ADV0403
Advocaat moet toon matigen
Inleiding.
Een echtscheidingskwestie ontaardde in een steeds ordinairder wordende vertoning. Daarbij leverde de raadsman van de moeder ook buiten de rechtszaal nadrukkelijk een bijdrage.
Omdat in de samenleving het woord van een advocaat als meer objectief wordt beschouwd dan het woord van een partij, ondervond de vader veel – onterechte – hinder van het werk van deze raadsman.
De vader diende een klacht in die door de Deken werd afgewezen, maar die in hoger beroep door de Raad van Discipline gegrond werd verklaard op het belangrijke onderdeel van kritiek op de toonzetting en op het gebrek aan terughoudendheid, in de brieven die de advocaat voor moeder naar diverse instanties schreef.
-------------------------
BESLISSING
van de Raad van Discipline in het ressort 4 s-Hertogenboscb inzake de klacht van de heer
Ttttt, klager, wonende te Bbbb aan Vvvv 99
tegen
Mr. Ffff, verweerder, advocaat en procureur te Cccc.
Verloop van de kIachtprocedure
Bij brief van ii september 2003, bij de Raad ingekomen op jj september 2003, heeft de Deken de stukken in opgemelde klachtzaak aan de Raad doen toekomen zoals gespecificeerd in voormelde brief
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op ii januari 2004, waarvoor partijen werden opgeroepen bij brieven van de Griffier van iidecember 2003, waarbij hun werd medegedeeld dat de stukken ter inzage zouden liggen ten kantore van de Griffier tot jj december 2003. De Deken werd van de mondelinge behandeling op de hoogte gesteld. Ter mondelinge behandeling waren klager, bijgestaan door de heer Rrrr, alsmede verweerder aanwezig
Standpunt van klager
Klager is gescheiden waarna ten aanzien van zijn minderjarige zoon, die onder toezicht is gesteld, een begeleide omgangsregeling werd vastgesteld. Die omgangsregeling komt niet van de grond De reden daarvoor is gelegen in het onvermogen en de onwil van de kant van de ex-echtgenote van klager zowel als van de kant van de gezinsvoogdij-instelling. Klager is nog steeds (mede) belast met het gezag over de zoon, ondanks het feit dat de ex-echtgenote van klager en de gezinsvoogd pogingen ondernemen klager uit dat gezag te ontzetten. In haar onredelijke verzet wordt de ex-echtgenote van klager op een onaanvaardbare wijze bijgestaan door verweerder. Verweerder laat zich over klager op een grievende toon uit.
In zijn brief van ii oktober 2002 aan de afdeling Sociale Zaken van de gemeente Vvvv schreef verweerder onder meer: "Deze man is, naar mijn mening, lijdende aan een dwangreurose en er zou zelfs sprake zijn geweest z ijn geweest van ontuchtige handelingen met Z1992 (Z1992 is de minderjarige zoon van klager).
In zijn brief van ii januari 2003 aan de gemeente Bbbb spreekt verweerder steeds over "deze man" en "deze Tttt ". Verweerder ondermijnt het gezag van klager als ouder. Hij heeft de hoffelijkheidsregel overtreden die voorschrijft dat raadslieden van partijen tijdig hun stukken bij de Rechtbank en aan elkaar indienen.
Inhoud van de klacht
1. Verweerder laat zich op grievende wijze uit over klager
Verweerder richt zich niet op het bereiken van een minnelijke regeling.
Verweerder ondermijnt het gezag van klager.
4. Verweerder laat na stukken tijdig bij de Rechtbank en bij de advocaat van klager in te dienen.
Standpunt van verweerder
Verweerder stelt dat hij geen bemoeienis gehad heeft met de echtscheiding van zijn cIiënte. Eerst in een later stadium is verweerder bij de zaak betrokken. Deze zaak sleept zich al enige tijd voort en dit is niet in de laatste plaats te danken aan de opstelling van klager. Verweerder stelt dat hij klager heeft leren kennen als iemand die koste wat kost zijn zin wenst door te drijven Zulks tegen beter weten m en zonder rekening te houden met de belangen van anderen. Deze opstelling heeft een ernstige problematiek veroorzaakt bij het kind van partijen en omdat er niet adequaat is ingegrepen is de cliënte van verweerder, op advies van diverse instellingen waaronder de politie Bbbb, verhuisd. Verweerder viel namelijk cliënte en haar minderjarige zoon vrijwel constant lastig, beschuldigde haar van zaken waarmede zij niets uitstaande had, heeft haar zelfs mishandeld en daarvoor is klager ook onlangs door de politierechter veroordeeld.
