Ozonieuws:
2003 - 3

Stichting Ouders Zonder Omgang

 

 

 

 

 

 

Donateursdag 1 juni 2003

 

Deze zondag na Hemelvaart werd door veel mensen benut voor een uitje – het weer was daar ook meer dan geschikt voor. Ondanks deze concurrentie boekten wij opnieuw een bezoekersrecord. Het getal van 28 bezoekers lijkt niet erg indrukwekkend, maar het aantal noodgedwongen afzeggingen was door de wat ongelukkig gekozen datum erg hoog.

De belangstelling was dus zeker niet slecht en de bezoekers brachten een plezierige middag door die bovendien leerzaam en hoopgevend was. Het programma van deze dag, de derde alweer, draaide om het opvragen en afdwingen van informatie over kinderen, bij instellingen als scholen en gemeenten.

 

Mr. Prinsen opende de middag met een als vanouds doorwrochte en deskundige voordracht, nadat hij eerst had gesuggereerd om bij een volgende gelegenheid, als het weer opnieuw zo mooi zou zijn, de functie van de locatie – een badhuis – ook meteen maar in ere te herstellen.

Arthur Ross gaf daarna een korte uiteenzetting van wat het familierecht en de wob (wet openbaarheid van bestuur) als handvatten bieden voor een jacht op informatie. Namens de op het laatste nippertje verhinderde mevrouw mr. Wagenaar kon hij mededeling doen van haar bereidheid om een proefproces over informatieverstrekking te beginnen.

 

 Als toefje op de taart verzorgde Ed van Zoolingen, een welkom nieuw gezicht, een geïllustreerde voordracht over zijn aanpak van een klacht tegen de RVK en over enige meer algemene beginselen van het klagen.

Ten bewijze van zijn goede richtingsgevoel: enkele weken later ontving hij bericht dat het grootste deel van zijn klachten gegrond was verklaard door de klachtencommissie; de zitting duurde maar liefst drie uren, het nadere beraad enkele weken.

 

Ter afsluiting van deze d-day was er weer een gezellige, saamhorigheid versterkende borrel.

Het blijkt inderdaad  noodzakelijk iets van clubgevoel te laten ontstaan. Want de strijd tegen de instanties is een zeer eenzame, en is zonder steun bijna niet vol te houden. Toch is die strijd wel, en nog steeds, meer dan nodig. Want alle wetswijzigingen van na 1971 die ten doel hadden om aan omgangsellende een halt toe te roepen, hebben jammerlijk gefaald: ook de wet loopt stuk op de onwil en de onkunde van de uitvoerenden en de rechtsprekers. Feitelijk zijn daarmee de kansen op een oplossing uit de koker van de wetgevers alleen maar kleiner geworden. De enige houding die uitzicht kan bieden is er een van verzet. Steun geven aan de mensen in het verzet, en aan hun club, is wat met de donateursdagen wordt beoogd. OZO!

 

Noteert U svp alvast in Uw agenda: zondag 26 oktober 2003. Zelfde clubgebouw, zelfde optimistische strijdvaardigheid, zelfde gezelligheid, zelfde stijl. Thema van de dag: Bureau Jeugdzorg. Wedden dat met dat thema toch nog een geslaagde dag te beleven valt?

________

 

Het Prisoners Dilemma

 

Soms worden in de samenleving wetten gemaakt, en door uitvoerders en rechtsprekers worden regels in stand gehouden, die voor alle betrokkenen nadelig uitpakken. Dat komt doordat in die situaties sociaal gedrag wordt afgestraft, en asociaal gedrag wordt beloond. Er is in die gevallen sprake van een zelfzuchtig systeem.

Een voorbeeld van zo’n systeem is de belastingwetgeving, die de ijverigste ontduikers het meest beloont, en de meest loyale belastingbetalers het zwaarst belast.

Zodra het zelfzuchtige karakter van een systeem door betrokkenen wordt ontdekt, gaan zij een op eigenbelang gericht gedrag vertonen. Een notie als “het algemeen belang” verdwijnt dan van de agenda.

 

Het is evident dat een individu alleen goed kan functioneren in een systeem dat goed functioneert. In een samenleving dus die zorgt voor goede wegen, goed onderwijs etc. voor allen. Zelfzuchtig gedrag ondermijnt het systeem, en is dus ook schadelijk voor het eigen belang.

