BEW0105

 

Inleiding.

Een vader die uiteindelijk door moeders strijdzucht op de knieën was gedwongen, en die om zijn kinderen te ontzien had afgezien van de omgangsregeling, vroeg aan de gemeente van de laatste bekende woonplaats van zijn kinderen om informatie betreffende de scholen waarop zijn kinderen stonden ingeschreven.
De leerplichtconsulente weigerde deze informatie omdat dit een inbreuk op de privacy van de kinderen zou opleveren. Dit, nadat zij over het verzoek van vader te rade was gegaan bij moeder en kinderen, niet gehinderd door enige privacy overwegingen ten aanzien van vader.
Zoals blijkt uit onderstaande beslissing, werd de klacht van vader dat (vermeende) schending van de privacy geen ontheffing oplevert van de informatieplicht ex 1:377c BW, gegrond verklaard.
Over de eveneens opgeworpen klacht aangaande de schending van vaders privacy werd geen uitspraak gedaan.
De (veel) latere "afdoening" door B&W en de leerplichtconsulente noopte tot het indien van een bezwaar en van nieuwe klachten.

-------------------------

Gemeente Eindboven Dienst Maatschappelijke Ontwikkelinq
Retouradres Posthus Eindhoven

Betreft afhandeling klacht.

Geachte heer Hhhhh,

In navolging van de hoorzitting gehouden op ii mei 2001 inzake de behandeling van uw klacht d.d. ii maart 2001 kan ik u het volgende berichten.

Op grond van artikel 1:377c Burgerlijk Wetboek heeft u om gegevens van uw kinderen verzocht. U heeft gevraagd op welke school uw kinderen zitten. Artikel 1:377c BW bepaalt dat de niet met het gezag belaste ouder desgevraagd door derden die beroepshalve beschikken over informatie inzake belangrijke feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging of opvoeding betreffen, daarvan op de hoogte gesteld, tenzij die derde de informatie niet op gelijke wijze zou verschaffen aan degene die met het gezag over het kind is belast (... ) of het belang van het kind zich tegen het verschaffen van de informatie verzet.

Vaststaat dat persoonsgegevens en dus ook de schoolgegevens in het kader van de Leerplichtwet door de leerplichtambtenaren geregistreerd worden met als doel het vastleggen van verzuim. Dit is informatie zoals bedoeld in artikel 1:377c BW. Het zijn namelijk belangrijke feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging of opvoeding betreffen. Aangezien er sprake is van een registratie van persoonsgegevens, is voorts de Wet persoonsregistratie van toepassing.

In artikel 11 van de WPR is bepaald dat uit een persoonregistratie slechts gegevens worden verstrekt aan een derde voor zover zulks voortvloeit uit het doel van de registratie, wordt vereist ingevolge een wettelijk voorschrift of geschiedt met toestemming van de geregistreerde. Artikel 1:377c BW is een wettelijk voorschrift.

Het doel van de registratie is vervolgens neergelegd in het Reglement voor registratie in het kader van de Leerplichtwet. In dit Reglement is tevens vastgelegd aan wie de gegevens verstrekt kunnen worden. De niet met het gezag belaste ouder staat hierin niet vermeld. Op grond van het reglement kunnen de gegevens dus niet verstrekt worden. Daarnaast is van belang de Verordening persoonsregistraties van de gemeente Eindhoven. Hierin is bepaald dat de houder (het college van burgemeester en wethouders) met inachtneming van de toepasselijke wettelijke voorschriften kan besluiten dat aan andere personen en instanties dan voorzien in een reglement persoonsgegevens kunnen worden verstrekt.

Al het bovenstaande bezien kan geconciudeerd worden dat artikel 1:377c BW een wettelijk voorschrift is zoals bedoeid in artikel 11 van de Wpr en het college op grond van de Verordening persoonsregistraties een besluit dient te nemen over de gevraagde gegevens. Het belang van het kind kan daarbij de reden zijn om het verzoek tot informatie af te wijzen.

In uw geval is het verzoek afgewezen op grond van de privacy van uw kinderen zonder dat onderzocht is of deze privacy daadwerkelljk in het gedrang is gekomen, althans niet is aangegeven dat het belang van het kind zich verzet tegen het verzoek. Uw klacht is derhalve gegrond.

Concreet betekent dit dat uw verzoek van januari 2001 opnieuw in behandeling genomen zal worden en dat burgemeester en wethouders hier een besluit over dienen te nemen. In de toekomst zullen verzoeken ex artikel 1:377c BW op deze wijze behandeld worden.

lk wil u er voorts op wijzen dat indien u het niet eens bent met de wijze van afhandeling van deze klacht de mogelijkheid tot klachtbehandeling in tweede instantie bestaat en wel voor de Ombudskamer van de commissie bezwaar- en ombudszaken.

Mochten er nog vragen zijn dan kunt u contact opnemen met mevrouw mr. Kkkkkkk, klachtenbehandelaar van de dienst Maatschappelijke Ontwikkeling onder telefoonnummer (040) xxx.

lk ga ervan uit dat ik hiermee uw klacht d.d. ii maart 2001 afdoende heb behandeld.

Hoogachtend,

drs Rrrrrr directeur