwijderde partijen, zo is ook de rechtsstrijd tussen partijen die elkaar na staan, of stonden, veel harder dan die tussen neutrale, zakelijke derden. Dat is de reden waarom zelfs iemand als professor Hoefnagels van het catch as catch can van het familierecht spreekt.
Uit de jurisprudentie is bekend de opvatting van de Hoge Raad, dat slechte communicatie tussen de ouders zo schadelijk kan zijn voor het belang van het kind dat de omgang moet worden ontzegd. De Hoge Raad gaf deze opvatting in een zaak waarin de ouders nog slechts via briefjes communiceerden. Maar communicatie hangt af van de welwillendheid van twee partijen: voor communicatie zijn, net als voor vrede, twee partijen nodig. Voor een (communicatie)oorlog daarentegen is één partij voldoende.
De strekking van de uitspraak van de Hoge Raad is, dat een moeder door het blokkeren van de communicatie met vader de ontzegging van de omgang kan bewerkstelligen. En dat werkt door in de actuele rechtspraktijk.
Een vader werd na de echtscheiding meteen in het beklaagdenbankje gezet, en later ook beschuldigd van incest. Maar hij had een groot aandeel gehad in de opvoeding en verzorging van de kinderen en de Rechtbank legde een voorlopige omgangsregeling vast die ook later werd aangehouden. Toen er ook een ondertoezichtstelling (ots) werd uitgesproken werd de voogd met de uitvoering van deze regeling werd belast.
Amper drie jaren na de scheiding verhuisde moeder en zij stopte de omgang. Weer een jaar later werd de ots niet meer verlengd.
Al die tijd was een definitieve omgangsregeling nog niet vastgesteld en een jaar na de beëindiging van de ots verzocht de Rechtbank aan de raad voor de Kinderbescherming om advies inzake de omgang.
Eén jaar en acht maanden later adviseerde de Raad, op gezag van een externe deskundige, de omgang te ontzeggen. Moeder zou deze niet kunnen hanteren, de kinderen met haar onvermogen te veel belasten en omgang zou de rust te veel verstoren. Maar de Raad achtte het daarnaast wel van belang "dat moeder verplicht moet worden gesteld om vader regelmatig te informeren over belangrij-ke ontwikkelingen (gezondheid, vorderingen op school e.d.) betreffende de kinderen" en adviseerde derrhalve om moeder een informatie- en consultatieregeling op te leggen. De Rechtbank volgde dit advies voetstoots.
Vader reageerde met een vinnige klacht tegen de Raad wegens de eigengereide opzet van het onderzoek: de rechter had bijvoorbeeld helemaal niet om een advies inzake informatie gevraagd. Voorts ging vader in beroep van de beslissing van de Rechtbank. In zijn appèlschrift somde vader zijn voornaamste klachtpunten nog eens op, nadat de klachtencommissie van de de Raad zijn klachten niet ontvankelijk had verklaard met het argument dat aan de rechter het toezicht op het onderzoek van de Raad toekomt.
De beschikking van het Hof in deze zaak is een toppunt van cynisme. Aan de beslissing inzake de omgang werd niets veranderd, maar de opgelegde infor-matieregeling werd gebelgd terugge-draaid omdat daar inderdaad niet om was gevraagd.
Voor naders: zie op de website onder Monument, Rechtszaken, HOF0211 en Monument, Klachtzaken, RVK01121.
De Nationale ombudsman heeft verklaard de klacht niet te kunnen behandelen omdat de rechter toezicht houdt op het werk van de Raad.

 

Lezing Mr. Ir. P.J.A. Prinsen, Donateursdag OZO, 27-10-2002 te Oosterbeek

terug naar de top


Boris Dittrich, "de muis die brulde"

Volgens Boris Dittrich (Volkskrant, 30 oktober 2002) moeten gescheiden ouders die de omgang tussen kind en niet-verzorgende ouder frustreren "harder worden aangepakt" en wel met "bemiddeling".
D66-er Boris Dittrich, de muis die brulde.

Meer dan 8.000 kinderen verliezen jaarlijks na echtscheiding het contact met de vader; eenzelfde aantal heeft een slecht contact.
Cumulatief zijn honderdduizenden levens ontwricht door echtscheiding, met ernstige gevolgen voor het welzijn en functioneren van ex-partners en hun kinderen. Tal van signalen in de vorm van leed, stress en ontsporingen laten zien dat het om ernstige problematiek gaat waarop de samenleving geen antwoord heeft, of waarop het familierecht, zo zou men kunnen vermoeden, het verkeerde antwoord geeft.

