Reactie vader op rapportage BJZ d.d. augustus 2003
In onderstaande, letterlijke weergave van de rapportage, wordt in de
kantlijn steeds met een letter (of letters) aangegeven wat de (aard van de)
reactie is van vader.
De betekenis van de letters:
A. Ongefundeerde,
uit de lucht gegrepen uitspraak of stelling
B. Vader vecht de juistheid van het
gestelde aan / het gerapporteerde is niet waar
C. Vader is hiervan niet op de hoogte
gesteld / hierover niet geconsulteerd
D. De zin is taalkundig onbegrijpelijk
E. De stelling
klopt niet met wat elders wordt gesteld: E1 met E1, E2 met E2, ...)
F. Tendentieuze, suggestieve, onterecht
beschuldigende formulering
G. Ten onrechte verdoezelende, vage,
vergevingsgezinde formulering
H. Nietszeggende, oncontroleerbare
uitspraak
J. Irrelevante uitspraak / in strijd
met de wet
K. Problemen zoeken of maken waar er
geen (mogen) zijn
M. Onterechte, niet afgesproken, niet
terechte taakbedeling
T. Dit bewijst
uitsluitend het falen van BJZ.
S. Selectief (door-)rapporteren,
“zoeken”
U. Door BJZ
uitgelokt “probleem”
Algemene punten:
01. de
termijn voor het geven van een passende reactie is veel te kort en onduidelijk
(ook
gelet op de beperkingen van de zomervakantie);
02. op nuchtere objectiviteit laat BJZ
zich niet betrappen;
03. BJZ
aanvaardt kritiekloos moeders rapportages maar gaat voorbij aan die van vader;
04. BJZ lapt het wettelijke recht op omgang van
vader en kind aan zijn laars, en doet
hetzelfde
ten aanzien van het ouderlijk gezag waarmee vader is belast;
05. BJZ regisseert foul play en
bewerkt vaders ondergang, ten detrimente van Z1992;
06. BJZ doet parmantige uitspraken in
kwesties waarin het geen deskundigheid heeft;
07. BJZ stelt wazige doelen die niet
te verantwoorden zijn, en doet overigens ook geen
poging
om toetsbare uitspraken over het werk aan die doelen te doen;
08. ten
onrechte onthoudt BJZ aan vader de herhaald verzochte inzage in het dossier.
|
1. 1.1 1.2 1.3 1.4 2.1 BF BFE1 BFE1 S S K KE2 KE2 KE2 E2 E2 E2 H H H H H H K K G FG FG FG FG B B BKU BKU BKU BKU B B G G GH FHS FHS H H H H B B B B B AS SG J 2.2 DJ DJ 3.1 J JD JDFS A AB ABE3 E3 E3 B 3.2 B B BJ BJ JFS JFS JFS JFS AFS E3 B B B A A A TU TU TU BU BU E3 E3 A U BU U U U U U G G G BK BK BKF BKF F B B B B FS FS BGSBGS FKS FKS FKS FKS B B E4 B B B B BE4 4.1 K AH AH AH AH B B F H H H H M M ? ? ? ? GH M M GH M M M M CD CD CD M C C C BG BG BG BG BG GK GK GK ? ? ? ? B AT AT 4.2 JT JT JT ST ST ST ST ST ST ST ST ST 5.1 B B FM B B M B B KE4 KJE4 KJ KJ AB BK BK A B ABJ ABJ ABJ 5.2 B 5.3 B B B B BGS BGS BGS B B B B B BG BG B B FJK FJK FJK FJK BJK BJK BJK FK FK FK FK KB BT BT BT BT BT BFT BFT BFT J J J J T T T T B B B BJ BJ BJ E1 E1 FK BU BU BU BU BU J J 5.4 H H H H 5.5 5.6 T B BG BG 5.7 T T G GM M M M |
Jeugdbescherming
Oord CONCEPT Vervolg
gezinsvoogdijplan Kenmerk: 1117980 Oord,
ii juli 2003 Naam
gezinsvoogdijwerker : Gezinsvoogd 1. Voorblad 1.1. Personalia Naam : Naam Voornamen : Xxxx Yyyy Zzzz Roepnaam : Z1992 Geslacht : M Geboren : 99-99-1992 Te : Geboorteplaats 1.2. Maatregel Aanvang OTS ii-12-2001 Laatste verlenging
vanaf : ii-12~2002 tot en met: ii-12-2003 1.3. Verblijfplaatsen van ii-ii-2001 t/m
ii-ii-2002, soort verblijf Eenoudergezin · van ii-ii-2002 t/m
ii-ii-2002, soort verblijf Eenoudergezin · van ii-ii-2002 t/m heden,
soort verblijf Eenoudergezin 1.4. Gezag · Ouder met gezag belast de
heer Omgoudr, geboren te Geboren op · Ouder met gezag belast
mevrouw Zorgoudr, geboren te Geboren op 2. Juridisch kader Juridische basis voor de
hulpverlening waardoor pedagogische doelen bereikt moeten worden: o.t.s 2.1. Bevindingen
van de Raad voor de Kinderbescherming Datum rapport Raad voor de
Kinderbescherming : ii-11-2001 raadsrapportage d.d. nov.
2001 "In het onderzoek is
naar voren gekomen dat Z1992 angstig gedrag laat zien. Moeder ziet aan Z1992 dat hij angstig is doordat hij dan schrikkerig
is, steeds oplet of vader in de buurt is en niet haar school wil.
