Stichting
Ouders Zonder Omgang
![]()
Oprichtingsbijeenkomst van de Stichting Ouders Zonder Omgang
Vrijdag 2 november
2001, 20.00-22.30 uur
Gemeentelijk Verenigingsgebouw Het Kraaiennest
Polderweg 94
1093 KP Amsterdam (020-6651044)
1. Opening
Aanwezig: mr. ir. P. Prinsen, mevr. mr.
I. Wagenaar, 9 gasten / donateurs, beide voorzitters. De
deelnemers vertegenwoordigden bijna twintig omgangskinderen. De
situaties van deze kinderen, en de stand van zaken rond hun omgangsregelingen
gaven al direct veel stof tot discussies en uitweidingen.
Mevrouw Wagenaar had kort geleden, bij wijze van sanctie,
in een kort geding om wijziging van de hoofdverblijfplaats van de kinderen
gevraagd. Een straf waar een zorgouder zich toch wel even van
achter het oor zal krabben.
2. Statuten
Bij de verklaring van de inhoud van de statuten werd de nadruk gelegd op de
afspiegeling daarin van de Trias politica, de driedeling waarin elke moderne
staat is opgesplitst: de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht.
Elk van deze deelterreinen zal naar beste vermogen worden bestreken. Theo Nieuwenhuizen deelde mee dat hij de volgende dag een CDA
congres zou bijwonen waar het verkiezingsprogramma in concept zou worden
gepresenteerd. Het is de bedoeling dat de contacten met het CDA worden
gebruikt voor beïnvloeding van het programma ten aanzien van de problematiek
van omgangsouders.
3. Plannen
De geplande bezigheden zijn talrijk, omdat immers op drie maatschappelijke
velden moet worden gewerkt. Omdat er een directe en effectieve invloed mee
wordt uitgeoefend zal speciaal het wapen van de klacht worden ontwikkeld en
toegepast. Ook is al gebleken dat het indienen van een klacht een erg positieve
werking heeft voor de klager.
Vanuit de vergadering werd opgemerkt
dat de semi-professionele instelling die zich met klachten in de jeugdzorg
bezighoudt, het A.K.J. (Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg) in de praktijk
vooral sussend en dempend optreedt. Ofwel: wiens brood
men eet, diens woord men spreekt.
Voor Stichting Ouders Zonder Omgang ligt daar een mooie en
dankbare taak.
Een andere belangrijk punt is de
"monitoring" van de politieke agenda voor het vroegtijdig opsporen
van politiek gunstig tij, dan wel politiek stormweer.
Een derde punt van aandacht is het
voeren van proefprocessen. Die zijn bedoeld om
jurisprudentie te genereren, rechtelijke uitspraken die in gevallen waarover de
wet zich niet (duidelijk) uitspreekt toch de nodige handvatten geven. Geld is
hier het grootste probleem. Naarmate de stichting groeit zal
zich dat probleem echter vanzelf oplossen.
De jaarlijkse dag zal bij het begin van de lente worden gehouden.
4. Bestuursverkiezing
Er dienen zich nog geen bestuurskandidaten aan, maar dat was niet de
verwachting op deze eerste bijeenkomst.
Een aantal genodigden,
onder wie duidelijke bestuurskandidaten, kon niet aanwezig zijn. Een van de aanwezigen stelde voor
een "community" te beginnen op internet. Dat
is blijkbaar een virtueel praathuis, waar internet
passanten elkaar met vragen en antwoorden bestoken, en waar, met enige
begeleiding en oplettendheid, ook een link naar de stichting kan worden gelegd.
Het initiatief wordt begroet en zal vol verwachting worden
gevolgd (en ondersteund). Staande de vergadering werd
ook een voorzichtige aanmelding voor een plaatsje in het bestuur gedaan.
De uitnodiging voor de volgende bestuursvergadering komt er aan.
5. Rondvraag
Bij de rondvraag wordt aandacht gevraagd voor de echte "supporter":
een donateur die de stichting uit sympathie met de doelstelling steunt, maar
die verder rustig aan de zijlijn blijft staan.