In de afgelopen jaren heeft in verschillende rechtbanken een experimenteel project omgangsbemiddeling gelopen. Op 12 november 2002 staat de evaluatie daarvan op de agenda van een Algemeen Overleg van de Vaste Commissie voor Justitie van de Tweede Kamer. Volgens het evaluatierapport zou bemiddeling in de meeste gevallen goed blijken te werken. Dat is echter een eufemisme voor het gegeven dat bemiddeling slechts in krap de helft van de gevallen enig succes lijkt te hebben.

Maar het ging juist om de andere helft. Op de keper beschouwd blijkt bemiddeling dan ook geen effect te hebben in de gevallen waarvoor het bedoeld is. Bovendien noemt het rapport de bemiddeling reeds succesvol als de niet-verzorgende ouder het gevoel heeft "er alles aan gedaan te hebben". Dit is eufemisme in het kwadraat, grenzend aan misleiding.

In ferme bewoordingen timmert Boris Dittrich thans aan de weg, voortbouwend op de valse conclusies van het evaluatierapport.
Verplichte bemiddeling om de omgang te effectueren, en als dat niet helpt de onwillige ouder "aanpakken"; door veroordeling in de proceskosten, omgangs-OTS (Onder Toezicht Stelling met benoeming van een bijzondere kindervoogd), bevriezing van de kinderbijslag. Allemaal oplossingen die al lang bewezen hebben niet te werken.
Kostenveroordeling is marginaal en heeft al helemaal geen effect als moeder een Bijstandsuitkering heeft. Geen rechter zal de kinderbijslag bevriezen, omdat de kinderbijslag bestemd is voor de verzorging van het kind. In een omgangs-OTS stelt de kindervoogd altijd dat hij slechts met het kind te maken heeft "dus" komt er geen omgang. Als toppunt van cynisme meent Dittrich dat, als moeder de omgang dwarsboomt, gezagswijziging meestal niet in aanmerking komt omdat vaak niet gezegd kan worden dat de moeder de kinderen slecht opvoedt. Alsof respect voor de vader van je kind en de band tussen die twee niet een essentieel onderdeel van goed opvoederschap is! Waarden en normbesef begint in het gezin, meneer Dittrich! En de verloedering daarvan begint waar de rechter (of Dittrichs "kindervoogd") verloedering gedoogt.

Praktische constructies voor hulpverlening dreigen averechts te werken, als die constructies geen andere grondslag hebben dan de goede bedoelingen van de bedenkers, van de rechtsplegers of van de hulpverleners. Over de problematiek moet meer vanuit fundamenteel rechtspsychologische principes worden nagedacht.

Op rechtspsychologische gronden lijkt het van essentieel belang om verbetering van het effect van bemiddeling te zoeken in de richting van gelijke rechtsbedeling. Niet alleen bij het instellen van gezags- en omgangsregeling wordt traditioneel de moeder sterk bevoordeeld (moeder gezag, vader omgang als moeder dat toestaat), ook de wijze van optreden tegen inbreuken is ongelijk.

Gezagsregeling wordt op een terechtzitting van standaard 20 minuten gepiept, en wel op basis van agendakwesties: wie zorgde voor de kinderen, wie zorgde voor het geld. (Of die vragen eerlijk worden beantwoord is een andere zaak: de kinderen worden toevertrouwd aan de ouder die altijd al voor ze zorgde, behalve als dat de vader is!) Een procedure over een omgangsregeling, toch ook een kwestie van agenda trekken, wordt daarentegen vaak jaren getraineerd door een onderzoek naar ontzeggingsgronden, en al die tijd is er geen omgang of er zijn, godbetert, een paar "proefcontacten". En als moeder niet wil, hoe onterecht ook, de rechter stelt de norm bij doordat hij uiteindelijk aan vader de omgang ontzegt. Nergens zijn waarden en normen zo ver te zoeken als in de familierechtspraak.

