Donateursdag 1 juni 2003
Het programma van deze dag, de derde alweer, draait om het opvragen en afdwingen van informatie over kinderen bij instellingen als scholen en gemeenten. Zoals gebruikelijk zal per aparte post een uitnodiging met meer détails worden verzonden.
Het doel van de dag is immer hetzelfde, namelijk het coördineren en organiseren van het verzet tegen het maatschappelijk systeem, dat ouders en kinderen van elkaar vervreemdt en langdurige, of zelfs blijvende, schade berokkent.
Ook nu zal deze ontmoeting voor de bezoekers wel weer een succes worden, zeker voor de gasten die een toeristische route naar de vaste OZO-locatie weten te vinden. De schitterende Veluwezoom is dichtbij, de grote rivieren, de kastelen en parken rond Arnhem, naar het oosten het IJsseldal, en voor een avondborrel de kades van Rijn en Waal. Als dit wat wervend klinkt dan is de boodschap goed overgekomen. Want deze dag is zeker ook bedoeld als een hart-onder-de-riem dag.
Het is weliswaar niet zo dat het familierecht een geheime formule kent met behulp waarvan men zijn recht kan halen, of dat ooit zo’n formule kan worden gevonden of opgesteld, maar het is wel zo dat op zo’n dag een assertieve houding wordt bevorderd die het leven van omgangsloze ouders op een bijna
Tijdens een donateursdag kan men vaststellen dat die veronderstelling fout is. Het zijn niet de ouders die niet deugen, het is het systeem dat niet deugt. Het zijn niet de ouders die zich te buiten gaan aan strijd of wraakoefening, het is het systeem dat strijd uitlokt en dat ouders en kinderen ongelukkig maakt. Dat grote economische gezinsmalaise veroorzaakt, verlies van arbeidsproductiviteit en ga zo maar door. Deze malaise is niet de uitzonderingssituatie, het is de regel.
Het systeem, dat zijn de mensen in het systeem: rechters en advocaten, deskundigen, hulpverleners, politici, en uiteindelijk ook wij zelf. Wie het systeem niet wil bevechten verliest zijn recht van spreken. Wie echter de wapens wil opnemen, die neme rechters en advocaten, deskundigen en hulpverleners, politici en uiteindelijk ook zichzelf op de korrel. Deze boodschap kan niet genoeg worden herhaald: kom in beweging. Dat die boodschap zelfs een blijde boodschap is, is iets wat elke donateursdag weer kan worden vastgesteld. Wij hópen niet alleen op betere tijden, wij dóen daar ook wat aan. Dus wie zich liever wentelt in zijn ellende zal zich op die dag niet zo happy voelen, maar wie gezellig een handje wil komen helpen is meer dan welkom .
________
Monitor – berichten uit de samenleving
Via postbus of e-mail komen regelmatig meldingen binnen van acties en nieuwtjes.
Net zoals verscheidene andere stichtingen en organisaties in het land, zal ook OZO internet-discussies gaan onderhouden of op de mogelijkheden van deelname aan internet-enquêtes gaan attenderen. Dat gebeurt op een nette wijze: de benaderden zullen niet de e-mail adressen van andere geadresseerden kunnen achterhalen.
Wie in is voor deelname aan bijvoorbeeld internet-enquêtes, wie graag via e-mail of internet bij overheid en politiek zijn mening laat horen, die wordt uitgenodigd om dat via ons e-mail adres te melden.
Overigens wel een kleine waarschuwing. Van enquêtes op het internet is niet zeker dat de resultaten ooit openbaar worden gemaakt. De huidige fractieleider van D66 organiseerde op zijn website ooit een rondvraag naar het handhaven van omgangsregelingen. De stem des volks liet op dit “referendum” maar één geluid horen: geef ons toch eindelijk een harde hand!
Maar onze nationale kampioen van het referendum verstopte en verzweeg deze resultaten.
Nu is een volksraadpleging ook niet van gevaar ontbloot, voor de politicus die er een organiseert.
Een onwelgevallige volkswil ten aanzien
van de Amsterdamse Noord-Zuid metroverbinding werd eenvoudig genegeerd. De beroemde, gekrijste vraag van Joseph Goebbels: “Wollt ihr den Krieg”? scoorde een 100% en luidkeels gebruld JA!. En daar hebben ze zich toen aan gehouden, helaas.
