DES0603
DES0603 Klacht tegen deskundige (psycholoog/pedagoog) deels gegrond, maar ...
Inleiding:
Een deskundige werd door moeder ingeschakeld voor een advies dat moeder moest helpen zich te verweren tegen omgang tussen vader en dochter. Het advies deugde niet, naar oordeel van de vader, en na een jaar (!) werd zijn klacht van eind mei 2002 door de Beroepsvereniging van Pedagogen deels gegrond verklaard. In de ongedateerde beslissing was geen mogelijkheid van beroep aangegeven. Dat kon wel na enig aandringen, en na bemiddeling door de Inspectie voor de Volksgezondheid werd de klacht in een hoorzitting op 8 december 2004 behandeld. De beloofde beslissing binnen vier weken bleef echter uit.
Op 2 mei kwam de Inspectie op verzoek van klager opnieuw tussenbeide met de opdracht om de klachtzaak af te ronden. Tot 15 december 2005 is daarop niets vernomen. Zelfs met Inspectie loopt is klacht dus na ruim drie-en-een-half jaar niet afgerond. In februari 2006 (!) werd weer de Inspectie gepolst. Die zond een strak rappèl (voor kopie zie einde van dit document), dat “onbestelbaar” retour kwam. Thans wordt langs andere wegen getracht de kwestie tot een einde te brengen.
Quis custodiet ipsos custodes, vroegen de Romeinen zich al bezorgd af: “Wie bewaakt eigenlijk de bewakers?”. Tweeduizend jaar later hebben onze omgangsdeskundigen die zorg nog steeds niet begrepen. Onderstaande beslissing bewijst hun onvermogen tot zelf-organisatie.
Heel vreemd is ook, dat er geen verweerschrift is ingediend – in eerste aanleg - en dat de punten van verweer die hieronder zijn gereproduceerd, afkomstig zijn van de ... beoordelaar, die daardoor dus tegelijk partij en rechter is. En dat noemt zich deskundig.
Merk verder op dat er geen termijn is genoemd voor een beroep en geen adres waar dit beroep kan worden ingediend.
In elk facet weerspiegelt deze zaak een onthutsend gebrek aan vernuft, daadkracht, discipline en professionaliteit. Het kan verkeeren.
B E R O E P S V E R E N I G I N G van P E D A G O G E N
COMMISSIE VAN TOEZICHT BEROEPSVERENIGING VAN PEDAGOGEN
KLACHTSCHRIFT
Behandeling van het klachtschrift van Bbbb tegen mevrouw drs. Mmmm door het College van Toezicht van de Beroepsvereniging van Pedagogen.
Op ii-05-02 is bij het secretariaat van de BvP binnen gekomen het klachtschrift van dhr. Bbbb (klager) tegen geregistreerd BvP lid mevrouw drs. Mmmm (aangeklaagde). De klacht voldoet aan de formele eisen en wordt op ii mei 2002 doorgestuurd naar het College van Toezicht van de BvP.
De volgende drie leden van dit college nemen de behandeling op zich:
- Mw. drs. Bbbb (secretaris)
- Mw. Wwww
- Mw. Vvvv
Het klachtschrift heeft 6 bijlagen:
Bijlage 3 en 6 hebben betrekking hebben op documenten van de aangeklaagde mw Mmmm. Bijlagen 1 en 2 betreffen de voorgeschiedenis
Bijlage 4 en 5 hebben betrekking hebben op de rechtszaak betreffende omgangsregeling. Deze rechtszaak speelt zich af in 2002, het onderzoek van (aangeklaagde) heeft plaatsgevonden in november 2001.