Bij de handhaving zien we hetzelfde onderscheid. Als vader de kinderen ontvoert (onttrekt aan het gezag van de moeder) wordt tegen de vader met reële en parate executiemiddelen opgetreden (strafrechtelijk en met de civielrechtelijke sterke arm van politie zonder tussenkomst van een rechter). Maar als moeder de kinderen onttrekt aan de omgang staat slechts een zeer omslachtig, indirect middel ter beschikking: een kostbaar, tijdrovend kort geding waarin alles nog eens quasizorgvuldig opnieuw wordt onderzocht met dubieus resultaat. Deze ongelijkheid in rechtsbedeling tussen vader en moeder werpt zijn schaduw vooruit naar de bemiddelingsfase.

De rechtsongelijkheid van de ouders lokt oneigenlijke conflicten uit die aan het welslagen van bemiddeling in de weg staan. Voor daadwerkelijke verbetering van de effectiviteit van bemiddeling is diepgaand rechtspsychologisch (niet te verwarren met forensisch) onderzoek nodig naar de ongelijkheid van ouders in het familierecht en naar het effect daarvan op het ontstaan van "ook bij bemiddeling onoplosbare" conflicten.

Zelden onttrekt (ontvoert) een vader het kind aan het gezag van de moeder, want daar wordt effectief tegen opgetreden door de politie. Massaal onttrekken moeders het kind aan de omgang met vader, want daar wordt niet tegen opgetreden. "Maar het is toch niet in het belang van het kind indien we moeder vervolgen?" is een veel gehoorde rechtvaardiging van dit onderscheid. O nee? Is vader vervolgen dat dan wèl? "Strafrechtelijke vervolging van de onwillige moeder verscherpt de relatie tussen de ouders". O ja? Doet vervolging van vader dat dan niet? Of: "We kunnen toch niet op al die duizenden overtredingen van de omgangsregeling wekelijks de politie afsturen"? Nee, natuurlijk niet. Maar als we omgang net zo resoluut zouden regelen en handhaven als gezag, zou het gauw over zijn met die massale overtredingen en evenzo met de noodzaak tot vervolging. De oplossing ligt voor de hand: schrap de wettelijke omgangs-ontzeggingsgronden uit de wet en baseer de omgangsregeling op de agenda van vader, moeder en kind; maak onttrekking aan de omgang even strafbaar als onttrekking aan het gezag. En bewaar ons voor omgangsbemiddeling in rechtsongelijkheid. Dat is contraproductieve probleem cultivatie.

Den Haag, 27 oktober 2002.

terug naar de top

 

Terzijde

Uit een telefoongesprek; Advocaat vader tegen advocaat moeder:
"Je moet niet zo veel problemen maken. Dan hoef je er ook niet zo veel op te lossen".

In september 2002 publiceerde het Centraal Bureau voor de Statistiek gegevens met betrekking tot de samenstelling van de gezinnen in Nederland op 1 januari 2002. Het aantal eenoudergezinnen groeit gestaag. Het bedroeg 635.000 en daarvan had iets meer dan de helft één kind. Als de andere helft twee kinderen heeft levert dit een totaal van ongeveer een miljoen kinderen in éénoudergezinnen. Het aantal gehuwde paren met meer kinderen nam de laatste vijf jaren met 70.000 af tot ca. 2 miljoen.Het aantal gezinnen waarvan de ouders niet zijn gehuwd groeit daarentegen weer. Het bedroeg 198.000 - zijnde 10% van het totaal. Het aantal kinderen in deze gezinnen bedroeg 310.000. Dat is bijna 7 procent van de 4,6 miljoen kinderen met getrouwde ouders, zodat er ca. vijf miljoen kinderen in twee-oudergezinnen opgroeien. Ongetrouwde ouders hebben gemiddeld 1,6 kinderen, getrouwde ouders bijna 2,3. In de statistieken over echtscheiding en omgang wordt niet gekeken naar de kinderen die in niet-geregistreerde relaties worden geboren. Daardoor wordt dus een steeds grotere populatie aan het statistisch oog wordt onttrokken. Er was al veel onduidelijkheid over naleving van het recht op omgang, zodat de nood aan harde en onbetwijfelbare statistieken alleen maar groter wordt. Volgens een Duits spreekwoord dient openheid alle belangen. Het luidt: "Mit der Wahrheit lügt man am besten".