Een enquête en haar resultaten zijn dus met enige reserve te bezien. Maar als een politicus en enquête-voorstander een stemming peilt, moet hij wel iets met de resultaten doen. Het publiceren ervan is dan toch wel het minste.
In het land zijn enkele mensen individueel, en in overleg met anderen, actief met het “monitoren” van opmerkelijke gebeurtenissen in politiek of rechtspraak of van het klachtenfront.
Van zo’n eenzame strijder kwam het bericht dat met een uitspraak van het Hof te Leeuwarden thans ook de mogelijkheid gloort voor oude gevallen (scheidingsdatum voor 1998) om het medegezag (tweehoofdig gezag) te verwerven.
Dat is goed nieuws. Weliswaar blijkt in de praktijk steeds weer dat het ouderlijk gezag alleen iets voorstelt voor de met de zorg belaste ouder, maar dat kan (ook) worden toegeschreven aan het na-ijlen van de verouderde echtscheidingscultuur die al sinds 1971 onophoudelijk slachtoffers maakt.
Waar de wetgever tot een koerswijziging besluit door aanpassing van de wet, mag niet worden verwacht dat de tanker met 35.000 echtscheidingen per jaar, ineens een andere koers volgt.
Het Hof in Leeuwarden heeft de omgangsouder (in casu: de vader) nog niet met het medegezag belast: de noodzaak of wenselijkheid daarvan moet eerst blijken uit een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. Maar het verzoek van de vader werd in ieder geval wel ontvankelijk geacht.
Dat is een begin. De Raad voor de Kinderbescherming gaat nu de nieuwe wet aan den lijve ondervinden. Men was er juist aan gewend geraakt om te vinden dat voortzetting van het ouderlijk gezag eigenlijk wel moet, en nu moet men dan zijn houding bepalen ten aanzien van oude gevallen, waarvan men eerder kortweg vaststelde dat het eenhoofdig gezag de juiste gang van zaken was, normaal, ja zelfs te verkiezen. Natuurlijk kan de Raad niet volgens twee onafhankelijke beleidslijnen opereren. Dat zou net zoiets zijn als leven met leugens: dat is onmogelijk omdat het onmogelijk is alle leugens (tegen wie loog men wat?) te onthouden. Het volhouden van de oude beleidslijn, hetgeen precies is wat men deed na de wetswijzigingen in 1990 en volgende jaren, wordt echter weer een stuk moeilijker dan na de principiële uitspraak van het Hof in Leeuwarden meer omgangsouders gaan proberen het medegezag te verwerven.
De uitspraak van het Hof is, anoniem, op onze website na te lezen
(Monument, Rechtszaken, HOF0302G).
Overigens wordt de reikwijdte van het medegezag momenteel door enkele donateurs van OZO op de proef gesteld. Zij werden oudergewoonte door allerlei instanties met lege handen naar huis gestuurd, na bijvoorbeeld een verzoek om informatie, maar in enkele gevallen wordt nu dus de bezwaarprocedure tot aan de bestuursrechter doorgevoerd. De beschikkingen in die zaken zullen te zijner tijd op onze website ter inzage worden gelegd.
Informatie is het centrale thema van de volgende donateursdag, op 1 juni a.s.
Ouders met gezag en zonder gezag, met omgang en zonder omgang, met “de hulp” van een gezinsvoogd en zonder, info van scholen of gemeenten of hulpverleners: in elke categorie wordt momenteel wel een strijd om informatie gevoerd. Met de opgedane ervaringen is het voor een volgende kandidaat allicht makkelijker scoren.
________
Een nieuwe lente?
Een met het gezag belaste vader heeft geen omgang met zijn tienjarige zoon.