Van deze donateurs kan elke stichting of club er niet
genoeg hebben. Bij ons zijn zij van harte welkom en
wij zullen ons best doen om hun kostbare sympathie te blijven verdienen.
Op een vraag hoe scheidingsperikelen zo vreselijk uit de hand kunnen lopen,
antwoordde mr. Prinsen dat beide ouders - juist omdat
de wet en rechtspraak geen bescherming bieden - de strijd aangaan uit angst om
hun kinderen te verliezen? aan de andere ouder. In dat
beeld past het zoeken naar gronden om de ander onderuit te halen, en dus het
zoeken naar ontzeggingsgronden, dat in een klachtenprocedure medio 2001 al zo
succesvol werd gehekeld.
6. Wat verder ter tafel kwam
Voor het periodiek van de stichting werd over een naam gediscussieerd.
Uiteindelijk is gekozen voor "OZO-nieuws". Het kind
heeft daarmee dus al één goede naam.
Omdat de stichting
bestaansmiddelen nodig heeft werd een vergoeding voor hulp bij klachten
"in de groep gegooid". De schoorvoetende discussie leverde geen beslist uitsluitsel
op, zodat het aan de vrij(willig)e markt is wat er
gebeurt, maar van een tarief of iets soortgelijks zal geen sprake zijn.
Op de website zal o.a. de financiële situatie van de
stichting bijna on line te volgen zijn, zodat giften daar direct (maar anoniem)
zichtbaar worden, en betrokkenen hun acties zelf kunnen bepalen.
Voor de borrel na
afloop bleek wat te weinig tijd overgebleven. Bij de volgende gelegenheid zal
de agenda wat vlotter worden afgewerkt, zodat er wat meer
tijd overblijft voor babbels en bubbeltjes (in de Spa of het pilsje).
Berekening kinderalimentatie
Hoewel Stichting Ouders Zonder
Omgang zich niet als steun- en toeverlaat op dit
onderdeel wil profileren, is het onvermijdelijk dat ook alimentatiekwesties aan
de orde komen.
Derhalve onderstaand een praktijkvoorbeeld waarmee de lezer
hopelijk zijn voordeel zal kunnen doen. Wie andere tips heeft: zie de
colofon voor postbus of e-mail adres.
Alimentatievrije voet 747,00
Huur 167,00
Premie ziektekosten 187,00
Premie begrafenisverzekering 5,00
Kosten omgangsregeling 105,00
Andere bijzondere kosten 51,00
Verwervingskosten 19,00
---------
Aftrekposten totaal 1.281,00
Netto maandinkomen 1.827,00
---------
Draagkrachtruimte 546,00
Van de draagkrachtruimte is 60 %
beschikbaar voor kinderalimentatie, ofwel 327,00 euro per maand. Inclusief het
fiscaal voordeel (25 %) is dat dus 438,00 euro per maand. Op grond hiervan
stelt de rechter de per kind te betalen alimentatie
vast.
Per last-minute bericht kwam de
melding binnen van een donateur over website www.amicalis.com waarop zich de
DKC 2002 ( DraagKrachtCalculator2002) bevindt die ook
door rechters zou worden gebruikt voor draagkracht berekeningen. De demo is 15 dagen op zicht, de koopprijs is 12.50 Euro.
Naamswijziging of: Hoe sollen wij met onze kinderen
Blijkens informatie van het Ministerie van Justitie wordt zo'n 1200 keer per
jaar om wijziging van de naam van kinderen na
echtscheiding verzocht. Per gezin komt dat, behoudens vrijstelling op basis van
sociale bijstand, op 226,89 euro te staan (voor de
ouderen onder ons: dit was vroeger 500 gulden).
Een natte vinger schatting (door een
zegsman van het Ministerie) van het aantal verzoeken per jaar om herstel van de oude naam bedraagt zo'n 200. Een herstelactie kost 56,72 euro (dat was 125 gulden).
Met de lichtvaardige toewijzing van
de verzoeken om naamswijziging genereert het Ministerie dus onnodige inkomsten
van 200 maal 226,89 euro plus -zeg 10 jaren later - 200 maal 65,72 euro ofwel
zo'n 80.000 euro per jaar.