Het prisoners dilemma is de keuzevrijheid die de deelnemers in een zelfzuchtig systeem hebben. De keuze voor coöperatief en positief gedrag, braaf belasting betalen, waarmee men zichzelf tekort doet en juist de negatieve spelers bevoordeelt – of de keuze voor negatief gedrag, belasting ontduiken, waarmee men het systeem verder ondermijnt maar tenminste de asociale spelers niet verder beloont. De keuze voor positief gedrag is onmogelijk en de keuze voor negatief gedrag – die in ieder geval de eerlijkste verdeling der lasten tot gevolg heeft – wordt geprovoceerd. Het systeem wordt dan dus verder ondermijnd. Dat ligt niet aan de deelnemers in het systeem, maar aan de aard van het systeem zelf.

 

Ouders die gaan scheiden krijgen te maken met een zelfzuchtig systeem, dat hen vanzelf in een prisoners dilemma dwingt. Hoe meer zij de andere ouder prijzen, des te groter is het risico dat de rechter – al dan niet uitsluitend – aan die andere ouder de kinderen toewijst. Zeker, als die andere ouder, zojuist hemelhoog geprezen, aan de rechter gaat vertellen hoe slecht die eerste ouder wel niet is. Het risico van het verlies van de kinderen is te groot om de gok van sociaal gedrag te wagen – of te blijven wagen. En dus ontstaat er oorlog.

 

Die oorlog is niet het gevolg van de meningsverschillen die tot de scheiding leidden, is niet het gevolg van het dwarse of lelijke karakter van de ouders, maar uitsluitend het gevolg van het prisoners dilemma waarin het wetgevend en rechtsprekend systeem de ouders gevangen houdt.

 

Bemiddeling helpt dit dilemma niet de wereld uit, want bemiddeling komt pas op als er iets te onderhandelen valt.

Het wezen van wetgeving is echter dat in zekere situaties onderhandelingen worden uitgesloten, zodat iedere burger hetzelfde lot treft. Kortom: zodat er een rechtsstaat ontstaat.

 

Wetgeving die een prisoners dilemma creëert en daarbij bemiddeling als oplossing voor conflicten voorstaat, is in dubbele zin asociaal en contraproductief.

Wie zich aan zulke wetgeving bezondigt is wezenlijk een misdadige cynicus of een domoor. Dat is even erg.

 

Aan de oplettende lezertjes de taak om te bezien of echo’s van deze gedachtegang – die immers ook door onze volksvertegenwoordigers wordt gelezen: OZO-nieuws gaat gratis naar elke Tweede kamerfractie – gaan doorklinken in de restauratie van de familiewetgeving.

 

In 1971 werd met één wetgevende pennenstreek de scheidingsellende in gang gezet, de hoogste tijd dus voor de wetgever om die ellende net zo rigoureus maar weer eens uit te bannen.

________

 

 

Echtscheiding: Vaderrol voorbij.

Ofwel: Het komt niet meer goed

 

We kennen allemaal die opbeurende woorden: ’Als uw kind volwassen is,  komt ie zelf naar u’. Een recent onderzoek toont aan dat dit meestal niet zo is.  Veeleer blijkt: Eens verloren, altijd verloren.
 
Eenmaal verstoorde relaties blijken niet eenvoudig te herstellen te zijn. Hoe minder contact een vader direct na de scheiding had met zijn minderjarige kinderen, des te minder contact er ook is op latere leeftijd. Vooral vaders die in de periode na de scheiding geen enkel contact hadden met hun kinderen lopen grote kans om ze ook later niet of zeer weinig te zien. Niet minder dan 43% van  hen heeft in het afgelopen jaar geen enkel contact met de kinderen gehad en 20% slechts enkele keren. Dat betekent dat slechts in 33% van de gevallen het contact in de tussentijd is hersteld. 

Vaders die na de scheiding de zorg voor de kinderen op zich namen of deze deelden met hun ex-partner (co-ouderschap), hebben later het meest frequent contact met hun meerderjarige, uitwonende kinderen: 57% ziet ze wekelijks en 26% maandelijks. Dat is echter minder frequent dan bij getrouwde vaders in een eerste huwelijk. Mogelijk liften vaders in een huwelijk mee met de contacten die hun partners met de kinderen onderhouden.