KLACHTEN
De klacht van Dhr. Bbbb heeft betrekking op de volgende vier hoofdpunten (die weer nader onderverdeeld worden)
A. Tekortkomingen in de rapportage (punt 2 van het klachtschrift)
B. Het blokkeren van maatregelen die het welzijn kunnen bevorderen van D2000 dochter van klager (punt 3 van het klachtschrift)
C. Onvoldoende in acht nemen van de beroepscode (punt 4 van het klachtschrift)
D. Het schaden van het vertrouwen in de beroepsgroep schaden (punt 5 van het klachtschrift)
KLACHTEN EN REACTIE VAN HET COLLEGE VAN TOEZICHT
Het College van Toezicht (CvT) heeft de klachten intensief bestudeerd en geeft haar standpunt weer ten aanzien van de hoofdpunten A t/m D
A. Tekortkomingen in de rapportage (punt 2 van het klachtschrift) : onderverdeling in 5 klachten
1. Klacht: De datum waarop hulpvrager zich tot aangeklaagde wendt, wordt niet vermeld.
Reactie CvT-. datum ontbreekt, wel wordt de maand genoemd-,
2. Klacht: De data waarop de gespreks- en observatiecontacten plaatshadden zijn niet vermeld. Reactie CvT-. data ontbreken, eveneens wordt niet duidelijk om hoeveel momenten het exact gaat; wel wordt aangegeven dat deze plaatsvond in de maand november
Klacht: Er is niet vermeld wie aan de onderzoeken deelnam.
Reactie CvT- In het verslag wordt gemeld dat moeder en D2000 bij de gespreks- en observatieco'ntacten betrokken zijn geweest.
Klacht: Het advies inzake de bezoekregeling is onwettig.
Reactie CvT: Er wordt geen advies geformuleerd betreffende de concretisering van de bezoekregeling maar geadviseerd wordt dat er een dergelijke bezoekregeling getroffen dient te worden.
Klacht: de aangeklaagde gebruikt het woord 'wellicht'en is daarmee speculatief . Dit betreft het verband tussen de relatieproblematiek van de ouders en de sterke verlatingsangst van het kind.
Reactie CvT: Het gebruik van het woord 'wellicht' is in diagnostische termen geen speculatie maar hypothese vormend. Er wordt een verband gelegd tussen relatieproblemen (waarbij een van de ouders het gezin abrupt en onder stress verlaat) en verlatingsangst bij het kind. Uit literatuur blijkt dat deze twee zaken zeer sterk gerelateerd zijn. 'Wellicht' is een zorgvuldige formulering van een te verwachten verband. In het verslag wordt in het midden gelaten op wie de verlatingsangst gericht is enlof wie deze veroorzaakt. De aangeklaagde spreekt van 'stressmomenten in het contact tussen ouders' en geeft daarmee aan dat beide partijen hun aandeel hebben in de problemen. Een goede bezoekregeling opstellen met behulp van professionele begeleiding is het advies. Dit advies is volgens het CvT niet in strijd met de wet.
Klacht: in de vermelde relevante info rmatie worden uitsluitend uitlatingen van moeder weergegeven die niet op waarheid zijn onderzocht en dus niet automatische 'relevante info rmatie" opleveren Reactie CvT: in het verslag wordt duidelijk aangegeven dat het hier gaat om info rmatie van moeder ('moeder geeft aan....... ). In het diagnostisch onderzoek is het gebruikelijk om de info rmatie van de hulpvrager op te nemen in het verslag en deze als zodanig te noteren. Het gaat om de beleving van moeder. De intakefase is niet het aangewezen moment voor de hulpverlener om de gegevens op waarheid te onderzoeken. Of dit wel moet gebeuren hangt van het vervolg af. In dit geval is de hulpvraag van moeder gericht op het verband tussen de relatieproblemen en de verlatingsangst en een advies omtrent een bezoekregeling. De diagnosticus besluit om geen uitgebreid onderzoek op te zetten (waarbij de gegevens nader onderzocht gaan worden).
Het onderzoek beperkt zich tot een screening waarbij observatiebevindingen de kern van het onderzoek vormen. De info rmatie m. b.t. een week 'weghouden' van D2000 bij haar moeder wordt overgenomen als een feit. In het verslag had nadrukkelijk aangegeven dienen te worden dat dit info rmatie is van moeder en niet duidelijk is hoe een en ander in zijn werk is gegaan. Het gegeven dat D2000 plotseling een week een andere opvoedingssituatie heeft, blijft van kracht en dit is ook de essentie van het geformuleerde advies. Er moet meer duidelijkheid komen voor het kind door duidelijke afspraken tussen vader en moeder. De aangeklaagde maakt in haar verslag geen opmerkingen over de persoon die de problemen veroorzaakt. Beide ouders zijn verantwoordelijk. Op een later tijdstip heeft de aangeklaagde alle gelegenheid gegeven aan klager om in gesprek te komen, zijn visie te vernemen en daarover te rapporteren.