De onnodige uitgaven zijn hoger:
aanvragen, porto, bezwaarschriften en het bijwonen van
zittingen waarin e.e.a. wordt behandeld leveren alle
kostenposten op die grotendeels buiten de door het Ministerie bestreden
uitgaven vallen. Want de postzegel, de envelop en de
kosten van het bezwaarschrift worden niet door de Minister betaald.
Dat smijten met het geld van een ander, dat anders wellicht naar de kinderen was gegaan, is
erg.
Het is aannemelijk om te veronderstellen dat heel wat kinderen blijven rondlopen
met een naam die zij niet van harte dragen, maar die zij accepteren om hun
(voormalige) zorgouder niet voor het hoofd te stoten. En zelfs dat er menige
volwassene rondloopt die opgewektheid of onverschilligheid over zijn naam
veinst om die zorgouder te ontzien.
Het zou, met andere woorden, wel
eens heel goed kunnen zijn dat het aantal mensen dat zijn oude naam eigenlijk
het liefst terug wil, aanzienlijk hoger is dan die 200 op jaarbasis - dat
misschien zelfs een meerderheid der omgedoopte dat wil.
Het feit dat bovenstaande gegevens
niet op afroep beschikbaar zijn doch slechts bij schatting, bewijst dat er geen
onderzoek naar is gedaan, of dat de resultaten van het onderzoek onder de pet
zijn gehouden. Linksom of rechtsom getuigt dat van sollen met kinderen. En dat
is heel erg.
Een dringende aanbeveling is dan ook
om altijd te protesteren tegen naamswijziging, en
daarbij ook verzet aan te tekenen tegen de onnodige en ongewenste kosten die
worden opgelegd. Alle beetjes helpen immers.
Het is zelfs denkbaar dat een
betrokkene het Ministerie althans voor een deel aansprakelijk stelt: in 2 tot misschien wel 7 of meer van de 12 gevallen was de
beslissing immers verkeerd. Daarvoor hoeft een brave ouder zonder omgang toch
niet zelf op te draaien?
Wat is een omgangsregeling eigenlijk?
Simpele vraag,
simpel antwoord.
In de wet is het recht op omgang voor de niet met het gezag belaste ouder
geformuleerd. Een ouder die (nog) wel met het gezag is belast heeft uiteraard
nooit minder rechten dan een niet met het gezag belaste ouder. Aldus
geredeneerd geldt elke conclusie met betrekking tot de niet-gezagsouder zeker
voor de gezagsouder.
In het spoor van artikel 1:377a BW
stelt de rechter, op verzoek, een regeling vast waarin
het wettelijk recht op omgang tot uiting komt. Die regeling houdt in dat de
minderjarige kinderen volgens de vastgestelde regeling op en neer reizen tussen
hun ouders.
Met elke reis verandert feitelijk
ook de status van de ouders: de ouder bij wie de kinderen vertrekken wordt als het ware tijdelijk de omgangsouder, en de ouder bij wie
ze op bezoek gaan wordt tijdelijk de zorgouder.
De regeling van de rechter bepaalt
dus feitelijk wanneer elk van de ouders zich zorgouder
danwel omgangsouder mag noemen, de twee ouderfuncties die zij beiden tijdens
hun huwelijk of relatie nog tegelijkertijd vervulden.
Het antwoord op de vraag luidt dus:
een omgangsregeling is een zorgregeling. Dat klinkt al een stuk sympathieker,
want het begrip omgangsregeling draagt de echo's van strijd en conflict,
terwijl het woord zorgregeling juist de gedeelde verantwoordelijkheden
onderstreept.
Telefoonnotities - Klopsignalen
Uit de telefoontjes met bellers is een aantal uitspraken opgetekend waaruit de
wanhoop en het cynisme en de schrille realiteit herkenbaar naar voren komen.
Deze uitspraken zijn als het ware de klopsignalen van
de mensen die in de onderaardse kerkers zijn beland waar geen daglicht en geen
omgangsrecht in doordringt.
"Een Rus is goedkoper dan een
advocaat". (een Rus is een (Russische) huurmoordenaar).
"Die mensen DOEN niks".
"Wij, jullie, zijn allemaal
gek! Omgang is allang in de Europese wet geregeld".