Na de scheiding werd er een ondertoezichtstelling uitgesproken. Tot de taken van de voogd hoorde het begeleiden van de omgang, waarin deskundigen zo graag grote gevaren voor kinderen zien. Op de gezinsvoogd en op scholen werd de druk opgevoerd, om vader met respect voor zijn gezag te bejegenen. Dat stuitte ook bij de voogd op grote weerstand. Deze entameerde verzoeken van moeder om te worden belast met het eenhoofdig gezag en tot het stopzetten van de omgang. De rechtbank stelde in januari 2003 een regeling vast, waarbij vader en zoon elkaar gedurende twee uren per drie weken onder toezicht zouden mogen zien. Toen vader zich hiermee niet gelukkig toonde, katte de gezinsvoogd dat hij toch niet in beroep kon gaan van deze tussenbeschikking. De inkt ervan was echter nog niet droog, of de voogd bleef al in gebreke om het eerste contact sinds meer dan een jaar te organiseren. Op advies vanuit onze stichting startte vader een kort geding en daarmee kondigde zich een nieuwe lente voorzichtig aan. De rechter veroordeelde de voogd tot betaling van de kosten van het geding, en tot het betalen van een dwangsom van EU 10.000,= voor elke dag of keer dat men in gebreke zou blijven om de omgang te organiseren. Volgende keer het complete verhaal.
________
Financieel jaaroverzicht 2002 Stichting Ouders zonder Omgang
Resultatenrekening Begroting 2002 Realisatie 2002 Begroting 2003
Donateursbijdrage 4.500,00 1.245,00 1.800,00
Schenkingen 0,00 1.046,38 1.000,00
Bankrente 0,00 2,01 0,00
4.500,00 2.253,39 2.800,00
Telefoonkosten 400,00 870,22 900,00
Bankkosten 0,00 8,78 0,00
Portikosten 1.000,00 483,89 500,00
Internetkosten 1.000,00 146,35 200,00
Ledendagen 500,00 235,04 300,00
Kantoorkosten 200,00 585,88 275,00
Reiskosten 400,00 208,39 150,00
Contributies & abonnementen 200,00 33,63 100,00
Representatie 150,00 129,18 250,00
Totale kosten 3.850,00 2.701,36 2.675,00
======= ======= =======
________
Doel en Middelen – wat wil OZO ?
In de vorige aflevering van OZO-nieuws zijn de doelstellingen en ideeën van de Stichting Ouders Zonder Omgang in de wetgevende context belicht.
Het is waar dat strikte wetgeving en strikte handhaving daarvan de ongelijkheid tussen zorgouder en omgangsouder zouden opheffen. Het probleem dat daarbij in eerste instantie moet worden overwonnen is het ongelijke, het discriminerende denken dat zo diep is ingesleten in de maatschappelijke perceptie van alledag.
Vaders die zich druk maken om het contact met hun kinderen worden al gauw enigszins meewarig als dwaze vaders betiteld. Maar ook moeders kunnen als omgangsouders niet rekenen op de steun en de verontwaardigde bijval die de met de verzorging belaste moeders gewoonlijk wel zo ruim ten deel valt - vanuit de politieke partijen, de pers en maatschappelijke geledingen als maatschappelijk werk en scholen. Want omgangsmoeders móeten het wel helemaal aan zichzelf te wijten hebben als zij er niet in zijn geslaagd de zorg over hun kinderen te verwerven of te behouden. De omgangsouder is dus a-priori verdacht, de zorgouder staat boven verdenking.
Deze ongelijkheid in de benadering van de ouders is een erfenis uit de tijd waarin met name de vrouwenbeweging de positieve discriminatie omarmde als het middel bij uitstek om de geponeerde, en als onrechtvaardig ervaren ongelijkheid tussen mannen en vrouwen snel de wereld uit te helpen. In vrouwenstudies wordt die tijd wel aangeduid als de tweede (? derde?) emancipatiegolf.
Vanaf 1971 is de macht na de (echt)scheiding door de vrouwen in handen genomen. Zij hadden het maatschappelijk tij nadrukkelijk mee. Elke zinspeling op geweld of incest werd aux serieux genomen. Rechters kozen “het zekere voor het onzekere”, of “het minste van twee kwaden”, zich daarbij niet realiserend dat zij zich in hun denken de wet lieten voorschrijven door de stem van de luidruchtige vrouwenbewegingen, die op hun beurt werden bijgevallen door niet erg moedige, of verstandige, politieke partijen. Dat is ook nu nog zo, niettegenstaande de éclatante missers bij De Bolderkar, de affaire Oude Pekela en de miskleunen bij bijvoorbeeld de Epese Jolanda. De herrie rond veronderstelde misstanden is oorverdovend, de werkelijkheid echter eerder ontnuchterend. De gretigheid waarmee een incest-alarm serieus wordt genomen heeft veel en veel meer onheil en slachtoffers gemaakt, dan voorkomen. Maar ook nu nog bepaalt dit voorgeprogrammeerde denken, dit paradigma, de agenda. Dat, door professor Hoefnagels “taai slijm” genoemd, is wat veranderingen in het familierecht telkens weer smoort.
