DG030619

Reactie op een artikel in De Gelderlander

In haar artikel van 13 juni jl. "Omgangsregel sluit vaders uit" slaat Heleen Crul de plank een aantal keren flink mis.

De eerste keer is dat in de titel van het artikel. Niet de omgangs regel maar de rechtspraak zorgt voor uitsluiting. En niet de vaders , maar de niet met de verzorging belaste ouders , worden uitgesloten.

In het familierecht wordt verschrikkelijk gediscrimineerd, maar die discriminatie betreft niet de vaders of de moeders.

In het artikel wordt gesteld: "Zeker als het hun 'schuld' is geweest dat 'papa en mama niet meer van elkaar houden'..". Daarmee wordt een notie - die van schuld - in het geding gebracht die er sinds 1971 nu juist is uitgewerkt: de enige wettelijke grond voor echtscheiding werd toen de duurzame ontwrichting van het huwelijk. Wanneer is dan een huwelijk duurzaam ontwricht? Dat is wanneer een der partners zegt dat het duurzaam is ontwricht. Inderdaad klinken hier echo's in door van Dolle Minatijden (wanneer is een vrouw verkracht?), maar dat bewijst nog niet dat er in het familierecht (positieve) discriminatie wordt bedreven.

Het is veel erger.

Door de termen "omgang" en "zorg" introduceert de wet zelf de verschillende waardering voor ouders na scheiding. De maatregel om vóór de scheiding een zorgregeling te treffen, beoogt nou juist om te benadrukken dat de ouders in een gelijke positie verkeerden en blijven verkeren. Door deze zorgregeling een omgangscontract te noemen, trapt HC precies in de valkuil van de verkeerde, discriminatie oproepende, terminologie. Inderdaad: het startpunt voor alle ongewenste en onproductieve discussies.

"Dwarsliggen loont voor rancuneuze moeders die hun macht willen misbruiken", heet het vervolgens. Fout: dwarsliggen loont - uiteindelijk - nooit. Fout: dwarsliggen werkt ook voor vaders die in de zorgsituatie zijn beland. Fout: dwarsliggen werkt ook als ouders hun macht niet willen misbruiken.

Het is nodig om deze fouten te benadrukken. Want het is zelfs nu nog heel waarschijnlijk, dat één zielige moeder meer wetgeverspennen in beweging zet dan honderd zielige vaders. Vaders en moeders zijn allen slachtoffers van hetzelfde prisoners dilemma dat het familierecht stelt.

Het is verkeerd de zielige vader uit te hangen. Het is verkeerd als vaders gaan lopen demonstreren wat voor een ge-wel-di-ge zorgouder zij niet zijn: "Kijk daar, onze Jan zingt zelfs een liedje als hij de vuile katoenen luiers met de hand aan het wassen is in de vrieskou" - het zou wat!

HC kent veel meer mannen die juist in hun vaderrol groeien, na scheiding, dan mannen die zich om hun kinderen niet meer bekommeren. Het is niet zo wonderlijk dat vaders van hun kinderen houden - dat is namelijk wat zij waarneemt - hoewel dat zowat het één na laatste taboe is in onze samenleving. Wel wonderlijk is de strekking van die uitspraak: een impliciete oproep om maar te gaan scheiden. De mannen worden er immers betere vaders door, zegt HC. O ja? Wie zegt dat zij betere vaders worden? Wie maakt dat uit? En moet dat dan? Vroegen de kinderen daar soms om?

Het behoort tot de onaangevochten ouder-autonomie om binnen het huwelijk een zekere rolverdeling tot stand te brengen. De ouders bepalen of zorg en inkomen elk volledig aan één der ouders toevallen, of half om half aan beide ouders, of zelfs beide aan één ouder. Daar heeft geen buurman, geen maatschappelijk werker en geen columnist zich mee te bemoeien. Als die autonomie ook na ontbinding van het huwelijk in stand blijft, is er nooit meer iets aan de hand.

HC stelt dat je als ouders niet kunt scheiden. Dat gegeven zou het vaderschap tot een onvervreemdbaar wettelijk recht moeten maken. Tjongejonge, ronk ronk. Staan al die moeders (een kleine tien procent, dus krap 2000 per jaar!) die na de scheiding het omgangsgenadebrood moeten eten, toch maar weer mooi in de kou. En wat nou, recht? Kan het recht van vaderschap worden afgedwongen dan? Of met de sterke arm gehandhaafd?

Slordige formuleringen, en daardoor uitgelokte discussies, zijn de hoofdoorzaak nummer één van alle conflict-ellende in de echtscheidingswereld. Het conflict of de ergernis waarmee de echtscheiding begon is snel vergeten. Daarna wordt een veenbrand ontstoken, gevoed door de angst om het kind te verliezen aan de andere ouder. Die angst wordt in stand gehouden door het open oor dat rechters lenen aan het slordige gebazel der harte- en hersenloze deskundigen.

Het recht op omgang is in Nederland vervangen door hulpverlening bij omgang. Wie overweegt dat de ouders jarenlang zonder hulp omgingen met hun kinderen - onze Jan heeft zijn kinderen helemaal op zichzelf en zonder hulp leren fietsen - die snapt misschien hoe vernederend, minachtend en minderwaardig het is om "hulp" opgedrongen te krijgen door een maatschappelijke gans die vader noch kinderen noch haar vak kent, of door een deskundoloog die struikelt over zijn eigen formuleringen.

Hulpverlening is niet de oplossing van het probleem, het is de oorzaak ervan.
Daarom: weg met de hulpverlening, handhaaf de wet, en gebruik Uw verstand.

 

 

Arthur Ross, St. Ouders Zonder Omgang, 19 juni 2003