"Na vier gesprekken met de
psycholoog, wist mijn vrouw dat zij wilde
scheiden".
"De omgangsregeling liep heel
goed, en toen wilden mijn ex en haar advocaat opeens rust voor de
kinderen".
"Omgang is gestopt omdat het
kind een vrachtwagenfobie zou hebben".
"De raad gaat pas verder met
het onderzoek als ik eerst beloof mij niet te verzetten".
"De jongste
kinderen willen hun vader niet zien, en daar kom ik voor op".
"Als je naar
de rechter stapt, zal ik zorgen dat je helemaal geen omgang krijgt".
"Het pleeggezinnenfront geilt
op incestverhalen, want die genereren meer
fondsen".
"Ik heb meer
aan dit telefoongesprek, dan aan mijn advocaat".
"Kind, denk aan jezelf"
(hulpverlening aan moeder die contact tussen kinderen en vader wenst
Uit het archief
Het recht op
omgang stoelt op de wet. Maar van de uitvoering van de wet hangt af of
er van die omgang ook iets terechtkomt.
Er is geen politicus en geen politieke partij te vinden, ook niet de
vrouwenafdeling ervan, die het aandurft om met de duimen achter de bretellen
trots op televisie of in de krant te verkondigen dat het actuele functioneren
van de omgangswetgeving aan hem of haar te danken is. Het is onvoorstelbaar dat
er een weldenkend mens zou zijn die deze verdienste zou claimen.
Dat bewijst dat ook iedere politicus in dit land op zijn klompen aanvoelt dat
het recht op omgang in zijn uitwerking niet deugt. Anders gezegd: de wet moet
goed bedoeld zijn geweest, en met de reclame van "goed" of
"nieuw" beleid geïntroduceerd zijn en verdedigd, want het is
ondenkbaar dat een fractie doelbewust en willens en wetens een slechte wet zou
voorstaan.
Maar "praatjes vullen geen gaatjes", zegt het spreekwoord, en
"met goede voornemens is de weg naar de hel
geplaveid". En zo is het precies. Alle goede voornemens en bedoelingen
kunnen nog geen seconde bewerken dat een wet ook goed uitwerkt: dat hangt
alleen maar af van de uitvoering van de wet. Bij die
uitvoering zij overigens ook de rechtspraak gerekend, die zich als het ware om de fijnafstemming van de wet bekommert.
Deze korte gedachtegang leidt tot de onverbiddelijke conclusie dat het falen van
het recht op omgang, zoals het falen van bijna iedere wet, te
wijten is aan de kortzichtigheid van de wetgever, of aan de uitvoering van de
wet. Of, zoals mr. Prinsen het stelde op de
donateursdag: "Een wet die niet werkt, is een slechte wet".
Ten aanzien van de uitvoerende bureaucratie is
optimisme uitgesloten - dezelfde bureaucratie hield immers ook de holocaust
machinerie draaiende.
Deze conclusie betekent voor onze stichting dat zij heel
ijverig zal zijn in het opsporen en aan de kaak stellen van falende
uitvoeringspraktijken. Ofwel: dat zij zich vooral op klachtbegeleiding
en presentatie van de resultaten daarvan, zal blijven toeleggen.
Niet omdat onze mensen beter zijn, dan anderen, maar omdat zij zich realiseren
hoe slecht zij kunnen zijn als zij onnadenkend te werk
gaan, als zij hun eigen daden niet kritisch blijven volgen.
Daarom is kritiek op ons werk welkom. En dat hoeft echt geen brave opbouwende
kritiek te zijn... anders zeggen ze straks ook nog: "Wat gij niet wil dat
U geschiedt...".
In de rubriek Uit het Archief zal
telkens een (eind)beslissing in een klachtzaak voor
het voetlicht worden gebracht, en de winstrekening van een klachtenprocedure
worden opgemaakt. Want zolang een klacht of bezwaar fatsoenlijk is en redelijk,
en correct gepresenteerd, kan de uitkomst ervan alleen
maar positief zijn: een gegrond verklaring, of een les voor de toekomst.