Klager blijft iedereen belagen die in zijn ogen hem in de weg staat in zijn zucht naar het gelijk. De bij tussenbeschikking aangegeven proefomgangsregeling is inmiddels door de Rechtbank te 's-Hertogenbosch stopgezet in afwachting van een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming.
Klager meent dat in een brief aan de gemeente Bbbb onjuist zou zijn vermeld dat klager weg diende te blijven bij de school. Tijdens diverse zittingen hebben de verschillende rechters klager er op gewezen dat het steeds weer te pas en te onpas op het schoolplein verschijnen van klager met als gevolg de nodige onrust niet alleen bij het kind van partijen maar ook bij de daarmede niets uitstaande hebbende kinderen en leerkrachten van de school, onrust veroorzaakt. De houding van klager was aanleiding voor de cliënte van verweerder om te verhuizen teneinde de nodige rust te verkrijgen in het gezin. In de brief aan de gemeente Bbbb heeft verweerder alleen geput uit de ervaring die hij had met klager.
In de brief van verweerder aan de gemeente Vvvv wordt melding gemaakt van een dwangmatig gedrag. Deze visie is naar de mening van verweerder juist te noemen, gelet op de wijze waarin klager de afgelopen jaren in deze zaak is opgetreden. lnmiddels heeft de zoon van partijen onafhankelijk van een ieder verklaard ten overstaan van een onafhankelijk docent van de school sexueel ontuchtig te zijn bejegend door klager. Destijds is deze verdenking. ten onrechte overigens, in relatie gebracht met de omgangsproblematiek. De in die brief neergelegde visie van verweerder blijft dan ook onverkort staande.
Klager verwijt verweerder dat hij verzuimd zou hebben de verhuizing van de cliënte van verweerder door te geven. Deze verhuizing was geheim en derhalve lag het niet op de weg van verweerder om dit aan wie dan ook door te geven.
Tijdens het laatste kort geding dat gevoerd werd zouden de stukken niet op tijd bij de advocaat van de wederpartij zijn aangekomen. De stukken waar het hier om gaat zijn tegelijkertijd verzonden naar de Rechtbank en naar de advocaat en wanneer de advocaat de stukken te laat ontvangt kan dat toch moeilijk de verzender in de schoenen geschoven worden te meer daar de Rechtbank de stukken wel tijdig had ontvangen. Overigens is kenmerkend bij een kort geding de korte tijdsspanne van voorbereiding waardoor stukken wel eens laat verzonden kunnen worden en er altijd risico's op dat gebied zijn. Een verwijt kan daarvan in redelijkheid niet worden gemaakt.
Voor het in der minne beproeven van een regeling is de medewerking nodig van alle betrokken partijen. De wijze waarop klager omgaat met de op zijn weg aangetroffen belemmeringen, in zijn visie, laat geen enkele mogelijkheid open voor enig overleg, zodat op voorhand reeds het beproeven van een schikking niet tot de mogelijkheden behoort.
De grieven van klager schenden geen enkele erecode en zeker niet de gedragscode van de orde van advocaten.
Beoordeling van de klacht
De Raad stelt voorop dat bij de beoordeling van klachten over het optreden van een advocaat van een tegenpartij er van behoort te worden uitgegaan, dat die advocaat een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem - in overleg met zijn cliënt - passend voorkomt, en dat deze vrijheid niet ten gunste van een tegenpartij - zoals in casu klager - mag worden beknot, tenzij daarbij de belangen van klager nodeloos en op ontoelaatbare wijze worden geschaad. In het licht van dit uitgangspunt zal de Raad de klacht in de onderhavige zaak hierna beoordelen.
Ad onderdeeI 1
Uit de stukken blijkt, dat er een zeer gespannen situatie is ontstaan tussen klager en zijn ex-echtgenote over het gezag over de minderjarige zoon zowel als over een omgangsregeling. Van de kant van klager worden diverse beschuldigingen geuit naar zijn ex-echtgenote alsmede naar verweerder terwijl verweerder van de zijde van de ex-echtgenote van klager uitvoerig de gedragingen van klager uiteenzet.