B. Het blokkeren van maatregelen die het welzijn kunnen bevorderen van D2000, dochter van klager (punt 3 van het klachtschrift)
Klacht: De aangeklaagde zegt 'geen conclusies te hebben getrokken ten aanzien van de relatie tussen en klager'. Klager vindt echter dat de uitspraak in het verslag maatregelen m.b.t. het welzijn van D2000 poogt te blokkeren. De verlatingsangst betreft vader en niet moeder, zo stelt klager. Reactie CvT: In het verslag wordt gesproken van verlatingsangst zonder daarbij uitspraken te doen of deze op vader dan wel moeder gericht is. Tevens wordt aangegeven dat D2000 nooit bij haar vaste opvoeder mag weggehouden worden (in dit geval is dit moeder). De aangeklaagde adviseert maatregelen waarbij 'het contact tussen de vader en D2000 worden opgebouwd' . Het CvT ziet hier geen blokkeren van het welzijn van het kind in maar juist en poging tot het verbeteren van de onderlinge verhoudingen en het bieden van kansen aan ouders die beiden het beste met hun kind voorhebben.
C. Onvoldoende in acht nemen van de beroepscode (punt 4 van het klachtschrift)
1. Klacht: niet gericht op het welzijn van anderen (= andere betrokkenen)
Reactie CvT: uit het verslag blijkt duidelijk zorg voor het kind. Het schrijven van aangeklaagde (ii-02-02) gericht aan klager geeft ruimte aan de andere betrokkene en nodigt duidelijk uit tot overleg en aanvulling van de onderzoeksgegevens. Van niet gericht zijn op de andere betrokkenen is dan ook geen sprake.
2. Klacht: Er is niet extra voorzichtig te werk gegaan op gebieden waar weinig of geen methodische deskundigheid bestaat. Er is geen gebruik gemaakt van objectief te achten observaties (hierbij wordt verwezen naar de bijlagen.
Reactie CvT: de aangeklaagde beschikte niet over de rapportages uit de voorgeschiedenis (bijlage 1 en 2). De aangeklaagde heeft tweemaal (telefonisch en schriftelijk) de klager uitgenodigd om gegevens aan te vullen. Hier heeft klager geen gebruik van gemaakt.
3. Klacht: er is geen poging tot wederhoor bij de info rmatie die door moeder verstrekt is.
Reactie CvT: zie eerdere opmerkingen bij A5. De aangeklaagde stelt vast dat er'stresssituaties' zijn. Hoe die escalaties precies in elkaar steken acht de aangeklaagde op dit moment van minder belang om uit te zoeken dan het adviseren van een handelingsgerichte aanpak: het regelen van een goede bezoekregeling onder professionele begeleiding. Na een reactie van klager heeft de aangeklaagde opening geboden tot wederhoor. Klager heeft hier geen gebruik van gemaakt.
4. Klacht: In het verslag moet opgenomen zijn wat de beperkingen zijn van de uitspraken. Dit is niet gebeurd.
Reactie CvT: er staan geen opmerkingen t.a.v. beperkingen van het verslag (geldigheidsduur).
D. Het schaden van het vertrouwen in de beroepsgroep schaden (punt 5 van het klachtschrift)
1 . Klacht: vertrouwen in beroepsgroep geschaad door alleen af te gaan op info rmatie van moeder. Reactie CvT: zie A-5 en C-3
2. Klacht: aangeklaagde draagt in haar verslag bij aan ontzeggingsgronden voor omgang terwijl dit alleen maar kan met zwaarwegende en objectieve argumentering.