Casus nr. 1 - Klacht bij Medisch Tuchtcollege
Een vader klaagde bij het Regionaal
Tuchtcollege dat de huisarts aan zijn ex-echtgenote het medisch journaal had
ter hand gesteld. Dit was hem gebleken toen zij dit journaal in een rechtzaak
gebruikte om de omgang tussen vader en kinderen te
doen schorsen.
De vader redeneerde dat het medisch geheim praktisch aan de straat werd
toevertrouwd, waar immers toegang tot (rechtbank)dossiers
met een beroep op de Wet Openbaar Bestuur geen onoverkomelijk probleem meer is.
Met afgifte van dit journaal had de arts zijn geheimhoudingsplicht verzaakt,
want die kan immers niet zo maar op niet-artsen worden
overgedragen, meende de klager.
Het Tuchtcollege wees de klacht af. Een journaal is
geen geneeskundige verklaring in de zin die daaraan wordt gehecht in hoofdstuk
3 van de "Richtlijnen inzake het omgaan van medische gegevens" van de
Koninklijke Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst, welke richtlijnen in
de rechtspraak zijn aanvaard.
In de gedragsregels van de
Nederlandse Orde van Advocaten staat echter, dat een advocaat zich niet van
oneigenlijke middelen mag bedienen en rekening dient te
houden met de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij.
Dit betekent dat
de advocaat van moeder in bovenstaande casus zich op glad ijs heeft begeven
door het oneigenlijke gebruik van het medisch journaal.
Wie zoiets meemaakt doet er goed aan
zich bij de president ter terechtzitting luidkeels te
beklagen en een klacht bij de Orde van Advocaten in te dienen.
Met (openbaring van) de uitkomst daarvan, kunnen in ieder geval weer nieuwe
lessen worden getrokken.
Bovendien is elke klacht een
versterking van het signaal dat het afgelopen moet zijn, met het geknoei met
het recht van kinderen en ouders om met elkaar te
verkeren.
Financiën
Stichting Ouders
Zonder Omgang heeft inkomsten en uitgaven.
De voornaamste uitgaven zijn de kosten voor telefoon, porto,
drukwerk en website. Er zijn geen uitgaven voor personeel.
Voor haar inkomsten is de stichting afhankelijk van haar donateurs, sponsors en
filantropen. De stichting streeft stijl na op alle
niveaus.
De bejegening van uitvoeringsorganen als de Raad voor
de Kinderbescherming of scholen en gemeenten is altijd correct en hoffelijk,
maar ook zakelijk en niet nodeloos zachtzinnig.
In financieel opzicht betekent het voldoen aan de eis van stijl, dat
verantwoording wordt afgelegd. Waar de donateurs de inkomsten verzorgen, is het vanzelfsprekend dat de penningmeester aan
het eind van het jaar in OZO-nieuws de boeken opent.
Het lijkt er op dat in deze nieuwe
eeuw het begrip solidariteit weer meer inhoud krijgt.
Na het Iktijdperk en het grote graaien tijdens de
voorbije economische hoogtijdagen, breekt toch het inzicht weer door dat met
geld niet alles te koop is.
Het privatiseren
van zorg en openbaar vervoer en telecommunicatie heeft geen kortere
wachtlijsten, stiptere vertrektijden of betere programma's met minder reclame
opgeleverd.
Integendeel. En de toegenomen welvaart heeft het
verenigingsleven en de sociale controle zeker niet verbeterd.
De reactie daarop wordt nu zichtbaar: een voorzichtige en eerst nog aarzelende
herwaardering van de sullige jaren vijftig degelijkheid, zoals die doorklinkt
in een ouderwets klinkend gezegde als: "Als het
mijn baas goed gaat, gaat het mij ook goed".
De tijden zijn
veranderd, want wat sullig werd genoemd, wordt nu juist weer gewaardeerd.
Op dit moment is, financieel gesproken, het meeste nog in nevelen gehuld, maar
de begroting voor het lopende jaar gaat uit van zo'n EU 4500,-
aan inkomsten.
De penningmeester
stelt zich zeer voorzichtig op ten aanzien van de uitgaven, zoals bij de jaarafrekening
wel zal blijken.
Maar het aanleggen van reserves is niet zijn hoogste
doel in het leven.