Behoud van een nauwe band tussen de gescheiden vader en zijn kinderen is waarschijnlijk in het belang van alle betrokken partijen: vader, moeder en kind. Veel gescheiden vaders beleven het als bijzonder negatief om hun kinderen uit het oog te verliezen. De afwezigheid van de vader kan verder een negatieve invloed hebben op de schoolloopbaan en het relatieleven van de kinderen en op langere termijn leiden tot sociaal-emotionele problemen.               

Voor de moeders tenslotte is het een hele opgave om alleen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de kinderen te dragen. De nabijheid van de vader kan ook een positieve invloed hebben op de arbeidsmarktdeelname van alleenstaande moeders. Na een scheiding gaat het inkomen van de vrouw er vaak sterk op achteruit, vooral omdat de zorgtaken haar ervan weerhouden zich te richten op betaalde arbeid. Wanneer de vader na een scheiding in de buurt blijft en nauw betrokken is bij het leven van zijn kinderen, heeft zijn ex-partner meer mogelijkheden om zich buiten het gezin te ontplooien.

Bron: Dr. C.M. Fokkema, NIDI, Dr. P.M. de Graaf, KUN en Prof. dr. M. Kalmijn, KUB, Demos, Jaargang 18, mei 2002.

www.nidi.nl/public/demos/dm02052.html

________

 

Nieuwe lente of hete herfst?

 

Omdat Bureau Jeugdzorg (BJZ) zich onmachtig toonde om  een begeleide omgangsregeling tot uitvoering te brengen, spande een vader een kort geding aan tegen BJZ. De rechter legde een dwangsom vast van 10.000,= euro per keer dat BJZ

in gebreke zou blijven de driewekelijkse omgang te begeleiden. Aldus een kort berichtje in OZO-Nieuws 2 van april 2003.

Snel als de bliksem intensiveerde BJZ het “overleg” met diverse betrokkenen, waaronder de school van het betrokken kind. Het woord “overleg” staat tussen aanhalingstekens omdat dit woord zowat het meest gebruikte woord is in de rapporten en communicatie met BJZ, hoewel BJZ hier zelf nota bene zwart op wit claimde dat het een regisserende, sturende taak heeft. Alleen het woord “afspraak” wordt misschien nog meer gebruikt.

Als gevolg van zijn overleg, kon BJZ naar een brief van school  verwijzen waarvan de inhoud volgens BJZ zonneklaar toonde dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden. Zodat men in een spoedzitting om stopzetting van de omgang kon verzoeken. De rechtbank schorste voorlopig de omgang en verzocht aan de RvK om een onderzoek naar omgang en gezag (ook vader is belast met het gezag).

De RvK formuleerde o.a. de vraag naar zin of nut van het éénhoofdig gezag voor moeder. Vader startte daarop een briefwisseling met de RvK die er uiteindelijk toe leidde dat de RvK ook de vraag naar zin of nut van het éénhoofdig gezag voor vader tot onderwerp van onderzoek maakte. De onderhavige procedure – verzoek stopzetting omgang - is nog niet afgerond, terwijl door BJZ ook hoger beroep tegen de in kort geding vastgestelde dwangsom is ingesteld.

 

Afgezien van deze externe kwesties, is de situatie voor de onder toezicht gestelde zoon in deze zaak zover geëscaleerd, dat de gezinsvoogd met gillende zwaailichten op zoek is gegaan naar een crisisopvang, en een verzoek tot uithuisplaatsing heeft ingediend.

Tegen de leiding van de school is een klacht ingediend. Die procedure bevindt zich in de fase van bemiddeling. Het is echter vrijwel zeker dat de klacht zal worden voorgelegd aan de landelijke klachtencommissie. Die zal, naar verwachting, niet veel goede woorden over hebben voor het gedrag van de school, en de wijze waarop men met vader en BJZ communiceerde.

 

Doordat de raadsman van vader inmiddels heeft kunnen aantonen dat het bewijs van gewijzigde omstandigheden een constructie is, heeft BJZ zich gedwongen gezien een reservering te treffen voor de eerste twee verbeurde dwangsommen. De omgang zelf is door de verschillende procedures ietwat uit het zicht geraakt, de regeling is (tijdelijk) geschorst. Het is echter te verwachten dat de omgangsregeling, die het karakter had van een opstartregeling naar een normale omgang, door het Hof in ere wordt hersteld.