Hij krijgt buikpijn, is misselijk en moet (bijna) overgeven. Vader herkent
het angstige gedrag van Z1992 op dit moment niet. Hij geeft wel aan dat Z1992
na de ziekenhuisopname op tweeënhalfjarige leeftijd problemen gehad heeft
vanwege angsten. Z1992 zelf geeft aan dat
hij bang wordt als hij zijn vader ziet. Hij heeft zenuwen en buikpijn.
Soms geeft hij ook over. Z1992 heeft als gevolg van
een lichte pervasieve ontwikkelingsstoornis een vertraagde ontwikkeling.
Hiervoor is Z1992 in een spelgroep geplaatst eind 1999 begin 2000. In het
begin was Z1992 angstig in het contact. Hij trok zich terug, moest leren
spelen met anderen. In het contact met de
speltherapeute laat Z1992 angstig gedrag zien. Z1992 is schrikachtig, de
deur van de kamer moet goed dicht en Z1992 durft niet alleen over de gang te
lopen. De speltherapeute geeft aan dat het klachtgedrag meer wordt door spanningsvolle
momenten. Toen de ouders gingen scheiden b.v. was er meer sprake van
klachtgedrag wat zich uitte in het meer laten zien van tics. Op school is Z1992 voor
alle nieuwe dingen in eerste instantie schrikachtig en angstig. De leerkracht
geeft aan dat dit sinds zij Z1992 kent altijd zo geweest is. Door
herhaling en structuur went hij aan situaties en vermindert het
angstig gedrag. Naast dit angstig gedrag bestaat er geen ander klachtgedrag. Z1992 heeft toe hij
tweeëneenhalfjaar was de ziekte van Kawasaki gehad. Dit is een ingrijpende
gebeurtenis geweest voor Z1992 en zijn ouders. De ziekenhuisopname is al
meer dan vijfjaar geleden en het is onwaarschijnlijk dat Z1992 daar
angstig gedrag door laat zien. Wel waren ouders, extreem angstig om Z1992
naar aanleiding van de ziekenhuisopname . De ouders geven zelf aan nadien
zeer beschermend te zijn geweest t.a.v. Z1992, wat Z1992 waarschijnlijk een
voorzichtig jongetje heeft gemaakt. De ziekenhuisopname, de reactie van de
ouders daarop, de reactie van Z1992 en de pervasieve ontwikkelingsstoornis
zijn factoren die Z1992 een gevoelig, kwetsbaar (snel angstig) kind maken. Het angstig gedrag wat
Z1992 laat zien wordt ernstiger in periodes die moeilijk zijn voor hem. De
speltherapeute ziet een verheviging van het klachtgedrag door
spanningsvolle momenten. Het is niet mogelijk om de
ouders met elkaar in gesprek te krijgen. Beide ouders lijken erop uit te
zijn om de andere ouder buiten te sluiten. Dit heeft nadelige gevolgen
voor Z1992 Z1992 wordt vermalen tussen zijn ouders wat zijn ontwikkeling op
een negatieve manier beïnvloed. Nadat Z1992 ( sinds februari 2001) niet meer op weekend gaat naar
zijn vader zoekt zijn vader hem op school op. Z1992 begrijpt het gedrag van
zijn vader niet. De bedoeling die zijn vader erbij heeft kan Z1992 niet
snappen Vader kan zich moeilijk verplaatsen in het kind. Z1992 kan geen twee
dingen tegelijk, dat vindt hij lastig. In de pauzes op school wil Z1992 graag
onbekommerd spelen met zijn klasgenootjes. Doordat ouders niet met
elkaar kunnen praten en er veel strijd is rondom de omgangregeling is er veel
onrust. Z1992 wordt hier dagelijks mee geconfronteerd, zowel door zijn vader
als door zijn moeder. Moeder kan Z1992 niet begeleiden in het contact naar
vader toe. Zij kan niet het goede voorbeeld geven, omdat zij zelf het contact
met vader uit de weg gaat. Z1992 komt hierdoor in loyaliteitsproblemen. Er is
nog steeds geen rust, daarom slaapt Z1992 nog steeds bij moeder op de kamer.
Moeder beschermt Z1992, de angst wordt niet minder. Het angstig gedrag wat
samenhangt met de lichte pervasieve ontwikkelingsstoornis wordt versterkt
door de problemen die de ouders onderling hebben. Z1992 heeft een lichte
pervasieve ontwikkelingsstoornis. Hij moet leren om hier mee om te gaan, de
handicap zal blijven. De angsten zullen nooit helemaal weg zijn. maar Z1992
kan wel leren om hier mee om te gaan in nieuwe situaties. Als er teveel
stressfactoren in zijn omgeving zijn zal dit doel niet gehaald worden. Op dit
moment is dit het geval De behandeling die Z1992
krijgt wordt negatief beïnvloed door de onrust en onveiligheid in zijn
omgeving en dit vormt een bedreiging voor de ontwikkeling van Z1992. De
ontwikkeling stagneert. De hulp die Z1992 krijgt
slaat niet aan, omdat ouders niet aan de voorwaarden voor een goede
uitgangssituatie kunnen voldoen. Volgens de visie van de
Raad dient er binnen de hulpverlening aandacht besteed te worden aan het verminderen
van het angstig gedrag van Z1992 en hem te leren omgaan met zijn handicap. De
Raad is van mening dat dit pas gerealiseerd kan worden als het rondom Z1992
rustig is en er een veilige situatie voor Z1992 gecreëerd is. Het is van
belang dat ouders gezamenlijk een veilige omgeving waarborgen. Het contact
met de niet verzorgende ouder zal zeker een aandachtspunt moeten zijn. 2.2. Doelen van de maatregel · De pedagogische
gezagsrelatie is hersteld. · De opvoedingssituatie is
hersteld of aanvaardbaar geworden. 3. Context-rapportage 3.1 Voorgeschiedenis tot het uitspreken van de