Zodra het maar enigszins kan wordt dus de maandelijkse
bijdrage verlaagd.
Op dit moment zijn de hoge aanloopkosten (Kamer van Koophandel, notaris, gidsvermeldingen
etc.) achter de rug, en het gat in de afrekening nog groot.
Vandaar deze wat sullige oproep om toch vooral Uw
bijdrage over te maken.
Voor de penningmeester is betaling per machtiging het gemakkelijkst. Daarover meer bij de volgende verzending van de facturen.
Het PAS-Syndroom (Parental Alienation Syndrome)
Wie zich in netelige omgangskwesties
ziet terechtgekomen, voelt meteen de wrevel dat hij overtuigd is van het onheil
dat slechte omgang met zich meebrengt, maar dat hij voor zijn argumentaties
geen open oor kan vinden.
In de omgeving van het omgangsslachtoffer reageert men meestal gemelijk -
"ieder huisje heeft zijn kruisje" - of gemakzuchtig - "geen rook
zonder vuur".
Steeds weer is het een probleem om aan buitenstaanders
uit te leggen dat het verstoken zijn van omgang een overheersende schaduw in
het innerlijk leven veroorzaakt, dat uit het moeras ervan geen ontsnappen
mogelijk is. In de grote behoefte aan objectieve,
harde en toetsbare argumenten voorziet de theorie van het
oudervervreemdingssyndroom PAS (Parental Alienation Syndrome).
De kern van deze theorie is, dat een kind aan wie de omgang met een van zijn
ouders wordt ontzegd na echtscheiding, wezenlijk tot
een vernietiging van zijn halve persoonlijkheid wordt gedwongen. Wat bij elke
theorie hoort, is toetsing aan de praktijk. Wanneer
deze toetsing wordt achterwege gelaten of weggelachen,
is de theorie verdacht en zelfs onbruikbaar. Juist de toetsbaarheid van de
PAS-hypothesen maakt dat deze theorie een grote
toekomst heeft en dat zij er in belangrijke mate tot hervorming van de mondiale
wetgeving zal bijdragen.
De bedenker van PAS, professor
Richard Gardner van Columbia University New York, houdt op zijn website
statistieken bij van het effect van de rechterlijke uitspraken in rechtszaken
waarbij hij als deskundige optrad en waarin hij PAS
had vastgesteld bij de betrokken kinderen. In 99 zaken adviseerde Gardner het
contact met de andere ouder gedecideerd te herstellen
(dwz met sancties of zelfs met wijziging van de hoofdverblijfplaats van het
kind).
Daarvan besloot de rechter in 77 gevallen de
aanbeveling naast zich neer te leggen. Gardner volgde de kinderen in deze zaken
en stelde vast dat het PAS uiteindelijk in 7 gevallen
vanzelf verdween. Een score van 9 procent.
In de overige 22 gevallen volgde de rechter de
aanbevelingen van Gardner en verdwenen de symptomen van PAS. Een score van 100
procent.
Deze statistieken worden voortdurend geactualiseerd, hoewel er slechts een geringe
groei is van het aantal zaken waarover kan worden
gerapporteerd.
In ieder geval is PAS belangrijk voor het leveren van niet meer
alleen theoretische argumenten, maar inmiddels dus ook voor praktische.
Ook in de wereld van de psychiatrie draaien de molens
langzaam.
Naar verwachting krijgt PAS een plaatsje in de catalogus van erkende
psychiatrische aandoeningen in de volgende versie van de psychiatriebijbel
(Diagnostic and Statistical manual of Mental disorders): DSM-V. Publicatie ervan wordt ergens tussen 2007 en 2010 verwacht.
Het is redelijk om te verwachten dat dan ook ongeveer
de discriminatie van omgangsouders bij wet zal zijn verboden of onmogelijk
gemaakt.
Maar alleen wie veel geduld heeft en een groot
vertrouwen in de onkwetsbaarheid van zijn kind, zal daarop willen wachten.
Wie niet werkeloos wil toezien wapene zich met argumenten en trekke ten strijde tegen de harteloze, bureaucratische kongsi der
hulpverleners. Uw kinderen roepen U!