AWB0211
Inleiding.
Om de school van zijn
kinderen aan haar wettelijke plicht tot het desgevraagd verstrekken
van informatie over zijn kinderen te kunnen houden, verzoekt een vader de
gemeente Hardenberg om de naam en het adres van de school waaraan zijn kinderen
zijn ingeschreven. Hij meent dat de gemeente - het enige bestuursorgaan dat
hem die informatie kan verschaffen - gehouden is tot het afgeven van die informatie
volgens dezelfde informatieplicht ex 1:377c BW.
De gemeente weigert zonder nadere motivatie. Het bezwaar tegen deze weigering
wordt niet ontvankelijk verklaard op gronden die door de bestuursrechter worden
onderschreven: het is niet gericht tegen een bestuurlijk besluit.
Een procedure bij de bestuursrechter is (aanzienlijk) goedkoper dan één bij
de kinderrechter.
Een verzoek aan de gemeente moet derhalve in het kader van de Wob worden gedaan
om deze niet-ontvankelijk verklaring te omzeilen.
---- ------------ ----- ---------- ----------
RECHTBANK ZWOLLE
Sector Bestuursrecht Enkelvoudige Kamer
UITSPRAAK
in het geschil tussen:
Ddddd wonende te Uuuu, eiser,
en het college van
burgemeester en wethouders van Hardenberg.
verweerder.
1. Aanduiding bestreden besluit Verweerders besluit dd. ii april 2002, verzonden jj april 2002, kenmerk: etc.
2. Procesverloop
Bij brief dd. ii januari 2002 heeft de afdeling onderwijs van de gemeente
Hardenberg het in meerdere brieven van eiser vervatte verzoek om hem te laten
weten op welke school zijn twee dochters uit zijn eerdere huwelijk onderwijs
ontvangen, afgewezen.
Het tegen die afwijzing
bij brief dd. ii februari 2002 gemaakte bezwaar heeft verweerder bij het bestreden
besluit met toepassing van artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen dat besluit heeft eiser
bij beroepschrift dd. ii mei 2002 beroep ingesteld. Verweerder heeft bij brief
dd. ii juni 2002 een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft
het beroep behandeld ter zitting van ii november 2002, alwaar eiser in persoon
is verschenen, vergezeld van zijn vader en bijgestaan door Rrrr.
Verweerder is met voorafgaande schriftelijke kennisgeving niet ter zitting
verschenen.
3. Motivering
In dit geding kan uitsluitend aan de orde zijn de vraag of verweerder het
bezwaarschrift van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Blijkens het bestreden besluit d.d. ii april 2002 steunt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift van eiser op de overweging dat de weigering om de door eiser gevraagde informatie te verstrekken, is gebaseerd op artikel 1 :377c van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) en deze weigering derhalve een privaatrechtelijke rechtshandeling betreft. Om die reden kan de beslissing tot weigering van de gevraagde informatie niet worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1 :3, eerste lid, van de Awb, waartegen op grond van de Awb bezwaar kan worden gemaakt.
Ingevolge artikel 1 :3, eerste lid, van de Awb wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Uit het bepaalde in artikel 8:1, eerste lid, juncto artikel 7:1, eerste lid, van de Awb volgt dat tegen een besluit in de zin van de Awb de mogelijkheid van bezwaar en beroep openstaat.
Uit de stukken blijkt dat eiser zijn (herhaalde) verzoek om informatie aan de gemeente Hardenberg, ter attentie van de afdeling onderwijs, (expliciet) heeft gebaseerd op het bepaalde in artikel 1:377c, eerste lid, van het BW.
Voorts blijkt uit
de stukken dat de gemeente Hardenberg, afdeling onderwijs, het verzoek om
informatie van eiser ook -uitsluitend- heeft getoetst aan voornoemd artikel
1:377c, eerste lid, van het BW en die toetsing heeft geleid tot weigering
van de gevraagde informatie.
Gegeven verder het feit dat artikel 1:377c van het BW privaatrechtelijke bepalingen
bevat en het bepaalde in het eerste lid van dit artikel niet uitsluitend bestuursorganen
maar ook niet bestuursorganen verplicht tot informatieverstrekking, kan de
weigering om de gevraagde informatie te verstrekken niet als een publiekrechtelijke
rechtshandeling worden aangemerkt. De weigering is niet anders te duiden dan
als een weigering van informatie als bedoeld in het tweede lid van artikel
1:377c van het BW, ten aanzien waarvan de (burgerlijke) rechter op verzoek
van de niet met het gezag belaste ouder kan bepalen dat de informatie op de
door hem aan te geven wijze moet worden verstrekt.
Het vorenstaande brengt mede dat met verweerder moet worden geoordeeld, dat de weigering van de gevraagde informatie niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1 :3, eerste lid, van de Awb. Immers de weigering van informatie is niet gebaseerd op een publiekrechtelijke doch op een privaatrechtelijke regeling en betreft ook niet een publiekrechtelijke rechtshandeling. Daaraan kan niet afdoen dat, zoals eiser in het beroepschrift heeft gesteld, een verwijzing naar de burgerlijke rechter acceptabel noch productief is, wat daarvan overigens zij. Hetgeen eiser ter zitting nog heeft doen betogen met betrekking tot de zijns inziens onjuiste wijze van toetsing aan artikel 1:377c, eerste lid, van het BW door de gemeente Hardenberg, maakt het vorenstaande niet anders.
Verweerder heeft het bezwaarschrift van eiser dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.
De rechtbank ziet geen aanleiding een partij te veroordelen in de kosten die de andere partij in verband met de behandeling van het beroep heeft moeten maken.
4. Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Gewezen door mw. mr. Bbbb en in het openbaar uitgesproken op ii NOV. 2002 in tegenwoordigheid van mr. Bbbb als griffier.
Tegen en deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.
afschrift verzonden op ii NOV. 2002