o.t.s. De ouders van Z1992 zijn
getrouwd op in 975 en de officiële scheiding is uitgesproken in december
2000. Het echtscheidingsconvenant is opgemaakt in november 2000. Beide ouders
hebben het gezag. Z1992 is enig kind van de
heer Omgoudr en mevrouw Zorgoudr. Z1992 woont sinds de echtscheiding bij zijn
moeder. In het kader van de omgangsregeling is erop 15 juni 2001 een
uitspraak gedaan door de Rechtbank. Daarin wordt bemiddeling door derden
aanbevolen. De rechter ziet geen reden om tegen omgang tussen vader en Z1992
te zijn. Dit is niet doorgezet, omdat de rechter hiertoe geen opdracht heeft
gegeven (informatie van vader). Z1992 is opgenomen geweest
in het ziekenhuis i.v.m. de ziekte van Kawasaki toen hij tweeëneenhalf jaar
was. Volgens de kinderarts heeft Z1992 geen nadelige gevolgen van deze ziekte
overgehouden. De leerproblemen (zwakbegaafd niveau) die Z1992 heeft zijn hier
ook geen gevolg van. Voor Z1992 en ouders is deze ziekenhuisopname
traumatisch geweest. Z1992 is onder controle
bij kindergeneeskunde i.v.m. hartritmestoornissen. Z1992 heef hier verder
geen last van en krijgt daarvoor geen medicijnen. Z1992 heeft logopedie
gehad in 1997 en bezoekt een school voor speciaal onderwijs, het Palet. Sinds
maart 1999 is Z1992 onder behandeling van de GGZ afdeling Jeugdzorg in
verband met een multipele ontwikkelingsproblematiek, met name op sociaal
emotioneel gebied. In 1999 is door de
kinderpsychiater de diagnose PPD-NOS gesteld. Eind 1999, begin 2000 is Z1992
in een spelgroep (GGZ) geplaatst. Doel hierbij: Z1992 weerbaarder maken en
hem beter te leren samenspelen met andere kinderen. In de loop van de
therapie heeft Z1992 zich goed ontwikkeld. Hij is makkelijker gaan spelen en
kan ook goed samenspelen. Als Z1992 nerveus was,
liet hij tics zien. Vanaf september 2000 liet
Z1992 weer meer dwangmatig gedrag zien en vroeg hij weer erg veel aandacht.
Omdat de indruk bestond dat Z1992 het moeilijk had met de perikelen rond de
echtscheiding is besloten om Z1992, in plaats van de groepstherapie individuele
speltherapie aan te bieden . In febr. 2001 is hiermee gestart. Het thema
vertrouwen komt hierin steeds naar voren; Z1992 worstelt met gevoelens van
onveiligheid en loyaliteitsproblemen. Vader heeft hulpverlening
via het Algemeen Maatschappelijk Werk. Bij de GGZ is dhr.
Deskundig contactpersoon voor de ouders van Z1992. Hij spreekt ouders als zij
vragen hebben over de behandeling, die Z1992 krijgt bij de GGZ. De heer
Deskundig heeft met ouders laagfrequent
contact. GGZ heeft melding gedaan
bij de Raad voor de Kinderbescherming. De ondertoezichtstelling
is uitgesproken op 99 december 2001 3.2. Relevante gebeurtenissen en ontwikkelingen In
het cliëntsysteem en de hulpverlening In de periode tussen het uitspreken van
de o.t.s. en dit moment Ten tijde van de uitspraak
van de ondertoezichtstelling loopt er nog een onderzoek van de Raad met
betrekking tot de omgangsregeling. De rapportage is inmiddels afgerond en het
wachten is op de zitting Vader heeft ondersteuning van een club bij het
realiseren van omgang met zijn zoon. Tijdens de zitting voor de
ondertoezichtstelling van 17december 2001 komt naar voren dat er een
aanklacht ingediend is tegen vader door moeder in verband met seksueel
overschrijdend gedrag jegens Z1992. De politie te Bbbbb is belast met het
onderzoek en inmiddels heeft er een studio-verhoor plaatsgevonden. Uit
telefonische informatie van politie d.d. 10-01-2002 komt naar voren dat er
geen overtuigend en wettig bewijs is van seksueel grensoverschrijdend gedrag;
er kan ook niet uitgesloten worden dat er binnen dit kader niets is
voorgevallen. Derhalve is er voor de politie geen zaak. De individuele
hulpverleningscontacten van de GGZ te Bbbbb met Z1992 zijn stopgezet: er is
zoveel onrust rond Z1992, waardoor Z1992 niet kan profiteren van hulpverlening.
Z1992 is de "speelbal" tussen moeder en vader De GGZ te Bbbbb heeft
zich beraden op de situatie en geeft aan op dit moment geen aanbod te kunnen
doen. Gezinsvoogd heeft met
beide ouders afzonderlijk enkele gesprekken gevoerd. Hierin heeft de gezinsvoogd
getracht om samen met de ouders te kijken naar hun eigen aandeel in het
verbeteren Van de situatie rond Z1992, met name naar de manier hoe de angst
van Z1992 te verminderen. Vooralsnog zijn beide ouders erg gericht op de
negatieve invloed van de andere ouder. Ouders leggen de verantwoordelijkheid
voor de gespannen situatie over en weer bij de andere ouder. Moeder wordt in grote mate
in beslag genomen door het vermeende seksueel misbruik van Z1992. Moeder wil
dit bevestigd zien. Moeder ervaart in de thuissituatie met Z1992 zorgelijke
gedrag van Z1992 t.a.v. seksualiteit. In een overleg tussen
school en de gezinsvoogd d.d. 4 juli 2002 geeft school aan dat de druk
toeneemt, vader houdt zich niet aan de afspraken die met school gemaakt zijn.