Vanaf dat moment zal de herfst voor BJZ heter worden dan de recordzomer van 2003. Want voor het eerst zal BJZ dan de handschoen moeten opnemen die een zorgouder hem toewierp.

 

Inmiddels is genoegzaam gebleken dat zelfs in geval van kindermoord (het meisje van Nulde), gezinsvoogd en de RvK volharden in onbegrijpelijke pedagogische standpunten. Daarom is het succesvolle kort geding in deze zaak een primeur die hopelijk een voorbode is van een kentering in het denken over, en de eerbied voor, familierelaties, ook al probeert BJZ uit alle macht nog een stok in het wiel te steken.

________

 

Terzijde

 

Bij de behandeling van een klacht bij de Klachtencommissie van de Raad voor de Kinderbescherming te Arnhem merkte de directeur van de Raad op: “Wij houden dossiers bij, wij voeren telefoongesprekken en maken daarbij wel of geen notities – dat gebeurt allemaal in het vuur van het werk. Maar het rapport is ons product. Dáár mag U ons op afrekenen”.

Het is plezierig dat deze vanzelfsprekendheid ten overstaan van de Klachtencommissie door de directeur werd onderstreept: de onverbrekelijkheid van klacht en rapport werd ermee bevestigd. En passant kreeg de nieuwe OZO-aanpak van het opstellen van klachtschriften aldus als het ware de instemming van boven.

Wanneer iets niet is verboden, wordt in het recht wel de gezegd dat “in contrario” kan worden geconcludeerd dat dit “iets” een recht is.

Art. 139a Wetboek van Strafrecht verbiedt onder andere het stiekem opnemen van gesprekken waarbij men zelf niet aanwezig is. Wanneer men echter zelf wèl deelneemt aan het gesprek is het maken van een (al dan niet stiekeme) opname toegestaan. Elke gespreksdeelnemer heeft het recht om te weigeren deel te nemen aan een gesprek dat wordt opgenomen. Dit leidt tot de conclusie (en aanbeveling) om van elk gesprek met de instanties stilletjes opnamen te maken. De bandjes kunnen dan worden gebruikt voor het opstellen van een goed en volledig gespreksverslag dat aan alle fatsoenseisen voldoet. Wie de bandjes bewaart kan er zijn stellingen mee bewijzen, als de rechter bijvoorbeeld daaraan zou twijfelen. Het uitwerken van dergelijke opnames is een moeizaam werkje. Dat is de reden dat de instanties zelf niet zo happig op zijn op het maken ervan. Er bestaat geen verplichting om van al dan niet stiekeme opnamen, of van de uitwerking ervan, kopieën te verstrekken aan de deelnemers van het opgenomen gesprek.

Dank aan de tipgever die dit handige weetje doorgaf

________

 

Het bewaren van feiten – de chronologie

 

Wie in een echtscheiding is terecht gekomen weet dat het een bijna ondoenlijke zaak is om elke directe en indirecte aantijging te weerleggen. De exen worden door de instanties in feite aangemoedigd om ongeremd hun gal te spugen, en elke vloek of zucht wordt met ernst genoteerd door instellingen als de Raad voor de Kinderbescherming.

Tegen dit georganiseerde cynisme is alleen de waarheid maar bestand. De vraag is echter hoe die waarheid moet worden gepresenteerd opdat zij door buitenstaanders als advocaten en rechters (!) enigszins vlot kan worden begrepen.

Een tot nu toe heel succesvolle en inzichtelijke methode bleek die van een samenvatting te zijn, waarin per gebeurtenis de datum, het onderwerp, een omschrijving plus een eventuele verwijzing in één regel worden samengevat.

De geschiedenis van een relatie is op die manier gemakkelijk op één bladzijde samen te vatten. Daardoor is deze voor een advocaat sneller en goedkoper te doorgronden, en  voor een rechter een niet te negeren effectieve presentatie van de feiten.

 

 

Voorbeeld.