Een telefoontje van een medewerker van de reclassering bood de gelegenheid tot verificatie van de ooit ergens opgepikte uitspraak dat de bevolking van penitentiaire inrichtingen, van gevangenissen dus, niet kan worden getypeerd door huidkleur, leeftijd, religie, beroep van de ouders of een ander "gewoon" kenmerk. Voor 90% van die bevolking geldt echter, dat zij afkomstig is uit gebroken gezinnen of uit éénoudergezinnen. De zegsvrouwe bevestigde zit, maar haastte zich te benadrukken dat die 90% geen exact getal is. Zij zag echter geen reden er bijvoorbeeld 80% van te maken.
De statistieken van het CBS hierboven leren dat nu tegenover elk kind met één ouder ongeveer vijf kinderen met twee ouders staan.
Misschien staat "éénouder" niet gelijk aan "geen omgang", maar het is niet stoutmoedig om te stellen dat ouders en rechters die een kind het normale contact met de andere ouder onthouden, dat kind in een categorie plaatsen die een tien tot vijftig maal hogere kans heeft om in de gevangenis te belanden.
Anders gezegd: ontzeggen van omgang levert voor het kind een zeer veel grotere kans op crimineel gedrag.
Daarmee is ontzeggen van de omgang ernstig in strijd met het belang van het kind, en dat van de maatschappij.
De hausse in éénoudergezinnen kwam pas met de wetswijziging van 1971 die echtscheiding veel gemakkelijker maakte. Dat betekent dat verdergaande verslechtering nog op komst is.

terug naar de top

 

De politiek: aan de vooravond van een revolutie in het familierecht?

Ambtelijke molens draaien langzaam, we weten het; zo ook in de politiek. In het voortraject van de stichting OZO hadden enkele bestuursleden al een band opgebouwd met de Tweede-Kamerleden Santi (PvdA), Vos (VVD) en de Pater-van der Meer (CDA); de eerste twee hebben het woelige 2002 politiek niet overleefd.

Zonder overdrijven kan vastgesteld worden dat de Paarse regering te weinig gedaan heeft om de gesignaleerde omgangsproblemen aan te pakken. Wat op mijn netvlies blijft staan is de onbespreekbaarheid van het thema OZO. Otto Vos verzuchtte vaak: "Als er een Kamermeerderheid zou zijn, dan…"

In OZO-nieuws 2002-2 legde mr. Prinsen uit dat de wetgeving van 1998 (gedeeld ouderschap) slechts onder de dreiging van een veroordeling van de Europese Commissie genomen werd. Het was geen goede wet, want de rechtspraak holde hem meteen uit door zich te richten op "de ouder bij wie het kind verblijft" waardoor alles bij het oude bleef en het gezag van de omgangsouder geen praktische betekenis kreeg. Bovendien kan eenhoofdig ouderschap toegekend worden op grond van een slechte communicatie tussen beide ouders, omdat de Hoge Raad dit in september 1999 als ernstig in strijd met het belang van het kind achtte, waarna het recht op omgang verworden is tot een gunst, die sinds 1971 verleend kan worden. Ook werd in 2000 een proefexperiment met omgangshuizen opgestart; het resultaat was, zoals voorspeld, een debâcle, omdat dwarsliggen beloond bleef.

Zelf ben ik tot de conclusie gekomen dat het CDA, de partij die zich bij uitstek profileert als een gezinspartij, het voortouw moet nemen. Ik ben naar partijcongressen gegaan en heb het thema Ouders Zonder Omgang in de "politieke rondvlucht" aan de orde gesteld. Dit jaar kon het thema op een warm onthaal rekenen.

Op zo'n congres kun je politici aanspreken. Premier Balkenende verzekerde dat hij binnen de fractie aandacht voor het probleem gevraagd heeft en minister Donner (justitie) zegde een onderhoud met de stichting OZO toe. Het kan ook leiden tot kruisbestuiving: mevr. de Pater vroeg om op papier te stellen hoe de stichting de wet wil zien (dit staat elders in dit OZO-nieuws).

Ook andere partijen stellen nu de problemen duidelijk aan de kaak. Afgelopen maanden zijn er in de Tweede Kamer Algemene Overleggen geweest met de minister van justitie. Op grond hiervan zijn kamervragen gesteld en een aantal moties ingediend en geaccepteerd.
Mevr. de Pater tilde deze discussies naar een hoger niveau door te bepleiten dat beide ouders in de praktijk verantwoordelijkheid voor de kinderen behouden na scheiding.