School spreekt van fors grensoverschrijdend gedrag van vader. School maakt
zich ernstig zorgen rond de veiligheid van leerkrachten en leerlingen. Gedrag
van vader is zeer beangstigend voor Z1992 en de andere kinderen. Door de toenemende
spanning rond het gezin en school en het gegeven dat het Z1992 al gedurende
langere tijd geen begeleiding krijgt voor zijn kindeigen problematiek besluit
de Stichting Jeugdzorg een verzoek voor uithuisplaatsing in te dienen bij de
kinderrechter. Stichting Jeugdzorg heeft
verzocht om de omgang mee te nemen in de zitting voor de uithuisplaatsing.
Dit is niet mogelijk. Op 15 augustus 2002 is de
zitting voor de uithuisplaatsing geweest. Ter zitting komt moeder met nieuwe
informatie: zij gaat verhuizen samen met Z1992. Moeder heeft inmiddels ook
een passende school voor Z1992 gevonden Z1992 kan hier met ingang van het
schooljaar 2002/2003 direct starten. Moeder wil de Op 25 september 2002 vindt
de zitting voor de omgang plaats. Moeder vraagt gelijktijdig het eenhoofdig
gezag aan. De kinderrechter houdt
beide zaken (omgang en eenhoofdig gezag)aan tot 99 november 2002 met het
verzoek aan de Stichting Jeugdzorg om een concreet plan van aanpak te maken,
in samenspraak met beide ouders, om te kunnen komen tot een onbelaste omgang
voor Z1992. Op 18-11-2002 wordt vader
gesignaleerd aan de poort van de huidige school van Z1992. Deze gebeurtenis
heeft de angst van Z1992 voor vader in heftige mate doen toenemen. Om een
veilige en onbelaste schoolsituatie voor Z1992 te kunnen waarborgen heeft de
gvi op 29 november 2002 vader een aanwijzing gegeven om zich niet in de buurt
van school onder schooltijd op te houden. Vader heeft zich enkele malen niet
aan deze aanwijzing gehouden. Vader geeft aan dat zijn aanwezigheid bij
school niet leidt tot onrust bij Z1992. School geeft aan dat de aanwezigheid
van vader voor Z1992 spanningsverhogend werkt. Vader heeft een verzoek in
laten dienen voor vervallen verklaring van deze aanwijzing. In januari 2003 vindt er
een zitting plaats voor de omgang, het door moeder gevraagd éénoudergezag, en
het door vader ingediende verzoek om de aanwijzing vervallen te laten
verklaren. Ter zitting wordt het verzoek van vader afgewezen. Met betrekking tot de
omgang wordt er op 22 januari 2003 een beschikking afgegeven waarin een
omgangsregeling van Z1992 met vader wordt vastgesteld " eenmaal per drie
weken op woensdag van 14.00 tot 16.00 uur, voor het eerst op 5 februari 2003,
ten kantore van de Stichting Jeugdzorg NoordBrabant en onder begeleiding van
een gedragsdeskundige". De rechtbank houdt de
omgang en het éénoudergezag aan tot de terechtzitting op 9 juli 2003. Omgang
komt, ondanks intensieve inzet van de gvi (oa. overleg en afspraken voor
omgang in het omgangshuis in Tttttt), niet tot stand. Gedurende maart 2003 komt
er herhaaldelijk telefonisch en schriftelijk informatie van school bij de gv
waarin uitdrukkelijk aangegeven wordt dat het niet goed gaat met Z1992, dat
hij zich onrustig in de groep gedraagt, zich er snel erg onveilig voelt en
dat de mentale druk fors toeneemt. Conclusie van school is dat Z1992 onder
een enorme psychische druk staat. School maakt zich ernstige zorgen.
Gezinsvoogd doet een verzoek aan de kinderrechter om de omgang tijdelijk stop
te zetten. Dit verzoek wordt ter zitting van 17april 2003 behandeld en de
kinderrechter beschikt op 1 mei 2003 om de omgangsregeling voorlopig in te
trekken en verzoekt de rvk om een onderzoek voor omgang en gezag. Vanwege de verhuizing van moeder naar Vvvv zal de gvi de
ondertoezichtstelling van Z1992 overdragen naar de unit Elders. Vanwege de
wachtlijstproblematiek aldaar laat de overdracht nog op zich wachten. Vanaf begin 2003 is de
verblijfplaats van Z1992 voor vader niet langer onbekend en is er dus geen
sprake meer van geheimhouding. In juni 2003 Is er
gedurende drie weken intensieve gezinsbegeleiding, met specifieke
deskundigheid op gebied van autistische stoornissen, in het gezin werkzaam
geweest. Tijdens deze begeleiding
wordt duidelijk dat het gezin ernstig in crisis verkeert. Een crisisuithuisplaatsing
is noodzakelijk. Gezinsvoogd heeft diverse instellingen benaderd om te komen
tot realisatie van een plek voor Z1992. Tot nu toe zonder resultaat, er is
geen enkele plek beschikbaar'; daarnaast wachtlijsten. Ter overbrugging heeft
de g.v. het gezin aangemeld voor crisisinterventie middels de SPD. Deze is op
99 juni 2003 gestart. 4. Evaluatieverslag 4.1. Evaluatie van de pedagogische doelen zoals
gesteld in het vorige gezins- * Zicht op de
sociaal-emotionele en seksuele ontwikkeling van Z1992. Er is onvoldoende zicht op
de sociaal-emotionele en seksuele ontwikkeling van Z1992. Vermeld kan worden
dat de signalen, die Z1992 met name in de thuissituatie bij moeder laat zien,
aantonen dat zijn ontwikkeling op alle genoemde terreinen ernstig verstoord
is geraakt. Onderzoek door middel van observatie in een vierentwintig-uurs