 

1990-02-04       Begin relatie

1990-11-20        Begin samenwonen

1992-10-17        Geboorte Johannieke
1994-04-12        Geboorte Johan
1994-10-15        Riagg stelt postnatale depressie vast bij moeder (1)

1995-01-11       Eerste zelfmoord poging moeder                                   (2)
1997-03-06              
Gezamenlijk gezag geregeld bij kantongerecht         (3)              
1998-06-03              Scheiding, vader vertrekt uit ouderlijke woning
1998-10-13               Kinderrechter stelt omgangsregeling vast                (4)
1998-10-28       Tweede zelfmoord- poging moeder                        (2)
1998-11-06       Eerste omgangs- weekeinde verloopt prima           (5)
1998-11-20       Omgangsweekeinde  met strubbelingen bij halen   (5)
1999-01-18       14:30 uur, eerste  telefoontje naar AMK: Help!       (6)

...

etc.

 

Toelichting.

 

De cijfers tussen haakjes verwijzen naar bijlage 1, 2, 3 etc. In deze bijlagen kunnen nadere notities, kopieën van artikelen, brieven of beschikkingen bijeen worden gezet.

Aldus vormt een regel in de chrono a.h.w. een krantenkop, en de bijlage waarnaar eventueel wordt verwezen het bijbehorende krantenartikel.

Bijlage 5 in dit voorbeeld geeft een verslag van de omgangsregeling: datum, uur en minuut van halen en terugbrengen van het kroost, iets korts over bijzonderheden als een hoosbui of een bezoekje aan de dierentuin, etc. Later zal dit verslag een goudmijn aan herinneringen blijken te zijn, een soort fotoboek op schrift en een waar “erfstuk”.

In bijlage 2 daarentegen is de droeve geschiedenis van moeders zelfmoordpogingen gereconstrueerd. Het lijkt cynisch maar een dergelijke geschiedenis komt heel vaak voor.

Buitenstaanders, en ook rechters, hebben in één oogopslag een indruk. En hoe gedesinteresseerd zij ook mogen zijn: deze samenvatting op een presenteerblaadje kunnen zij niet weigeren.

Doordat zo’n chrono de feiten kort en bondig weergeeft, is het voor de wederpartij eenvoudig om weerwerk te bieden. Blijft dat achterwege is dus de inhoud van de chrono onomstreden.

Een bijkomend en niet te onderschatten voordeel is, dat de chrono een skelet vormt waarin allerlei andere gebeurtenissen en voorvallen op hun eigen plaats kunnen worden vastgelegd. Wie er een half jaartje mee werkt zal vaststellen dat de chrono een zeer welkome aanvulling is op het eigen geheugen, dat onbetrouwbaar, vertekenend en vergeetachtig blijkt.

De methodiek van de chrono is ook van toepassing op zekere delen van de werkelijkheid. Het verloop van een omgangsregeling bijvoorbeeld kan worden weergegeven in de alles omvattende chrono, maar er kan ook een deelchrono van worden opgezet, waarin alleen de ins en outs van de omgang aan de orde komen.

Een andere subchrono zou die van het telefoonverkeer kunnen zijn, waarin van elk telefoontje in één regel wordt vastgelegd met wie er is gesproken, wie er belde, en hoe laat en hoe lang. In de bijlage waarnaar eventueel wordt verwezen, past een meer uitgebreide gespreksnotitie.

Tenslotte.

Omdat een (echt)scheidingsgeschiedenis vaak jarenlang doorloopt, is het dateren zoals in het voorbeeld (JJJJ-MM-DD) verreweg het meest toegankelijk. Van harte aanbevolen dus.

________

Noteer nu in uw agenda:

Donateursdag OZO  : 26 okt. 2003

 

OZO-nieuws is een uitgave van Stichting Ouders Zonder Omgang
Verschijning : 4x per jaar
Oplage : 200
Aantal donateurs : 158

Stichting Ouders Zonder Omgang
Postbus 198, 6600 AD Wijchen
Telefoon :ma-, do- en vr-avond : 024 - 3970095
di- en wo-avond : 0315 - 346260
Fax : 024 - 3970094
E-mail : info@stozo.nl
Internet : www.stozo.nl
Bank : 66.55.48.923 ING Almere
K.v.K. : 34.16.61.58 KvK Amsterdam