In december 2002 heeft de Tweede Kamer diverse moties aangenomen op het gebied van echtscheiding en omgangsregeling.

1) Dittrich (D66; ondersteund door alle partijen behalve het CDA) verzoekt de regering voorstellen te doen om in de wet verplichte scheidings- en omgangsbemiddeling te introduceren in geval van omgangsconflicten over de kinderen.

Mr. Prinsen wees er tijdens de donateursdag van 27-10 j.l. echter op dat bemiddeling onder de huidige wet, die dwarsliggen beloont, een heilloze weg is (zie hierboven).

2) Luchtenveld (VVD) verzoekt de regering in overleg te treden met de Raad van de Rechtspraak teneinde te bevorderen dat dwangsommen vaker worden opgelegd in gevallen waarin de omgangsregeling wordt gefrustreerd.
Ook dit goedbedoelde voorstel voor handhaving heeft zijn onwerkbaarheid in de praktijk al bewezen. Weg ermee.

3) Dittrich (D66) verzoekt de regering voorstellen te ontwikkelen, waarbij een standaard omgangsregeling van minstens elk andere weekend in de wet wordt vastgelegd die de verzorgende ouder niet eenzijdig mag verminderen, geldend totdat de rechter of beide ouders gezamenlijk anders hebben beslist. (De overweging is dat het in het algemeen in het belang van kinderen is om contact te hebben met beide ouders, ongeacht of die ouders al dan niet het gezamenlijk gezag over de kinderen hebben).
OZO omarmt dit voorstel, het kan immers oudervervreemding voorkomen, maar betreurt dat er niet over een 'zorgregeling' en de handhaving gesproken wordt.

4) De Pater (CDA) verzoekt de regering met een voorstel te komen tot aanpassing van de wet om een wettelijke (zorg)plicht voor ouders te creëren om tot afspraken te komen met betrekking tot de vorm en inhoud van de zorgplicht van ouders voor hun kinderen na scheiding c.q. ontbinding van het geregistreerd partnerschap; (zij overweegt dat ouders na scheiding c.q. ontbinding van het geregistreerd partnerschap belast blijven met het gezag en de opvoeding van hun kinderen en de daaruit voortvloeiende zorgplicht).

Er wordt ook nagedacht over een motie voor de 'oude' echtscheidingen, van voor 1998, dus voordat gezamenlijk ouderlijk gezag na scheiding automatisch bleef bestaan. Volgens sommigen zouden die gevallen in de gelegenheid moeten worden gesteld om alsnog het gezamenlijk ouderlijk gezag te verwerven. OZO is tegen die aanpak, omdat ouderlijk gezag momenteel een lege huls is. Voor een fundamentele oplossing, zie 'Wat Wil OZO? ' hierboven, welke regels dienen te gelden voor alle en dus ook de 'oude' gevallen.
Terwijl menigeen oordeelt dat het mooi is dat er eindelijk wat verandert, wil OZO de vinger goed aan de pols houden. De krachten in het familierecht zijn groot; een slappe wetsverandering zal zeker meer schade aanrichten dan goed doen en echte vooruitgang voor jaren blokkeren.
Op 28-11-02 had een flinke OZO-delegatie in gezelschap van mr. Prinsen een verder onderhoud met enkele CDA-leden. Het was een genoegen te constateren dat mevr. de Pater zeer ver meeging met de filosofie van mr. Prinsen.

Wordt vervolgd.

Theo Nieuwenhuizen


Noteer nu in uw agenda: Donateursdag OZO : 1 juni 2003

 

OZO-nieuws is een uitgave van Stichting Ouders Zonder Omgang
Verschijning : 4x per jaar
Oplage : 200
Aantal donateurs : 158

Stichting Ouders Zonder Omgang
Postbus 198, 6600 AD Wijchen
Telefoon :ma-, do- en vr-avond : 024 - 3970095
di- en wo-avond : 0315 - 346260
Fax : 024 - 3970094
E-mail : info@stozo.nl
Internet : www.stozo.nl
Bank : 66.55.48.923 ING Almere
K.v.K. : 34.16.61.58 KvK Amsterdam

terug naar de top