In 1990 werd het recht op omgang vastgelegd in de wet. Omgang was daarmee een wettelijk erkend belang van het kind geworden. Maar de wet is boterzacht gebleken, en gebleven, doordat in de rechtscultuur niet het recht op omgang uit de wet werd opgepikt, maar een recht op het ontzeggen van de omgang.
In 1994 werd de informatieplicht van de met het gezag belaste ouder jegens de andere ouder bij wet (en ook weer onder druk van Europa) geregeld. De wet stelt in de praktijk niets voor.
In 1995 werd op overeenkomstige wijze de informatieplicht van derden, als scholen en huisartsen, jegens de niet met het gezag belaste ouder vastgelegd. Maar de samenleving, de scholen voorop, onttrok men zich massaal aan haar plicht. Waarbij men zich soms zelfs de cynische vriendelijkheid permitteerde om de vragende ouder op de mogelijkheid van een (kostbaar en lang uitstel vergend) verzoek aan de rechter te wijzen.
In 1998 meende de wetgever het ei van Columbus te hebben gevonden: de voortzetting van het ouderlijke gezag na echtscheiding. Maar weer bleek de wet niet opgewassen tegen het heersende denken.
Inmiddels is het systeem van wetgeving en rechtspraak volledig gecorrodeerd. Vrouwen die de zorg over hun kinderen kwijt raken zien zich op precies dezelfde manier gediscrimineerd als de mannen die dat overkomt: de man/vrouw tegenstellingen zijn geruisloos ingeruild voor zorgouder/omgangsouder tegenstellingen, maar zij zijn niet minder fnuikend geworden.
OZO wil een ander systeem, OZO wil een einde aan de discriminatie, OZO wil een eind aan de strijd uitlokkende rechtspraak en rechtscultuur, waarin sinds 1971 de “deskundigen” (de gogen en logen) bepalen wat wel en niet moet worden besloten. Deskundigen die zonder gêne om de vijf of tien jaar hun “wetenschappelijk gedachtegoed” inruilen voor een nieuwe keizerlijke garderobe. Nieuwer!, Beter!, Definitief!. Nu nog goedkoper! Maar opgelost wordt er nog steeds niets. De kleren van de keizer beschermen nog steeds niet tegen het gure klimaat van het familierecht, maar in het familierecht en de modewereld der hulpverleners durft niemand zijn mond open te doen.
Om een oplossing te bereiken moet in de samenleving het denken om. Niet meer en niet minder.
Een van de manieren waarop OZO daaraan bijdraagt, is het in stand houden van de website, waarop een gestaag groeiend monument van uitspraken in klachtzittingen en rechtszaken de ontwikkeling en de ontaarding van het maatschappelijk denken registreert en bewaart. Naarmate meer mensen kennis hebben genomen van deze zo objectief mogelijke registratie, zullen meer mensen zich van de valkuilen van het algemene denken bewust zijn, en deze vermijden. Dat is winst.
Ook via OZO-nieuws, de donateursdagen, de telefoondienst en de bijstand bij klachtzaken, doet OZO pogingen om het nieuwe denken post te laten vatten.
Een andere manier van verspreiden van dit denken wordt door sommige donateurs van de stichting in de praktijk gebracht. Zij dragen door middel van ingezonden brieven in kranten en tijdschriften de OZO-standpunten uit onder een breder publiek. Dat is, mits met de nodige zorgvuldigheid uitgevoerd, een effectieve wijze van propageren van het nieuwe denken. Steeds weer een genuanceerd tegengeluid laten horen tegen het voorgeprogrammeerde denken dat de hulpverlening op de automatische piloot uitvent, moet op den duur de denkwereld van het publiek binnendringen.