setting is dringend gewenst. * Adequate hulpverlening
voor Z1992. afgestemd op zijn kindeigen problematiek. Begin juni 2003 heeft
moeder een bureau, gespecialiseerd in de thuisbegeleiding van kinderen met
een autistische stoornis, benaderd. Hulpverlening is gestart. Gezinsvoogd
heeft regelmatig telefonisch overleg gehad Gezinsvoogd heeft in dit kader in
juni 2003 een gesprek gehad met de directeur van de instelling en de
betreffende gezinsbegeleidster waar de situatie en de rapportage doorgespoken
worden. Citaat uit deze rapportage d.d. juni 2003: Schets van de situatie: Zoals U hierboven al heb
kunnen lezen, gaat het hier over een gezin waarin vele problemen een rol
spelen. Een kind met PDD-NOS, gedragsprobemen en traumatische ervaringen
waardoor het kind ernstig gefrustreerd is geraakt. Een moeder die zich met
hart en ziel voor haar kind inzet. maar geen hulp krijgt van de aangewezen
instanties. Moeder en kind lopen op de toppen van hun tenen. Een
gezinssituatie die volledig geëscaleerd is en waarin dringend hulp nodig is. Voorlopige conclusies en
aanbevelingen: Er zijn echter ook
momenten dat hij zijn agressie lichamelijk op zijn moeder richt door te
knijpen en te schoppen Verbaal richt hij zijn agressie voordurend op moeder. - Ook moedér staat onder
grote psychische druk. De situatie met Z1992 is zo ernstig dat zij hieronder
dreigt te bezwijken. Moeder heeft dringend behoefte aan ondersteuning voor
Z1992 en haarzelf. - de buren hebben
inmiddels gedreigd de politie te bellen als Z1992 zich wederom misdraagt. - Moeder heeft
ondersteuning van één van haar zussen (de anderen wonen ver weg). Ook haar
vrienden wonen te ver weg. Moeder heeft verder geen sociaal netwerk waarop
zij kan terugvallen. Momenteel adviseer ik (gezinsbegeleidster) een
tijdelijke uithuisplaatsing die gebruikt wordt om de juiste hulpverlening op
gang te krijgen."" einde citaat. Eind juni 2003 is deze
hulp gestopt mede omdat de problematiek in het gezin dermate gecompliceerd is
dat hulpverlening vanuit de deskundigheid vanuit dit bureau op het gebied van
autisme hierin onvoldoende kan bieden. Moeder geeft in deze
situatie duidelijk aan aan het eind van haar latijn te zijn, evenals Z1992.
Er moet met spoed een crisisuithuisplaatsing gerealiseerd worden, waarbij het
wenselijk is dat er gelijktijdig observatie en diagnostiek kan plaatsvinden
teneinde een duidelijk behandeladvies te krijgen. Gezinsvoogd heeft een
indicatie aangevraagd bij het LClG en dit besluit is afgegeven op 4 juli
2003, waarbij duidélijk wordt aangegeven dat de gevraagde hulp met spoed moet
worden ingezet. Ondanks intensieve inzet van de diverse disciplines binnen
Bureau Jeugdzorg. Provincie Noord-Brabant, Zorgkantoor en Spd waarbij diverse
instellingen benaderd zijn is er nog geen plaatsing gerealiseerd Gezinsvoogd
heeft wekelijks telefonisch contact met Saltho om de crisisplaatsing actueel
te houden. De verwachting is dat er gedurende de zomervakantie geen plek vrij
komt. Ter overbrugging is er nu
gedurende de vakantieperiode crisisinterventie in het gezin, waarbij er drie
keer per week door de betreffende hulpverlener een activiteit met Z1992 wordt
ondernomen om moeder te ontlasten, een druppel op een gloeiende plaat in deze
schrijnende situatie. Gezinsvoogd heeft Z1992
inmiddels ook aangemeld voor een observatieplaatsing binnen Saltho. Hier is
Z1992 inmiddels besproken en komt in aanmerking voor de sector onderzoek en
specialistische behandeling. Er wordt een intake gepland; wachttijd voor
plaatsing minimaal 6 maandc3n. * zicht op de:
school-ontwikkelingen van Z1992. Bij een onderzoek van 27
augustus 2002 neemt de pedagoge van De zonnewijzer de Wisc RN af en komt tot
een Verbaal lQ van 75, een performaal IQ van 62 en een totaal 10 van 65; VBIQ
76, RIIQ 61 en CIQ 75. School heeft op verschillende momenten gedurende het
afgelopen schooljaar aangegeven dat zij zich grote zorgen maken om Z1992:
Z1992 staat voortdurend onder grote psychische druk. Het gedrag zoals Z1992
dit de laatste tijd thuis laat zien (gedragsproblemen, agressie tegen
zekere personen, tegen zichzelf,
seksuele getinte opmerkingen en gedragingen worden op school niet herkend. * ouders staan, letterlijk en figuurlijk., toe dat
hulpverlening aan Z1992 kan Als de uithuisplaatsing
geeffectueerd is, kan duidelijk worden in hoeverre beide ouders deze
daadwerkelijk kunnen ondersteunen 4.2. Evaluatie van de doelen van de maatregel De pedagogische
gezagsrelatie is hersteld Bij moeder is er momenteel
geen sprake van gezag. Moeder heeft geen draagkracht meer om Z1992 op een
positieve, afgestemd op zijn kindeigen problematiek, manier aan te sturen en
te ondersteunen. De opvoedingssituatie is
hersteld of aanvaardbaar geworden De opvoedingssituatie is onaanvaardbaar. Z1992 wordt ernstig bedreigd
in zijn ontwikkeling. Het lukt moeder niet om
een gestructureerde veilige opvoedingssituatie te realiseren voor Z1992
