ADV0105
Inleiding.
De Rechtbank stelde op verzoek van klager een deskundige aan om de communicatie
tussen de ouders vlot te trekken opdat een omgangsregeling een kans zou krijgen,
en wenste informatie over de pedagogische kwaliteiten van beide ouders. Het
onderzoek mislukte.
De advocaat van de wederpartij wees klager bij de Rechtbank aan als oorzaak:
"het door haar cliënt verzochte onderzoek stuitte op de tegenwerking
van klager, waar haar cliënt medewerking had verleend". De omgang werd
ontzegd.
Pas na jaren kon klager aantonen dat de Rechtbank verkeerd was geïnformeerd:
dat de wederpartij had zelfs niet één gesprek met de deskundige gevoerd.
Een klacht tegen de deskundige, die zich de valse rapportage had laten aanleunen,
werd gegrond verklaard nadat deze de data en afrekening van de gespreken met
de wederpartij niet had kunnen geven.
De advocaat beriep zich op haar vrijheid om haar cliënt naar goeddunken bij
te staan.
De Deken en de Raad van Discipline stelden de advocaat in het gelijk. Zij
oordeelden dat de belangen van klager niet nodeloos waren geschaad door de
vrijheid die deze zich permitteerde.
Aldus moest 1:377a BW wijken voor de advocaat.
-------------------------
WAARNEMEND DEKEN VAN
DE ORDE VAN ADVOCATEN mr Dddd
IN HET ARRONDISSEMENT GRONINGEN adres etc.
AANTEKENEN
De weledelgestrenge heer mr Ggggg Griffier van de Raad van Discipline in het
hofressort Leeuwarden Adres etc.
Groningen, ii november 2000
inzake: Kkkk/Aaaa-
klacht
dossier: YYYYY YY
Weledelgestrenge heer,
Bij brief d.d. ii augustus 2000, ontvangen op jj augustus 2000, heeft de heer Kkkk, wonende etc. een klacht ingediend tegen mevrouw mr Aaaa, werkzaam xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx in het arrondissement Groningen, Postbus etc. .
De heer Kkkk klaagt
er over dat mevrouw mr Aaaa in haar brief d.d. ii december 1996 de rechtbank
Assen in strijd met de waarheid heeft geschreven dat haar cliënte, zijnde
de ex-echtgenote van klager, een gesprek met de door de rechtbank Assen benoemde
deskundige, de psychiater dr Sssss heeft gehad, terwijl klager meent dat dit
gesprek niet heeft plaatsgevonden.
Voorts klaagt de heer Kkkk er over dat mevrouw mr Aaaa zich niet constructief
en coöperatief heeft opgesteld om tot een oplossing van het geschil tussen
partijen te komen, maar zij, integendeel, de heer Kkkk in haar correspondentie
gediskwalificeerd heeft.
Mevrouw mr Aaaa voert daartegen aan dat zij is afgegaan op de mededeling van haar cliënte en hierop ook mocht afgaan. Zij bestrijdt dat zij zich (onnodig) grievend over de heer Kkkk heeft uitgelaten, waarbij zij opmerkt dat haar als advocaat van de wederpartij een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van haar cliënte te behartigen op een wijze die haar goeddunkt.
Afgezien van het feit
dat de heer Kkkk zijn klacht eerst na ruim drieëneenhalijaar heeft ingediend,
meen ik op grond van de vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline dat
mevrouw mr Aaaa als advocaat een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen
van haar cliënte te behartigen op een wijze die haar passend voorkomt en dat
deze vrijheid niet ten gunste van de heer Kkkk mag worden beknot, tenzij zij
daarbij de belangen van de heer Kkkk nodeloos en op ontoelaatbare wijze schaadt.
Ik meen dat dit niet het geval is. Ook zie ik in de mededeling in de brief
d.d. ii december 1996 van mevrouw mr Aaaa aan de rechtbank Assen die zij eerst
in concept en ter goedkeuring aan haar cliënte heeft gestuurd, dat haar cliënte
een gesprek met de deskundige heeft gehad, geen tuchtrechtelijk verwijtbaar
handelen.
Ik acht de klacht dan ook
kennelijk ongegrond.
De heer Kkkk heeft mij medegedeeld geen minnelijke schikking te willen beproeven. Ik zend u bij gaand het volledige dossier met het verzoek de klacht ter kennis van (de voorzitter van) uw Raad te brengen.
Kopie dezes zend ik aan de heer Kkkk en mevrouw mr Aaaa.
Hoogachtend, Ddddd
waarnemend deken
Inventaris:
1. Klachtbrief d.d.
ii augustus 2000 met 5 bijlagen
2. Brieven d.d. ii augustus 2000 van deken aan partijen
3. Antwoordbrief d.d. ii september 2000 van mr Aaaa met bijlage
4. Brieven d.d. ii september 2000 van deken aan partijen
5. Repliek d.d. ii september 2000 met 3 bijlagen
6. Brieven d.d. ii september 2000 van deken aan partijen
7. Dupliek d.d. ii oktober 2000
8. Brief d.d. ii oktober 2000 van deken aan partijen
RAAD VAN DISCIPLINE LEEUWARDEN
BESLISSING van de Raad van ii mei 2001 in de zaak no. NN/NN op het verzet
tegen de beschikking van de Voorzitter van de Raad van Discipline d.d. ii
december 2000:
de heer Kkkk ,adres
tegen:
mevrouw mr. Aaaa, advocaat, werkzaam op xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx Postbus etc.
De Raad, bestaande uit mrs. Gggg, Voorzitter, Rrrrrr, Vvvvvv, Ooooo en Wwwww, leden, heeft in een openbare zitting op vrijdag ii februari 2001 het verzet behandeld.
De heer Kkkk is ter zitting verschenen. Mr. Aaaa heeft de Raad schriftelijk meegedeeld ter zitting niet te zullen verschijnen.
Beoordeling Het verzet
is ontvankelijk, omdat het tijdig is gedaan. Naar aanleiding van het verzet
overweegt de Raad als volgt.
Het onderzoek na verzet heeft niet geleid tot de vaststelling van andere feiten
dan wel tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de
beslissing van de Voorzitter van de Raad, waarmee de Raad zich verenigt, zodat
het verzet ongegrond is.
Beslissing
De Raad verklaart
het verzet ongegrond.
Aldus gewezen door mrs. etc.
Voorzitter Griffier w.g. etc.
Voor eensluidend afschrift,
Deze beslissing is verzonden op: ii mei 2001.