NR040915
Allah behoede ons voor feministen!
NRC 2004-09-15
Op 11 september jl. pleitte Leonardo Boff voor rehabilitatie van de vaderfiguur in het gezin. Hij baseerde zich daarbij op enkele alarmerende statistieken.
Op dinsdag 14 september jl. werden op de pagina Opinie twee reacties afgedrukt op dit pleidooi. Universitair docent Pleun van Vliet reageerde spinnijdig: “Als vrouw ervaar ik Boffs analyse ... als behoorlijk stupide. Maar als ik een man was dan hielpen zijn adviezen ... mij ook geen zier”.
Deze conclusies trok Van Vliet op basis van twee peilers van kritiek. De eerste is dat “Boffs kritiek op het feministische gedachtegoed en de emancipatie van vrouwen om meerdere redenen onverdraaglijk is”. De (feministische) kritiek op het traditionele gezinsmodel stoelt, volgens Van Vliet, op “relevante feiten (geweld in het gezin, financiële afhankelijkheid en chantage, en op onderdrukking ... van de vrouw)” die Boff buiten beschouwing zou laten.
De tweede peiler van kritiek is de stelling dat veel mannen “er van oudsher een gewoonte van hebben gemaakt om uit eigen gemakzuchtige keuze hun partner en kinderen op jonge leeftijd te verlaten door met de noorderzon te vertrekken”. En dat laat Boff onbesproken, meent Van Vliet. Om daar meteen aan toe te voegen dat Boff verzwijgt “dat er ook heel veel kinderen zijn zonder vader die géén zelfmoord plegen of tot delicten overgaan. ... Boff wil dat wij ons kritiekloos bekeren tot een antropologisch beeld van de vader zonder zelfs maar in overweging te willen nemen of dat beeld in de realiteit wel ergens op slaat”. “Uit zijn stuk blijkt”, zo vervolgt Van Vliet, “dat het Boff helemaal niet om de feiten te doen is”.
Maar waar is het Van Vliet dan om te doen? Boff stutte zijn analyse nog op statistieken. Wie zegt dat 85 procent van de jeugdgedetineerden uit éénoudergezinnen komt, die zegt ook dat dat voor 15 procent van hen niet geldt. Dat ontkent Van Vliet niet alleen, zij wil de lezer ook nog doen geloven dat 15 meer is dan 85. Zij dringt de lezer een mening op die is gebaseerd op haar overtuiging en inzichten. Objectief statistisch bewijs toont zij niet.
Vervelend voor Van Vliet is de onderzoeksuitkomst, enkele maanden geleden gepresenteerd door journalist Theo Richel, die zegt dat de slachtoffers van huiselijk geweld die een bezoekje brengen aan eerste hulpposten van ziekenhuizen, in de meerderheid mannen zijn. Er is dus meer vrouwelijk dan manlijk geweld in gezinssituaties. Is dat ook zo'n “relevant feit” dat Boff niet beschouwt?
De tweede reactie op het artikel van Boff is van de hand van Iddo de Goederen. “De redeneringen die Boff volgt om de maatschappelijke relevantie van de man te duiden zijn ridicuul en grof beledigend. Het is absurd om het besef van onvolmaaktheid ... exclusief toe te schrijven aan ... de man”. “Een kortzichtige en domme stellingname”, heet het verder, waarna aan Bush, Poetin en Saddam Hussein een Rambo-achtige psychologische aanpak wordt toegeschreven, waar juist vrouwelijke capaciteiten eerste vereisten zouden zijn. C'est le ton qui fait la chanson.
Wat mij bijbleef van het artikel van Boff zijn de daarin opgevoerde statistieken. Analyses zijn inwisselbaar, statistieken onloochenbaar.
De woede van de twee criticasters zal zijn ingegeven door de aanval op hun brave emancipatoire en feministische overtuigingen die zij ontwaarden. Die brave overtuigingen steunen op de misvatting dat taakverdeling (in het gezin, de regering, in onderwijs en bedrijfsleven) slechts aanvaardbaar is als elke taak zorgvuldig in gelijke delen wordt gehakt. Ieder zijn deel in de afwas, de was, de tuin, het inkomen en de doelpunten op het voetbalveld dus. De slager die ook schildert en onderwijst, de minster van Binnenlandse Zaken die ook een stukje Buitenland, Justitie, Onderwijs, Defensie en Waterstaat doet, plus nog één dertigste dagdeel de premier uithangt: een taakverdeling op deze leest leidt dus tot stilstand.
De kwestie wordt netelig als voor de taakverdeling in het gezin niet deze improductieve benadering wordt gekozen, maar die van de evolutie. Door aanpassing en ontwikkeling van specifieke talenten kunnen bepaalde taken in hun geheel aan de meest aangepaste ouder worden toebedeeld. Dat heeft, opeens, niets meer met man of vrouw te maken, maar alleen nog met aanleg en talent en efficiënt werken. Dáár had Boff het over, naar mijn gevoel.
Tegen feministische onredelijkheid is geen kruid gewassen, moge Allah ons redden.
Arthur Ross, St. Ouders Zonder Omgang