waardoor het gedrag, voor dit structuurbehoeftige kind, voordurend in een
negatieve spiraal raakt, waardoor ernstige escalaties ontstaan. Zowel moeder, als familie
van moeder en buurtgenoten geven herhaaldelijk telefonisch aan de gezinsvoogd
aan dat de situatie van moeder en kind onhoudbaar is. Z1992 terroriseert zijn
directe omgeving en de buurt. De situatie escaleert voortdurend. 5. Hulpverleningsplan 5.1. Diagnosestelling Z1992 is een tien-jarige
jongen, PDD-NOS gediagnosticeerd, met daarmee samenhangend angstig gedrag,
onvermogen om zich in anderen te verplaatsen, grote behoefte aan
duidelijkheid en het voorstructureren van situaties. Z1992 bezoekt het speciaal
onderwijs. Hij heeft een didactische achterstand van twee jaar. (bron
Raadsrapport nov. 2001 ).Een grote afleidbaarheid en een beperkt
concentratievermogen zorgen voor een kleine aandachtsspanne en een grote
behoefte aan stucturering. Cognitief functioneert Z1992 zwak: Verbaal IQ 75, Performaal
IQ 62 en Totaal la 65 ( onderzoek 27 augustus 2002>. Er is sprake van
forse sociaal-emotionele problematiek. Z1992 woont na de
scheiding van zijn ouders, die beiden het gezag hebben, bij zijn moeder.
Vader heeft geen omgangsregeling met zijn zoon; er loopt een raadsonderzoek
m.b.t. de omgang en het gezag. Moeder heeft het éénhoofdig gezag aangevraagd. Z1992 is zeer loyaal naar
moeder. Onduidelijk is in hoeverre Z1992s angst voor vader door moeder
geïndiceerd wordt, Het gedrag van vader, waarin deze zich opdringt aan Z1992
en zijn omgeving, speelt daarbij een grote rol. Stressfactoren in zijn
omgeving vergroten het klachtgedrag van Z1992. Zowel school als moeder
signaleren dat er sprake is van oplopende spanning bij Torari: Z1992 staat psychisch onder zeer grote
druk, er is veel boosheid, onrust in zijn hoofd, agressieve benadering van
klasgenootjes.Thuis vertelt Z1992 niet leeftijds-adequate, seksueel getinte
verhalen, op school heeft Z1992 deze verhalen ook op papier gezet. Z1992
heeft angst voor vader. Het ontbreekt Z1992 al
gedurende langere tijd (twee jaar) aan adequate hulpverlening voor zijn kindeigen
problematiek en de verwerking van de traumatische gebeurtenissen in zijn
leventje. Binnen het juridisch kader waarin beide ouders met gezag belast
zijn en de conflictueuze ouder relatie is er geen enkele instelling bereid om
Z1992 hulpverlening aan te bieden Ouders zijn niet in staat
om ruimte te maken voor de andere ouder waardoor er bij Z1992 sprake is van
gevoelens van onveiligheid en loyaliteitsproblematiek. Dit speelt in
verhevigde vorm nu de omgangsregeling met vader aan de orde is. Moeder kan Z1992
onvoldoende steunen hierin door haar eigen negatieve ervaringen met vader in
het verleden. Moeder kan dit niet scheiden. Vader kan Z1992 geen rust
en veiligheid toestaan in de opvoedingssituatie bij moeder. Hij moet zich in de
leefwereld van Z1992 opdringen; ziet zichzelf daarbij als de aangewezen
opvoeder van Z1992 en gaat daarbij voorbij aan hetgeen zijn zoon nodig heeft
voor zijn verdere ontwikkeling. Er is momenteel sprake van
een zeer ernstige crisissituatie in het gezin. Zowel moeder als Z1992 zijn
aan het eind van hun latijn. Z1992 laat forse
gedragsproblematiek zien, is agressief naar spullen, moeder en zichzelf, is
niet aanspreekbaar en corrigeerbaar door moeder op zijn gedrag. Moeder is niet meer in
staat Z1992 adequate begeleiding en ondersteuning te bieden. 5.2. Visie van de betrokkenen op de
probleemsituatie en de in te zetten hulp Momenteel is er zeer
ernstige crisis in het gezin bij moeder. Moeder geeft al enkele weken aan dat
er acuut een uithuisplaatsing voor Z1992 moet worden gerealiseerd, moeder en
Z1992 zijn aan het eind van hun latijn. Vader: Vader is van mening dat nu
er, vanuit de crisisituatie bij moeder, een reele optie ligt om Z1992 bij hem
te plaatsen; vader schat in dat terugplaatsing in zijn eigen vertrouwde
omgeving een positief effect zal hebben op Z1992 en zijn gedrag. Verder geeft vader aan
dat, indien plaatsing bij hem door ons niet als optie wordt gezien, hij een
uithuisplaatsing kan ondersteunen 5.3. Overwegingen t.a.v. de hulpverlening Vanaf de aanvang van de
ots is er, ondanks de intensieve inzet van de gvi, geen reguliere omgang tot
stand gekomen tussen vader en Z1992. Dit is het gevolg van de
conflictueuze relatie tussen ouders als gevolg van de echtscheiding, waardoor
alle pogingen hiertoe werden geblokkeerd. Gezinsvoogd heeft
bemiddeld voor omgang in het Omgangshuis in Tttttt (Gggg). Hiervan is geen
gebruik gemaakt. Inmiddels is de omgang van vader met Z1992 opgeschort en is
de Raad voor de Kinderbescherming bezig met een onderzoek naar de omgang en
gezag. Voor vader is dit een
onacceptabele situatie en probeert via diverse instanties omgang te
bewerkstelligen. Onder andere via school
wil vader graag contact met Z1992. School heeft her-haaldelijk. aangegeven