De Raad blijft buiten het geschil dat klager met zijn ex-echtgenote heeft. De Raad kan en mag daarover geen oordeel uitspreken. Het is slechts de taak van de Raad om de klacht over het optreden van verweerder te beoordelen.
Klager stelt dat verweerder zich over hem op een grievende wijze heeft uitgelaten Daarbij doelt klager op de hierboven genoemde kwalificaties in de brieven van verweerder aan de gemeenten Vvvv en Bbbb. In zijn brief aan de gemeente Vvvv schreef verweerder onder meer: “Deze man is, naar mijn mening, lijdende aan een dwangneurose en er zou zelfs sprake zijn geweest van ontuchtige handelingen met Z1992”.
De bedoeling van de brief van verweerder aan de gemeente Vvvv was om de problemen tussen zijn cliënte en klager te schetsen. Daarbij was het bepaald niet noodzakelijk om over klager te stellen dat hij aan een dwangneurose zou lijden en dat er sprake zou zijn van ontuchtige handelingen met de minderjarige zoon.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft verweerder gesteld dat een ware mededeling niet grievend kan zijn. Deze zienswijze kan de Raad niet delen. Een ware mededeling, onnodig gebruikt, kan zeer wel als grievend worden aangemerkt. Bovendien zijn de door verweerder ten deze gebruikte beschuldigingen niet als vaststaande aan te merken. Hiermede heeft verweerder onnodig krenkende kwalificaties toegevoegd in zijn aan de gemeente Vvvv gedane uiteenzetting.
In zijn brief aan de gemeente Bbbb en overigens ook ter zitting sprak verweerder over “deze man" en "deze Tttt". Ook deze kwalificaties zijn onnodig denigrerend ten opzichte van klager. Door zich aldus uit te laten heeft verweerder zich niet gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Uit de gebruikte terminologie blijkt dat verweerder persoonlijk aan zijn ernstig gevoel van onbehagen over de handelingen van klager lucht wil geven. Van verweerder als advocaat mag evenwel verlangd worden dat hij zich zakelijk uitdrukt en zich niet laat leiden door zijn gevoelens of door die van zijn cliënte.
Dit onderdeel van de klacht is gegrond.
Ad onderdeel 2
Het behoort niet tot de taak van de tuchtrechter om vast te stellen wie van de strijdende partijen er de oorzaak van is dat geen minnelijke regeling tot stand kan worden gebracht. Uit de stukken blijkt niet dat zulks, zoals klager stelt, aan verweerder kan worden verweten.
Dit onderdeel van de klacht zal als ongegrond moeten worden afgewezen.
Ad onderdeel 3
Het standpunt van de cliënte van verweerder is dat klager niet geschikt is om het gezag over zijn zoon uitte oefenen. Het is de taak van verweerder om dat standpunt te verdedigen. Dat klager dit voelt als een ondermijning van zijn gezag doet daaraan niet af Enig verwijt ten deze kan verweerder niet worden gemaakt.
Dit onderdeel van de klacht zal als ongegrond moeten worden afgewezen.
Ad onderdeel 4
Verweerder heeft opgemerkt dat het in een kort-geding-procedure kan voorkomen dat stukken op een laat tijdstip bij de rechter worden ingediend. Het is dan de wederpartij of de rechter die zonodig oordeelt over de consequenties van een (te) late indiening. Klager laat na zijn klacht ten deze te onderbouwen. Van enig klachtwaardig handelen van de zijde van verweerder is niet gebleken.
Dit onderdeel van de klacht zal als ongegrond moeten worden afgewezen.
Verweerder heeft er geen blijk van gegeven in te zien dat hij ten deze onjuist heeft gehandeld zodat de hierna op te leggen maatregel geïndiceerd is.
Beslissing
De Raad acht onderdeel 1 van de klacht gegrond en legt terzake verweerder op de maatregel van enkele waarschuwing.
De Raad wijst de onderdelen 2, 3 en 4 van de klacht als ongegrond af
Aldus gegeven door Mr. Rrrr, voorzitter, Mrs. Dddd, Dddd, Tttt en Bbbb, leden, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad op ii maart 2004