Reactie CvT: aangeklaagde doet geen uitspreken over omgang, zij stimuleert het onder professionele begeleiding overleg voeren over een omgangsregeling omdat zonder goede omgangsregeling D2000 "ernstige emotionele schade' kan oplopen.
Op grond van de bijgeleverde info rmatie van de voorgeschiedenis en de procedure bij de rechtbank kan het CvT zich geheel vinden in het belang dat aangeklaagde stelt aan het tot stand doen komen van een goede omgangsregeling.
CONCLUSIE: GEGROND OF ONGEGROND
Op een aantal aspecten oordeelt het CvT dat de klachten gegrond zijn. Het merendeel van de klachten acht het CvT als ongegrond. De klachten die gegrond zijn betreffen de volgende drie klachten:
1 . De klacht m.b.t. het ontbreken van de datum waarop de hulpvrager zich meldt.
2. De klacht m.b.t. het ontbreken van de data waarop de gespreks- en observatiecontacten plaats hebben gevonden.
3. De klacht m.b.t. het ontbreken van een vermelding van de beperkingen zijn van de uitspraken van het onderzoek en de geldigheidsduur van het verslag. Dit is niet gebeurd.
DISCIPLINAIRE MAATREGELEN
Het CvT legt de volgende disciplinaire maatregel op aan MW. Mmmm (geregistreerd lid van de BvP):
· Waarschuwing
Berisping
Schorsing voor een periode van ten hoogste een jaar
Ontzetting uit het lidmaatschap
Nadere toelichting:
De waarschuwing betreft het verbeteren van de rapportage met:
- vermelding datum van aanmeiding, intake en data van onderzoek
- vermelding van aantal onderzoeksmomenten en de betreffende data
- opname bij verslag m.b.t. beperkte geldigheidsduur van onderzoeksgegevens
De andere klachten acht de CvT als ongegrond. Het CvT is van mening dat aangeklaagde Mw. Bbbb zorgvuldig en deskundig heeft gehandeld in de complexe problematiek met verschillende belanghebbenden.
Met name door haar uitnodigende houding naar klager heeft zij ruimte en gelegenheid geboden om klager aan het woord te laten en zijn visie op te nemen in de verslaglegging. De klager heeft hier geen gebruik van gemaakt maar komt wel achteraf met verwijten t.a.v. de eenzijdige verslaglegging.
Zie de motivatie die hierboven is uitgewerkt.
naam : Mw. drs. Bbbb Mw. Vvvvv Mw. Wwww
HET LAATSTE RAPPEL VAN DE INSPECTIE
Bezoekadres Steenvoordelaan 370 INSPECTIE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
2284 EH Rijswijk
Postadres Postbus 5837
2280 HV Rijswijk
Telefoon (070) 999 99 99
Tefefax (070) 999 99 99
Internet www.igz.nI
Beroepsvereniging van Pedagogen
t.a.v. mevrouw drs. Bbbb secretaris
Postbus 9999
9999 XX HAARLEM
Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Rijswijk,
06-11937/GGZ/AB/OT (070) 9999 ii maart 2006
Onderwerp Bijlage(n) Uw brief Uw kenmerk
voortgang 1
klachtenprocedure
Geachte mevrouw Bbbb,
Met mijn brief van 2 mei 2005 heeft de Inspectie u om info rmatie verzocht inzake de (langlopende) klachtafhandeling in de casus Bbbb en zijn vertrouwensman van stichting OZO.
Voor zover ik hier kan nagaan, heb ik tot op heden nog niet van u mogen vernemen.
Voor de goede orde wijs ik u op het feit dat in uw reglement van Toezicht en Beroep een termijn van zes maanden genoemd wordt waar het gaat om uitspraak na het indienen van een klacht.
Ik verzoek u om mij binnen een termijn van twee weken te antwoorden op het gestelde in mijn brief van 2 mei 2005.
Hoogachtend,
de Inspecteur voor de Gezondheidszorg,
Aaaaa
bijlage: kopie van mijn brief d.d. 2 mei 2005
c.c.: klager
vertrouwensman