aan vader dat zij niet verantwoordelijk zijn en geen verant-woordelijkheid
kunnen nemen voor het tot uitvoering brengen van de omgangregeling tussen vader en zoon. Ondanks afspraken tussen de schoolleiding en vader
en de aanwijzing van de gvi gericht op een veilige schoolsituatie voor Z1992
lukt het vader niet om zich aan de gemaakte afspraken te houden en de
aanwijzing op te volgen. School geeft her-haaldelijk aan dat dit grote onrust
op school bij Z1992, andere leerlingen en leerkrachten te weeg brengt. In een schrijven van school d.d. 23 juli 2003 aan
vader geeft school opnieuw schriftelijk aan dat het gedrag van vader en de
benadering van vader naar de directie onacceptabel is. (vader heeft tijdens
het afgelopen weekend (19 juli 2003) voortdurend telefonisch contact gezocht
met de directie van school. De directeur heeft vader te woord gestaan en
aangegeven dat vader op maandag terug kan bellen. Desondanks heeft vader nog
meer dan 20 keer geprobeerd de directeur te bellen, de laatste poging rond
12.00uur middernacht. Vader is grenzeloos in
zijn benadering van instanties waaronder de gvi. Vader benadert de gv. telefonisch
zeer frequent , soms meerdere malen per dag. Vader ervaart de informatie
vanuit de gvi als onvoldoende stelt voortdurend dezelfde vragen en
beschuldigt de gv van het verstrekken van valse informatie en misleiding. De
communicatie tussen vader en de diverse instellingen (waaronder school en
gvi) verloopt zeer moeizaam. Zowel schriftelijke als mondelinge informatie
die veelvuldig aan vader wordt verstrekt, wordt door vader onjuist
geïnterpreteerd. De gvi wordt in ernstige
mate overbelast door het voortdurend appèl dat vader doet op de gezinsvoogd.
Daarnaast zoekt vader erkenning van zijn problematiek op politiek niveau
(zowel landelijk als provinciaal), via de media en belangenverenigingen zoals
Sos Papa en de nationale ombudsman. Ook deze instellingen benaderen
regelmatig de gvi waardoor de feitelijke werkbelasting ver buiten proporties
is. Daarnaast wordt de gvi overbelast met diverse juridische procedures,
waaruit vele intensieve overleggen op diverse niveaus plaatsvinden. Intern
zal er binnen onze instelling gekeken moeten worden hoe structureel met deze
en soortgelijke situatie om te gaan. Intussen is in de laatste
weken/maanden de spanning in de thuissituatie dermate opgelopen dat zowel
moeder als Z1992 ten einde raad zijn. Moeder is niet meer in
staat om op een adequate manier om te is. Ook de directe
woonomgeving van moeder geeft aan dat het woongenot van de buurt ernstig
bedreigd wordt. Als gevolg van het tekort aan plaatsingmogelijkheden staat
Z1992 nu al bijna vier weken op de wachtlijst voor een crisisplaatsing binnen
Saltho. Ondanks inzet en
betrokkenheid van diverse instanties lukt het niet om een passende plek te
realiseren. Door het ontbreken van plaatsingsmogelijkheden kan de gvi in deze
haar beschermende taak niet tot uitvoering brengen: een zeer schrijnende en
onacceptabele situatie. Vader zal in deze ook
niets kunnen betekenen aangezien hij in Z1992s beleving verweven is met grote
angst en onveiligheid.. dit is Z1992s beleving en staat los van
waarheidsbevinding t.a.v. hoe dit ontstaan is en wie daarbij een rol heeft
gespeeld of verantwoordelijk voor is. De gvi realiseert zich dat
alle juridische maatregelen om een rustige, veilige opvoedingsomgeving voor
Z1992 te realiseren niet kunnen voorkomen dat vader, vanuit zijn behoefte aan
contact met zijn zoon zich zal blijven manifesteren. Er zal op zeer korte
termijn een crisisplaatsing moeten worden gerealiseerd, waarna observatie en
diagnostiek plaats kan plaatsvinden en er passende behandeling kan starten. Intussen vindt er
crisisinterventie plaats in het gezin, waarbij de g.v. vader niet heeft
geïnformeerd over de personalia van de betreffende gezinswerker. G.v. schat in dat dit de
continuiteit van deze hulp in gevaar brengt: vader heeft aangegeven dat hij
graag contact wil leggen met deze persoon om zijn visie op het ontstaan van
de huidige problematiek te geven. In eerdere situatie heeft dit geresulteerd
in het afbreken of het zelf niet in gang zetten van hulpverlening voor Z1992
en moeder. G.v laat het belang van
continuiteit van hulp in de huidige crisisvolle thuissituatie prevaleren
boven volledige informatie en legt hierdoor prioriteit bij de belangen van
Z1992. 5.4. Doelstelling van de hulpverlening * crisisplaatsing van
Z1992 in een 24-uurs setting * Observatieplaatsing van
Z1992 resulterend in een behandelplan dat aansluit bij de
ontwikkelingsmogelijkheden van Z1992. * ouders ondersteunen de
uhp van Z1992 en hebben hun persoonlijke problemen in de mate onder controle
dat ze geen belemmering zijn voor de positieve ontwikkeling van Z1992 * het is helder OF en zo
ja WELK contact gewenst is tussen Z1992 en moeder, tussen Z1992 en vader Dit
is in een duidelijk traject neergezet. 5.5. Indicatiestelling - crisisinterventie door de SPO in het gezin ter overbrugging