Het staat iedere donateur vrij om uit OZO-nieuws of uit de OZO-folders te citeren. Hoe meer hoe liever zelfs. Het is een uitstekende manier om het nieuwe gedachtegoed te verspreiden.
Evenzo is het toe te juichen als men de politieke partijen op de korrel neemt. Want daarbinnen gebeurt minder dan verwacht.
Als er door toedoen van de OZO-donateurs de volgende maand honderd smeek- of dreigbrieven naar de politiek zouden gaan, signaleert Den Haag al “onrust in het land”. Wanneer de maanden daarna dezelfde aantallen brieven blijven binnenkomen worden er zachtjesaan moeilijke vragen in de Tweede Kamer gesteld, en korte tijd later komt men dan met de eerste moties en wetsontwerpen op de proppen. Op dit moment spreekt CDA-kamerlid Marleen de Pater het meeste aan. Zij is voorvechter van een niet-discriminerende zorgregeling na echtscheiding. De clou is dat een “zorgregeling” a-priori de principiële gelijkheid van de ouders benadrukt. Dat is de reden waarom ook OZO zo’n zorgregeling in de politiek bepleitte.
Hoe taai het oude denken echter is, werd zaterdag 21 februari 2003 gedemonstreerd in het Teleac programma “Bij ons thuis: over opvoeding en onderwijs” ,door advocaat Cees van Leuven en ervaringsdeskundige (twee jaar geen contact met zijn kinderen) Jacques Rijkenberg. Zij pleitten voor een verplichte bemiddeling, waar echter minister Donner en de Kamer niet aan willen. In de discussie interrumpeerden de heren bij herhaling mevrouw De Pater, wat voor het verplichte karakter van de door hen voorgestane bemiddeling oud-communistische overredingsmethoden doet vrezen.
Voor OZO hoeft een verplichte bemiddeling pas worden ingevoerd, als de voorvechters de effectiviteit daarvan hebben bewezen in kwesties als die van het Midden Oosten en voormalig Joegoslavië, de Amsterdamse taxioorlog en andere arbeidsconflicten. Of in de au fond zo vreedzame conflicten rond het betaalde voetbal, zowel op het veld als daarbuiten. Eeuwige roem zou hun deel zijn geweest als zij ook in Irak de effectiviteit van deze methode zouden hebben bewezen.
De realiteit – voor uitkomst van deze OZO-nieuws brak de oorlog in Irak uit – achterhaalde deze ietwat uitdagende stelling, voor bemiddeling is het nu te laat. Heeft de Amerikaanse president Bush nu dan dus door zijn ongeduld deze voorvechters van bemiddeling eeuwige roem onthouden? Misschien. Gunnen wij hun op een ander gebied een nieuwe kans? Liever niet. En zeker niet op het gebied van omgangszaken. Onze kinderen zijn al meer dan dertig jaar overgeleverd aan de zachte sector. Dat heeft een enorme berg ellende veroorzaakt. Bij ons heeft die zijn kans gehad. Het denken moet om, omdat het al ruim dertig jaar lang niets heeft opgeleverd. In sommige gevallen – minder dan de helft – levert het contact na (echt)scheiding geen problemen op. Dat is echter geen verdienste van de deskundigen en de rechtspraak, maar van de ouders. Waar eerst genoemden de 45% vreedzame contacten presenteren als winst, gebiedt de realiteit te concluderen dat de 55% van afwezige of slechte contacten tussen ouder en kind aan hun falen zijn toe te schrijven. Tegen de sterke ouder-kind binding in, zijn zij erin geslaagd het voor meer dan de helft van de kinderen en ouders te verpesten. Dat is geen prestatie, dat is een wanprestatie. En dat moet nu eindelijk maar eens worden begrepen.
OZO-nieuws is een uitgave van Stichting Ouders Zonder Omgang
Verschijning : 4x per jaar
Oplage : 200
Aantal donateurs : 158
Stichting Ouders Zonder Omgang
Postbus 198, 6600 AD Wijchen
Telefoon :ma-, do- en vr-avond : 024 - 3970095
di- en wo-avond : 0315 - 346260
Fax : 024 - 3970094
E-mail : info@stozo.nl
Internet : www.stozo.nl
Bank : 66.55.48.923 ING Almere
K.v.K. : 34.16.61.58 KvK Amsterdam