van de wachttijd ivm - plaatsing in een 24 uurs crisisopvang, aansluitend op
het cognitief niveau en de - observatie-onderzoek van Z1992 in een 24-uurs setting. - ouders zoeken hulpverlening voor het omgaan met de
huidige situatie en hun 5.6. Werkplan * Moeder en Z1992 komen hun afspraken mbt hulpverlening in
het kader van de * G.v. onderhoudt wekelijks contact met Saltho om de
crisisplek actueel te * Moeder wendt zich tot de hulpverlening voor verwerking
van haar eigen * Vader wendt zich tot de hulpverlening om ondersteunig en
begeleiding te 5.7. Overleg met de belanghebbenden Is nog geen overleg
geweest. De laatste twee doelen (onder doelstelling van de hulpverlening)
zijn nog niet door de g.v. met ouders besproken, komen nog aan bod. concept wordt toegestuurd
aan ouders op ii juli 2003. eveneens gaat er een concept naar de raad. Er
zullen accoordverklaringen worden meegestuurd met verzoek om ondertekening en
terugzending. Dit plan zal de g.v. nadat
er een eerste bespreking is geweest met de gedragswetenschapper opnieuw aan
de gedragswetenschapper ter goedkeuring voorleggen. Reactie van zowel ouders
als g.w. zal meegenomen worden in de rapportage. Dit gezinsvoogdijplan is
opgesteld door Gezinsvoogd en vastgesteld in het hulpplanteam. De evaluatie
van dit gezinsvoogdijplan vindt plaats voor: |
Nadere
toelichting op de reactie
In de rapportage ontbreekt een verantwoording van de regie-functie die de gezinsvoogd kennelijk vervult, zonder dat deze in een interne of externe taakstelling werd gesteld.
Vader ondervindt deze niet beschreven en veelal onzichtbare regie, als een inbreuk op, of zelfs een schending van zijn gezag. Blijkbaar heeft de gezinsvoogd zich haar grensoverschriijdende optreden gerealiseerd. De manier waarop zij echter dit probleem probeert op te lossen is een Procrustische, namelijk door dit probleem op maat te snijden voor de oplossing die zij heeft. In casu manifesteert zich dit in haar pogen om vader uit het gezag te doen zetten. Vader beschikt over oude, interne notities van Bureau Jeugdzorg, waaruit de actieve betrokkenheid van de voogd zonneklaar blijkt.
Illustratief voor dit regisseren is ook de wijze van totstandkoming van de schriftelijke aanwijzing die aan vader werd gegeven. Ondanks herhaalde verzoeken van vader is de gezinsvoogd in gebreke gebleven de achtergronden daarvan, of de aanleiding daartoe, op te helderen. Zij verwijst vader naar de leiding van de school van Z1992, die echter op haar beurt vader naar de gezinsvoogd verwijst.
Uiteindelijk legde vader de hand op stukken waaruit blijkt dat de gezinsvoogd de schoolleiding heeft opgedragen om het dossier te schonen alvorens het aan vader ter inzage zou worden gelegd. Vader beschouwt dit gedrag als een schending en minachting van zijn gezag.
Het verslag loopt over van herhalingen en contradicties, het deskundige gehalte van veel opinies en beweringen is hoogst twijfelachtig (gedragswetenschappers werken niet bij BJZ)
Rondom Z1992 intussen verslechtert de situatie permanent en in toenemende mate. Wanneer dat mogelijk is wordt vader – al ruim twee jaar zonder omgang - als zondebok opgevoerd, en als oorzaak van de problemen waarvan hij zelfs meestentijds onwetend wordt gehouden. Het is al meer dan een jaar een bewuste strategie van de gezinsvoogd om vader onwetend te houden omtrent zekere ontwikkelingen. Ook dat blijkt immers uit de stukken waarop vader de hand legde.
Al met al is vader van mening dat bij de verlenging van de ondertoezichtstelling door de rechtbank een duidelijke afbakening van de opdracht dient te worden gemaakt, en tevens dat het deel van het voogdijwerk dat vader het meest raakt – het begeleiden van de omgang – als een serieus te nemen opdracht wordt gesteld.
In dat verband is het saillant dat in de rapportage in alle talen wordt gezwegen van de dwangsom van EU 10.000,- per keer die Bureau Jeugdzorg verbeurt wanneer het in gebreke blijft de omgang naar behoren te organiseren.
Vader startte dit kort geding overigens pas nadat de gezinsvoogd hem min of meer laatdunkend te verstaan had gegeven dat de zojuist vastgestelde begeleide omgangsregeling was vastgelegd in een tussenbeschikking waarvan hij “toch niet in beroep” kon.
Vader voelt zich vogelvrij, tegenover de gezinsvoogd. Elke poging om iets te weten te komen over het welzijn van zijn zoon – die twee jaar geleden blijkens een ooggetuige door moeder met harde hand werd thuisgehouden toen hij naar de verjaardag van zijn vader wilde – wordt beloond met een verdachtmaking en nieuwe blokkades.
Vader rapporteerde dat in moeders familie depressies en suïcide voorkomen. In het rapport wordt deze oorsprong van problemen genegeerd.
Hoe onterecht dit alles bewijst het voorliggende rapport: het kind in kwestie wordt alleen maar ongelukkkiger en functioneert slechter naarmate vader verder uit beeld wordt gedwongen.